Zes maanden. #maandbrief

Dag Annebelleke,

Toevallig moest je vandaag net op je halfjaardag naar Kind en Gezin. Je werd helemaal goedgekeurd, hoor. Je weegt 7kg480 en bent 66cm. Voor de rest doe je wat je moet doen en dat stemt kersverse ouders toch altijd gelukkig.

Je bent de afgelopen maand veel ziek geweest. RSV en bijbehorende puffers en vooral veel gehoest, gekraak en gepiep. Dan weer een ontstoken oogje. Je neus die continu dichtzit en intussen ben je alweer aan een nieuwe hoestronde begonnen. Je darmen zijn van de RSV-medicatie ook stevig van slag geweest en dat is nog niet helemaal over. Enfin.

Maar weet je, het geeft eigenlijk niet. Je blijft een relatief vrolijke baby tussendoor. Je schatert het regelmatig uit als we doen alsof we je voet gaan opeten, je lacht nog steeds breeduit als mensen hun aandacht op jou richten en naar jou lachen, je vertelt dat het een lieve lust is en je speelt heerlijk alleen met momenten. Je kon alweer een hele tijd in beide richtingen rollen, maar je deed het bijna nooit. Afgelopen weekend kwam daar verandering in en vandaag vond ik je drie keer een meter naast je speelmat. Je hebt het dus helemaal begrepen. Het wordt hoog tijd voor de lettermat, denk ik, want je smijt je volledig en knalt dus op een bepaald moment keihard met je hoofdje tegen de grond. Vanaf dan heb je er meestal niet meer zoveel zin in.

Als je moe bent, heb je maar één ding nodig: je vader. Echt waar, dat is grappig om te zien. Hij is je persoonlijke poef en als hij dan je slaapdoekje geeft, ben je binnen de kortste keren vertrokken. Dat doekje brengt je ook op andere momenten echt rust. Zo grappig, want dat heeft Kasper helemaal nooit gehad.

Het werd stilletjesaan ook tijd om nog eens met groentepap te beginnen. Een paar keer wilden we wel, maar dan zat je met die RSV of at je slecht door je neusje, dus pas afgelopen weekend voerden we je wortelpap. Mensenlief toch, het was duidelijk dat je er klaar voor was! De eerste dag at je een halve portie en de tweede gewoon meteen een volwaardige. Dat mondje ging flink open en je leek het allemaal wel tof te vinden. Op aanraden van de kinderarts geven we je in het begin altijd drie dagen hetzelfde, zodat we kunnen zien of iets je darmproblemen bezorgt. Je hebt zeker meer last, maar nog niet extreem. Het zouden dus gewone aanpassingsprobleempjes kunnen zijn. Laat het ons hopen!

Tot slot kan ik weer niet anders dan bejubelen hoe jij en je broer samen zijn. Kasper kwam daarstraks thuis en hoorde dat wij al boven waren. “Belliee, ik heb je teruggevonden, schatteke!”, riep hij al van op de trap. Ik moest wel een beetje gniffelen (teruggevonden?? schatteke?!), maar ik werd er zo blij van dat hij je weer duidelijk had gemist. Hij wilt tegenwoordig graag dat jij op zijn schoot zit of dat je naast hem zit in de zetel en jij vindt het ook geweldig. Toen hij daarstraks al moest gaan slapen en dus zijn plekje naast jou moest verlaten, stak je echt je armpjes uit. “Elaba, waar gaat gij wel naartoe?!”, leek je te willen zeggen.

We kunnen niet anders dan zeggen dat je het gewoon goed doet, meissie. De nachten blijven eerder lastig en ik hoop dus dat daar nog relatief snel verandering in komt. Voor de rest ben je een droombaby. Voilà, zegt dat ik het gezegd heb!

Op naar de zeven maanden …

Dikke zoen,
je mama

Maandbrief: vijf maanden.

Lieve Annabelle

De vaakst gehoorde commentaar over jou? Amai, dat is een lachebekje! In de crèche zeggen ze dan weer dat je vaak enkel huilt voor eten, als je moe bent en moet slapen en bij een volle pamper. ‘Ik heb die heel de middag niet gehoord,’ zei oma. Je doet dat goed allemaal, meisje! 

Als om aan te tonen dat je echt al groot bent, rolde je gisteren op een tafel in de lunchgarden van je rug naar je buik. Je deed het meteen nog eens over en later testte je thuis ook je speelmat als rolplatform. Voor de rest word je graag rondgedragen, zodat je alles kunt zien. Dat is naast eten en slaap eigenlijk alles wat je nodig hebt. Jijzelf vindt duidelijk dat het hoog tijd is om zelf te gaan zitten. Als ik je neerleg, doe je verwoede pogingen om je recht te trekken. Het zal gaan, he! Zorg maar al eens eerst dat je niet meer omkukelt als we je loslaten bij het zitten. Je doet dat al goed, hoor, er is allemaal geen haast bij!

Dat eten van jou, dat was eventjes ook nog wel een dingetje. We startten met groentenpap en meteen protesteerden je darmen hevig. Na drie dagen hielden we er dus weer mee op. Momenteel drink je je vertrouwde melk en daarmee loopt het best goed. Voorlopig genieten we daar dan nog maar even van en over een week of drie doen we wel nog eens een poging. Hopelijk zijn je darmpjes dan ook weer wat rijper en verdraag je het beter.

Intussen ben je ook een versnelling hoger geschakeld met je vertelsels. Je tatert erop los met een heel nieuw arsenaal aan klanken en vooral met een nieuw volume. Standje luid zullen we het noemen. Als je eraan begint, moeten we zonder overdrijven de ondertiteling aanzetten als we nog iets met een half oog willen volgen op tv! 

Dat is allemaal leuk, alleen ’s nachts hoeft dat voor ons niet zo echt. Je blijft de pijnlijke gewoonte houden van midden in de nacht een uur of twee aan een stuk wakker te zijn, dus je moeder is intussen een wrak. Eten krijg je zo lang je daar nood aan hebt, meid, maar kan je dan alsjeblieft proberen verder te slapen? Voor de rest slaap je – vooral overdag dan – wel schitterend. Houden zo, het leidt duidelijk tot een tevreden baby en dat zien we graag!

Tot slot wil ik het nog even hebben over jou en je broer. Hij hoeft nog maar in beeld te komen en je oogjes beginnen te blinken. Als hij tegen je praat, grijp je hem vast en lacht breeduit. Heerlijk!

Vanaf volgende week start ik terug met werken en dan zullen we elkaar dus minder vaak zien. Ik beloof je dat ik zal proberen de moeheid en de stress van me af te laten glijden als ik thuiskom en gewoon te genieten van jouw vrolijkheid.

Groei maar vrolijk verder, Annabelleke!

Dikke zoen,

Je mama

Losse flarden.

  • Ik kocht dus een auto. De zoon duidt hem aan als ‘de blauwe auto’ en ik vind dat accuraat gezegd. Metallic blue, heet de kleur. Voor zij die meer details willen: een toyota yaris, vijfdeurs, automaat. Geen hybride, die ze ons probeerden aan te smeren, want als je alleen rond de kerktoren rijdt, verdien je dat niet terug.
  • Er staan na een kleine maand toch al 547km op de teller. De echtgenoot reed er al twee keer mee naar Brussel, maar al de rest deed ik toch zelf. Vele tripjes naar school, een paar keer zelfs naar Antwerpen, naar mijn mama en naar de verschillende dokters, … . Ik doe het niet graag, ik sta doodsangsten uit en ik mis mijn fietske, maar die automaat maakt wel het verschil tussen doodgaan van de schrik en niét rijden en tussen behoorlijk wat stress en angst, maar toch achter het stuur kruipen. 
  • Ik merk trouwens dat ik beter rijd met een gezel om mee te praten. Ikzelf en de radio, dat laat mijn gedachten meteen afdwalen en dat is eh… niet zo goed.
  • Die school waar ik iedere dag naartoe rijd, die is ook wel een extra puntje waard. De eerste twee dagen deed de zoon het daar prima, alleen de grote speelpaats vond hij niet zo leuk. Na het eerste weekend liep het echter helemaal mis: hij vergrootte die speelplaats uit en plots was alles stom, iedereen stom en wilde hij nooit meer naar school. Dinsdagochtend gaf hij van pure stress zijn fles melk over, ocharm, maar aangezien hij voor de rest ok leek, bracht ik hem toch naar school. Hij had de hele dag nergens meer last van, dus het bleek de juiste keuze. Toen ik hem dinsdag afhaalde en hij werkelijk de héle avond zei dat hij niet meer wilde gaan, brak mijn hart. Hij huilde er soms bij, vroeg altijd knuffels, probeerde mij echt te overtuigen dat school stom was en dat ik dus goed gek zou zijn van hem te sturen… Die avond bij jet slapengaan riep hij mij 4x terug en snikte dat hij niet meer naar school wilde gaan. Ik toonde begrip, ik probeerde hem te overtuigen van de leuke dingen, ik zei dat wij ook soms dingen eng vinden maar het dan toch doen… De vierde keer verhief ik mijn stem, zei dat ik nu niet meer naar boven ging komen en hij ging dus maar slapen… om dan de hele nacht in zijn slaap op ons te roepen en te snikken. Mijn hart! Hij stond ’s ochtends al meteen op ‘mama, ik wil thuisblijven’ en met weer de nodige huilbuien. Het moment van afzetten was afschuwelijk. De dagen nadien werd het gelukkig wel beter: er werd met water gespeeld owv de hitte, altijd een winner. Er was een discospeeltijd met dansen, wederom een hit. Er was een offerfeestdag waarop ze maar met vijf kindjes in de klas waren, dus kregen ze veel exclusieve aandacht en gingen ze zelfs met de juf naar de winkel om fruit te kopen. Alweer een succes in dat Kasperhoofdje. Iedere dag blijft het bang afwachten welke pet hij opheeft (het was leuk vs. ik ga nooit meer terug), maar ik durf er wel terug van uitgaan dat het goed gaat komen.
  • Kasper is trouwens altijd een heel voorzichtige geweest, tot op het belachelijke af. Daardoor had hij opvallend weinig blutsen en builen. Op 31 augustus gingen we nog zven de nieuwe fietsersbrug aan park spoor noord bewonderen en in zijn enthousiasme viel meneer echt hard. Voor de eerste keer in zijn 2,5-jarige leven had hij bloedende knieën. Serieuze schaafwonden, maar na een half minuutje verbeet hij stoer de pijn en zei dat hij wou verderwandelen. Begin deze week stuikte hij op school af een rups op de speelplaats, met als resultaat een volledig geschallodderd gezichtje. Zijn neus volledig bebloed, zijn wang, zijn lip, een dikke buil, … . De dag nadien had hij weer plots een vele kring rond zijn oog. Ergens tegen gelopen? Hij lijkt plots te willen inhalen wat andere kindjes op hun hele leventje al gehad hebben. Dat belooft voor de komende weken :p. (Ik ben stiekem wel blij dat hij wat minder voorzichtig is, hoor, al klinkt dat misschien gek…)
  • We zijn ijverig aan het werk om de boekenkamer in een grote kamer voor Kasper om te toveren. Dat betekent wel dat we een slordige 700 boeken en minstens zoveel cd’s door onze handen moeten laten gaan en besluiten of we ze bij gaan houden. Ik ben best marie-kondoïaans te werk gegaan en heb dus heel veel buitenggesmeten. Het is te zeggen: op de stapel ‘weg’ gezet. Intussen zitten alle boeken in dozen en kunnen we bekijken of er mensen in geïnteresseerd zijn. Indien niet, zal het toch de ruilcontainer op het containerpark worden, want wij kunnen ze gewoon niet houden. 
  • De dochter startte in de crèche en doet dat goed blijkbaar. Flinke meid! 
  • Ze drinkt wel bijzonder slecht en daarom moeten we van verschillende kinderartsen met papjes beginnen. Zucht. Uiteraard zat dat moment eraan te komen, maar ik zie er vreselijk tegenop. Het wordt zo’n gedoe en het zal ons ook sterk in onze vrijheid beperken. Nu gaan wij op zaterdagochtend bijvoorbeeld al eens graag naar de bibliotheek, gaan dan naar de markt en eten dan onderweg kibbeling en/of een hamburger. Voor de juffrouw namen we dan een flesje mee en aangezien dat niet opgewarmd hoeft te worden voor haar, konden we dat dan overal geven. Dat zal wel een heel ander verhaal zijn met die groentepap …
  • Ons Kaspertje heeft sinds de start van het schooljaar al drie kotsepisodes gekend. Eens eenmalig, eens een halve zondag en afgelopen weekend was hij het hele weekend knock-out. Het braken stopte wel zaterdagochtend, maar hij bleef een vodje tot maandag. Ik maak me steeds meer zorgen over de frequentie van dit soort toestanden bij hem, maar hij speelt het altijd klaar om dat voor te hebben op momenten dat we er niet mee naar een kinderarts kunnen.
  • Ik heb vandaag voor het eerst sinds maanden een paar uur voor mijzelf. Allez ja, euh… Het is de bedoeling dat ik probeer iets te doen aan de staat van ons huis, want het is hier een waar stort, al wekenlang. Tot nu toe deed ik een dutje. Oeps. Sorry, liefste, maar nachten en nachten op rij een paar uur wakker zijn met de baby, dat hakt er behoorlijk in. Ik ga er NU dus invliegen.
  • Kasper is geweldig aanhankelijk dezer dagen. ‘Mamatje, ik vind jou lief…’ ‘Waar is mijn pappie nu? Ik wilt papa knuffelen.’ ‘Bellieeeee! Aai, Bellie. Ik hebt ze gemist, mama!’ Of op een moment dat hij eventjes in ons bed lag, een kwartier voor de wekker: ‘mama, jij moet aan mij komen’, waarop ik mijn hand op zijn rug legde. ‘Nee, aan mijn (ge)zicht aaien!’. Ok dan😀. Dat is allemaal sinds de start van de school, dus ik vermoed dat hij toch wat extra veiligheid zoekt.
  • Ben ik de enige die na twee weken school al geen inspiratie meer heeft voor de brood-/fruit-/koekendozen? Ze mogen niks meenemen dat een lepel of vork behoeft, ik ga geen uren in de keuken staan en het moet liefst ook nog iets zijn dat hij lekker vindt, uiteraard. En als het eventjes kan, wil ik ook nog dat hij vitaminen en voedzame dingen binnenkrijgt, aangezien er nu geen back-up is van de crèchedagen waarop hij sowieso zijn porties groenten en fruit binnenkreeg. Enfin, wij overleefden ook op bokes met kaas of hesp en een koek tijdens de speeltijd, zeker?

Maandbrief: vier maanden.

Lieve Annabelle,

De afgelopen periode was een ware rollercoaster van emoties. Hoop, angst, blijdschap, verwondering, wanhoop, uitputting, trots, … . 

Kort: we probeerden AR-melk mét gaviscon en de reflux was onder controle dus het constante gekrijs hield op. Van die hele santenboetiek kreeg je wel enorm veel last van je darmen, dus in ruil kwamen er verschillende afschuwelijke brulsessies per dag. Tussenin was je wel vrolijk en trakteerde je ons de hele tijd door op lachjes, dus er bleef vooruitgang. We gooiden de gaviscon buiten en de situatie bleef dezelfde. We schakelden over naar omneo-melk, maar je herviel meteen in gekrijs. We startten met complete confort van Nan en wisten niet goed wat we moesten denken. Dat spul werkt zogezegd tegen darmproblemen, maar dat is het enige waar je bijzonder veel last van blijft ondervinden. Leuk, leuk … . We overwegen nu weer een overstap naar Novarice, omdat een arts opperde dat je misschien de koemelk minder verdraagt. We kunnen het maar proberen, zeker? Waar we bij Kasper nooit hebben toegegeven aan de tientallen soorten melk en ons bij twee hebben gehouden, stapelen zich momenteel heelder probeersels op op mij aanrecht. Een mens moet wat, he … 

Voor de rest doe je het gewoon schitterend, hoor. Als je nergens last van hebt, dan ben je supervrolijk. Je begint echt met geluid te lachen en vooral je zotte vader of broer worden daar vaak op getrakteerd. Met die laatste komt er nu ook steeds meer interactie. Je volgt hem overal met je ogen en hij heeft gelukkig ook heel veel aandacht voor je. Hij krijgt het soms wat lastig met je gehuil, maar iedere dag als ik hem uit school haal, ben jij de eerste waar hij naar vraagt. De vreugde waarmee hij kan zeggen: ‘mama, ze is wakker!’, dat is gewoon zalig. 

Waar je een hele tijd geleden al leerde rollen van je buik naar je rug, rol je nu van je rug op je zij. Het is duidelijk maar een kwestie van tijd voor je eens per ongeluk op je buik gaat terechtkomen en dat ga je de max vinden, denk ik. Als ik je op je buik leg, probeer je je namelijk al wat voort te bewegen en gek genoeg lukt dat ook. Je wriemelt zo hard, dat je plots tóch naar een speeltje kunt reiken of dat je plots met je hoofd af de speelmat ligt ofzo. Die mat is trouwens echt weer een godsgeschenk; je kunt er uuuuren op liggen spelen. Eerst sloeg je de diertjes vakkundig tot moes, nu ga je er met je volle gewicht aan hangen en stopt ze tegelijkertijd in je mond. Je bent daarin zo fanatiek, dat ik je regelmatig volledig omgedraaid terugvind. Je hoofd waar eerst je voeten waren en dat soort grapjes. Je tatert ook best veel en begint nu ook echt met boekjes of rammelaars te spelen. 

Een andere favoriet zijn doekjes. Tetradoeken, knuffeldoekjes, het maakt niet uit, maar je amuseert je er kostelijk mee. Als je wilt slapen, is dat vaak ook het extraatje dat je in je handje nodig hebt om je aan de slaap over te geven. Dat is superschattig om te zien! 

Slapen doe je al een heel pak minder dan in het begin. Er is nog niet echt een ritme in te vinden, maar we kunnen het ook niet manipuleren. Je ziet duidelijk als je moe bent en dan leg ik je weg en slaap je. Als ik je echter klaarwakker in bed zou leggen, is er geen haar op je hoofd dat eraan denkt je ogen dicht te doen. Als je moe bent, moet ik dan ook weer niet proberen je wakker te houden, want dan huil je onafgebroken. Dat begrijp ik wel, hoor, alleen is het zo pijnlijk dat je dus vaak (zoals nu) om 19u aan je nacht begint en die dan om 4u30 beëindigt. Over een paar minuutjes gaat mijn wekker af en je bent nog steeds klaarwakker en ik dus helaas ook. Het aantal uren dat ik al met jou ben wakker geweest ’s nachts, het zijn er pijnlijk veel. Ergens tussen 3u30 en 5u30 heb je eten nodig en vanaf dan ben je zeker 2u lang wakker. Klein werkpuntje, juffrouw, als je wilt dat je moeder niet een dezer instort.

Je kunt al best lang alleen spelen op je mat, en voor de rest word je graag rondgedragen op mijn heup, zodat je alles goed kan zien. Je zit ook heelngrag recht en begint dat met steun echt goed te doen. Ik kan je probleemloos rechtzetten in de zetel, even in de keuke  iets gaan doen en je nog in dezelfde houding terugvinden. Ook op onze schoot zit je het liefst recht en je bent hard aan het uitzoeken hoe je dat hoofd weg van de steun kunt krijgen. Je richt je dus de hele tijd op; op mijn schoot, in je wipper, in de maxi cosi. Die wipper zorgt er trouwens voor dat wij iedere avond kunnen eten. Tijdens het koken zit je erin en start je vaak een huilsessie, maar tijdens het eten zit je daar tussen je broer en mij en zo lang we regelmatig naar je lachen of tegen je praten, is alles ok. 

Je begint in onze gezichten geïnteredseerd te raken, je kunt met steun zitten, je doet niks liever dan tv kijken en zien wat wij allemaal doen. 

In de komende weken zal je naar de crèche beginnen gaan, prutsemie. Ik heb er geen moeite mee, maar ik ga het wel jammer vinden dat ik vrij duidelijk weet wat je wilt of nodig hebt, gewoon door zo vaak bij jou te zijn. Ik merk dat de omgeving (zelfs je vader!) daar toch vaak het raden naar heeft. Ik kwam deze week een verzorgster van de crèche tegen en die keek er echt naar uit om voor je te mogen zorgen. Ik weet dat ze dat voor Kasper ook super heeft gedaan, dus ik ben er redelijk gerust in. 

Lieve Annabelle, we zijn blij dat we het toch hebben aangedurfd om een tweede kind te krijgen. Je huilt nog altijd meer dan de gemiddelde baby, maar je laat ons ook zien hoe een tevreden baby is, iets wat we met je broer nooit gekend hebben. We zien je graag, prutsemieke, en we kijken uit naar nog een extra maand Annabelle!

Dikke zoen, 

mama

Dingen die je (misschien) niet van mij wist.

  • Mijn ouders zijn uit elkaar, maar officieel zijn ze nog altijd getrouwd. Ze hebben nog een gezamelijke auto en een gezamelijke bankrekening. Ze gaan nog altijd samen naar familiefeestjes en als mijn vader ‘uitnodigt’, draaft mijn moeder op om te koken. Zij doet zijn strijk en onderhoudt zijn tuin, hij helpt haar met de administratie en de financieën. Als er iets is, zal ze ook naar hem gaan om het te vertellen. Ze zijn nu zes jaar uit elkaar, dat was ook absoluut nodig, maar ik ben wél blij dat het zo gegaan is!
  • Als er iets geregeld moet worden (nieuwe auto kopen, op reis gaan, administratieve rompslomp oplossen, opvoedkundig gedoe…), zoek ik graag zo veel mogelijk op en bezorg mijn lief de gefilterde informatie. Hij wacht nog weken en weken en bekijkt dan waar ik mee over de brug ben gekomen. Hij doet dan nog wat extra opzoekingen en neemt de beslissing. In overleg uiteraard. Ik vind dat prima, want ik kan dat echt niet goed, knopen doorhakken.
  • Ik haat shoppen en doe dat dus zelden. Een keer per jaar, maximum twee. Voor de kindjes gebeurt het iets vaker, maar dikwijls online.
  • Kleren koop ik niet graag op internet, want mijn lijf heeft geen standaardmaten. Als het dan niet past, moet ik het terugsturen en dat vind ik teveel moeite.
  • Ik eet zelden brood. Ik lust dat enorm graag, maar twee boterhammen volstaan nooit. Met gewoon een bakje kerstomaten kom ik nochtans wel een halve dag toe.
  • Ik ga graag naar de kapper, maar ben ongeveer nooit tevreden met het resultaat. Dat ze zo bezig zijn met je haar, dat vind ik wél zalig.
  • Ik ben een lijstjesmens. Mijn warhoofd vergeet anders alles. 
  • Er zijn weinig dingen die ik zo heerlijk vind ruiken als verse koffie. Alleen jammer dat ik het walgelijk vind van smaak.
  • Ik word doodongelukkig van sporten. De endorfines die je een goed gevoel moeten geven, daar heb ik nog nooit iets van gemerkt. Functioneel sporten is het enige wat me dan ook lukt: ergens naartoe wandelen, mij met de fiets verplaatsen, … 
  • Ik ben beter in geschreven communicatie dan in praten. De eerste jaren van onze relatie bespraken mijn lief en ik de moeilijkere dingen dus altijd eerst per mail, om er dan later mondeling op verder te gaan. Bij mijn eerste therapeut deed ik dat ook en zelfs bij mijn opnames was ‘mijn dagboek’ vaak een manier om dingen duidelijk te maken. En weet je wat ik laatst deed? Ik stuurde de psycholoog een sms om te zeggen dat ik al maanden iets wou vragen en dat hij dat dus bij deze wist. 
  • ’s Nachts heb ik altijd honderdduizend ideeën en wil ik ook heel mijn huis reorganiseren. Overdag zwakt dat allemaal nogal af… 
  • Ik word helemaal krankjorum van eetgeluiden. Smakken, krakende chips, kauwen op een appel, ik vind het allemaal even afschuwelijk en krijg er letterlijk koude rillingen van. Als mijn lief zoiets eet, moet ik eerlijk waar mijn hand over het oor naast hem leggen. We hebben bijvoorbeeld een vriend die heel luidruchtig eet en ik probeer gezamelijke maaltijden altijd te vermijden. Dat heeft trouwens een naam: misofonie. Het zou vaak samen gaan met grote creativiteit en genialiteit. Vaak, he, niet altijd…
  • Ik sliep heel lang heel slecht om allerlei redenen. Als we echter met de auto reden, viel ik al in slaap nog voor we de autostrade bereikt hadden. Sinds ik zelf mijn rijbewijs heb, lukt me dat echter niet meer.
  • Op mijn twaalfde had ik alle boeken van de bibliotheek binnen mijn leeftijdscategorie uitgelezen. Ik wilde dan maar aan die voor de adolescenten (14+) beginnen, maar dat mocht niet. Tenzij het voor school gelezen moet worden, fluisterde de bibliothecaris mij toe. Plots moesten wij heeeeel veel lezen voor school!
  • Ik kan heel laat opblijven en vroeg uit de veren als dat moet, maar waag het niet mij tegen te houden als ik me eindelijk aan de slaap wilde overgeven. Dan word ik megaslechtgezind en begin soms zelfs te janken.. (Wie doet er nu zoiets? De dochter is daar nogal goed in…)
  • Ik slaag er nogal vaak in dwaasheden een paar keer op korte tijd te herhalen. Twee keer mijn huissleutel vergeten in dezelfde week, mijn handtas door vriendelijke mensen moeten laten vinden en een paar weken later de slager aan de deur krijgen met uw gevonden portefeuille… Het is nochtans niet dat ik dat normaal heel vaak voorheb allemaal.
  • Ik verdraag geen look in mijn eten. Het is best lekker en ik word er niet ziek van, maar een (paar) uur na datum valt dat als een blok op mijn maag en ik blijf er dan minimaal 24u mee worstelen. 
  • Ik kan ook absoluut geen uien snijden. Van zodra ik zo’n bol in tweeën doe, stromen de tranen uit mijn ogen. Ik zie geen steek meer en snijden wordt echt gevaarlijk. Na een paar lelijke snijwonden van zulke situaties koop ik nu dus voorgesneden uien of laat ik mijn lief dat doen.
  • Mijn kapsel moet er uiteraard ok uitzien, maar eigenlijk is mijn belangrijkste eis dat het geen werk vraagt. Ik was mijn haar, laat het gewoon drogen en ga er eens doorheen met een borstel en dat moet volstaan. Een haardroger ligt hier doelloos te wezen en er gaat geen enkel product in. Echt mannen, daar heb ik ’s morgens echt geen tijd voor, hoor! 
  • Als ik niet tevreden ben met mijn lijf, dan koop ik een massa goedkope kleren. Rommel dus. Dat gaat alvast niet helpen om een beter gevoel te krijgen, maar ik vind het dan zo niet waard om dure dingen te gaan kopen. (Ik loop dus al sinds de bevalling in kleren vqn de markt en de zeeman, ja.)
  • Ik drink geen alcohol. Vroeger misschien twee keer per jaar, sinds ik probeerde zwanger te worden van Kasper helemaal niet meer. Ik vind de meeste alcoholische dranken echt niet lekker en ik walg van dronken mensen. Die combinatie zorgt ervoor dat ik het vaak bij een light-frisdrank houd. Ik heb even veel plezier, hoor! 

Brieven aan Kasper: een eind en een nieuw begin.

Mijn lieve, lieve, lieve Kasper

Voel je aan de aanspreking al dat dit misschien sentimenteel gaat worden en dat ikzelf er toch wat emotioneel van word? Het is me ook wat, he… Morgen begint jouw schoolcarrière. Vier jaar kleuter, zes jaar lager en hopelijk zes jaar middelbaar liggen voor je. Een hele lange periode, iets dat we geen van allen nu kunnen overzien.

De laatste dag in de crèche is al een tijdje gepasseerd en het was heel duidelijk dat ze je daar wel gaan missen. Je liep de hele dag achter de verzorgsters om met hen te babbelen en dat waren ze niet gewoon. Ze genoten van je gekwebbel en je deugenieterij. Je zult de dames nog wel te zien krijgen als we je zus gaan brengen of halen, want zij zal over enkele weken jouw plekje innemen.

Of je klaar bent voor school, vragen veel mensen. Ik denk het wel. Je bent niet zindelijk, maar daar maakte je juf gelukkig geen probleem van. Je motoriek is niet je sterkste kant en je perfectionisme (Echt! Op twee jaar…) maakt dat je dingen ook niet wilt proberen als je niet zeker bent dat je het kunt. Daardoor bestaat dus de kans dat je je brooddozen en koekjesdozen niet zelf zult opendoen, ook al zou je dat met wat oefenen best kunnen. 

Wat je motorisch niet hebt, compenseer je verbaal wel ruimschoots. Je kwebbel staat geen drie seconden stil en je becommentarieert alles en iedereen. In de crèche kon je de baas spelen, gewoon omdat jij het best kon zeggen wat er gespeeld moest worden of hoe de regels zijn. Ja, een kleine klikspaan ben je wel… Op school veronderstel ik dat je minder het overwicht zult hebben, vooral omdat je in een graadklas terechtkomt. 

Je blijft een klein pagaddertje en mijn hart lag bij het kennismakingsmoment wel even in duizend stukjes. Er was een hele tafel met auto’s en een wegenparcours, maar jij kon daar gewoon niet aan. Je zou met een auto op de rand kunnen rijden, zonder enig idee wat je vriendjes op dat bovenblad doen! Je mocht ook eens naar de wc gaan kijken en het bestaat gewoon niet dat jij daar van zijn leven zelf opgeraakt. Slik. 

Je was wel verlegen op het kennismakingsmoment, maar je wilde ook al meteen beginnen spelen. In die mate zelfs dat je hysterisch begon te brullen als we naar huis gingen… Als je al een enigszins goeie indruk had nagelaten, heb je die daarmee echt wel verknald, makker.

Laat dat nu net mijn grote angst zijn, Kaspie. Dat ze daar niet gaan zien wat voor heerlijk mannetje jij bent. Dat je tofheid verzuipt in de overweldigende indruk die alle wijzigingen gaan nalaten. Ik verwacht namelijk dat je toch wel zwaar onder de indruk gaat zijn en dat het een paar weken gaat duren voor je je draai hebt gevonden. Ik ga er wel vanuit dat je het allemaal leuk gaat vinden. Op termijn dan toch.

Deze vakantie met jou was heerlijk, mijn grote vriend. Je blijkt enorm zorgzaam te zijn voor je zus, zelfs voor mij als ik eens een traantje pleng, je wilt me bij alles helpen, … . Je speelt flink alleen, maar je bent ook geweldig knuffelig en legt zo vaak vol vertrouwen je handje in de onze als er weer eens een van jouw fantasierijke plannen uitgevoerd moet worden.

Kaspiewaspie, ik zie je graag en ik ben enorm trots op jou. Omdat je in bad met de letters speelt en dan zegt: ‘deze is van Annabelle en Arthur en Amber en deze van tante Dana en deze van Fatima en deze is een slangetje, die is van Sieger en Souffian’. Omdat je vandaag voor het eerst zo hard viel dat er bloed aan te pas kwam en je maar een half minuutje heel hard huilde en dan stoer verder stapte. Omdat je met mij naar een natuurdocumentaire wilt kijken en daar heel erg van geniet. Omdat je zoveel dingen plots kunt en je langzaam maar zeker echt een grote kerel bent. Omdat je tegelijkertijd soms zo klein bent nog en dat dan toch probeert te overwinnen. Omdat je iedereen helemaal inpakt bij eender welk contact: de dokter, de crèche, voorbijgangers op de markt of in de winkel, … . 

Kasper, ik hoop heel erg dat je school leuk gaat vinden. Geef het wat tijd en dan komt het wel goed. Iedere avond mag je in de zetel komen crashen en dicht tegen ons aankruipen als je het toch allemaal wat veel vindt, ok? Je gaat het kunnen. Veel succes!

Je fiere mama

De grote vraag.

Als je deze titel leest, verwacht je een verhaal over grote, zwaarwichtige vragen, niet? Hier zou nu op zijn minst iets moeten komen te staan over huwelijksaanzoeken en dergelijke. Alleen ben ik natuurlijk al lang en breed van ’t straat (deze week waren we zes jaar getrouwd!) en de schattige vraag ergens op een bankje in central parc ligt dus al een tijdje achter ons.

De vraag waar het wel om draaide, kreeg ook onbedoeld meer gewicht dan nodig. Toen ik een jaar geleden dan toch instortte en bij de psycholoog belandde, ging het duidelijk niet goed. Door een ongelooflijk toeval bleek ik tezelftertijd zwanger te zijn en dat veranderde veel. Op het werk hoefde ik na drie maanden afwezigheid namelijk niet meteen weer volledig mee te gaan draaien, omdat het weinig zin had om me weer in te werken en dan na een maand of vier weer alles opnieuw te moeten overdragen. Ik kreeg dus een alternatief takenpakketje en mocht me smijten op iets waar in normale omstandigheden geen tijd voor is: het uitbouwen van een sharepoint. Op die manier kon ik behoorlijk snel weer relatief ‘normaal’ aan het werk. Ik bleef toch maar naar de psycholoog gaan, want ik vermoedde dat een tweede kind wel eens een enorme aanslag op mijn energiereserves zou kunnen zijn en me dus sneller dan gehoopt weer bij af zou brengen. Intussen ging ik om de paar weken eens een babbeltje doen. Ik had zelf heel sterk het gevoel dat er wel wat punten waren waaraan gewerkt moest worden om een herhaling van het hele scenario te voorkomen. Niet persé volgende week of volgende maand of misschien zelfs volgend jaar, maar op termijn zie ik het echt helemaal weer scheeflopen als er toch niet het een en ander verandert. De therapiesessies gingen echter over vanalles en nog wat (vooral koetjes en kalfjes), maar alvast niet daarover.

Al rond Kerstmis vorig jaar rees bij mij de vraag: waar gaat dit toe leiden? Het is niet dat ik niet wil gaan of dat ik twijfel aan de beste man zijn capaciteiten, maar ik had toch niet echt het gevoel dat dit me nu zou gaan behoeden van allerlei onheil in de toekomst. Ik besloot dus dat ik eens moest ter sprake brengen hoe de psycholoog zelf het allemaal zag. Vond hij dat ik daar eigenlijk maar voor niks zat misschien? Vond hij wel dat er wat knelpunten waren, maar dat daar toch niks aan te doen valt en dat ik me er dus maar over moet zetten en dat is het dan? Of vond hij misschien dat er toch wel dingen waren waaraan gewerkt konden worden en zo ja, welke rol zag hij zichzelf daarin spelen? Wat was zijn plan van aanpak dan?

Nu is één van de dingen die ik niet zo geweldig goed kan … vragen wat ik echt wil weten. Ha! Lekker handig. Ik trok dus keer na keer na keer opnieuw naar de gespreksuurtjes en iedere keer oefende ik op de fiets al stiekem hoe ik het zou gaan vragen. Ie-de-re keer weer snoerde de beste man me eigenlijk al de mond door te vragen: ‘En hoe gaat het ermee?’ of ‘En hoe gaat het met de zwangerschap?’ of recent ‘En hoe loopt het met Annabelle?’. Uiteraard moet je zulke vragen beantwoorden, dus dat deed ik dan maar. Het gesprek kabbelde altijd maar verder en ik kreeg het niet voor mekaar om mijn vraag er ergens tussen te wurmen. Ze bleef ongesteld en ik raakte daar lichtelijk gefrustreerd over. Intussen zijn we wel meer dan een half jaar verder, hé!

Bij de juli-sessie wist ik het; ik zou zeggen dat ik zijn vraag naar hoe het ging best op een later moment wilde beantwoorden, maar dat ik eerst zelf even eens iets wilde vragen. Tenminste, dat was het plan. In werkelijkheid lukte het me weer totaal niet en beantwoordde ik de vraag gewoon braaf en antwoordde op elke vraag die me gesteld werd. Bij het naar huis gaan, was ik mezelf echt zat. Nog op mijn eigen oprit nam ik mijn gsm en smste de psycholoog om te zeggen dat ik al lang iets wilde vragen, maar er nooit in slaagde, en dat ik dat dus bij deze al gemeld wilde hebben, zodat hij al wist dat er ‘een vraag’ was. Hij zou het noteren en dan zouden we het zeker bespreken. Zo simpel kan het dus ook. Te idioot, ik weet het, maar kijk.

En jawel, afgelopen sessie spraken we er dan toch eens over. Ik stelde mijn vraag maar half, maar er kwam toch ook een half antwoord. Er werden ook dingen gezegd die ik niet helemaal had zien aankomen, maar waar ik me wel iets bij kon voorstellen. Wat nadenken achteraf deed nog extra vragen rijzen, dus wie weet stel ik ze volgende keer nog wel. Of ook niet. Het komt er in ieder geval op neer dat ik alvast nog even ga blijven gaan, minstens tot ik weer aan de slag ben. Al is het maar om wat dingen te ventileren, niks dramatisch of ernstigs. Het kan maar deugd doen. Als ik voor de rest er nog in slaag wat pijnpunten aan te pakken en samen te denken over bepaalde dingen, des te beter.