De ekster.

K: Mama, kijk, een ekster in de tuin.

Ik: Euh, ja, dat zou wel kunnen kloppen, maar ik weet het niet zeker.

K: Papa, dat is een ekster in de tuin, he?

P: Dat weet ik niet, jongen.

K: Moeke, dat is een ekster, he?

M: Ik weet dat niet, vent, ik ken eigenlijk niet veel vogels.

Google to the rescue dus. Ekster en afbeeldingen en … hij had gelijk.

Waar leert zo’n driejarige dat in vredesnaam? Héérlijk.

Annabelle.

Ze molesteert alles wat ze tegenkomt. Ze gooit alles van tafel, of het daar nu tegen bestand is of niet. Ze houdt van stappen en zich rechttrekken, bij voorkeur aan dingen die haar gewicht niet kunnen dragen. Ze eet graag en veel en laat duidelijk horen als ze honger heeft. Ze steekt haar armpjes uit als ze gepakt wil worden en roept verontwaardigd ‘da’ als haar koek/boterham op is en wij niet doorhebben dat ze misschien nog wel eentje zou willen. Ze houdt haar fles al maanden zelf vast (als we haar een klein beetje laten liggen, that is) en dat schept mogelijkheden. Als ze in de auto huilt en het zou wel kunnen dat ze honger heeft, maak ik dus een flesje en geef het haar in haar handjes. Ze sloebert het leeg en als we geluk hebben, valt ze daarna nog in slaap ook. Niet meer persé hoeven te stoppen voor een hongerig kind, wat een gemak! Ze ligt geen drie seconden stil en een pamper of kleren aandoen is dus een hele uitdaging. Soms geven we haar wel iets van speelgoed in haar handen, maar de kans is altijd groot dat dat dan meters ver door de lucht vliegt. Tanden poetsen is niet Annabellekes ding, dus ze knijpt vakkundig haar mondje dicht. Ze laat zich niet meer doen door haar grote broer en slaakt echte oerkreten als hij van haar speelgoedje moet blijven. Soms grabbelt ze al eens iets terug uit zijn handen en maakt dat ze ermee weg komt. Hij gaat nog zijn peren zien met haar, schatten we … Ik verwacht dat ze hem vroeg of laat gewoon op zijn gezicht gaat slaan als hij iets doet wat haar niet aanstaat. Toch wordt ze helemaal enthousiast van haar broer en ze houdt ervan met hem mee te spelen. Hij laat dat best vaak toe en dan zitten ze daar naar elkaar te lachen en alleen dat al is genoeg voor nog meer gegiechel en gegier. De juffrouw heeft ook een voorliefde voor potjes … dus als Kasper zijn behoefte heeft gedaan, moeten we rechtspringen en dat leegmaken, of de miss heeft een douche te pakken. De nachten met haar kunnen heel goed zijn, maar soms ook heel slecht. Over het algemeen slaapt ze beter dan haar broer deed, maar hem kon je wel altijd kalm krijgen met een tutje of een flesje. Zij pakt de tut vaak gewoon terug uit haar mond en gooit hem boos uit bed. Of ze duwt het flesje uit haar mond en zet haar keel terug open. Op die momenten is de wanhoop wel vrij groot, want dan weet ik niet meer wat ik nog kan beginnen. Pakken helpt in mijn geval vaak ook niet, maar bij haar papa wordt ze meestal wel heel rustig. Hij blijft nog altijd haar favoriete kussen en als ze niet in slaap raakt, leggen we haar met haar doekjes bovenop hem en dan lukt het soms toch nog wel. Tot slot is de juffrouw een ontsnappingskoninging. Uit haar eetstoel klimt ze als je haar niet vast zet (gelukkig hebben we vallen tot nog toe kunnen voorkomen), als de deur openstaat, dan schiet ze ervandoor om richting trap te kruipen en als we allemaal in de zetel zitten, dan wringt ze tot ze ergens een gaatje vindt en richting grond kan geraken. Haar in ons bed leggen is ook geen optie meer, want ze gaat op tocht als ze wakker is. We willen het niet echt geweten hebben dat wij liggen te slapen en dat ons madammeke uit het bed valt …

Het is intens, het leven met onze kleine meid. Ze vraagt veel energie en elke vorm van laksheid wordt meteen afgestraft. Bij Kasper hebben we nooit moeten vrezen dat hij iets zou opeten dat niet mocht, maar bij haar … zijn we tien keer per uur bang dat ze in iets gaat stikken. ‘Annabelle, nee!’ is dan ook de meest gehoorde zin in ons huishouden momenteel. Ze begint het wel te vatten, heb ik de indruk, maar dan maar voor een half minuutje. We zijn het over één ding eens; een baby hebben we echt niet meer in huis. Ze groeit, ze kan zoveel meer, ze begint dingen aan te geven en als je haar ziet zitten, is ze niet eens zo heel veel kleiner dan Kasper. En toen gisteren de echtgenoot zei: “Ik ben toch blij dat we twee kindjes hebben”, kon ik niet anders dan dat beamen. Die twee, dat is een gouden stel. Ze zien elkaar graag, spelen flink samen en als de een slechtgezind is, kan de ander dat wel oplossen.

Ik kijk uit naar ons meisje haar eerste zelfstandige stapjes, naar haar eerste woordjes (die zitten er nog niet direct aan te komen, denk ik) en naar eens écht doorslapen. En naar de zomer, dat ze misschien eens echt kan herstellen van haar eeuwigdurende luchtweginfecties en we dus de ventolin en het gehijg en gepiep en gekraak eens achterwege kunnen laten. Voor de rest? Ze doet zij dat goed. We zijn dus best tevreden!

Kasperpraat / Gesprekken met Kasper.

  • Een giraf is mijn liefste dier en geel is mijn liefste kleur. Dat klinkt toch eigenlijk wel überschattig?!
  • ‘Ik ga dat wrattenzwijn kiezen. En ook deze pandabeer.’ Vader reageert dat er duidelijk was afgesproken dat hij één knuffeldier mocht kiezen in de winkel. ‘Maar die pandabeer is wel voor Annabelle he!” Dedju, zo grappig dat vader toestemde.
  • Juf A heeft een liefbeestje voor mij gemaakt en dan moet ik de stippen daarop tellen.
  • Tante Tinne is dood, hé. Dan kan ik niet meer daarmee spelen. Als hij dat ooit op school zegt, denken ze dat er zich hier recent drama’s hebben voorgedaan. Terwijl dat al bijna dertien jaar geleden is en hij er dus van zijn leven niet mee heeft gespeeld. Toch herhaalt hij dat héél vaak.
  • Kasper slaapt zonder pamper sinds een tijdje en na de eerste nacht was hij heel trots op zichzelf. In de winkel ziet hij iets dat hij graag wilt. ‘Mama, dat is voor kindjes die zonder pamper slapen.’ Uhm ja, ik denk dat het ook mee naar huis is gegaan. Misschien zo.
  • ‘Moet ik vandaag naar de abewaking?’ Intussen zegt hij het correct, maar hoewel hij wist dat het nabewaking was en het ook prima kon zeggen, heeft hij dat heel lang zo genoemd.
  • Op de speelplaats vraagt Kasper of we naar ons nieuw huis gaan kijken. Euh? ‘Ja’, zegt de juf van de nabewaking, ‘hij heeft dat hier helemaal zitten vertellen. Dat jullie in een nieuw huisje gaan wonen en dat hij dan ook een nieuwe kamer krijgt en dat Annabelle naast hem in zijn kamer gaat slapen dan.’ Hahaha, we waren aan het overwegen of we een nieuwbouwwoning zouden kopen en waren eens gaan kijken waar die grond gelegen was. Al de rest heeft hij zelf verzonnen. Aan fantasie geen gebrek!
  • Die saus / dat medicijn / die groente is een beetje zuur, hé mama. Voor alles wat hij niet zo lekker vindt. Zuur is zeker een excuus om het niet te hoeven opeten.
  • Opa, ik wil een gaatje eten van jouw kaas.
  • Jij hebt precies een walvis vast! Een sandwich met een deuk in dus.
  • Er ligt precies een boom op jouw bord. Mijn risotto neemt blijkbaar vreemde vormen aan.
  • Ik ga alle boterhammen opeten en alle vleesjes van K3 en dan ga ik aaaaaaalle koeken van Annabelle opeten en jouw pudding. Hoor hem bezig, ons muizenetertje.
  • ‘Ik heb vandaag een geel cadeautje gemaakt. Maar ik mocht het van juf A niet vanbinnen verven.’ En wat zit er dan in dat cadeautje? ‘Niks, het is gewoon een cadeautje.’ Oh ok. En wat ga je daar dan mee doen? ‘Aan mijzelf geven.’ Presentjes voor uzelf, dat moet je al van jongsafaan leren.
  • K: Mamaaaa. Ik: Ja? K: Dat is wel niet tegen u, he! Ik ben wel tegen mama giraf aan het praten. OK dan.
  • K: Mama, wat eet de oryx? Ik: euh, dat weet ik niet zo goed, vent. K: Ga jij dan op je telefoon kijken? Google to the rescue, héél vaak.
  • Ik: Kijk, Kasper, Jeroen gaat een taart maken met citroen. Dat vind ik wel heel lekker! K: Kijk, Annabelle, Jeroen gaat een taart maken met citroen. Dat vindt mama wel heel lekker! Groot tegen klein in het kwadraat dan.
  • Kasper vraagt in de auto aan mij of ik een kraai een leuk dier vind. ‘Ik vind wel dat die een grappig geluid maakt, een kraai’, zeg ik. ‘Papa, paaapa. Mama vind dat een kraai een grappig geluid maakt!’ Die zit daar gewoon naast en heeft mijn antwoord dus ook wel gehoord, hé flippo.
  • Mama, ga jij aan mijn spierballen voelen of ik sterk ben? Ik knijp in zijn spierballen. Maar nee, hier! Wijst naar elleboog.
  • Mama, ik ben wel heel moe, ik moet in mijn bedje slapen. Niet geheel toevallig eindigt dat meestal zonder slapen, maar intussen heeft hij dan toch een paar minuutjes kunnen tutten.
  • Kasper mag soms een balletje draaien in de supermarkt, als hij flink is geweest. Meestal zit er een diertje in. ‘Hoe heet deze?’, vraagt de echtgenoot. ‘Kididi’, zegt die kleine bloedserieus. Intussen hebben we hier dus inderdaad een Kididi, die regelmatig ter sprake komt. De week nadien draait hij hetzelfde eendje, maar dan in het geel (Kididi is paars). ‘Hoe heet deze?’, vraag ik. ‘Spaghetti.’ Wij liggen al in een deuk. ‘Spaghetti met soep is die zijn naam.’
  • We zitten in de auto en plots: ‘Mamaa? Maaamaaaaa.’ Wat is er jongen? ‘Mama, ben jij mijn moeder?’ Ja. ‘En wie is papa dan?’
  • Mama, jij moet Annabelle misschien op de grond zetten. Hij wilt graag zelf met mij spelen …
  • Mama, Annabelle wil graag een koek. Een gevalletje van projectie!
  • De juf van de nabewaking vertelt dat Kasper op een bepaald moment niet zo goed had geluisterd. De juf had gevraagd: ‘Seg, waar zijn jouw oren?’ Meneertje had geantwoord: ‘Thuis. Mijn mama is die vergeten mee te geven!’
  • De mama van R is naar mijn school gekomen. Maar de mama van R heeft geen pomp, he mama? Cfr mijn insulinepomp dus.i
  • Dat heb jij lekker gemaakt! Bijna iedere dag. Bij voorkeur wel voor hij nog maar een hap heeft gedaan, achteraf zijn de meningen soms anders.
  • Juf A, wij gaan spaghetti eten, hoor! Euh? Wishfull thinking, makker.
  • Kasper, we gaan binnenkort je tutjes in de vuilbak gooien, he. ‘Ja ja, op de gele dag.’ Alles wat hij niet zo graag wilt, moet altijd op die gele dag gebeuren.
  • Maar mama, jij hebt lang haar! Ik wil dat niet! Jij moet een staart doen. Iedere. Dag. Opnieuw. Meneer wil niet dat ik mijn haar los doe. Op mijn vraag waarom: ik ben daar bang van.
  • Er was een kuikentje in onze klas, mama. Oh! Wat leuk! Een echt kuiken? Of een knuffel? Ma nee! Een echt! Het moest op de handdoeken blijven. Oh. En mochten jullie dat kuikentje aaien? Ja. Maar ik wou dat niet. Oh, was je een beetje bang? Maar wel veel, hoor! Ik heb dat niet geaaid. Maar M wel, hoor! Later bleek de hele klas dat dier geaaid te hebben, alleen meneertje brulde de boel bij mekaar.
  • Ga jij dat boekje voor mij voorlezen? Tegen een meisje van 4,5 dat dus duidelijk zelf nog niet kan lezen.

 

Vanalles en nog wat.

Het was hier veel te lang stil. Ik houd van schrijven, maar toch schiet het er altijd bij in. Er is de laatste tijd wel het een en ander gebeurd, dus stof was er genoeg. Gedaan daarmee. Vanaf nu schrijf ik weer. Snel, ongestructureerd, waarschijnlijk met fouten … dat doet er even niet toe. Dat is het maximale wat de huidige situatie toelaat. Daarmee zullen we het moeten doen. Het zij zo!

Zes maanden. #maandbrief

Dag Annebelleke,

Toevallig moest je vandaag net op je halfjaardag naar Kind en Gezin. Je werd helemaal goedgekeurd, hoor. Je weegt 7kg480 en bent 66cm. Voor de rest doe je wat je moet doen en dat stemt kersverse ouders toch altijd gelukkig.

Je bent de afgelopen maand veel ziek geweest. RSV en bijbehorende puffers en vooral veel gehoest, gekraak en gepiep. Dan weer een ontstoken oogje. Je neus die continu dichtzit en intussen ben je alweer aan een nieuwe hoestronde begonnen. Je darmen zijn van de RSV-medicatie ook stevig van slag geweest en dat is nog niet helemaal over. Enfin.

Maar weet je, het geeft eigenlijk niet. Je blijft een relatief vrolijke baby tussendoor. Je schatert het regelmatig uit als we doen alsof we je voet gaan opeten, je lacht nog steeds breeduit als mensen hun aandacht op jou richten en naar jou lachen, je vertelt dat het een lieve lust is en je speelt heerlijk alleen met momenten. Je kon alweer een hele tijd in beide richtingen rollen, maar je deed het bijna nooit. Afgelopen weekend kwam daar verandering in en vandaag vond ik je drie keer een meter naast je speelmat. Je hebt het dus helemaal begrepen. Het wordt hoog tijd voor de lettermat, denk ik, want je smijt je volledig en knalt dus op een bepaald moment keihard met je hoofdje tegen de grond. Vanaf dan heb je er meestal niet meer zoveel zin in.

Als je moe bent, heb je maar één ding nodig: je vader. Echt waar, dat is grappig om te zien. Hij is je persoonlijke poef en als hij dan je slaapdoekje geeft, ben je binnen de kortste keren vertrokken. Dat doekje brengt je ook op andere momenten echt rust. Zo grappig, want dat heeft Kasper helemaal nooit gehad.

Het werd stilletjesaan ook tijd om nog eens met groentepap te beginnen. Een paar keer wilden we wel, maar dan zat je met die RSV of at je slecht door je neusje, dus pas afgelopen weekend voerden we je wortelpap. Mensenlief toch, het was duidelijk dat je er klaar voor was! De eerste dag at je een halve portie en de tweede gewoon meteen een volwaardige. Dat mondje ging flink open en je leek het allemaal wel tof te vinden. Op aanraden van de kinderarts geven we je in het begin altijd drie dagen hetzelfde, zodat we kunnen zien of iets je darmproblemen bezorgt. Je hebt zeker meer last, maar nog niet extreem. Het zouden dus gewone aanpassingsprobleempjes kunnen zijn. Laat het ons hopen!

Tot slot kan ik weer niet anders dan bejubelen hoe jij en je broer samen zijn. Kasper kwam daarstraks thuis en hoorde dat wij al boven waren. “Belliee, ik heb je teruggevonden, schatteke!”, riep hij al van op de trap. Ik moest wel een beetje gniffelen (teruggevonden?? schatteke?!), maar ik werd er zo blij van dat hij je weer duidelijk had gemist. Hij wilt tegenwoordig graag dat jij op zijn schoot zit of dat je naast hem zit in de zetel en jij vindt het ook geweldig. Toen hij daarstraks al moest gaan slapen en dus zijn plekje naast jou moest verlaten, stak je echt je armpjes uit. “Elaba, waar gaat gij wel naartoe?!”, leek je te willen zeggen.

We kunnen niet anders dan zeggen dat je het gewoon goed doet, meissie. De nachten blijven eerder lastig en ik hoop dus dat daar nog relatief snel verandering in komt. Voor de rest ben je een droombaby. Voilà, zegt dat ik het gezegd heb!

Op naar de zeven maanden …

Dikke zoen,
je mama

Maandbrief: vijf maanden.

Lieve Annabelle

De vaakst gehoorde commentaar over jou? Amai, dat is een lachebekje! In de crèche zeggen ze dan weer dat je vaak enkel huilt voor eten, als je moe bent en moet slapen en bij een volle pamper. ‘Ik heb die heel de middag niet gehoord,’ zei oma. Je doet dat goed allemaal, meisje! 

Als om aan te tonen dat je echt al groot bent, rolde je gisteren op een tafel in de lunchgarden van je rug naar je buik. Je deed het meteen nog eens over en later testte je thuis ook je speelmat als rolplatform. Voor de rest word je graag rondgedragen, zodat je alles kunt zien. Dat is naast eten en slaap eigenlijk alles wat je nodig hebt. Jijzelf vindt duidelijk dat het hoog tijd is om zelf te gaan zitten. Als ik je neerleg, doe je verwoede pogingen om je recht te trekken. Het zal gaan, he! Zorg maar al eens eerst dat je niet meer omkukelt als we je loslaten bij het zitten. Je doet dat al goed, hoor, er is allemaal geen haast bij!

Dat eten van jou, dat was eventjes ook nog wel een dingetje. We startten met groentenpap en meteen protesteerden je darmen hevig. Na drie dagen hielden we er dus weer mee op. Momenteel drink je je vertrouwde melk en daarmee loopt het best goed. Voorlopig genieten we daar dan nog maar even van en over een week of drie doen we wel nog eens een poging. Hopelijk zijn je darmpjes dan ook weer wat rijper en verdraag je het beter.

Intussen ben je ook een versnelling hoger geschakeld met je vertelsels. Je tatert erop los met een heel nieuw arsenaal aan klanken en vooral met een nieuw volume. Standje luid zullen we het noemen. Als je eraan begint, moeten we zonder overdrijven de ondertiteling aanzetten als we nog iets met een half oog willen volgen op tv! 

Dat is allemaal leuk, alleen ’s nachts hoeft dat voor ons niet zo echt. Je blijft de pijnlijke gewoonte houden van midden in de nacht een uur of twee aan een stuk wakker te zijn, dus je moeder is intussen een wrak. Eten krijg je zo lang je daar nood aan hebt, meid, maar kan je dan alsjeblieft proberen verder te slapen? Voor de rest slaap je – vooral overdag dan – wel schitterend. Houden zo, het leidt duidelijk tot een tevreden baby en dat zien we graag!

Tot slot wil ik het nog even hebben over jou en je broer. Hij hoeft nog maar in beeld te komen en je oogjes beginnen te blinken. Als hij tegen je praat, grijp je hem vast en lacht breeduit. Heerlijk!

Vanaf volgende week start ik terug met werken en dan zullen we elkaar dus minder vaak zien. Ik beloof je dat ik zal proberen de moeheid en de stress van me af te laten glijden als ik thuiskom en gewoon te genieten van jouw vrolijkheid.

Groei maar vrolijk verder, Annabelleke!

Dikke zoen,

Je mama

Losse flarden.

  • Ik kocht dus een auto. De zoon duidt hem aan als ‘de blauwe auto’ en ik vind dat accuraat gezegd. Metallic blue, heet de kleur. Voor zij die meer details willen: een toyota yaris, vijfdeurs, automaat. Geen hybride, die ze ons probeerden aan te smeren, want als je alleen rond de kerktoren rijdt, verdien je dat niet terug.
  • Er staan na een kleine maand toch al 547km op de teller. De echtgenoot reed er al twee keer mee naar Brussel, maar al de rest deed ik toch zelf. Vele tripjes naar school, een paar keer zelfs naar Antwerpen, naar mijn mama en naar de verschillende dokters, … . Ik doe het niet graag, ik sta doodsangsten uit en ik mis mijn fietske, maar die automaat maakt wel het verschil tussen doodgaan van de schrik en niét rijden en tussen behoorlijk wat stress en angst, maar toch achter het stuur kruipen. 
  • Ik merk trouwens dat ik beter rijd met een gezel om mee te praten. Ikzelf en de radio, dat laat mijn gedachten meteen afdwalen en dat is eh… niet zo goed.
  • Die school waar ik iedere dag naartoe rijd, die is ook wel een extra puntje waard. De eerste twee dagen deed de zoon het daar prima, alleen de grote speelpaats vond hij niet zo leuk. Na het eerste weekend liep het echter helemaal mis: hij vergrootte die speelplaats uit en plots was alles stom, iedereen stom en wilde hij nooit meer naar school. Dinsdagochtend gaf hij van pure stress zijn fles melk over, ocharm, maar aangezien hij voor de rest ok leek, bracht ik hem toch naar school. Hij had de hele dag nergens meer last van, dus het bleek de juiste keuze. Toen ik hem dinsdag afhaalde en hij werkelijk de héle avond zei dat hij niet meer wilde gaan, brak mijn hart. Hij huilde er soms bij, vroeg altijd knuffels, probeerde mij echt te overtuigen dat school stom was en dat ik dus goed gek zou zijn van hem te sturen… Die avond bij jet slapengaan riep hij mij 4x terug en snikte dat hij niet meer naar school wilde gaan. Ik toonde begrip, ik probeerde hem te overtuigen van de leuke dingen, ik zei dat wij ook soms dingen eng vinden maar het dan toch doen… De vierde keer verhief ik mijn stem, zei dat ik nu niet meer naar boven ging komen en hij ging dus maar slapen… om dan de hele nacht in zijn slaap op ons te roepen en te snikken. Mijn hart! Hij stond ’s ochtends al meteen op ‘mama, ik wil thuisblijven’ en met weer de nodige huilbuien. Het moment van afzetten was afschuwelijk. De dagen nadien werd het gelukkig wel beter: er werd met water gespeeld owv de hitte, altijd een winner. Er was een discospeeltijd met dansen, wederom een hit. Er was een offerfeestdag waarop ze maar met vijf kindjes in de klas waren, dus kregen ze veel exclusieve aandacht en gingen ze zelfs met de juf naar de winkel om fruit te kopen. Alweer een succes in dat Kasperhoofdje. Iedere dag blijft het bang afwachten welke pet hij opheeft (het was leuk vs. ik ga nooit meer terug), maar ik durf er wel terug van uitgaan dat het goed gaat komen.
  • Kasper is trouwens altijd een heel voorzichtige geweest, tot op het belachelijke af. Daardoor had hij opvallend weinig blutsen en builen. Op 31 augustus gingen we nog zven de nieuwe fietsersbrug aan park spoor noord bewonderen en in zijn enthousiasme viel meneer echt hard. Voor de eerste keer in zijn 2,5-jarige leven had hij bloedende knieën. Serieuze schaafwonden, maar na een half minuutje verbeet hij stoer de pijn en zei dat hij wou verderwandelen. Begin deze week stuikte hij op school af een rups op de speelplaats, met als resultaat een volledig geschallodderd gezichtje. Zijn neus volledig bebloed, zijn wang, zijn lip, een dikke buil, … . De dag nadien had hij weer plots een vele kring rond zijn oog. Ergens tegen gelopen? Hij lijkt plots te willen inhalen wat andere kindjes op hun hele leventje al gehad hebben. Dat belooft voor de komende weken :p. (Ik ben stiekem wel blij dat hij wat minder voorzichtig is, hoor, al klinkt dat misschien gek…)
  • We zijn ijverig aan het werk om de boekenkamer in een grote kamer voor Kasper om te toveren. Dat betekent wel dat we een slordige 700 boeken en minstens zoveel cd’s door onze handen moeten laten gaan en besluiten of we ze bij gaan houden. Ik ben best marie-kondoïaans te werk gegaan en heb dus heel veel buitenggesmeten. Het is te zeggen: op de stapel ‘weg’ gezet. Intussen zitten alle boeken in dozen en kunnen we bekijken of er mensen in geïnteresseerd zijn. Indien niet, zal het toch de ruilcontainer op het containerpark worden, want wij kunnen ze gewoon niet houden. 
  • De dochter startte in de crèche en doet dat goed blijkbaar. Flinke meid! 
  • Ze drinkt wel bijzonder slecht en daarom moeten we van verschillende kinderartsen met papjes beginnen. Zucht. Uiteraard zat dat moment eraan te komen, maar ik zie er vreselijk tegenop. Het wordt zo’n gedoe en het zal ons ook sterk in onze vrijheid beperken. Nu gaan wij op zaterdagochtend bijvoorbeeld al eens graag naar de bibliotheek, gaan dan naar de markt en eten dan onderweg kibbeling en/of een hamburger. Voor de juffrouw namen we dan een flesje mee en aangezien dat niet opgewarmd hoeft te worden voor haar, konden we dat dan overal geven. Dat zal wel een heel ander verhaal zijn met die groentepap …
  • Ons Kaspertje heeft sinds de start van het schooljaar al drie kotsepisodes gekend. Eens eenmalig, eens een halve zondag en afgelopen weekend was hij het hele weekend knock-out. Het braken stopte wel zaterdagochtend, maar hij bleef een vodje tot maandag. Ik maak me steeds meer zorgen over de frequentie van dit soort toestanden bij hem, maar hij speelt het altijd klaar om dat voor te hebben op momenten dat we er niet mee naar een kinderarts kunnen.
  • Ik heb vandaag voor het eerst sinds maanden een paar uur voor mijzelf. Allez ja, euh… Het is de bedoeling dat ik probeer iets te doen aan de staat van ons huis, want het is hier een waar stort, al wekenlang. Tot nu toe deed ik een dutje. Oeps. Sorry, liefste, maar nachten en nachten op rij een paar uur wakker zijn met de baby, dat hakt er behoorlijk in. Ik ga er NU dus invliegen.
  • Kasper is geweldig aanhankelijk dezer dagen. ‘Mamatje, ik vind jou lief…’ ‘Waar is mijn pappie nu? Ik wilt papa knuffelen.’ ‘Bellieeeee! Aai, Bellie. Ik hebt ze gemist, mama!’ Of op een moment dat hij eventjes in ons bed lag, een kwartier voor de wekker: ‘mama, jij moet aan mij komen’, waarop ik mijn hand op zijn rug legde. ‘Nee, aan mijn (ge)zicht aaien!’. Ok dan :D. Dat is allemaal sinds de start van de school, dus ik vermoed dat hij toch wat extra veiligheid zoekt.
  • Ben ik de enige die na twee weken school al geen inspiratie meer heeft voor de brood-/fruit-/koekendozen? Ze mogen niks meenemen dat een lepel of vork behoeft, ik ga geen uren in de keuken staan en het moet liefst ook nog iets zijn dat hij lekker vindt, uiteraard. En als het eventjes kan, wil ik ook nog dat hij vitaminen en voedzame dingen binnenkrijgt, aangezien er nu geen back-up is van de crèchedagen waarop hij sowieso zijn porties groenten en fruit binnenkreeg. Enfin, wij overleefden ook op bokes met kaas of hesp en een koek tijdens de speeltijd, zeker?