Migraine.

Iedereen kent wel iemand met migraine. Sommigen hebben er helaas zelf last van. Iedereen kent ook wel iemand die al van migraine spreekt bij een gewone vervelende hoofdpijn.

Ik heb een kind met migraine. Het kind is vier. Gelukkig beperkt het zich voorlopig tot een aanval om de drie maanden ongeveer, maar dan is het echt heftig. Hij staat doodnormaal op en speelt, kwebbelt, eet. Dan uit het niets zegt hij: ‘ik heb hoofdpijn’ of valt hij op zijn knietjes en zegt: ‘ik ben duizelig’. Ik het tweede geval is me meteen duidelijk hoe laat het is. In het tweede durf ik wel eens te twijfelen. Ik wil niet naar school kan veel betekenen: precies wat hij zegt of ook dat hij zich echt niet lekker voelt en daarom niet wil gaan. Duidelijkheid krijg ik elke keer op dezelfde manier, namelijk als hij begint te braken.

Vandaag was dat net nadat ik hem had neergelegd en dus hing hij volledig vol. Hem rechter zetten om de boel wat schoon te maken, zorgt alleen voor een nieuwe golf. Lastig dus. Vandaag was het zo erg, dat ik hem naar de douche droeg. Hij braakte nog eens voor en nog eens na, gelukkig in een kom deze keer.

Hij smeekt me om het licht uit te doen of de gordijnen te sluiten. Als ik aan de telefoon ben, zie ik aan zijn gezicht dat mijn gebabbel hem pijn bezorgt. Daarna ligt hij dan muisstil in de zetel en slaapt. Lang. Soms is het daarna beter, soms ook niet. Soms accepteert hij pijnstilling in de vorm van ee suppo en soms ook niet. Hij is te groot om het te kunnen forceren, maar te klein om te vatten dat dat hem echt gaat helpen, ook al is het onprettig.

Na een tijd komt dan de vraag om tv te mogen kijken. Dat is dan het begin van beterschap. Hij ligt dan nog steeds roerloos in de zetel, maar blijft toch wakker en probeert te focussen. Dan vraagt hij wat drinken. Ligt nog wat verder. Wil niet eten. Of toch, maar na een hapje geeft hij het al op.

De laatste keer was hij al een stuk beter toen de echtgenoot thuiskwam. Hij was helder en vrolijk, maar kon niet rechtstaan en wilde niet eten. Wij besloten toch maar ons avondeten te verorberen en hij zou wel blijven liggen. Tot hij 10 minuutjes later plots letterlijk rechtsprong, naar ons gelopen kwam en zei: ‘Het is over. Ik kan terug stappen en ik wil NU eten, want ik heb wel honger.’ Wij staarden hem verbijsterd aan, maar de rest van de avond was alles dan ok.

Op zo een mirakelmoment wacht ik momenteel. Er is al terug wat leven in dat venteke, maar hij raakt nog niet uit de zetel en is nog niet verder geraakt dan een half glaasje water en een droog koekje. De laatste keer overgeven is al wel enkele uren geleden.

Ik hoop en bid en smeek. Er zou iets minder dan 50% kans zijn dat dit overgaat rond zijn zesde. Indien niet, krijgen we een migrainepatiënt. Ik kan me niet voorstellen dat zij die er al zo vroeg last van hebben uiteindelijk gaan stranden op een aanval of twee per jaar (zoals ikzelf). Bij mij is het zo zelden, dat ik er in mijn levensstijl geen rekening mee hoef te houden. Als je steeds voor voldoende rust moet zorgen, voor de juiste voeding, voor weinig stress, … dan wordt het allemaal minder evident. Zeker als je nog moet opgroeien. Ik leef dus op hoop… en zet intussen de zevende aflevering van hetzelfde schrale kinderfeuilleton op voor hem en leg een laken op hem als hij dat vraagt. Leg zijn kussen goed. Draag hem naar zijn potje. Breng speelgoed waar hij uiteindelijk toch niet mee speelt.

Mijn kind is vier en heeft migraine. Dat is niet goed voor een moederhart.

Advertenties

De heerlijkste zondagmiddagen.

De zon schijnt. Het is warm genoeg om de vensters open te zetten en dus geluiden van buiten naar binnen te laten. In ons geval zijn daar vaak keffende honden mee gemoeid. Op de achtergrond, dus niet luid genoeg om irritant te zijn. De koers staat op. Niet op volume 25, maar net luid genoeg om het te kunnen verstaan als er iets interessants gebeurt. Zacht genoeg om ook als achtergrondgeluid gecategoriseerd te kunnen worden, indien gewenst. Kasper die flink en stil speelt, zichzelf bedient van droge boterhammen bij honger en ons dus niet lastigvalt. Annabelle die slaapt.

Ideale omstandigheden om zelf ook een dutje te doen. Slaapwel!

Apps op de achtergrond. #40dagenbloggen #dag12

Het is weer niet typisch, zeker. Ik doe mee aan 40 dagen bloggen en blog dan meteen een week niet. Goed bezig. Wel, eigenlijk bén ik dat wel. Niet op bloggebied, wel daarbuiten.

Toen ik laatst bij mijn psychiater was en aangaf hoe moe ik toch weer ben en hoe mijn brein de simpelste dingen niet meer aankan, kwam ze met een simpele, maar treffende vergelijking. “Laatst was de batterij van mijn gsm altijd zo snel leeg,” zei ze, “en ik wist niet hoe dat kwam. Ik ging bij mijn man ten rade en hij wist me te zeggen dat de oorzaak ligt bij een hoop apps die op de achtergrond draaien. Toen ik dat oploste, deed die batterij weer normaal.” Het kwartje viel al. “En hoeveel apps draaien er bij jou tegelijkertijd?”, vroeg ze.

Ik begon er bewust op te letten en het is eigenlijk gewoon belachelijk. De hele dag door zes dingen tegelijkertijd of beter gezegd door elkaar, dat is om gek van te worden. Dat is niet de bedoeling, maar het gebeurt vanzelf.

Ik besloot dus mijn pc uit te laten en eens alle aandacht op de film op tv te richten. Dan kunnen er twee dingen gebeuren: ofwel val ik in slaap en wil het zeggen dat ik naar bed moet. Ook als het nig maar 20u15 is. Dat gebeurde dus. Meer dan eens. Als het dat niet is, dan kijk ik naar die film vol aandacht. Ik word meegezogen in de film en mijn hoofd stopt zowaar even met denken.

Ik deed ook eens een opruimslag. We bakten eens pannenkoeken toen de kindjes al in bed lagen. Ik ruimde mijn kleerkast uit. Ik besloot vroeg naar bed te gaan. Ik zorgde voor de zieke zoon, zonder me van hem af te zonderen door op mijn telefoon bezig te zijn.

Ik had verschillende keren kunnen bloggen, als ik echt had gewild. Maar ik maakte bewust de keuze dat niet te doen. Dat voelt helemaal anders dan het maar willen en er niet toe komen.

Een ding tegelijk, ik ga me er zeker meer op toeleggen. En ervoor kiezen dingen niét te doen, daarop ook. Wie weet hoe ver het me brengt!

De perfecte man. #40dagenbloggen #dag11

Mwoehahaha. De perfecte man, bestaat dat? Ik geloof er niets van. Net zols de perfecte vrouw volgens mij ook niet bestaat, hoor. Mijn lief is alvast verre van perfect. (Ik ben dat overigens ook niet. Totaal niet.) Er zijn heel wat dingen die beter zouden kunnen. Sommige van die imperfecties storen mij totaal niet, andere hebben dan weer impact voor mij. Toch denk ik vaak dat hij dan niet perfect is, maar wel perfect voor mij.

Gisteren kregen we een staaltje daarvan te zien. (Het zou kunnen dat hij zelf gezegd heeft dat ik dan maar eens over de perfectheid van mijn man moest bloggen.) We moesten dus vloeren gaan kiezen voor het nieuwe huis. We vreesden dat hier de moeilijkste keuzes gemaakt gingen moeten worden. Ik wilde stenen en hij parket in de woonkamer. Waar we doorgaans nogal gemakkelijk zijn en denken ‘oei, dat maakt ons niet zo uit’, lag dat hier wel anders. We voelden allebei een vrij grote aversie tegen de keus van de ander. Oeps. In het lastenboek was parket vermeld. Dju. Stenen waren wel goedkoper én we moesten met de vloer sowieso boven het budget gaan, omdat de zolder en het terras niét in dat lastenboek staan. Wat extra marge door voor de goedkopere tegel te gaan, klonk alvast interessant.

Ik had wel beloofd dat ik met een open geest naar die leverancier zou gaan en de parket een kans zou geven. Misschien zag ik wel een variant die me wel aanstond. De man beloofde ook in de tegels naar het mooie en het goede te zoeken en ze niet bij voorbaat af te breken.

En zo geschiedde. We keken wat rond en ik zag iets dat er mee doorkon, als het echt zou moeten. Hij zag tegels die ‘wel gingen’. Toen werden we rondgeleid en we kregen een aantal tegels te zien ‘binnen het pakket’. Vrij snel raakten we het eens: als we voor stenen zouden gaan, dan werd het steen A en in de badkamer gecombineerd met steen B. Daarna kregen we de 6 kleuren parket zien van binnen het parket. De moed zonk me in de schoenen. Ik vond er geen enkele mooi en hoe moest ik dat nu gezegd krijgen? Toen plots gebeurde er iets wonderbaarlijks: meneer liet weten dat hij geen enkele kleur echt een optie vond. Hallelujah! Als we buiten die 6 kleuren zouden gaan, zou het budget echt de hoogte invliegen. Het ondenkbare gebeurde dus en mijn liefste zei dat we wel voor de tegels zouden gaan. Ik wilde in het rond dansen van vreugde, maar ik beheerste me en vroeg heel voorzichtig: ‘Ben je zeker?’ Hij dacht nog wat na en zei dan dat hij ten eerste niet wild was van de kleuren en ten tweede dacht dat hij zich er gemakkelijker over zou kunnen zetten dan ik. Hij is niet anti-tegels, hij vindt gewoon parket toffer. Ik ben wel anti-parket. (Niet bij anderen thuis, dat is superraar, maar ik zie mijzelf gewoon niet in een huis met parket wonen.) Ik bedankte hem uitvoerig en de mevrouw van de winkel vond ons schattig samen. In deze context is dat positief, denk ik.

Ik beloofde het lief dat hij helemaal alleen de kleur van de parket boven mocht kiezen en hij koos helemaal uit zichzelf ook mijn favoriete kleur.

Volgende week krijgen we de prijzen door. Ik hoop dat die geen roet in het eten gooien, want anders is ook hier de kogel door de kerk. Zonder kleerscheuren of drama’s of tranen. Stel je voor. En dat allemaal dankzij mijn fantastische man!

Rariteitenkabinet. #40dagenbloggen #dag10

Het is vandaag mijn persoonlijke dag 10 in die hele 40 dagen bloggen. Dat verdient al eens iets meer! Daarom zal ik nog eens wat rariteiten opsommen. Over mezelf ja.

  • Ik maak afspraken met mezelf over onnozele dingen. Zo heb ik mezelf bijvoorbeeld voorgenomen om mijn pinterestborden ook echt te lezen. Daarom delete ik alles wat ik na een week niet volledig heb uitgespit. Dan zal het wel willen zeggen dat ik het toch niet zo geweldig interessant vond. Soms kost het me echt moeite om op die delete-knop te duwen, maar ik heb het met mezelf afgesproken en dus moet het. Ik begon hiermee om die hele pinterest wat minder doelloos te maken, want 3500 dingen pinnen en uiteindelijk niks echt lezen, dat is natuurlijk nogal zinloos. Ik hoopte met de huidige manier wat meer rust te creëren, maar dat wil niet helemaal lukken. Ah nee, die tijdsdruk om alles bekeken te hebben voordat ik het moet deleten, he!
  • Boodschappen online bestellen, dat is voor veel mensen dé oplossing om tijd te besparen. Voor mij eh.. niet. Ik kan namelijk niet zo goed beslissen. We kunnen zowel bij Colruyt als Delhaize als Albert Heijn bestellen. Het begint al met bepalen welke van de drie winkels het gaat worden. In de Colruyt hebben ze niet alles wat we graag kopen en de flessen zijn daar van 2l, wat niet in onze koelkast past. In de AH hebben ze allerlei spullen die ik geweldig vind, maar de echtgenoot vind de kaas daar niet lekker en dat is het enige beleg dat hij lust. Bovendien zijn daar geen light puddingen te vinden, iets dat wij in groten getale eten. Bij Delhaize zijn we niet altijd zo tevreden over de kwaliteit van de geleverde producten of de vervaldata ervan. Als ik zaterdag iets koop en het moet maandag ten laatste opgegeten zijn, dan vind ik dat jammer. Ik kan namelijk geen zes maaltijden brouwen op 1 of 2 dagen. Ik begin dan toch op de website van winkel A en bedenk me halverwege dat ze daar toch te veel niet hebben en kijk eens bij winkel B en begin daar opnieuw. Dan zie ik daar interessante kortingen en pas dan maar mijn weekmenu an en dan… blijkt plots het timeslot waarop ik de boodschappen wilde afhalen niet meer vrij. Misschien zou het kunnen dat ik dan nog eens langs de site van winkel C ga, om dan uiteindelijk toch maar bij winkel A opnieuw te beginnen en daar definitief te bestellen. Natuurlijk weet ik ook wel dat ik een rotatiesysteem zou kunnen invoeren (de ene week bij de ene winkel en de volgende bij de andere) of dat het ook perfect mogelijk is om nog snel in een andere winkel binnen te springen om ontbrekende producten aan te schaffen. Uiteraard. Ik probeer dus echt om op voorhand een keuze te maken en me daar ook aan te houden. Toch gebeurt het wat te vaak dat ik mezelf er plots op betrap alweer op site 2 of 3 te zitten. Oeps.
  • Ik durf niet links in te parkeren. Rechts kan ik dat nochtans supergoed, met dank aan mijn achteruitkijkcamera weliswaar.
  • Mijn brein kan kijken in spiegels niet aan. Als ik een fietser zie in een spiegel, moet ik me eerst afvragen of die nu vooruit of achteruit rijdt. Als ik achteruitrijd en een andere wagen beweegt gelijktijdig, moet ik gewoon stoppen. Ik kan me dan niet meer oriënteren en kan niet snel genoeg inschatten of wij ons nu naar elkaar toe bewegen of net van elkaar wegrijden. Als ik iemand in mijn spiegel zijn richtingaanwijzer zie aanzetten, moet ik dénken naar waar hij dan wil. Ik denk dat mijn brein denkt: ‘spiegel, dus het is het omgedraaide van wat ik zie’, maar dat is niet altijd waar. Ofzo. Ik weet het ook niet. Ik word er alvast zelf geweldig kregelig van.
  • Ik kan iets typen (op mijn toetsenbord, mijn gsm en ik zijn daarin minder goeie vrienden) en tegelijkertijd een gesprek voeren over iets anders. Uiteraard geen kwartier aan een stuk, maar een zin of vijf op die manier schrijven lukt me best. In het begin wilde de echtgenoot dat altijd testen, maar hij is ermee opgehouden. Hij vond het veel te creepy!

En jullie, hebben jullie ook zulke gekke trekjes?

Gewonnen. #40dagebloggen #dag9

Kasper maakt nogal graag van alles een spelletje en er moet dan ook ‘gewonnen’ worden. Voor hem is wel iedereen behalve ‘de laatste’ de winnaar. Soms trekken we dus in een rijtje naar beneden of naar boven en dan plots halverwege hoor je “wij gaan winnen, hé mama”. Euh. We wisten nog niet eens dat we in een wedstrijd meededen, maar goed.

Afgelopen weekend gingen de kindjes met hun vader in bad. Dat doen we elke week en ik ga dan mee om de glibberige kinderlijfjes achteraf zo snel en efficiënt mogelijk weer droog te wrijven. Normaal stormt Kasper als eerste door de deur van de woonkamer om maar zeker als eerste op de trap te kunnen zijn, maar dit keer slaagde zijn zus erin eerst te zijn. Hij liet dat ook gewillig gebeuren en wij bleven als een zeer trage trein achter onze kleine locomotief hangen. Ze is wel heel behendig en klimt als een geitje, maar we verliezen er toch veel snelheid door. Ik moest Kasper regelmatig intomen of hij zou haar gewoon omvergelopen hebben.

De juffrouw arriveerde dus als eerste bovenaan de trap, stak haar armen triomfantelijk in de lucht en riep: “Jewonnen!” Competitiviteit voor de tweede verjaardag, jawadde.

Annabellepraat. #40dagenbloggen #dag8

Onze jongedame huppelt hier intussen ruim 21 maanden rond en de laatste tijd staat haar kwebbel ook niet meer stil. Ze vervormt veel worden nog, maar kent er wel enorm veel. Ze praat in zinnetjes van drie woorden en begint stilletjesaan pogingen te doen om werkwoorden te vervoegen. We luisteren hier dagelijks naar volgende uitspraken:

  • Ooooh, bloer pakt! (Broer heeft dus iets afgepakt.)
  • Mama, kleurtje kapot! (Er is geen punt aan.)
  • Ikke ook eten!
  • Boke krijgt oma. (Ze heeft van oma een boterham gekregen.)
  • Ikke ook mee! Papa Bellie bloer wakker maken. (Ze wil dus mee met papa haar broer gaan wekken.)
  • Ikke soenen aandoen! (Waarop wij dat uiteraard moeten doen.)
  • Kaka daan. Papper! (Als ze een grote boodschap doet, weten we dat meteen. Ze wil dan ook meteen van die pamper af en haalt zelf al een nieuwe uit het pak.)
  • Bloek uit, Bellie pipi doen. (Ze doet graag haar broek uit en als we vragen waarom, is dat het antwoord. For the record, madam draagt gewoon een pamper. Ze gaat dan vaak wél op het potje zitten, voor de show.)
  • Sjawis ete. Kaas. Boterrr. (Hoezo, ze weet wat ze wil?)
  • Ete klaar? Aaaatafel. (Ongeacht of het antwoord op de eerste vraag nu ja is of nee.)
  • Telui aandoen. Jas aandoen. (Sinds deze week doet ze dat ook maar zelf als wij niet vlug genoeg reageren. Het eerste is een ‘trui’, trouwens.)
  • Papa wekke auto? (Is papa met de auto gaan werken?, wil ze dan weten.)
  • Mawa lelalt, boempatat, au vinger. (Marwa is gevallen en heeft pijn aan haar vinger.)
  • Kijk is, babyolat! (Ze wil ons op een baby-olifant wijzen.)
  • Papa mlekje maken? (Ze wil melk.)
  • Bellie allo mama pelen. (Ze wil een spelletje spelen op mijn gsm.)

Ach ja. Haar mond staat geen drie minuten stil als ze wakker is. Ze praat zo mogelijk nog meer dan haar broer. Misschien niet beter, maar wel meer. Ik had nochtans nooit gedacht dat ik dat ooit nog zou moeten zeggen!