De warmte.

Een mens kan erover zagen en toegegeven, dat doe ik soms ook. Ik kan immers niet goed tegen de warmte en word er helemaal ongemakkelijk van. De kindjes slapen moeilijker in, wijzelf liggen te puffen in ons bed… Geef mij maar gewoon lenteweer. Dat een jas niet meer hoeft, maar verder niet te heet.

Maar vanochtend, he, zag ik dat het binnen 25° was. Ik zette wat ramen open en momenteel zit ik te werken naast een open schuifraam met een fris briesje. Wat. Een. Genot! Waarschijnlijk zal het over een uurtje al helemaal anders zijn, maar wat is dit zalig!

As we speak.

  • zijn er hier veel gezondheidsperikelen en die bepalen zoveel. Een echtgenoot die zo vaak vanalles heeft, dat ik vaak stiekem bang ben dat er meer aan de hand is. Daardoor zijn de weekenden niet vaak momenten om eens ergens de schouders onder te zetten, maar meer eindeloze dagen waarin ik op mijn eentje probeer de kroost te temmen. Er waren twee kleine operatietjes voor mezelf, niks ergs en niet veel last, maar je bent toch niet direct terug volledig mobiel. Er is de dochter die terug begon te piepen en kraken van zodra we stopten met puffen. Opnieuw gestart dan maar, met pijn in het hart. Er is ook het vooruitzicht van een operatie bij Kasper. Heel routine allemaal, zijn poliepen en amandelen worden verwijderd en hij krijgt twee buisjes. Ze zouden daar toch 10 dagen last van kunnen hebben en ik weet niet zo goed hoe we dat uitgelegd moeten gaan krijgen. Voor mijn lief staat er ook nog een slaaponderzoek gepland. We spijzen de portemonnee van de dokters weer goed hier!
  • we houden ons ook bezig met het nieuwe huis. Momenteel is de moed me even in de schoenen gezonken. Doordat we verkeerde informatie kregen, moet alles nu anders en niet in goeie zin. Zelfs in die zin dat het anders misschien wel een ‘nee merci’ was geworden. We moeten voort, dus we maken er het beste van… maar het pikt toch even.
  • moet ik nog een doopfeest geregeld krijgen. De datum ligt vast, nu nog zorgen dat de genodigden ook iets te eten kunnen krijgen. Het zou wel al helpen als de zalen die je aanschrijft eens zouden willen antwoorden.
  • lopen de frustraties op werkvlak hoog op. Dit keer omwille van een IT-probleem dat al anderhalve maand speelt en grote impact heeft op onze manier van werken. Oplossingen schijnen zeer moeilijk te vinden, dus wij zoeken wanhopig naar manieren om toch iets afgerond te krijgen. Het helpt niet om de moed en de zin erin te houden.
  • loopt het schooljaar al ten einde en dat zal toch raar doen. Wat is ons patatje op dat jaar gegroeid! Fysiek, maar ook mentaal. Het is fijn om te zien dat hij toch wel een hoop vriendjes heeft (of ja eh, vooral vriendinnetjes), dat hij blijkbaar goed meedoet en dat hij het meestal geweldig tof vindt allemaal. Op motorisch vlak zien we ook veel vooruitgang. Hij durft te springen en klimmen, houdt heel erg van heeeel hard lopen, hij leerde dansen (ok, daar kan hij niks van) en fietsen op een driewieler. Hij knipte er voor het eerst en schilderde heel wat werkjes bij elkaar. Kasper maakte ook kennis met allerlei tradities (sinterklaas, kerstmis, schoolfeest, pannenkoekenfeest, nieuwjaarsbrief, verjaardagen vieren en moederdag), met sprookjes (de drie biggetjes) en met theater. Het zal moeilijk zijn om hem duidelijk te maken hoe lang het zal duren tot het weer school is, dat hij naar een andere juf gaat en dat het merendeel van zijn dikke vrienden niet meer in zijn klas zal zitten. De vakantieopvang is gelukkig min of meer geregeld, dus hopelijk houdt dat zijn hoofdje daar zo wat van weg.
  • doe ik momenteel niets meer van hobby. De zetel is mijn grote vriend en ik besluit steeds vaker gewoon goed op tijd in bed te kruipen. Ik schaam me er niet voor. Dat betert ooit wel weer.
  • netflix werd ook wel weer herontdekt. Ik keek het hele nieuwe seizoen van Orange is the new black en samen met de man zijn we aan House of cards begonnen. Ik ben er niet wild van, maar kijk. We rondden ook al The bridge af. 
  • zoeken we moedeloos naar een manier om Annabelle langer te laten slapen. De laatste weken is ze wakker voor vijf uur en dat is echt te vroeg. We moeten dan ook nog meteen opstaan, want anders wordt Kasper ook wakker en die kan zijn slaap echt wel gebruiken. Het zal allemaal wel wezen dat de ochtendstond goud in de mond heeft, maar zelfs om zes uur vind ik het moeilijk om dat zo te voelen.
  •   zoeken we even wanhopig naar een oplossing tegen vliegen. Ik probeerde al een zelfgemaakte val, lavendelkaarsen, een zelfgemaakt blad met omgekeerde plakband en deze nacht staken we een machientje in het stopcontact. Nog steeds vliegen hier een stuk of zeven van die rotmormels rond. Ik moet niet met iets van eten bezig zijn of ze staan er allemaal. En zelfs gewoon in de zetel zitten lukt niet zonder dat ze continu rond je hoofd brommen en op jou rondkruipen. Zot word ik daarvan! Dat een vlieg maar een dag of desnoods enkele dagen leeft, is trouwens een fabeltje. Tenzij we met nakomelingen te maken hebben, maar dat vind ik pas een héle enge gedachte…
  • deed ik zesentachtig pogingen om nog eens op dieet te gaan, maar het lukt niet echt. Ik kocht allerlei boeken ivm het DASH-dieet, omdat dat ook zou helpen tegen hoge bloeddruk. Aangezien die zelfs met verdubbelde medicatie te hoog blijft, wilde ik dat wel een kans geven. Alleen zou ik niet weten hoe ik dat allemaal geregeld krijg op drie minuten, bij wijze van spreken, dus voorlopig doen we niets. Ik probeerde toch al minder prefab-eten te kopen (microgolfmaaltijden ed) en hield dat mischien 3 dagen vol. Ik maakte plannen om de dag voordien al voorbereidselen te treffen voor het avondeten, maar aangezien ik niet weet wat daarbij het gerecht compleet om zeep helpt en wat prima kan, laat ik het ook maar. Zodra mijn hand terug volledig bruikbaar is (normaal gezien volgende week zondag), maak ik er toch nog eens werk van..
  • wachten we op het werk op ‘een grote aankondiging’ die er in juni zou komen. Met angst en beven, maar tegelijkertijd willen we stilletjesaan wel eens gaan weten hoe of wat. 
  • ben ik met ynab gestart en toch ook alweer gestopt. Ik vond het schitterend, maar in plaats van rust in mijn hoofd kreeg ik er vooral stress van. Het leek constant alsof we diep in het rood gingen, terwijl dat echt niet het geval was. Misschien deed ik iets fout, misschien lag het gewoon aan mij of aan het feit dat wij wel al redelijk bewust met ons geld omgingen, maar ik werd er echt ongemakkelijk van. Ik ga nu wel een excelsheet aanleggen om bij te houden wat we uitgeven en zo te zien waar we zouden kunnen besparen als het nodig wordt in de loop van het hele nieuwbouwverhaal. Dat zou niet nodig moeten zijn, maar een mens weet maar nooit… 
  • proberen we hier zo veel mogelijk te genieten van het mooie weer. We eten vaker buiten en trekken in het weekend vaak met de kroost naar de tuin. Annabelle is nog niet helemaal mee in het verhaal, maar Kasper vindt het geweldig!

 

Goeienacht.

Een oorontsteking houdt me wakker. De echtgenoot ziet me gsmmen en zegt dat ik zo niet ga kunnen slapen. Misschien zijn de zaken wel omgekeerd, mijn lief. Ik ben wat ziek, vermoedelijk een gevolg van de rampzalige nachten van de afgelopen tijd. Als kers op de taart was er een ziekenhuisnacht, op een krakkemikkige uittrekzetel naast het bedje van mijn dochter. Het is toch gek dat er op de materniteit topbedden zijn voor een eventueel blijvende vader (vooral bij een eerste, denk ik dan), maar op de pediatrie – waar een aanwezige ouder gewoon een must is – daar moet het zo. Als het buurkindje huilt, ben ik wakker. Als de nachtverpleging praat, idem. Als de dochter om de 4u gepuft moet worden… Gelukkig is de prutsemie terug thuis en is ademen niet meer zo’n gevecht voor haar. Ze bleef er wel altijd vrolijk onder en bleef proberen los te staan, hier en daar een stapje te zetten of – vooral – levensgevaarlijke toeren uit te halen door overal op te klimmen. Het is druk hier, en chaotisch. Toch gaat het goed met ons. Daar kunnen dreigende ontslagen, een constant geschuif op het werk en verdwenen collega’s niet tegenop. En nu beginnen de pijnstillers te werken en probeer ik dan maar eens te slapen. Goeienacht, lieve lezer, goeienacht.

De ekster.

K: Mama, kijk, een ekster in de tuin.

Ik: Euh, ja, dat zou wel kunnen kloppen, maar ik weet het niet zeker.

K: Papa, dat is een ekster in de tuin, he?

P: Dat weet ik niet, jongen.

K: Moeke, dat is een ekster, he?

M: Ik weet dat niet, vent, ik ken eigenlijk niet veel vogels.

Google to the rescue dus. Ekster en afbeeldingen en … hij had gelijk.

Waar leert zo’n driejarige dat in vredesnaam? Héérlijk.

Annabelle.

Ze molesteert alles wat ze tegenkomt. Ze gooit alles van tafel, of het daar nu tegen bestand is of niet. Ze houdt van stappen en zich rechttrekken, bij voorkeur aan dingen die haar gewicht niet kunnen dragen. Ze eet graag en veel en laat duidelijk horen als ze honger heeft. Ze steekt haar armpjes uit als ze gepakt wil worden en roept verontwaardigd ‘da’ als haar koek/boterham op is en wij niet doorhebben dat ze misschien nog wel eentje zou willen. Ze houdt haar fles al maanden zelf vast (als we haar een klein beetje laten liggen, that is) en dat schept mogelijkheden. Als ze in de auto huilt en het zou wel kunnen dat ze honger heeft, maak ik dus een flesje en geef het haar in haar handjes. Ze sloebert het leeg en als we geluk hebben, valt ze daarna nog in slaap ook. Niet meer persé hoeven te stoppen voor een hongerig kind, wat een gemak! Ze ligt geen drie seconden stil en een pamper of kleren aandoen is dus een hele uitdaging. Soms geven we haar wel iets van speelgoed in haar handen, maar de kans is altijd groot dat dat dan meters ver door de lucht vliegt. Tanden poetsen is niet Annabellekes ding, dus ze knijpt vakkundig haar mondje dicht. Ze laat zich niet meer doen door haar grote broer en slaakt echte oerkreten als hij van haar speelgoedje moet blijven. Soms grabbelt ze al eens iets terug uit zijn handen en maakt dat ze ermee weg komt. Hij gaat nog zijn peren zien met haar, schatten we … Ik verwacht dat ze hem vroeg of laat gewoon op zijn gezicht gaat slaan als hij iets doet wat haar niet aanstaat. Toch wordt ze helemaal enthousiast van haar broer en ze houdt ervan met hem mee te spelen. Hij laat dat best vaak toe en dan zitten ze daar naar elkaar te lachen en alleen dat al is genoeg voor nog meer gegiechel en gegier. De juffrouw heeft ook een voorliefde voor potjes … dus als Kasper zijn behoefte heeft gedaan, moeten we rechtspringen en dat leegmaken, of de miss heeft een douche te pakken. De nachten met haar kunnen heel goed zijn, maar soms ook heel slecht. Over het algemeen slaapt ze beter dan haar broer deed, maar hem kon je wel altijd kalm krijgen met een tutje of een flesje. Zij pakt de tut vaak gewoon terug uit haar mond en gooit hem boos uit bed. Of ze duwt het flesje uit haar mond en zet haar keel terug open. Op die momenten is de wanhoop wel vrij groot, want dan weet ik niet meer wat ik nog kan beginnen. Pakken helpt in mijn geval vaak ook niet, maar bij haar papa wordt ze meestal wel heel rustig. Hij blijft nog altijd haar favoriete kussen en als ze niet in slaap raakt, leggen we haar met haar doekjes bovenop hem en dan lukt het soms toch nog wel. Tot slot is de juffrouw een ontsnappingskoninging. Uit haar eetstoel klimt ze als je haar niet vast zet (gelukkig hebben we vallen tot nog toe kunnen voorkomen), als de deur openstaat, dan schiet ze ervandoor om richting trap te kruipen en als we allemaal in de zetel zitten, dan wringt ze tot ze ergens een gaatje vindt en richting grond kan geraken. Haar in ons bed leggen is ook geen optie meer, want ze gaat op tocht als ze wakker is. We willen het niet echt geweten hebben dat wij liggen te slapen en dat ons madammeke uit het bed valt …

Het is intens, het leven met onze kleine meid. Ze vraagt veel energie en elke vorm van laksheid wordt meteen afgestraft. Bij Kasper hebben we nooit moeten vrezen dat hij iets zou opeten dat niet mocht, maar bij haar … zijn we tien keer per uur bang dat ze in iets gaat stikken. ‘Annabelle, nee!’ is dan ook de meest gehoorde zin in ons huishouden momenteel. Ze begint het wel te vatten, heb ik de indruk, maar dan maar voor een half minuutje. We zijn het over één ding eens; een baby hebben we echt niet meer in huis. Ze groeit, ze kan zoveel meer, ze begint dingen aan te geven en als je haar ziet zitten, is ze niet eens zo heel veel kleiner dan Kasper. En toen gisteren de echtgenoot zei: “Ik ben toch blij dat we twee kindjes hebben”, kon ik niet anders dan dat beamen. Die twee, dat is een gouden stel. Ze zien elkaar graag, spelen flink samen en als de een slechtgezind is, kan de ander dat wel oplossen.

Ik kijk uit naar ons meisje haar eerste zelfstandige stapjes, naar haar eerste woordjes (die zitten er nog niet direct aan te komen, denk ik) en naar eens écht doorslapen. En naar de zomer, dat ze misschien eens echt kan herstellen van haar eeuwigdurende luchtweginfecties en we dus de ventolin en het gehijg en gepiep en gekraak eens achterwege kunnen laten. Voor de rest? Ze doet zij dat goed. We zijn dus best tevreden!

Kasperpraat / Gesprekken met Kasper.

  • Een giraf is mijn liefste dier en geel is mijn liefste kleur. Dat klinkt toch eigenlijk wel überschattig?!
  • ‘Ik ga dat wrattenzwijn kiezen. En ook deze pandabeer.’ Vader reageert dat er duidelijk was afgesproken dat hij één knuffeldier mocht kiezen in de winkel. ‘Maar die pandabeer is wel voor Annabelle he!” Dedju, zo grappig dat vader toestemde.
  • Juf A heeft een liefbeestje voor mij gemaakt en dan moet ik de stippen daarop tellen.
  • Tante Tinne is dood, hé. Dan kan ik niet meer daarmee spelen. Als hij dat ooit op school zegt, denken ze dat er zich hier recent drama’s hebben voorgedaan. Terwijl dat al bijna dertien jaar geleden is en hij er dus van zijn leven niet mee heeft gespeeld. Toch herhaalt hij dat héél vaak.
  • Kasper slaapt zonder pamper sinds een tijdje en na de eerste nacht was hij heel trots op zichzelf. In de winkel ziet hij iets dat hij graag wilt. ‘Mama, dat is voor kindjes die zonder pamper slapen.’ Uhm ja, ik denk dat het ook mee naar huis is gegaan. Misschien zo.
  • ‘Moet ik vandaag naar de abewaking?’ Intussen zegt hij het correct, maar hoewel hij wist dat het nabewaking was en het ook prima kon zeggen, heeft hij dat heel lang zo genoemd.
  • Op de speelplaats vraagt Kasper of we naar ons nieuw huis gaan kijken. Euh? ‘Ja’, zegt de juf van de nabewaking, ‘hij heeft dat hier helemaal zitten vertellen. Dat jullie in een nieuw huisje gaan wonen en dat hij dan ook een nieuwe kamer krijgt en dat Annabelle naast hem in zijn kamer gaat slapen dan.’ Hahaha, we waren aan het overwegen of we een nieuwbouwwoning zouden kopen en waren eens gaan kijken waar die grond gelegen was. Al de rest heeft hij zelf verzonnen. Aan fantasie geen gebrek!
  • Die saus / dat medicijn / die groente is een beetje zuur, hé mama. Voor alles wat hij niet zo lekker vindt. Zuur is zeker een excuus om het niet te hoeven opeten.
  • Opa, ik wil een gaatje eten van jouw kaas.
  • Jij hebt precies een walvis vast! Een sandwich met een deuk in dus.
  • Er ligt precies een boom op jouw bord. Mijn risotto neemt blijkbaar vreemde vormen aan.
  • Ik ga alle boterhammen opeten en alle vleesjes van K3 en dan ga ik aaaaaaalle koeken van Annabelle opeten en jouw pudding. Hoor hem bezig, ons muizenetertje.
  • ‘Ik heb vandaag een geel cadeautje gemaakt. Maar ik mocht het van juf A niet vanbinnen verven.’ En wat zit er dan in dat cadeautje? ‘Niks, het is gewoon een cadeautje.’ Oh ok. En wat ga je daar dan mee doen? ‘Aan mijzelf geven.’ Presentjes voor uzelf, dat moet je al van jongsafaan leren.
  • K: Mamaaaa. Ik: Ja? K: Dat is wel niet tegen u, he! Ik ben wel tegen mama giraf aan het praten. OK dan.
  • K: Mama, wat eet de oryx? Ik: euh, dat weet ik niet zo goed, vent. K: Ga jij dan op je telefoon kijken? Google to the rescue, héél vaak.
  • Ik: Kijk, Kasper, Jeroen gaat een taart maken met citroen. Dat vind ik wel heel lekker! K: Kijk, Annabelle, Jeroen gaat een taart maken met citroen. Dat vindt mama wel heel lekker! Groot tegen klein in het kwadraat dan.
  • Kasper vraagt in de auto aan mij of ik een kraai een leuk dier vind. ‘Ik vind wel dat die een grappig geluid maakt, een kraai’, zeg ik. ‘Papa, paaapa. Mama vind dat een kraai een grappig geluid maakt!’ Die zit daar gewoon naast en heeft mijn antwoord dus ook wel gehoord, hé flippo.
  • Mama, ga jij aan mijn spierballen voelen of ik sterk ben? Ik knijp in zijn spierballen. Maar nee, hier! Wijst naar elleboog.
  • Mama, ik ben wel heel moe, ik moet in mijn bedje slapen. Niet geheel toevallig eindigt dat meestal zonder slapen, maar intussen heeft hij dan toch een paar minuutjes kunnen tutten.
  • Kasper mag soms een balletje draaien in de supermarkt, als hij flink is geweest. Meestal zit er een diertje in. ‘Hoe heet deze?’, vraagt de echtgenoot. ‘Kididi’, zegt die kleine bloedserieus. Intussen hebben we hier dus inderdaad een Kididi, die regelmatig ter sprake komt. De week nadien draait hij hetzelfde eendje, maar dan in het geel (Kididi is paars). ‘Hoe heet deze?’, vraag ik. ‘Spaghetti.’ Wij liggen al in een deuk. ‘Spaghetti met soep is die zijn naam.’
  • We zitten in de auto en plots: ‘Mamaa? Maaamaaaaa.’ Wat is er jongen? ‘Mama, ben jij mijn moeder?’ Ja. ‘En wie is papa dan?’
  • Mama, jij moet Annabelle misschien op de grond zetten. Hij wilt graag zelf met mij spelen …
  • Mama, Annabelle wil graag een koek. Een gevalletje van projectie!
  • De juf van de nabewaking vertelt dat Kasper op een bepaald moment niet zo goed had geluisterd. De juf had gevraagd: ‘Seg, waar zijn jouw oren?’ Meneertje had geantwoord: ‘Thuis. Mijn mama is die vergeten mee te geven!’
  • De mama van R is naar mijn school gekomen. Maar de mama van R heeft geen pomp, he mama? Cfr mijn insulinepomp dus.i
  • Dat heb jij lekker gemaakt! Bijna iedere dag. Bij voorkeur wel voor hij nog maar een hap heeft gedaan, achteraf zijn de meningen soms anders.
  • Juf A, wij gaan spaghetti eten, hoor! Euh? Wishfull thinking, makker.
  • Kasper, we gaan binnenkort je tutjes in de vuilbak gooien, he. ‘Ja ja, op de gele dag.’ Alles wat hij niet zo graag wilt, moet altijd op die gele dag gebeuren.
  • Maar mama, jij hebt lang haar! Ik wil dat niet! Jij moet een staart doen. Iedere. Dag. Opnieuw. Meneer wil niet dat ik mijn haar los doe. Op mijn vraag waarom: ik ben daar bang van.
  • Er was een kuikentje in onze klas, mama. Oh! Wat leuk! Een echt kuiken? Of een knuffel? Ma nee! Een echt! Het moest op de handdoeken blijven. Oh. En mochten jullie dat kuikentje aaien? Ja. Maar ik wou dat niet. Oh, was je een beetje bang? Maar wel veel, hoor! Ik heb dat niet geaaid. Maar M wel, hoor! Later bleek de hele klas dat dier geaaid te hebben, alleen meneertje brulde de boel bij mekaar.
  • Ga jij dat boekje voor mij voorlezen? Tegen een meisje van 4,5 dat dus duidelijk zelf nog niet kan lezen.

 

Vanalles en nog wat.

Het was hier veel te lang stil. Ik houd van schrijven, maar toch schiet het er altijd bij in. Er is de laatste tijd wel het een en ander gebeurd, dus stof was er genoeg. Gedaan daarmee. Vanaf nu schrijf ik weer. Snel, ongestructureerd, waarschijnlijk met fouten … dat doet er even niet toe. Dat is het maximale wat de huidige situatie toelaat. Daarmee zullen we het moeten doen. Het zij zo!