De zomer – week 1.

Dit jaar moesten we voor het eerst een hele zomervakantie zien te overbruggen wat opvang betreft. Tot nu toe kon Kasper gewoon naar de crèche de meeste dagen en als die sloten, dan konden we dat wel met grootouders opvangen. Nu is het toch wel anders. Ik wil alvast iedere week kort beschrijven wat we hebben gedaan, al was het maar voor ons eigen geheugen …

Week 1 stond bij Kasper in het teken van ‘op kamp’. We schreven hem in voor ‘Bubbels en bellen’ van Ideekids, een dagkampje voor kindjes tussen 3 en 5. Ik hield stiekem mijn hart wel vast, want Kasper mag dan wel sociaal zijn en vlot vriendjes maken, hij heeft toch ook graag dat hij weet wat er hem te wachten te staat en bij mensen die hij kent. Op voorhand was meneertje alvast dolenthousiast, tot mijn grote verbazing. Toen hij dan ook zondagochtend de buikgriep van zijn zus bleek overgenomen te hebben, was hij heel verdrietig dat wij vonden dat hij zo (zelfs elk slokje water kwam eruit) echt niet op kamp kon gaan. Na de zoveelste braaksessie voelde hij zich een minuutje beter en hij zei meteen: “Ik ben genezen, hoor, dan kan ik morgen wel op kamp, he!” We durfden het die eerste dag toch echt nog niet aan en lieten hem een dagje bij opa blijven. Die liet weten dat hij ok leek, maar toch nog stilletjes was en nog maar weinig wilde eten. Ik denk dus dat het toch geen slecht plan was van hem nog een dagje ‘thuis’gehouden te hebben. ‘s Avonds kwam hij er wel weer door en toen we dus naar de dokter gingen voor het obligate doktersbriefje voor het kamp, gaf de arts meteen zijn fiat om de volgende dag wel gewoon naar het kamp te gaan. Kasper was superblij.

Die avond toonden we een filmpje dat we op voorhand doorgestuurd hadden gekregen. Daarin konden de kindjes al een idee krijgen van wat hen allemaal te wachten stond en ze maakten er ook kennis met Emiel, een pop die ook vier jaar zou zijn en die ook op kamp zou gaan. Het was gedaan met zijn goesting. ‘Ik ga niet meer op kamp, mama.’ Na veel gesleur en getrek bleek hij die pop toch maar eng te vinden. En hij wilde ook helemaal niet op springkastelen. Het duurde lang voor hij sliep en hij stond meteen al huilend op: ‘Ik moet toch niet naar het kamp, he … ‘

We vertelden hem dat hij echt niks moest doen dat hij echt niet wilde, dat hij ook geen chocola zou moeten eten (lust hij eeeeecht niet), want dat ik speciaal zijn eigen koekjes in zijn rugzak had gestopt en dat mama en papa hem toch nooit naar een kamp zouden sturen als we niet dachten dat dat heel leuk zou zijn … en hij kwam er terug door. Hij was wel enorm zenuwachtig en stuiterde dus door het huis, maar hij wilde wel weer gaan.

Toen we daar aankwamen, gingen we gewoon zijn rugzak wegzetten en toen vroeg hij of hij nu mocht gaan spelen. Natuurlijk, maar mocht ik misschien toch nog een knuffel? Die kreeg ik zeker en toen stormde hij weg naar de speelplaats. Aan het deurgat draaide hij zich nog eens om, zwaaide ‘daaaag mamaaaaa’ en daar ging hij dan. Dat had ik ook niet durven dromen! ‘s Avonds was het eerste dat hij zei ook meteen: ‘kamp was leuk, mama!’. Ik barstte bijna uit mekaar van trots. Zo stoer!

De volgende dagen waren niet allemaal een even groot succes, maar veel werd ook ingegeven door de enorme vermoeidheid die zich van hem meester maakte. Hij wás natuurlijk al moe van het schooljaar, dan nog eens een hele dag en nacht niks kunnen binnenhouden en dan zo’n uitputtend kamp … je zou voor minder ‘s avonds niet meer zo goed weten of je het nu wel of niet leuk had gevonden, of je nu wel of niet flink had meegespeeld en of je nu eigenlijk wel of niet met andere kindjes vriendschappen had gesloten. Gelukkig bleek meestal toch dat het allemaal best genuanceerd was en dat het dus ook best wel was meegevallen. Hij mopperde ook geen enkele dag dat hij niet meer wilde gaan, dus ik heb er wel vertrouwen allemaal.

Ik weet wel dat hij er heeft geschilderd en geknutseld, dat hij toch wel heel graag op de springkastelen heeft gesprongen, dat hij daar hééél veel heeft gelopen en dat er bellen zijn geblazen alsof hun leven ervan afhing. Ze moesten ook dansen, niet meteen zijn specialiteit (understatement van het jaar) en ook niet echt iets dat hij heel graag doet. Maar kijk, beelden bewijzen dat hij toch gewoon heeft meegedaan.

In augustus gaat hij normaal gezien nog eens, maar ik ben er intussen al heel wat geruster in dat dat allemaal wel los zal lopen. (Niet te veel doen, moeder, niet te veel doen. Als je denkt dat het goedkomt, dan valt het waarschijnlijk tegen!)

Dit weekend trokken we nog eens naar het shoppingcenter en mocht meneertje nog mee naar de Sinksefoor met zijn opa. Hij kwam drie uur te laat thuis (pas om halfnegen!) en had een hele zak ‘gewonnen’ speelgoed bij. Moeder zal wel proberen te ‘ontspullen’ en gerief buiten te smijten. Hij had zich ook heel erg geamuseerd en had zelfs zomaar frietjes mét mayonaise gekregen. Zijn dag kon niet meer stuk. Zondag gingen we naar grootvader en daar speelde hij met zijn neefje ook nog eens de sterren van de hemel.

Annabelle was de eerste dagen van de week zelf ook ziek en bracht dus een dagje bij moeke door en eentje bij oma. Vanaf woensdag ging ze naar de creche, waar ik van elke verzorgster apart te horen kreeg dat ze toch echt zo ‘gegroeid’ is. Ze speelt goed met de andere kindjes, doet stapjes alleen, je hoort haar eigenlijk zelden nog huilen en ze hebben er weinig last mee.

Aangezien zowel moeke als oma lieten weten dat ze ons miss haar buikgriep precies toch ook wel hadden overgekregen, vroeg ik aan de creche of ze misschien op vrijdag nog een extra dagje kon komen. Als de grootouders ziek zijn, heb ik liever niet dat ze daar een dag moet blijven … Moeder en vader hadden intussen ook al dezelfde buikgriep gehad, dus we vonden dat het toch wel even genoeg was geweest zo. Gelukkig zijn er veel kindjes op vakantie in deze periode en was het dus geen enkel probleem om haar een dagje extra te brengen. Toen ik haar ‘s avonds ophaalde, hadden ze blijkbaar kapsalon gespeeld. Ons ma’mselleke had voor het eerst in haar leven speldjes in en het stond haar supergoed! Plots hadden we een echt meisje bij … Ze liet ze ook goed zitten, dus ik kon haar kapsel ‘s avonds nog aan haar papa laten zien en hem superhard laten smelten.

In week 2 zal Kasper op vakantie gaan met zijn moeke en met een tante van de echtgenoot. Hij trekt naar Center Parcs. Annabelle gaat gewoon naar opa en naar de creche zoals altijd. Het zal varen, een hele week zonder ons vriendje … Ik denk stiekem dat ik nu pas echt zal merken hoe hard hij doorgaans Annabelle entertaint tijdens het koken en hoeveel meer zij nu nog aan mij gaat komen plakken in de ochtend- en avondspits (hoewel een mens soms denkt dat zoiets eigenlijk niet echt nog kan). Ik ga hem verdomd hard missen, maar ik hoop vooral dat hij zich superhard gaat amuseren en dat hij dit keer eens gezond gaat blijven. Vorig jaar was hij doodziek vanaf dag twee en zijn we hem uiteindelijk vroeger moeten gaan halen … Slechter als toen kan het dus alvast niet worden ;-).

Advertenties

Een gedachte over “De zomer – week 1.

  1. ja bij ons ook de eerste zomer dat mijn oudste zoontje niet meer naar crèche kan. Pff wat een gepuzzel. Wij hebben niet eens familie om op terug te vallen. De tijd wordt verdeeld door 4 kampjes (waar hij wel de eerste keer al met Kerst en ook met Pasen met succes eens een week ging met een paar klasgenootjes, dus daar waren we allebei gerust in. ), speelplein achter ons deur (vandaag eerste keer…spannend….hopelijk is het tof, want hij moet er echt nog een paar weken naartoe!!) en wat dagen verlof.

    Lastig eh als ze er tegenop zien om ergens naartoe te gaan. Ons moederhartje.

    ‘k wens hem een super toffe vakantie toe!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s