Over een broer en een zus.

“Gaan we naar Dora kijken? Ja?”, vraagt hij heel enthousiast met een extreem hoog stemmetje en zij antwoordt even vrolijk: “Ja!”. Hij weet al dat lachen helpt om haar ook vrolijk te houden en schijnt ook te denken dat dat hoge stemmetje zal helpen om haar te overtuigen. 

Zij stormt naar hem toe en roept: “Pakken!”, terwijl ze haar armen uitstrekt. Hij schatert het uit, slaat zijn armen om haar heen en doet wat verwacht kan worden van iemand die niet eens 4kg meer weegt dan zijn kleine zus: hij sleept haar wat voort en ploft haar een halve meter verder weer neer. Zij vindt het duidelijk heerlijk, want ze lacht zich te pletter en blijft het vragen, keer op keer.

Hij zit in de zetel, zij klimt er ook in en placeert zich op zijn schoot. Hij slaat zijn armen om haar heen en is zichtbaar trots dat ze bij hem zit. 

We zitten in mijn auto en plots hoor ik haar zeggen: “handje”. Ik hoor wat gegiechel en zie die twee hand in hand zitten, dwars over kinderstoelen en de plaats in het midden heen. “Mama, ik houd zusje vast, ze had dat gevraagd”, zegt de oudste.

We komen thuis van school en plots ontstaat er luid gehuil op de achterbank. Ik vraag verbaasd wat er is en het blijkt dat meneer zijn zus wil gaan afhalen. Dat doet papa op vrijdag, repliceer ik, maar dat is dit keer niet ok. ” Ik. Wil. Zusje. NU!” 

Het sneeuwt en de zoon wordt daar een klein beetje hyper van. Hij klimt op de zetel om door het raam te kijken en maant zijn zus aan hetzelfde te doen. Dat vind ik dan weer minder, dus ik vraag naar het grote raam achteraan te gaan. Vanaf dan holt hij continu van het ene naar het andere raam, schaterend en genietend van elke sneeuwvlok. Voortdurend roept hij de dochter, die telkens braaf aangehold komt. Net als ze dan in de zetel wil klimmen, stormt hij er alweer vandoor en moet ze dus op haar stappen terugkeren. Ze gieren het uit van het lachen en het leukste vinden ze dat ze hier zo samen rondcrossen.

Zij vraagt “koekje” als we in de auto stappen. “Mama, ik heb nog wel koekjes in mijn rugzak, hoor, ik ga er eentje aan haar geven, ok?” De hele rit lang delen ze zijn letterkoekjes. 

Uiteraard maken ze ook ruzie. Soms steelt hij al haar speelgoed of slaat zij met een auto op zijn hoofd. Het gebeurt dat hij heel hard roept dat ze met niks van hem mag spelen of dat ze tegen elkaar brullen “(in de) hoek!”. 

Meestal zien die twee elkaar gewoon heel graag en is het een waar genot om ze bezig te zien en te horen. Dat tweede kind, de beslissing om dat ‘te maken’, het was wat. De dingen waar we bang voor waren, kwamen wel een beetje hard uit. Wat we echter volledig hadden onderschat, was hoeveel die twee van elkaar zouden houden en hoeveel deugd ze elkaar zouden doen. Hoe dat ons hart zou warmen, elke keer opnieuw. Heerlijk… !

Advertenties

3 gedachtes over “Over een broer en een zus.

  1. Zo mooi, die twee. Ik ben daar stiekem wat jaloers op. Deze ochtend gaven die van mij elkaar wel een knuffel in de badkamer, waarna je mij kon opvegen. Maar die momenten zijn eerder zeldzaam. Ze hangen wel altijd samen, dat wel, en er wordt ook al eens wat eten gedeeld. Maar dat is precies toch anders dan bij jullie.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s