Welkom 2018.

Het laatste kwartaal van 2017 lijkt het jaar af te sluiten in dezelfde sfeer als de rest van het jaar. Niet ideaal. 

De laatste tijd hadden we:

– 5 weken continu zieke kindjes, dan gingen ze allebei 1 week naar school en de creche en daar gingen we weer opnieuw met een rondje zieken.

– ik hoorde (!) dat het stevige gehoorverlies aan één kant niet verholpen kan worden. Ze weten niet hoe het komt en wat ze hebben geprobeerd, helpt niet. Jammer dan. Naar huis maar weer en als het erger wordt, terugkomen. Ik heb al altijd rekening gehouden met het feit dat ik op termijn misschien mijn zicht zal verliezen, maar dan heb ik dat gehoor echt wel nodig. Ik ben dus niet blij.

– we kregen bericht dat er dan toch een collectief ontslag komt. Daar hoef ik niet meteen een tekening bij te maken, zeker.

– terwijl ik met een bomvol hoofd naar het werk reed, knalde ik met mijn auto tegen een andere. Gelukkig is er alleen blikschade, maar mijn blauw karretje is wel serieus gehavend.

Het is zowat genoeg geweest nu. Het jaar mag al in kerstmodus gaan en 2018 mag dan een heel nieuw jaar worden op alle gebied. De man en de kinderen mogen blijven, de rest mag anders. Gezonder, uitgeruster, geschikter, rustiger. Amen.

Advertenties

Annabelle praat I.

Ruim zeventien maanden is onze jongedame en ze is duidelijk woorden aan het opslorpen en aan het proberen ze te reproduceren. Het begint te lukken, toch voldoende om te zorgen dat wij (mama en papa) en de mensen van de crèche haar over het algemeen weten te begrijpen. Haar duidelijke handgebaren en het ‘nee nee’ of ‘ja!’ als we fout of juist gokken, helpt daar natuurlijk ook bij. Als ze de woorden niet helemaal correct uitspreekt, komt het er vaak op neer dat ze het begin wél zegt en de laatste letters niet.

Wat kraamt die jongste van ons dan zoal uit de laatste tijd?

  • Mama / papa met momenten gebruikt ze ze wel door elkaar, maar meestal toch juist
  • Ka / Kaka      Kasper
  • Tut
  • Bal
  • Mooi
  • Koek
  • Daa              daar
  • Da                dat
  • Ja
  • Nee
  • Paa               paard (soms ook wel tegen een koe, oeps)
  • Papaai          papegaai
  • Wa waf        ja, da’s een hond dus he
  • Mauw          en een kat
  • Neu              neus
  • No                 nog
  • Bobo             boterham
  • Pepe             lepel
  • Bupa             Bumba
  • Doda            Dora
  • Opa
  • Ato               auto
  • Toet toe        ook een auto
  • Tuut tuu        Ga eens uit de weg!
  • Tik tak          een klok of horloge
  • Bavo!            Bravo! Met handgeklap erbij uiteraard.
  • Meuuh           koe
  • Mèèè             schaap
  • Appel            ook wel tegen pruimen, aardbeien, enfin, alle fruit dat er van ver een         beetje rond uitziet
  • Pape             pamper
  • Kaka             naast haar broer, kan ze er ook gewoon hetzelfde als wij mee bedoelen
  • Aanoe           aandoen (maar ook wel uitdoen, beetje lastig soms)
  • Toedoe          toedoen (en ook opendoen, even lastig)
  • Whaaaa         leeuw en dan vormt ze ook haar handjes tot miniklauwtjes erbij
  • Popo             kip (moet dus pok pok zijn)
  • Kikke            kikker (zegt opa toch dat ze dat zegt)
  • Boem            bloem
  • Au                en dan wijst ze naar waar het pijn doet (al dan niet imaginair)
  • Skye             alles wat ze ziet dat met Paw Patrol te maken heeft
  • Beeee bi        baby
  • Oe oe           aap
  • Hsssss           fles
  • Tink              drinken
  • Itte               zitten
  • Pop
  • Hoppakee
  • Pipin             pinguin

Voor de rest weet ze héél goed duidelijk te maken wat ze bedoelt, onze miss ik-weet-heel-goed-wat-ik-wil. Is ze niet tevreden? Dan huilt ze luid en gooit zich bij voorkeur languit op de grond. Zeventien maanden alstublieft, ik denk dat Kasper daar meer dan een jaar langer over deed. Dramaqueen in de dop. Heeft ze honger? Dan gaat ze zelf een lepel uit de kast halen, komt mij roepen en trekt dan naar de mand waarin we haar yoghurtjes/fruitpap/… bewaren. Wil ze drinken? Dan zoekt ze het halve huis af en komt dan met eender welke beker of fles die ze kan vinden (desnoods van een pop) aanzetten en doet teken dat we die moeten vullen. Oh, en het grappigste ooit (maar ook wel superlastig): als ze geen zin meer heeft om een handje te geven op straat, dan kruist ze haar armen en loopt met boze blik rond. ‘Gij denk nu toch niet dat ge mijn hand te pakken gaat krijgen, hé’, straalt ze dan uit.

Hoewel ik blij zal zijn als ze toch nog wat beter kan communiceren, vind ik dit toch ook wel een hele leuke en soms grappige fase. Haar horen oefenen met woorden, plots zesentwintigduizend keer hetzelfde woord horen na elkaar omdat ze er een nieuw ‘onder de knie’ heeft en ze dat gewoon wil uittesten, elke dag weer nieuwe woorden in haar vaste vocabulaire zien bijkomen, …

Note to de vriendinnen tegen wie ik vorige week nog zei dat ze niet zoveel woorden kon zeggen: sinds dat moment is haar woordenschat geëxplodeerd, maar echt! Ik heb niet gelogen!

Losse flarden ft. as we speak.

  • Ik schrapte recent elke vorm van hobby, want het zoeken naar gaatjes in de agenda en het goochelen met oppassers maakte het allemaal veel te stresserend. Ik deed het met pijn in het hart, maar ik kreeg toch het gevoel dat het genot van de hobby niet meer opwoog tegen al het gedoe errond.
  • Ik startte een heuse opruimslag en twee ritten met een propvolle wagen verder richting containerpark zorgden er dan toch voor dat er hier en daar toch al eens een plekje leeg is op een rek of in een kast. Nog te doen: vooral de kleerkasten drastisch uitmesten en de keuken zo te zien reorganiseren dat het aanrecht niet continu propvol hoeft te staan. 
  • Ik was toch zo tevreden van de my shopi-app, aangezien ik daar onder andere een lijst kon aanleggen van onze voorraden, met vervaldatum en al. Ik scande alles ijverig in en de echtgenoot was zowaar bereid mee te scannen elke keer er boodschappen waren gedaan. En toen wou ik een item verwijderen en drukte ik per ongeluk op ‘delete all’. Geen mogelijkheid tot terugdraaien van die actie, zo bleek. Ik heb nog niet de moed gehad om er opnieuw aan te beginnen…
  • De tijd die ik hoopte te winnen door hobby’s te schrappen, werd meteen zesdubbel ingepalmd door bezoekjes aan de kine. Al sinds november had ik met regelmaat van de klok veel last van mijn nek en schouder. Een osteopate bracht dan wel wat soelaas, maar de pijn kwam steeds sneller terug en aangezien zo’n osteopaat toch alles behalve gratis is (58 euro per keer, niets terugbetaald), trok ik nog maar eens naar de huisdokter. ‘Dat zit hier allemaal muurvast, mevrouw’, zei hij en schreef me prompt 18 beurten kine voor. Hij zei dat een kinesist  dat ging losmasseren en ik zag dat wel zitten. Alleen… losmasseren, het zal wel zijn. De kinesist blijkt vooral met dry needling te werken en steekt dus naalden in de pijnlijke spier en kotert er dan wat op los. Ontspannend is het in geen geval, want het doet echt pijn. Het is te verdragen, maar je bent toch voortdurend op je hoede voor de volgende ‘steek’. Nadien heb je twee dagen megaveel spierpijn, maar ik moet wel toegeven dat ik denk te voelen dat bepaalde spieren toch al wat losser zijn. ‘Het is echt heel erg  nodig’, zei hij en als opdracht gaf hij me wat oefeningen mee en daarnaast zei hij: ‘en ontspannen he’. Oei. Hij ging me daar in de toekomst, als hij dus eerst die spieren terug wat meer beweeglijkheid heeft gegeven, mee helpen, zei hij. Ik ben benieuwd. Nu moet ik dus twee keer per week mij in bochten wringen en vroeger van mijn werk vertrekken om mij daar wat te kunnen gaan laten martelen. 
  • De kindjes zijn plots allebei bezeten van boekjes lezen. Vooral bij Annabelle is dat echt non-stop. Je hebt je laatste bladzijde nog niet gelezen of ze springt uit de zetel om met een nieuw boekje te komen aandraven. Kasper heeft dan weer als favoriete onderwerp de Sint. Tsja… 
  • De echtgenoot en ik trokken naar Rotterdam en waren compleet verzopen. Toch genoten we er wel van. Alleen al eens kunnen eten en babbelen zonder zeventwintig keer van uw stoel te moeten of zonder kind dat plots allerlei ‘interessante dingen’ moet vertellen als we eens langer dan drie seconden tegen elkaar bezig zijn, was goddelijk. De ononderbroken nachten en gewoon kunnen slapen tot 10u deden de rest. 
  • Mijn lijf schreeuwt weer langs alle kanten dat het te veel wordt. De vervangende huisarts waarbij ik daarover iets liet vallen, ging wat drastisch te werk en trok ook overhaaste conclusies. Met een voorschrift voor medicatie en een veel te voorbarige diagnose stond ik daarna wat verbijsterd terug buiten. Over een goeie week moet ik terug, naar mijn eigen HA deze keer, en dan ga ik het toch nog eens opnieuw bespreken. Wish me luck dat hij mijn redenering en argumentering volgt… 
  • Het is hier 6u ’s morgens en ik hoor beneden allerlei dierengeluiden. Een leeuwenbrul, een paard, een poes, een hondje, … Ons Bellie heeft de dieren ontdekt en wordt er helemaal wild van. Waarom is dat eigenlijk dat die kinders eerst die geluiden kunnen en dan pas het woord? 
  • Kasper vertelde me gisteren iets vreemds. Ik vroeg naar een meisje uit zijn klas en zijn antwoord: ‘Maar ik vind die niet leuk, want die is zwart.’ Unk?! Gelukkig kwam er dan nog achter dat J. ook zwart is en dat die wel zijn liefste vriend is. Ik moest dus op 3 jaar al beginnen preken dat het toch niet uitmaakt welke kleur mensen hebben en dat hij S. mss niet zo leuk vindt, maar dat de oorzaak daarvan daarom niet haar huidskleur is. Ik was toch wel lichtelijk verbijsterd. Wat doorvragen later wist ik dan ook dat hij niét schijnt te zien welke kindjes er geel zijn en welke bruin en welke andere wit. (De andere zijn allemaal zoals mij, zei hij.) Bovendien zag hij niét dat A., een halfbloed van een andere klas, ook best zwart is. Ik begin dus ergens te vermoeden dat iemand het specifiek over de zwarte kindjes in zijn klas gehad moet hebben en daar toch wat vreemde uitspraken over moet gedaan hebben. Pfff. Ik had toch gehoopt dat dit soort dingen wat langer zouden uitblijven, tot we er wat zinnigere gesprekken over konden voeren. 
  • Laatst mocht ik trouwens ook gaan uitleggen hoe de kindjes er komen. Eh… 
  • Kasper ontdekte dan toch eindelijk zijn loopfiets. Hij oefende eens een middag met oma en vond het de max. Sindsdien moet die fiets te pas en te onpas bovengehaald worden. We hebben helaas niet zo vaak de mogelijkheid om daar echt mee op pad te gaan, dus ligt er nu standaard een loopfiets op mijn passagierszetel. In mijn koffer past hij niet namelijk. Op deze manier kan hij de korte afstanden van de parking naar school of van school naar de winkel fietsend afleggen. 
  • Er is trouwens een heuse ‘incentive’ aan verbonden. Als hij goed met zujn loopfiets overweg kan, krijgt hij de felbegeerde fiets met trappers op zijn vierde verjaardag. Hij heeft besloten dat het er eentje van Paw patrol gaat worden trouwens. Hmm. We zullen zien…

De vloek van de Pizza Hut.

Eerder deze week. Hectische werkdag, hoofdpijn, moe, overal pijn eigenlijk, dus ik stribbel niet tegen als de echtgenoot voorstelt een pizza te bestellen. Ik ben nochtans niet zo van de pizza’s, maar gemak primeerde even op goesting of lekker vinden. Ik logde in bij zo’n bestelsite en tot mijn grote vreugde bleek Pizza Hut plots tussen de opties te staan. Dat was voorheen niet zo. Nu ben ik dus niet zo van de pizza’s, maar voor die van de Pizza Hut en van dr. Oetker maak ik een uitzondering. Daar liggen namelijk frisse groentjes op en niet alleen een massa vlees en kaas. 

Het is nu niet zo dat ik al 100x bij de Pizza Hut heb gegeten. Drie keer in mijn hele leven, denk ik. Iets met de lijn en ook met moeilijk te regelen suikers bij pizza. Van die drie keer at ik er twee een pizza met pepersaus. Héérlijk. Op deze gelukkige avond waarop we plots ook door hen konden laten leveren, bestelde ik dat dus ook. Voor het lief voegde ik een bolognaise toe en voor de kindjes kipsnacks. Ik rekende uit hoe laat ik thuis zou raken (18u) en vroeg dus een levering een kwartiertje later. Ik kreeg meteen een sms en een mail ter bevestiging. 

De kindjes waren helemaal blij met het vooruitzicht op de kipjes en het lief en ik hadden Honger. Met een grote H, ja. We wachten en wachten en wachten en toen was het 6u45 en begon Kasper harder te zeuren over het feit dat hij moe was dan dat hij honger had. Ik belde dus naar het nummer dat in de bevestigingsmail stond en daar wisten ze van niets. Ik zat zelfs niet bij het juiste filiaal, want alleen filiaal Wilrijk levert in onze gemeente. Ik begon er al een hard hoofd in te krijgen, maar zocht toch maar het telefoonnummer en belde hen ook op. Mijn voorgevoel klopte: ze hadden geen bestelling ontvangen en ze leveren zelfs helemaal niet in onze straat. Op mijn vraag hoe het dan kwam dat zij wel als optie naar voren kwamen op die bestelsite en waarom ik zelfs bevestigingen had gekregen, wist de man aan de lijn natuurlijk ook geen antwoord. (Noot: die mensen konden daar ook niks aan doen, he, en ze waren allemaal bijzonder vriendelijk.) Na wat drama bij Kasper om de gemankeerde kipjes staken we hem veel te laat in bed met wat corn flakes als avondeten. Mission failed.

Fast forward naar vrijdag. De echtgenoot en ik trokken een weekendje naar Rotterdam. Van zodra we de deur uitstapten, zagen we een restaurant van Pizza Hut. Ik dacht nog maar aan de pizza met pepersaus en de kwijl liep me al uit de mond. Ik wist mijn lief te overtuigen en we gingen er binnen. We kregen de kaart en… geen pepersaus te zien. Waaaat?! Als het dat niet was, kon het me al niet meer schelen wat er op mijn bord zou liggen. Ik koos dan maar chicken bbq, vooral omdat daar blijkbaar toch nog wel wat groenten inzaten. De bbq-saus zou ik er dan wel bijnemen.

Terwijl ik nog wat namijmerde over mijn gemiste pepersaus en zuchtte dat het universum er precies iets tegen heeft dat ik naar de Pizza Hut ga, kwamen ze onze bestelling brengen. ‘De bbq chicken, daar is helaas een foutje gebeurd’, zeiden ze echter, ‘en het is er eentje met tomatensaus. We hebben intussen al een nieuwe in de oven zitten, maar u kunt hier dan al een stukje van eten en dan brengen we zometeen de juiste. De overschot van deze mag u dan ook mee naar huis nemen.’

We lachten al dat de Pizza Hut en ik elkaar toch niet echt lagen. Ik at heeeel traag een stukje van de pizza met tomatensaus, zodat ik nog honger zou hebben voor de andere. Dat smaakte nochtans niet slecht, zo die versie. Verrassend snel stonden ze daar met de bbq-sauspizza en ze namen de andere mee. Ik sloeg het aanbod om hem mee te nemen af, aangezien ik geen zin had om met pizza te knoeien in de hotelkamer. 

En toen at ik van de pizza met bbqsaus en ik vond dat niet zo lekker. De tomatensaus had me veel meer bevallen. Na twee stukken was mijn zin over. De Pizza Hut en ik, zal dat ooit nog iets worden?

Ik heb met mijn lief afgesproken dat we naar onze eigen pizzahut gaan voor mijn pepersaus als we allebei 5kg zijn afgevallen. 

Ik gok op 2 mogelijke scenario’s: 1. het lukt me niet om 5kg kwijt te raken of 2. de pepersauspizza is tegen dan uit hun gamma. Zeg dat ik het gezegd heb!

(Extra noot: dit is niet bedoeld om te klagen over het personeel, he. Die waren ook supervriendelijk en hebben hun fout meteen toegegeven én rechtgezet. Petje af!)

Het rommelt.

De overgang van ‘de vakantie’ naar terug gaan werken, dat is nooit mijn beste periode. In 2015 was dat het moment dat ik helemaal instortte. Vorig jaar was ik nog thuis met een maand ouderschapsverlof. Het werd moeilijker en moeilijker en toen ik in oktober terug moest beginnen werken, ging het toch ook weer redelijk mis. Dit jaar hoop ik op minder drastisch gedoe, maar zeggen dat het geweldig gaat, dat is toch weer een brug te ver. 

Het gaat er mij niet eens om dat ik mijn werk niet graag zou doen of dat er daar zotte eisen gesteld worden soms. Het gaat er meer om dat ik plots niet meer de moed of energie kan vinden om in die werkchaos in te duiken. Mijn hoofd draait namelijk al overuren na een vakantie. In een rustperiode is er namelijk plots weer ruimte voor plannen en dromen. Ik zie wat er allemaal heel dringend zou moeten gebeuren in huis en wil er volledig invliegen. Ik schuim tientallen opruimsites af, maak me lid van facebookgroepen als ‘minimalistische moeders’ in de vage hoop dat een schijntje van de échte minimalistische inzichten tot mij zal komen – of erger nog, dat ik de moed vind om de principes die ik al langer ken ten uitvoer te brengen, intussen doe ik er ook allerlei groepjes over gezonde brooddozen bij (al is in sommige gevallen kunstig meer aan de orde dan gezond) en schuim ik recepten- en dieetsites af op zoek naar snelle en makkelijke manieren om toch wat gewicht te verliezen en gezonder te eten. Het allergrappigste: ik downloadde een huishoudapp en werd lid van een groep met huishoudschema’s. Mwoeha. 

Tijdens zo’n vakantie wil ik dan alles opruimen, herorganiseren, perfectioneren (de weg naar zelfs een flauw afkooksel van perfectionisme is nog lang, geloof me, zelfs ‘goed genoeg’ weten we niet te bereiken). Alleen lopen hier twee kleine varkentjes rond, die alles wat je opruimt met veel tijd en moeite op een minuutje of twee volledig weten om te toveren in een tafereel als was er een aardbeving met tsunami gepasseerd. 

Ik zit dus op mijn werk met een hoofd vol plannen en ideeën, met een bullet journal vol afvinklijsten en met een wanhopig besef dat het ons niet lukt. Op het werk kom ik tot niet veel, dus ik voel me daar behoorlijk gefaald. Meestal ben ik van het principe ‘ik doe mijn best en het moet maar goed genoeg zijn’, maar vorige week voelde het echt niet als goed genoeg. Mijn hoofd zit dan wel vol met tientallen projecten thuis, maar ook daar loopt het compleet scheef. Dat is hier nooit opgeruimd, elke keer als ik een kast opentrek dan bedenk ik me dat we ons toch beter moeten kunnen organiseren en de tientallen ‘hoopjes’, ‘stapeltjes’ en ‘potjes’ met vanalles en nog wat drijven me tot wanhoop. De eerste gedachte die dan door uw hoofd schiet is ‘leg dat dan allemaal meteen op zijn plaats’, maar… waar is die plaats dan? In het slechtste geval is er eigenlijk geen plaats voor, in het beste geval nog geen vastgelegde plek. 

Tot nu toe kwam mijn schoonmoeder hier poetsen. Mijn man trekt het zich allemaal niet aan, maar ik heb me al 1000x doodgeschaamd voor haar. Uiteraard hebben we wel opgeruimd voor ze komt, maar die eeuwige rommelnestjes blijven en liggen uiteraard stevig in haar weg. Vanaf oktober stappen we over naar een ‘echte’ poetsvrouw. Het doel is nu dus om zoveel mogelijk van die stapeltjes en rommeldoosjes tegen dan weggewerkt te krijgen. Om dat te kunnen doen, zal er toch ook echt inhoud van kasten buiten moeten. Ik zit daar niet mee. Ik heb een punt bereikt waarop de helft van ons huishouden buiten mag, wat mij betreft. Helaas is de echtgenoot daar niet in mee en de kinderen nog minder. 

Deze week heb ik drie dagen vrij. Een grootse oprommelslag staat op het programma. Anderhalve week later heb ik nog een paar dagen. ‘Op die tijd moet je toch veel gedaan krijgen’, zie ik jullie al denken. Hmmm. Ik ben NIET goed in dat soort dingen. Ook al werk ik me halfdood, je ziet het vaak nauwelijks. 

Daarnaast begin ik vanaf vandaag weer met afvallen. Het is hier heel erg geweest in de vakantie en de weken nadien deed de echtgenoot nogal veel van ‘misschien is het wel de laatste keer’ (vandaag wordt zijn galblaas eruitgehaald en wie weet kan hij nadien geen frieten/chips/chocola/… meer verdragen) en ongewild doe je hier en daar maar weer mee. Laten we het erop houden dat ik nu evenveel weeg als toen ik ruim zeven maanden zwanger was van Kasper. Dat is niet helemaal de bedoeling. Als we al die brol al eens latens en de hoeveelheden/belegde broodjes al eens terugschroeven naar ‘eens per uitzondering’, dan zou het toch al wat minder dramatisch moeten worden. 

Weet je wat trouwens nogal ironisch is? Hoewel de frustratie en de wanhoop om de permanent onopgeruimde staat van ons huis hoog opliep, heb ik de laatste maand al mijn records qua online shoppen gebroken. Kleren voor de kinderen – heel erg nodig, dat wel, schoenen voor de kinderen voor deze maat én de volgende al, schoenen voor mezelf, massa’s vaatwastabletten, wc-papier en pampers, een pannenset en een air fry begot. En eh, ‘een paar’ brooddozen. Daar ben ik zo’n kieken in, he. Een echte bentobox vind ik te duur, maar dan koop ik vijf goedkopere dozen en zit dus alsnog aan dat budget. Nu ja, in het kader van goedkoper en gezonder kan dat natuurlijk wel helpen, een fatsoenlijke doos om mijn lunch in op te bergen en om Kasper te voorzien van meer dan alleen een stel boterhammen. 

Op het werk kost het me soms veel moeite om de paniek niet te laten toeslaan. Dan zie ik wat ik nog allemaal moet doen, wat ik nog allemaal uit moet zien te vissen of nog totaal niet snap, in mijn achterhoofd zwermt nog alles wat ik volledig heb laten mislopen en er is altijd de dreiging dat een paar klanten zouden kunnen bellen om het wankele evenwicht dat er is om zeep te helpen. Voorlopig lukt het, maar het kost veel energie. Zo zal ik uiteindelijk wel weer in de pre-vakantiemodus geraken: te moe om thuis in actie te schieten, te afgestompt om nog veel plannen te maken daaromtrent en soms zelfs om te dromen van dat huis in relatief opgeruimde staat. Dan komt het wel weer goed met mij. Als plannen en dromen verbannen worden door pure uitputting, dan functioneer ik weer. Vreemd.

Maar nu dus even nog niet. Waarschijnlijk ook pas rond november, als al mijn verlofje een paar weken achter de rug zujn. Tot dan rommelt het. In huis en hoofd.

De zomer – week negen.

Et voilà, nog voor je het doorhebt, is het dan toch zo ver: die lange zomervakantie is voorbij. Van die laatste dagen genoten wij nog wel met volle teugen.

Op maandag wilden we het nog rustig houden. We zouden ‘eventjes’ een nieuwe rugzak voor Kasper gaan zoeken. We gingen eerst langs de markt, dan haalden we in het kruidvat 4 dozen pampers op die ik er aan 50% hzd gekocht, dan haalden we vlug de nieuwe brillen voor de man op en dan eindelijk gingen we op weg naar Dreamland. Annabelle was onderweg al in slaap gedonderd, dus bleef het lief bij haar en ik ging met Kasper alleen naar binnen. Zijn ogen vielen bijna uit hun kassen en hij waande zich in de Paw Patrol-hemel. Gelukkig kon ik hem bij de rugzakken nog wat afleiden en richting de skip hop-zakken dirigeren, maar vanaf dan bestond de enige opdracht er voor hem in naar sdie honden te gaan zoeken. Een brooddoos, de 2 ontbrekende minipups voor zijn collectie en een boek later gaf hij toe dat het nu wel echt genoeg was en mocht ik gaan betalen. Terwijl ik mij op die taak richtte, ging meneer er zowaar voor het eerst in zijn leven vandoor! Hij vroeg of hij in een auto aan de kassa mocht spelen en toen ik opkeek, was hij nergens meer te bespeuren. Ik probeerde in te schatten waar hij naartoe zou kunnen zijn en ik dacht aan de echtgenoot in de auto op de parking. Niet meteen een geruststellende gedachte met al die auto’s… maar toen ik lichtelijk bezorgd buiten stapte, bleek meneer in de opgestelde speelhuisjes buiten te zitten. Jawadde. Nadien gingen we nog naar de Fun, alwaar de echtgenoot onze vriend ook nog vanalles gaf en waar Annabelle toch ook iets kreeg. Een gigantisch Bumbaboek, waarvan de kartonnen bladzijden zo groot zijn, dat ze zelf niet eens kan omdraaien. Dan togen we eindelijk naar huis en probeerden nog wat te relaxen. Nadien moest de echtgenoot nog even naar de chirurg om zijn op til staande operatie te plannen en dan kwam een spannend moment: we mochten naar school om te weten te komen bij welke juf Kasper zou gaan zitten. Zijn juf is al meteen in zwangerschapsverlof, maar hij kent de vervangster wel al een beetje van vorig jaar. Er is vanalles te zeggen over de klas, over het gebouw, over vanalles en nog wat, maar ik ga dat niet doen. Ik hoop gewoon dat het allemaal meevalt en dat hij zich er even goed zal voelen als vorig jaar. 

Dinsdag was dan ook bijzonder: we dropten Annabelle bij opa en gingen met Kasper naar Plopsaland. De anderhalf uur in de auto verliepen voorspoedig en pllts riep meneer: ‘we zijn er!’. Hij had een grote Plop gespot op een kruispunt en de juiste conclusie getrokken. Vanaf dan vobd hij alles super. Hij huppelde van enthousiasme bij elk figuur dat hij tegenkwam en hij wilde overal in. Soms was zijn lengte (93cm) wel nog een probleem, maar hij mocht toch wel al veel. Hij deed rollercoasters alsof het niks was en vond het allemaal even tof. Mijn maag zag een tweede ritje echter vaak niet zitten… Het viel eigenlijk ook geweldig goed mee qua aanschuiven: bij twee attracties (toevallig die met water; niet vreemd op een snikhete dag) duurde het lang, bij al de rest maximaal 1 of 2 beurten wachten en het was aan ons. Deze dag was alvast een absolute topper. Jammer dat het zo ver rijden is en vooral dat je er zo idioot veel voor betaalt. Wij kwamen er deze keer vanaf met 57 euro + 10 euro parking, maar als we teruggaan en Kasper is een meter groot (waarschijnlijk) en we vinden niet hier of daar een korting, dan wordt dat zomaar eventjes 108 euro + 10 euro parking. Hallo?! En als we nog een jaar of 2 wachten en Annabelle meenemen, dan mag er nog eens 36 euro bij. Dat is toch om niet goed van te worden… Oh, en we hadden Kasper beloofd dat we daar nog iets gingen eten. 51 euro kostte dat ons, voor een kinderspaghetti en 2 hoofdmenu’s, niet eens echt lekker en ook niet overdreven veel. In pakweg de lunchgarden eet je hetzelfde veel beter en in een grotere portie voor 20 euro minder! De terugreis was slopend, met temperaturen rond de 40° in de auto en file, file, file. Gelukkig sliep Kasper een groot deel van de reis… Aan het eind van de dag vroeg ik meneer nog wat hij nu het leukst had gevonden. ‘Dat ik op wc van de grote mensen was geweest en ik er net aan kon!’, was zijn antwoord. Een urinoir op kidnderhoogte dus, maar dat laatste had hij niet helemaal door. En fier dat hij was! 

Woensdag en donderdag moest ikzelf helaas al terug gaan werken. De echtgenoot bleef bij de kindjes zn bracht ze prompt telkens een halve dag naar zijn ouders. Daar amuseerden onze twee varkentjes zich elke keer rot.

En dan was het vrijdag 1 september. Wij hadden er alvast naar uitgekeken en hij wilde ook graag naar juf S., zei hij. Hij stond op en toen drong door dat het voor echt was. Plots wilde hij niet meer eten, kloeg hij dat hij moe was en lag met zijn oogjes dicht in de zetel. Hij gaf over. Ziek of zenuwen? Toen hij niet naar Paw patrol wilde kijken, vreesde ik voor het eerste. Nadien gaf hij ook nog eens over. Hij wilde de ene minuut wel naar de juf en de andere niet… dus wz besloten het er toch maar op te wagen. Het was een berekend risico. Door het offerfeest zouden er maar weinig kindjes zijn, dus in geval van nood zou de juf nog wel wat aandacht aan hem kunnen geven. Mijn lief was ook thuis, dus als het echt niet ging dan kon hij meteen gehaald worden en zelfs opgevangen worden zonder tien telefoons te moeten voeren. In de auto dacht ik echt dat we zelfs de school niet zouden zonder een extra keertje overgeven. Het stuk naar de school stapte ik met hem hangend in mijn armen. Ik gaf hem aan de juf en zei maar eerlijk hoe het zat en dat ze mochten bellen als het niet ging. Ik voelde me wel wat schuldig, maar als het dan toch van de zenuwen zou zijn, dan zouden we hem niet helpen door hem thuis te houden. Dan zou het maandag opnieuw van dat zijn. De hele dag hielden we onze gsm angstvallig in het oog en pas ruim na de lunch durfden we weer wat adem te halen. Toen we hem afhaalden, bleek dat er inderdaad geen enkel probleem meer was geweest. Hij had al zijn eten op en vroeg al meteen naar eten. ‘Het zullen toch zenuwen geweest zijn, zei de juf. Inderdaad. Drie jaar en meermaals overgeven vande zenuwen. Met die kleine gaan we onze peren nog zien, denk ik… Hij had het in ieder geval leuk gevonden, juf S was al meteen de liefste en de mooiste van zijn klas, dus dat schept hoop. Al doe ik nu vporal schietgebedjes dat nu zo meteen al een weekend hem dat niet zal doen vergeten…

De vakantie zit erop. Ik sxhrijf een dezer nog wel eens wat algemene overpeinzingen over die hele periode. Maar van de wekelijkse updates zijn jullie dan toch maar weer verlost!

De zomer – week acht.

Naar deze week van de vakantie had ik het hardst uitgekeken; wij met zijn viertjes thuis. In de loop van de vakantie zwakte het enthousiasme soms wat af (recht evenredig met het aantal hysterische aanvallen van Kasper of de uren aan mijn broek getrek of doelloos gehuil van Annabelle en het aantal keren dat de echtgenoot uit zijn vel sprong om niets), maar toen het moment dan toch daar was, had ik er toch weer zin in. En terecht, is gelukkig gebleken …

Maandag kwamen we dus terug van Sunparks. We waren rond de middag thuis en begonnen zowaar meteen voorbeeldig te wassen en onze koffers uit te laden. Ok, ik dan … maar de echtgenoot entertainde wel de kinderen, dus ik kon ongestoord mijn gang gaan. Voor de rest deden we niets speciaals meer, behalve chinees bestellen.

Dinsdag moesten de kindjes al meteen een hele dag naar Oma. De echtgenoot en ik moesten immers twee aktes bij twee verschillende notarissen gaan ondertekenen. De ene afspraak stond behoorlijk vroeg en de andere behoorlijk laat, dus we besloten onze tijd voor een keertje ook eens nuttig te besteden. We gingen naar de winkel (yes, alweer een week erin geslaagd de kinderen niet te moeten meenemen!), we deden glas naar de glasbak van eh … vermoedelijk zo ongeveer een jaar en we sleepten nog het een en ander naar het containerpark. We hadden achteraf zelfs nog een dik uur over om eventjes ‘op ons lui gat te liggen’. We zetten enkele tientallen paraffen en een koppel handtekeningen en toen was het dan toch eindelijk zo ver; we hadden een lening en een grond. Hallelujah! De kindjes hadden een fijne dag gehad bij oma, al had Annabelle geweigerd te slapen. De avond was dus niet echt prettig. De echtgenoot wilde frietjes om de akten te vieren, maar laten we zeggen dat de sfeer aan tafel niet meteen tot vieren noopte. Ach ja.

Woensdag gingen we dan eindelijk eens naar Planckendael. Ons abonnement heeft dit jaar nog bijzonder weinig dienst gedaan en Annabelle is er met haar vijftien maanden zelfs nog nooit geraakt! Schandalig … We besloten eens dapper te zijn en daar ter plekke een bolderkar te huren. Eén buggy meenemen zorgt er steevast voor dat Kasper begint te zeuren dat hij er ook in wilt, twee buggy’s zijn gewoon onpraktisch en vind ik er persoonlijk ook wel wat over voor een 3,5-jarige. Als hij de kans heeft, laat hij zich dan immers de hele dag rondrijden en dat vind ik niet ok. De dag begon wel een beetje in mineur, want we kregen telefoon dat de fijne bank mij geen schuldsaldoverzekering wil geven. Diabetes, overgewicht en hoge bloeddruk, dan moet je toch wel een dezer eens gaan doodvallen, zullen ze hebben gedacht. Ik deed toch maar mijn best om het de dag niet te laten verknallen en dat is gelukkig behoorlijk goed gelukt. De kindjes vonden de bolderkar heerlijk en wij wisten het ding ook wel te appreciëren. Het weer was schitterend, de kindjes amuseerden zich allebei geweldig en we zagen toch heel wat dieren. We hadden ook eens een eigen picknick meegenomen (niet van onze gewoonte) en ik vond dat zeker voor herhaling vatbaar. Niet moeten opletten waar je op welk moment bent in het park, niet moeten zorgen dat je zeker op tijd in één van de restaurants bent om de grootste drukte voor te zijn … We zagen heel veel dieren, maar rond halftwee waren moeder en vader wel volledig knock-out. Annabelle trouwens ook, want in die bolderkar slapen, daar had ze geen zin in. We ging dus terug naar huis en hielden voor de rest een rustige namiddag met een overload aan Paw Patrol op de tv.

Donderdag besloten we het plaatselijke zwembad eens te gaan uittesten. Dat is al jaren geleden vernieuwd, maar sindsdien zijn we er niet meer binnen geweest. Aangezien Kasper plots een echte waterrat blijkt, konden we die kans niet laten liggen. Eerlijk; ik vond het niet zo leuk. Met Kasper is dat wel super, maar er moet altijd iemand bij Annabelle blijven en dat is nu niet direct spannend. Ach ja, het kind heeft zich ook wel geamuseerd met water in emmertjes doen en het er terug uitgieten, maar de jongedame accepteert ook niet echt een ‘nee’ en dus moesten er soms gevechten gevoerd worden om te voorkomen dat ze zich in diepe baden ging storten. Net toen we aan het overleggen waren wanneer we naar huis zouden gaan (na vijf minuutjes, was het plan), ging plots het brandalarm. Eerst moest iedereen uit het water en moesten we daar allemaal wat staan koekeloeren. De redders gingen eerst eens informeren of het echt was of een oefening, vooraleer ze tot verdere actie zouden overgaan. (Een beetje een vreemde beslissing, vond ik eerlijk gezegd.) We grabbelden al maar snel onze handdoeken bij elkaar, zodat onze prutskes daar geen kou moesten staan lijden. Daarna werden we allemaal naar de nooduitgang geleid. ‘Als we echt naar buiten moeten, dan brengt de brandweer wel handdoeken en dekens mee’, werd ons gezegd. Gelukkig is het zo ver niet moeten komen en het bleek maar een oefening. Na een dik kwartier mochten we dus gewoon verder zwemmen. Dat hebben we dan nog maar eventjes gedaan en toen begon de dolle pret van het omkleedritueel met twee kleine monsters. Miljaar! We wisten meteen weer waarom we niet zo fan zijn van gaan zwemmen. Kasper kreeg het ook behoorlijk lastig. Hij wilde nog zwemmen, hij wilde nat blijven, hij ging zijn kleren niet uitdoen, hij wilde niet naar huis gaan, hij wilde niet eten, … en oh, hij moest ook nog pipi gaan doen. Lichtelijk ontstemd (understatement van het jaar) sloeg ik een handdoek rond mezelf (mijn zwempak was al uit, maar ik had nog niks meer aan) en om hem (ook hij droeg niets op dat moment) en sleurde hem naar de wc – een verdieping hoger en dat via een trap. Wij naar de wc, hij ging er wel staan, maar er kwam niks. ‘Het was eigenlijk maar een grapje, mama!’, zei dat varken. Laten we zeggen dat het niet zijn beste grapje ever was … en dat ik er alvast niet mee kon lachen. De echtgenoot ook niet toen hij het hoorde. Toen we dan toch eindelijk aangekleed geraakt waren, besloten we dan maar in de cafetaria daar iets te eten en gelukkig gedroeg de kroost zich daar wel weer voorbeeldig. Daarna gingen we naar huis en hielden het rustig voor de rest van de dag. Knock-out van vooral de ouders.

Vrijdag gingen we dan naar de zoo. Ook daar was Annabelle nog niet geraakt. Dit keer gingen we wel voor de optie van één buggy. We gingen met de tram en toen bleek plots dat Annabelle dat blijkbaar niet zo prettig vindt. Laten we zeggen dat ze het eerste kwartier van de rit heeft gebruld, omdat ze niet op stap mocht gaan. Sorry medereizigers … Eens in de zoo stormden de twee kinderen er enthousiast vandoor. Die twee lopen daar dan hand in hand, echt een genot om te zien. We waren nog maar aan de pinguïns en daar ging Kasper al drie keer onderuit. De derde keer helaas met gevolgen; een hele grote schaafwonde, bloederig gedoe en natuurlijk toch wel wat pijn. Terwijl we probeerden zand en vuil uit de wonde te spoelen, ging ook Annabelle onderuit … ook zij heeft er dus een aantal schaafwonden bij. Ik dacht eerst nog dat het bij Kasper aan een misschien wat te gladde schoenzool lag en bij Annabelle aan het feit dat ze gewoon nog wat beter moet leren altijd haar evenwicht te houden als ze enthousiast rondloopt, maar ik zag nadien ook nog verschillende andere kinderen onderuit gaan. Misschien moeten de mensen van de zoo toch eens een andere ondergrond overwegen dan? Het lijkt me toch niet de bedoeling dat de jeugd constant valt en zich bezeert … Aangezien Kasper toch wel wat last behield van zijn knie, hingen we er helaas aan voor onze moeite om hem te laten stappen. Dragen, samen met Annabelle in de buggy, in de nek, een beetje stappen en alles weer van vooraf aan. Ook dit keer gingen we voor een meegebrachte picknick en we waren weer blij dat we voor die optie hadden gekozen. Kort na de middag probeerden we voor de eerste keer ooit of Annabelle in de buggy zou slapen en ze slaagde voor de test met vlag en wimpel. Ze sliep ruim twee uur en eerlijk is eerlijk, die waren heerlijk. Kasper genoot ook met volle teugen van het feit dat hij alles mocht bepalen en dat wij onze aandacht volledig aan hem konden geven. Ik ging zelfs met hem naar de zeeleeuwenshow en we zagen echt heel veel dieren. Als afsluiter aten we nog een ijsje en dan gingen we met de tram terug naar huis. Ook dit keer liet Annabelle weer van zich horen, maar we zijn er uiteindelijk wel geraakt. ’s Avonds ging ik nog even met de fiets naar de bakker en ik was er getuige van de brand aan de school in Hoboken. Dat is de onderafdeling van Kasper zijn school, het maakte toch wel indruk.

Zaterdag gingen we naar de bibliotheek en de markt. Op de markt koopt mijn lief vaak een broodje en ik een portie kibbeling. Van Kasper weet ik al dat hij dan bij mij komt bedelen, maar dit keer had ik twéé kleine smoeffelaars aan mijn been. Ik had preventief al iets meer gekocht, maar ik ben er zeker van dat ik uiteindelijk minder heb gegeten dan anders. Die twee pagadders bleven maar zeggen ‘nog!’ en ik bleef maar blazen (want da’s heet!) en in handjes of mondjes stoppen. Soit, ik ben blij dat ze graag vis lusten, dus ik laat ze maar doen. Toen we dan weer thuis waren geraakt, gaf Kasper aan niet meer weg te willen. Ik ging dus maar op mijn eentje naar de winkel en zij speelden nog wat en keken nog wat televisie. Het is me wel duidelijk dat we daar dringend mee gaan moeten minderen, maar deze paar vakantiedagen laten we het toch maar zoals het is.

Zondag hadden we dan afgesproken met mijn familie in een chinees restaurant ter ere van Moederdag – een klein beetje laat, maar het is niet evident iedereen samen te krijgen. Mijn zus met kindjes was er helaas niet en Kasper miste zijn leeftijdsgenootjes duidelijk. Laten we zeggen dat hij al flinker is geweest op restaurant … Annabelle was ook alleen tevreden als ze luidruchtig mocht rondlopen, maar zodra er andere mensen waren, vonden we dat uiteraard geen optie meer. Met luid gekeel als gevolg … Bij thuiskomst was het alweer tijd voor het bad, daarna voor eten en hups, alweer naar bed.

De week is gevlogen en ondanks veel geroep en getier en tegengewerk van eigenlijk allebei de kindjes, is de algemene balans in mijn ogen toch positief.

Vandaag deden we een paar winkels aan en kwamen in de Paw Patrol-hemel terecht, ging het lief naar een chirurg en gingen we ook naar school om te weten in welke klas Kasper zal zitten. To be continued …