De auto.

Ik heb het al vaker geroepen, dat ik dringend nog eens met de auto moet rijden. Ik heb mijn rijbewijs gehaald in 2008 ofzo, maar was nooit een dappere chauffeur. In het begin reed ik nog regelmatig, maar ik stierf altijd duizend doden. Dat ik de auto moest delen met mijn lief – die er iedere dag mee naar het werk reed – hielp uiteraard niet, maar we moeten ook geen excuses zoeken. Ik haatte ik, ik was bang en dus deed ik het niet genoeg. Toen we uiteindelijk vier jaar geleden een nieuwere en grotere auto kochten, was het helemaal om zeep. Met de kleine had ik leren rijden, die kende ik perfect qua afmetingen en daar kon ik zelf behoorlijk goed mee parkeren. Met de nieuwe vond ik het veel te eng, zag mijn man het ook al niet meer geweldig zitten dat er risico’s mee genomen zouden worden … . Op oudjaar 2013 reed ik voor de laatste keer, vrees ik. Er was een pijnlijke situatie waarin ik af de autostrade reed en maar niet van de afrit afraakte, omdat er veel te veel auto’s de grote baan bleven bevolken. Intussen staken langs alle kanten andere (dapperdere en betere) chauffeurs mij voorbij en de moed zakte mij in de schoenen. Diezelfde nacht moest ik nog naar huis rijden aangezien ik BOB was, maar dat was dus de allerlaatste keer dat ik achter het stuur kroop. Ik werd zwanger, kreeg een kind en eigenlijk raakte alles zonder die auto ook wel geregeld. Soms vond ik het wel pijnlijk als mensen aanboden mij naar huis te brengen, want ik vond niet dat zij moesten opdraaien voor mijn lafheid. Of als ik urenlang onderweg was, alleen maar omdat het openbaar vervoer nu eenmaal een ramp is in dit land, vloekte ik soms wel. Toch vond ik niet dat ik iets echt miste zonder dat rijbewijs.

Binnenkort komt er een tweede kind en dat zou de zaken wel eens kunnen bemoeilijken. Momenteel doe ik alles met de fiets, maar met zo’n nieuwbakken baby zal dat moeilijk worden. Bovendien gaat Kasper net naar school als de baby naar de crèche zal gaan en ik zal tijdens de ochtendspits dus al twee verschillende locaties moeten aandoen en toch op tijd op mijn werk moeten zien te raken. Niet evident. Dan zou een auto natuurlijk geen overbodige luxe zijn. Het plan is dus dat ik al mijn moed bijeenraap en terug probeer achter het stuur te krijgen. Als dat me zou lukken, kopen we een tweede kleinere auto. Een automatiek, heb ik geëist, want alles wat het mij kan vergemakkelijken, is welkom. En groot genoeg om een buggy te vervoeren, want het is tenslotte de bedoeling dat ik met die twee kinderen op pad zal kunnen.

Een paar weekends geleden trokken we met zijn drietjes naar het industriepark op een zondagnamiddag. Er was geen kat te bespeuren en ik reed dus wat toertjes. Rustig, soms klungelachtig, maar het ging. Ik viel niet stil, mijn liefste vond zelfs dat het goed ging en ik kreeg ergens weer hoop. Ik was natuurlijk geen enkele andere auto tegengekomen en dat hielp wel …  .

Vandaag trokken we alweer naar het industriepark. Op een werkdag is het daar wél behoorlijk druk, moet ik zeggen. Langs beide kanten van de baan stonden auto’s geparkeerd, er reden vrachtwagens en auto’s rond en er kwamen zelfs fietsers voorbij. Op een bepaald moment zei de echtgenoot: ‘Zullen we eens vertrekken op een helling?’ Oh boy. Het was nochtans nodig, want als dat niet lukt dan kan je bij ons eenvoudigweg niet uit dat industriepark komen. Waarheen je ook gaat, je komt wel stevige hellingen tegen waarop de kans bestaat dat je gaat moeten stoppen. Zowaar … het lukte van de eerste keer. ‘Draai dan maar eens hier in de straat’, zei meneer. Oelala, een waar manoeuvre?! Ook dat ging. Uiteindelijk zijn we dan toch door de straten van de buurt gaan rijden en ook dat heeft iedereen overleefd.

Er is nog een lange weg te gaan, hoor, want zonder mijn lief naast mij zou ik bijvoorbeeld al niet durven te vertrekken. Ik zou ook dringend de verkeersregels nog eens moeten bestuderen, want daar heb ik me al die jaren ook niet echt mee beziggehouden. Verder moet ik echt van die angst voor andere automobilisten af … maar dat kan alleen maar beteren door het vaker te doen, veronderstel ik.

We gaan nu dus proberen door te zetten, want de tijd dringt. Ik hoop echt zo hard dat het me gaat lukken … en dat er ooit een vorm van ‘gerustheid’ zal bestaan, in plaats van de enorme angst en stress die ik nu voel tijdens het rijden. Hoe zalig zou dat niet zijn, als ik mijn twee pagadders gewoon met de auto kon brengen en dan kon doorrijden naar het werk. Ik geniet nochtans van mijn fietstochtjes, maar echt handig is het niet altijd …

Ik duim alvast voor mezelf dat het gaat lukken!