Het rommelt.

De overgang van ‘de vakantie’ naar terug gaan werken, dat is nooit mijn beste periode. In 2015 was dat het moment dat ik helemaal instortte. Vorig jaar was ik nog thuis met een maand ouderschapsverlof. Het werd moeilijker en moeilijker en toen ik in oktober terug moest beginnen werken, ging het toch ook weer redelijk mis. Dit jaar hoop ik op minder drastisch gedoe, maar zeggen dat het geweldig gaat, dat is toch weer een brug te ver. 

Het gaat er mij niet eens om dat ik mijn werk niet graag zou doen of dat er daar zotte eisen gesteld worden soms. Het gaat er meer om dat ik plots niet meer de moed of energie kan vinden om in die werkchaos in te duiken. Mijn hoofd draait namelijk al overuren na een vakantie. In een rustperiode is er namelijk plots weer ruimte voor plannen en dromen. Ik zie wat er allemaal heel dringend zou moeten gebeuren in huis en wil er volledig invliegen. Ik schuim tientallen opruimsites af, maak me lid van facebookgroepen als ‘minimalistische moeders’ in de vage hoop dat een schijntje van de échte minimalistische inzichten tot mij zal komen – of erger nog, dat ik de moed vind om de principes die ik al langer ken ten uitvoer te brengen, intussen doe ik er ook allerlei groepjes over gezonde brooddozen bij (al is in sommige gevallen kunstig meer aan de orde dan gezond) en schuim ik recepten- en dieetsites af op zoek naar snelle en makkelijke manieren om toch wat gewicht te verliezen en gezonder te eten. Het allergrappigste: ik downloadde een huishoudapp en werd lid van een groep met huishoudschema’s. Mwoeha. 

Tijdens zo’n vakantie wil ik dan alles opruimen, herorganiseren, perfectioneren (de weg naar zelfs een flauw afkooksel van perfectionisme is nog lang, geloof me, zelfs ‘goed genoeg’ weten we niet te bereiken). Alleen lopen hier twee kleine varkentjes rond, die alles wat je opruimt met veel tijd en moeite op een minuutje of twee volledig weten om te toveren in een tafereel als was er een aardbeving met tsunami gepasseerd. 

Ik zit dus op mijn werk met een hoofd vol plannen en ideeën, met een bullet journal vol afvinklijsten en met een wanhopig besef dat het ons niet lukt. Op het werk kom ik tot niet veel, dus ik voel me daar behoorlijk gefaald. Meestal ben ik van het principe ‘ik doe mijn best en het moet maar goed genoeg zijn’, maar vorige week voelde het echt niet als goed genoeg. Mijn hoofd zit dan wel vol met tientallen projecten thuis, maar ook daar loopt het compleet scheef. Dat is hier nooit opgeruimd, elke keer als ik een kast opentrek dan bedenk ik me dat we ons toch beter moeten kunnen organiseren en de tientallen ‘hoopjes’, ‘stapeltjes’ en ‘potjes’ met vanalles en nog wat drijven me tot wanhoop. De eerste gedachte die dan door uw hoofd schiet is ‘leg dat dan allemaal meteen op zijn plaats’, maar… waar is die plaats dan? In het slechtste geval is er eigenlijk geen plaats voor, in het beste geval nog geen vastgelegde plek. 

Tot nu toe kwam mijn schoonmoeder hier poetsen. Mijn man trekt het zich allemaal niet aan, maar ik heb me al 1000x doodgeschaamd voor haar. Uiteraard hebben we wel opgeruimd voor ze komt, maar die eeuwige rommelnestjes blijven en liggen uiteraard stevig in haar weg. Vanaf oktober stappen we over naar een ‘echte’ poetsvrouw. Het doel is nu dus om zoveel mogelijk van die stapeltjes en rommeldoosjes tegen dan weggewerkt te krijgen. Om dat te kunnen doen, zal er toch ook echt inhoud van kasten buiten moeten. Ik zit daar niet mee. Ik heb een punt bereikt waarop de helft van ons huishouden buiten mag, wat mij betreft. Helaas is de echtgenoot daar niet in mee en de kinderen nog minder. 

Deze week heb ik drie dagen vrij. Een grootse oprommelslag staat op het programma. Anderhalve week later heb ik nog een paar dagen. ‘Op die tijd moet je toch veel gedaan krijgen’, zie ik jullie al denken. Hmmm. Ik ben NIET goed in dat soort dingen. Ook al werk ik me halfdood, je ziet het vaak nauwelijks. 

Daarnaast begin ik vanaf vandaag weer met afvallen. Het is hier heel erg geweest in de vakantie en de weken nadien deed de echtgenoot nogal veel van ‘misschien is het wel de laatste keer’ (vandaag wordt zijn galblaas eruitgehaald en wie weet kan hij nadien geen frieten/chips/chocola/… meer verdragen) en ongewild doe je hier en daar maar weer mee. Laten we het erop houden dat ik nu evenveel weeg als toen ik ruim zeven maanden zwanger was van Kasper. Dat is niet helemaal de bedoeling. Als we al die brol al eens latens en de hoeveelheden/belegde broodjes al eens terugschroeven naar ‘eens per uitzondering’, dan zou het toch al wat minder dramatisch moeten worden. 

Weet je wat trouwens nogal ironisch is? Hoewel de frustratie en de wanhoop om de permanent onopgeruimde staat van ons huis hoog opliep, heb ik de laatste maand al mijn records qua online shoppen gebroken. Kleren voor de kinderen – heel erg nodig, dat wel, schoenen voor de kinderen voor deze maat én de volgende al, schoenen voor mezelf, massa’s vaatwastabletten, wc-papier en pampers, een pannenset en een air fry begot. En eh, ‘een paar’ brooddozen. Daar ben ik zo’n kieken in, he. Een echte bentobox vind ik te duur, maar dan koop ik vijf goedkopere dozen en zit dus alsnog aan dat budget. Nu ja, in het kader van goedkoper en gezonder kan dat natuurlijk wel helpen, een fatsoenlijke doos om mijn lunch in op te bergen en om Kasper te voorzien van meer dan alleen een stel boterhammen. 

Op het werk kost het me soms veel moeite om de paniek niet te laten toeslaan. Dan zie ik wat ik nog allemaal moet doen, wat ik nog allemaal uit moet zien te vissen of nog totaal niet snap, in mijn achterhoofd zwermt nog alles wat ik volledig heb laten mislopen en er is altijd de dreiging dat een paar klanten zouden kunnen bellen om het wankele evenwicht dat er is om zeep te helpen. Voorlopig lukt het, maar het kost veel energie. Zo zal ik uiteindelijk wel weer in de pre-vakantiemodus geraken: te moe om thuis in actie te schieten, te afgestompt om nog veel plannen te maken daaromtrent en soms zelfs om te dromen van dat huis in relatief opgeruimde staat. Dan komt het wel weer goed met mij. Als plannen en dromen verbannen worden door pure uitputting, dan functioneer ik weer. Vreemd.

Maar nu dus even nog niet. Waarschijnlijk ook pas rond november, als al mijn verlofje een paar weken achter de rug zujn. Tot dan rommelt het. In huis en hoofd.

Advertenties

De zomer – week negen.

Et voilà, nog voor je het doorhebt, is het dan toch zo ver: die lange zomervakantie is voorbij. Van die laatste dagen genoten wij nog wel met volle teugen.

Op maandag wilden we het nog rustig houden. We zouden ‘eventjes’ een nieuwe rugzak voor Kasper gaan zoeken. We gingen eerst langs de markt, dan haalden we in het kruidvat 4 dozen pampers op die ik er aan 50% hzd gekocht, dan haalden we vlug de nieuwe brillen voor de man op en dan eindelijk gingen we op weg naar Dreamland. Annabelle was onderweg al in slaap gedonderd, dus bleef het lief bij haar en ik ging met Kasper alleen naar binnen. Zijn ogen vielen bijna uit hun kassen en hij waande zich in de Paw Patrol-hemel. Gelukkig kon ik hem bij de rugzakken nog wat afleiden en richting de skip hop-zakken dirigeren, maar vanaf dan bestond de enige opdracht er voor hem in naar sdie honden te gaan zoeken. Een brooddoos, de 2 ontbrekende minipups voor zijn collectie en een boek later gaf hij toe dat het nu wel echt genoeg was en mocht ik gaan betalen. Terwijl ik mij op die taak richtte, ging meneer er zowaar voor het eerst in zijn leven vandoor! Hij vroeg of hij in een auto aan de kassa mocht spelen en toen ik opkeek, was hij nergens meer te bespeuren. Ik probeerde in te schatten waar hij naartoe zou kunnen zijn en ik dacht aan de echtgenoot in de auto op de parking. Niet meteen een geruststellende gedachte met al die auto’s… maar toen ik lichtelijk bezorgd buiten stapte, bleek meneer in de opgestelde speelhuisjes buiten te zitten. Jawadde. Nadien gingen we nog naar de Fun, alwaar de echtgenoot onze vriend ook nog vanalles gaf en waar Annabelle toch ook iets kreeg. Een gigantisch Bumbaboek, waarvan de kartonnen bladzijden zo groot zijn, dat ze zelf niet eens kan omdraaien. Dan togen we eindelijk naar huis en probeerden nog wat te relaxen. Nadien moest de echtgenoot nog even naar de chirurg om zijn op til staande operatie te plannen en dan kwam een spannend moment: we mochten naar school om te weten te komen bij welke juf Kasper zou gaan zitten. Zijn juf is al meteen in zwangerschapsverlof, maar hij kent de vervangster wel al een beetje van vorig jaar. Er is vanalles te zeggen over de klas, over het gebouw, over vanalles en nog wat, maar ik ga dat niet doen. Ik hoop gewoon dat het allemaal meevalt en dat hij zich er even goed zal voelen als vorig jaar. 

Dinsdag was dan ook bijzonder: we dropten Annabelle bij opa en gingen met Kasper naar Plopsaland. De anderhalf uur in de auto verliepen voorspoedig en pllts riep meneer: ‘we zijn er!’. Hij had een grote Plop gespot op een kruispunt en de juiste conclusie getrokken. Vanaf dan vobd hij alles super. Hij huppelde van enthousiasme bij elk figuur dat hij tegenkwam en hij wilde overal in. Soms was zijn lengte (93cm) wel nog een probleem, maar hij mocht toch wel al veel. Hij deed rollercoasters alsof het niks was en vond het allemaal even tof. Mijn maag zag een tweede ritje echter vaak niet zitten… Het viel eigenlijk ook geweldig goed mee qua aanschuiven: bij twee attracties (toevallig die met water; niet vreemd op een snikhete dag) duurde het lang, bij al de rest maximaal 1 of 2 beurten wachten en het was aan ons. Deze dag was alvast een absolute topper. Jammer dat het zo ver rijden is en vooral dat je er zo idioot veel voor betaalt. Wij kwamen er deze keer vanaf met 57 euro + 10 euro parking, maar als we teruggaan en Kasper is een meter groot (waarschijnlijk) en we vinden niet hier of daar een korting, dan wordt dat zomaar eventjes 108 euro + 10 euro parking. Hallo?! En als we nog een jaar of 2 wachten en Annabelle meenemen, dan mag er nog eens 36 euro bij. Dat is toch om niet goed van te worden… Oh, en we hadden Kasper beloofd dat we daar nog iets gingen eten. 51 euro kostte dat ons, voor een kinderspaghetti en 2 hoofdmenu’s, niet eens echt lekker en ook niet overdreven veel. In pakweg de lunchgarden eet je hetzelfde veel beter en in een grotere portie voor 20 euro minder! De terugreis was slopend, met temperaturen rond de 40° in de auto en file, file, file. Gelukkig sliep Kasper een groot deel van de reis… Aan het eind van de dag vroeg ik meneer nog wat hij nu het leukst had gevonden. ‘Dat ik op wc van de grote mensen was geweest en ik er net aan kon!’, was zijn antwoord. Een urinoir op kidnderhoogte dus, maar dat laatste had hij niet helemaal door. En fier dat hij was! 

Woensdag en donderdag moest ikzelf helaas al terug gaan werken. De echtgenoot bleef bij de kindjes zn bracht ze prompt telkens een halve dag naar zijn ouders. Daar amuseerden onze twee varkentjes zich elke keer rot.

En dan was het vrijdag 1 september. Wij hadden er alvast naar uitgekeken en hij wilde ook graag naar juf S., zei hij. Hij stond op en toen drong door dat het voor echt was. Plots wilde hij niet meer eten, kloeg hij dat hij moe was en lag met zijn oogjes dicht in de zetel. Hij gaf over. Ziek of zenuwen? Toen hij niet naar Paw patrol wilde kijken, vreesde ik voor het eerste. Nadien gaf hij ook nog eens over. Hij wilde de ene minuut wel naar de juf en de andere niet… dus wz besloten het er toch maar op te wagen. Het was een berekend risico. Door het offerfeest zouden er maar weinig kindjes zijn, dus in geval van nood zou de juf nog wel wat aandacht aan hem kunnen geven. Mijn lief was ook thuis, dus als het echt niet ging dan kon hij meteen gehaald worden en zelfs opgevangen worden zonder tien telefoons te moeten voeren. In de auto dacht ik echt dat we zelfs de school niet zouden zonder een extra keertje overgeven. Het stuk naar de school stapte ik met hem hangend in mijn armen. Ik gaf hem aan de juf en zei maar eerlijk hoe het zat en dat ze mochten bellen als het niet ging. Ik voelde me wel wat schuldig, maar als het dan toch van de zenuwen zou zijn, dan zouden we hem niet helpen door hem thuis te houden. Dan zou het maandag opnieuw van dat zijn. De hele dag hielden we onze gsm angstvallig in het oog en pas ruim na de lunch durfden we weer wat adem te halen. Toen we hem afhaalden, bleek dat er inderdaad geen enkel probleem meer was geweest. Hij had al zijn eten op en vroeg al meteen naar eten. ‘Het zullen toch zenuwen geweest zijn, zei de juf. Inderdaad. Drie jaar en meermaals overgeven vande zenuwen. Met die kleine gaan we onze peren nog zien, denk ik… Hij had het in ieder geval leuk gevonden, juf S was al meteen de liefste en de mooiste van zijn klas, dus dat schept hoop. Al doe ik nu vporal schietgebedjes dat nu zo meteen al een weekend hem dat niet zal doen vergeten…

De vakantie zit erop. Ik sxhrijf een dezer nog wel eens wat algemene overpeinzingen over die hele periode. Maar van de wekelijkse updates zijn jullie dan toch maar weer verlost!

De zomer – week acht.

Naar deze week van de vakantie had ik het hardst uitgekeken; wij met zijn viertjes thuis. In de loop van de vakantie zwakte het enthousiasme soms wat af (recht evenredig met het aantal hysterische aanvallen van Kasper of de uren aan mijn broek getrek of doelloos gehuil van Annabelle en het aantal keren dat de echtgenoot uit zijn vel sprong om niets), maar toen het moment dan toch daar was, had ik er toch weer zin in. En terecht, is gelukkig gebleken …

Maandag kwamen we dus terug van Sunparks. We waren rond de middag thuis en begonnen zowaar meteen voorbeeldig te wassen en onze koffers uit te laden. Ok, ik dan … maar de echtgenoot entertainde wel de kinderen, dus ik kon ongestoord mijn gang gaan. Voor de rest deden we niets speciaals meer, behalve chinees bestellen.

Dinsdag moesten de kindjes al meteen een hele dag naar Oma. De echtgenoot en ik moesten immers twee aktes bij twee verschillende notarissen gaan ondertekenen. De ene afspraak stond behoorlijk vroeg en de andere behoorlijk laat, dus we besloten onze tijd voor een keertje ook eens nuttig te besteden. We gingen naar de winkel (yes, alweer een week erin geslaagd de kinderen niet te moeten meenemen!), we deden glas naar de glasbak van eh … vermoedelijk zo ongeveer een jaar en we sleepten nog het een en ander naar het containerpark. We hadden achteraf zelfs nog een dik uur over om eventjes ‘op ons lui gat te liggen’. We zetten enkele tientallen paraffen en een koppel handtekeningen en toen was het dan toch eindelijk zo ver; we hadden een lening en een grond. Hallelujah! De kindjes hadden een fijne dag gehad bij oma, al had Annabelle geweigerd te slapen. De avond was dus niet echt prettig. De echtgenoot wilde frietjes om de akten te vieren, maar laten we zeggen dat de sfeer aan tafel niet meteen tot vieren noopte. Ach ja.

Woensdag gingen we dan eindelijk eens naar Planckendael. Ons abonnement heeft dit jaar nog bijzonder weinig dienst gedaan en Annabelle is er met haar vijftien maanden zelfs nog nooit geraakt! Schandalig … We besloten eens dapper te zijn en daar ter plekke een bolderkar te huren. Eén buggy meenemen zorgt er steevast voor dat Kasper begint te zeuren dat hij er ook in wilt, twee buggy’s zijn gewoon onpraktisch en vind ik er persoonlijk ook wel wat over voor een 3,5-jarige. Als hij de kans heeft, laat hij zich dan immers de hele dag rondrijden en dat vind ik niet ok. De dag begon wel een beetje in mineur, want we kregen telefoon dat de fijne bank mij geen schuldsaldoverzekering wil geven. Diabetes, overgewicht en hoge bloeddruk, dan moet je toch wel een dezer eens gaan doodvallen, zullen ze hebben gedacht. Ik deed toch maar mijn best om het de dag niet te laten verknallen en dat is gelukkig behoorlijk goed gelukt. De kindjes vonden de bolderkar heerlijk en wij wisten het ding ook wel te appreciëren. Het weer was schitterend, de kindjes amuseerden zich allebei geweldig en we zagen toch heel wat dieren. We hadden ook eens een eigen picknick meegenomen (niet van onze gewoonte) en ik vond dat zeker voor herhaling vatbaar. Niet moeten opletten waar je op welk moment bent in het park, niet moeten zorgen dat je zeker op tijd in één van de restaurants bent om de grootste drukte voor te zijn … We zagen heel veel dieren, maar rond halftwee waren moeder en vader wel volledig knock-out. Annabelle trouwens ook, want in die bolderkar slapen, daar had ze geen zin in. We ging dus terug naar huis en hielden voor de rest een rustige namiddag met een overload aan Paw Patrol op de tv.

Donderdag besloten we het plaatselijke zwembad eens te gaan uittesten. Dat is al jaren geleden vernieuwd, maar sindsdien zijn we er niet meer binnen geweest. Aangezien Kasper plots een echte waterrat blijkt, konden we die kans niet laten liggen. Eerlijk; ik vond het niet zo leuk. Met Kasper is dat wel super, maar er moet altijd iemand bij Annabelle blijven en dat is nu niet direct spannend. Ach ja, het kind heeft zich ook wel geamuseerd met water in emmertjes doen en het er terug uitgieten, maar de jongedame accepteert ook niet echt een ‘nee’ en dus moesten er soms gevechten gevoerd worden om te voorkomen dat ze zich in diepe baden ging storten. Net toen we aan het overleggen waren wanneer we naar huis zouden gaan (na vijf minuutjes, was het plan), ging plots het brandalarm. Eerst moest iedereen uit het water en moesten we daar allemaal wat staan koekeloeren. De redders gingen eerst eens informeren of het echt was of een oefening, vooraleer ze tot verdere actie zouden overgaan. (Een beetje een vreemde beslissing, vond ik eerlijk gezegd.) We grabbelden al maar snel onze handdoeken bij elkaar, zodat onze prutskes daar geen kou moesten staan lijden. Daarna werden we allemaal naar de nooduitgang geleid. ‘Als we echt naar buiten moeten, dan brengt de brandweer wel handdoeken en dekens mee’, werd ons gezegd. Gelukkig is het zo ver niet moeten komen en het bleek maar een oefening. Na een dik kwartier mochten we dus gewoon verder zwemmen. Dat hebben we dan nog maar eventjes gedaan en toen begon de dolle pret van het omkleedritueel met twee kleine monsters. Miljaar! We wisten meteen weer waarom we niet zo fan zijn van gaan zwemmen. Kasper kreeg het ook behoorlijk lastig. Hij wilde nog zwemmen, hij wilde nat blijven, hij ging zijn kleren niet uitdoen, hij wilde niet naar huis gaan, hij wilde niet eten, … en oh, hij moest ook nog pipi gaan doen. Lichtelijk ontstemd (understatement van het jaar) sloeg ik een handdoek rond mezelf (mijn zwempak was al uit, maar ik had nog niks meer aan) en om hem (ook hij droeg niets op dat moment) en sleurde hem naar de wc – een verdieping hoger en dat via een trap. Wij naar de wc, hij ging er wel staan, maar er kwam niks. ‘Het was eigenlijk maar een grapje, mama!’, zei dat varken. Laten we zeggen dat het niet zijn beste grapje ever was … en dat ik er alvast niet mee kon lachen. De echtgenoot ook niet toen hij het hoorde. Toen we dan toch eindelijk aangekleed geraakt waren, besloten we dan maar in de cafetaria daar iets te eten en gelukkig gedroeg de kroost zich daar wel weer voorbeeldig. Daarna gingen we naar huis en hielden het rustig voor de rest van de dag. Knock-out van vooral de ouders.

Vrijdag gingen we dan naar de zoo. Ook daar was Annabelle nog niet geraakt. Dit keer gingen we wel voor de optie van één buggy. We gingen met de tram en toen bleek plots dat Annabelle dat blijkbaar niet zo prettig vindt. Laten we zeggen dat ze het eerste kwartier van de rit heeft gebruld, omdat ze niet op stap mocht gaan. Sorry medereizigers … Eens in de zoo stormden de twee kinderen er enthousiast vandoor. Die twee lopen daar dan hand in hand, echt een genot om te zien. We waren nog maar aan de pinguïns en daar ging Kasper al drie keer onderuit. De derde keer helaas met gevolgen; een hele grote schaafwonde, bloederig gedoe en natuurlijk toch wel wat pijn. Terwijl we probeerden zand en vuil uit de wonde te spoelen, ging ook Annabelle onderuit … ook zij heeft er dus een aantal schaafwonden bij. Ik dacht eerst nog dat het bij Kasper aan een misschien wat te gladde schoenzool lag en bij Annabelle aan het feit dat ze gewoon nog wat beter moet leren altijd haar evenwicht te houden als ze enthousiast rondloopt, maar ik zag nadien ook nog verschillende andere kinderen onderuit gaan. Misschien moeten de mensen van de zoo toch eens een andere ondergrond overwegen dan? Het lijkt me toch niet de bedoeling dat de jeugd constant valt en zich bezeert … Aangezien Kasper toch wel wat last behield van zijn knie, hingen we er helaas aan voor onze moeite om hem te laten stappen. Dragen, samen met Annabelle in de buggy, in de nek, een beetje stappen en alles weer van vooraf aan. Ook dit keer gingen we voor een meegebrachte picknick en we waren weer blij dat we voor die optie hadden gekozen. Kort na de middag probeerden we voor de eerste keer ooit of Annabelle in de buggy zou slapen en ze slaagde voor de test met vlag en wimpel. Ze sliep ruim twee uur en eerlijk is eerlijk, die waren heerlijk. Kasper genoot ook met volle teugen van het feit dat hij alles mocht bepalen en dat wij onze aandacht volledig aan hem konden geven. Ik ging zelfs met hem naar de zeeleeuwenshow en we zagen echt heel veel dieren. Als afsluiter aten we nog een ijsje en dan gingen we met de tram terug naar huis. Ook dit keer liet Annabelle weer van zich horen, maar we zijn er uiteindelijk wel geraakt. ’s Avonds ging ik nog even met de fiets naar de bakker en ik was er getuige van de brand aan de school in Hoboken. Dat is de onderafdeling van Kasper zijn school, het maakte toch wel indruk.

Zaterdag gingen we naar de bibliotheek en de markt. Op de markt koopt mijn lief vaak een broodje en ik een portie kibbeling. Van Kasper weet ik al dat hij dan bij mij komt bedelen, maar dit keer had ik twéé kleine smoeffelaars aan mijn been. Ik had preventief al iets meer gekocht, maar ik ben er zeker van dat ik uiteindelijk minder heb gegeten dan anders. Die twee pagadders bleven maar zeggen ‘nog!’ en ik bleef maar blazen (want da’s heet!) en in handjes of mondjes stoppen. Soit, ik ben blij dat ze graag vis lusten, dus ik laat ze maar doen. Toen we dan weer thuis waren geraakt, gaf Kasper aan niet meer weg te willen. Ik ging dus maar op mijn eentje naar de winkel en zij speelden nog wat en keken nog wat televisie. Het is me wel duidelijk dat we daar dringend mee gaan moeten minderen, maar deze paar vakantiedagen laten we het toch maar zoals het is.

Zondag hadden we dan afgesproken met mijn familie in een chinees restaurant ter ere van Moederdag – een klein beetje laat, maar het is niet evident iedereen samen te krijgen. Mijn zus met kindjes was er helaas niet en Kasper miste zijn leeftijdsgenootjes duidelijk. Laten we zeggen dat hij al flinker is geweest op restaurant … Annabelle was ook alleen tevreden als ze luidruchtig mocht rondlopen, maar zodra er andere mensen waren, vonden we dat uiteraard geen optie meer. Met luid gekeel als gevolg … Bij thuiskomst was het alweer tijd voor het bad, daarna voor eten en hups, alweer naar bed.

De week is gevlogen en ondanks veel geroep en getier en tegengewerk van eigenlijk allebei de kindjes, is de algemene balans in mijn ogen toch positief.

Vandaag deden we een paar winkels aan en kwamen in de Paw Patrol-hemel terecht, ging het lief naar een chirurg en gingen we ook naar school om te weten in welke klas Kasper zal zitten. To be continued …

De zomer – week zeven.

Er hoeft weinig gezegd te worden over adgelopen week. Kasper ging op vakantie met zijn opa en we hoorden weinig. Elke dag een foto en nietszeggende commentaar als ‘regen regen dus zwembad en binnenspeeltuin’. We gingen er dan maar vanuit dat alles onder controle was.

Annabelle ging naar haar grootmoeders en deed dat prima. Ze sprak nog wat nieuwe woorden (pop, t(r)ein en iets dat voor ‘allemaal op’ moet doorgaan) en was voor de rest supervrolijk.

Mijn halve trouwboek en ik werkten maar braaf, ikzelf ook op de feestdag. Dan bleef het lief maar met ons Bellue thuis en ze amuseerden zich samen wel. 

Vrijdag gingen de drie thuisblijvers dan ook naar Sunparks in De Haan. Annabelle sliep weer flink de hele rit en bij aankomst vlogen zij en haar broer elkaar in de armen. Kasper wilde haar altijd zien en dus moesten de twee buggy’s naast elkaar rijden, moest hij haar een handje geven als ze stapte en eiste hij van dragers dat ze de pas erinzetten of net vertraagden om te zorgen dat ze elkaar konden zien. 

We zwommen uren en uren en verbaasden ons over de enorme durf die Kasper plots gekweekt heeft. Hij is minstens 50x van de kant van het diepe gesprongen en het gaf niks dat hij volledig onder water ging. Hij ging onder een kletterende waterval en maakte er niks van als de golven in het golfslagbad in zijn gezicht stuksloegen. (Ikzelf verzoop bijna, want eens je daar op de grond zit, raak je bijna niet meer recht.)

Op zaterdagmiddag trokken we ook even naar zee. Laten we zeggen dat we een dag te vroeg waren… De zon was van de partij, maar een geweldig sterke wind ook. Het rondvliegende zand deed gemeen pijn. Annabelle wilde niet af ons tentzeil komen en vond het zelfs daar maar niks. Kasper begon nog enthousiast aan een zandkasteel, maar nadat hij kletsnat was geworden én volhing met zand, raakte hij zelfs wat in paniek. We trokken hem snel een short aan, wikkelden hem lekker warm in de trui van papa en parkerrden hem in de buggy terwijl wij opkraamden. Pas toen we uit de duinen en dus niet meer gepijnigd werden door dat rondvliegende zand, kwam het terug in orde.

Qua eten gingen we elke avond op restaurant. Kasper at er watermeloen en kip nuggets, Annabelle diezelfde nyggets en wortelchips. Allebei drie dagen op rij! Dan gingen onze bandieten op stap met opa en ze verschenen meestal pas lang na bedtijd terug. Het is vakantie voor iets, he… 

Maandag trokken we al terug naar huis. Deze week zal er een onder ons viettjes zijn. Ik ben erns benieuwd!

De zomer – week 6.

Nondepitjes seg, op de een of andere manier vliegt die vakantie hier toch voorbij! We zijn er uiteraard nog lang niet, maar in de planningen in mijn hoofd komt 1 september toch soms al voorbijgevlogen. Ik ben duidelijk niet de enige die dat zo aanvoelt, want de reclameboekjes en reclamemails staan vol met ‘terug naar school’ en op Facebook komen de vragen over boekentassen en ander schoolgerief vlotjes voorbijgevlogen.

Deze week was het nog volle bak vakantie. Kasper ging op kamp en Annabelle volgde dus haar normale opa-creche-moeke-programma. Maandagochtend liep Kasper niet over van enthousiasme, maar hij vermande zich stoer en stapte de speelplaats over en liet mij gaan. ‘S Avonds had hij het leuk gevonden en hij had er zelfs een vriendje van zijn vorig kampje teruggezien. Opa was meneertje ook gaan ophalen, zodat hij niet naar de nabewaking moest. Stel u voor, de horror seg. Opa heeft maar één autostoel, dus moest Kasper stappen. Haha. Dat hadt ge dus gedacht… De jongeman had een andere oplossing. Ik denk dat niemand er iets op tegen had, als ik deze foto zo bekijk:

Dinsdag was het enthousiasme ook weer niet overdreven groot, maar ik denk dat dat ook te maken heeft met het feit dat er altijd maar heel weinig kindjes zijn als ik hem afzet. Ik versta dat dus niet zo goed, he. Vanaf kwart voor 8 is er opvang, om 9u gaat het kamp echt van start. Om 16u loopt het kamp af en tot 18u is er ‘nabewaking’. Ik weet intussen al dat hij daar om kwart voor 8 helemaal alleen staat en dat wil ik hem niet aandoen. Die prutskes moeten dan wat op die speelplaats ronddwalen. Ik ben dan toch al te laat op mijn werk, dus ik wacht dan tot 8u om hem af te zetten. Van zijn leeftijd was er nooit iemand, alleen een bende wilde, grote kinderen van pakweg 4e leerjaar. Zelfs om 25 voor 9 was er nog maar 1 ander kindje van Kasper zijn leeftijd! Hoe doen die mensen dat dan? Ik veronderstel toch dat de meeste ouders hun kind naar zo’n kamp brengen om zelf te kunnen gaan werken? Ik werk nu nog op 10 minuutjes rijden van daar, maar de meesten zullen toch wel verder moeten. Hoe krijg je dat dan geregeld dat je om half10 of later aankomt en rond 16u je kind al oppikt? Ik snap er niks van. In ieder geval had Kasper het ook wel leuk gevonden dinsdag. Hij werd weer door opa opgehaald en zoals gebruikelijk wilde hij niet mee naar huis. Ik begin dat een beetje beu te worden. Als ik die kleine van de nabewaking afhaal, is er geen vuiltje aan de lucht. Hij stormt mij vrolijk tegemoet en is best te genieten. Als ik hem bij opa ga halen, wil hij niet mee naar huis, luistert hij voor geen meter en valt er de rest van de dag niks mee aan te vangen. De avond was dus vooral een gevecht en een poging om meneer zo vlug mogelijk in bed te krijgen. Annabelle moeten we daarentegen zo lang mogelijk wakker houden, in de hoop dat dat mormel niet midden in de nacht gaat besluiten dat het tijd is om op te staan…

Woensdag was Kasper plots wat toegankelijker naar mij en ik kreeg zowaar een cadeautje: een vers opgeraapt blaadje. Er hoorde een hele uitleg bij, dus ik durfde niet anders dan het in mijn auto leggen. Ook nu weer stroomde het enthousiasme er niet af, maar hij vermande zich en liet me flink gaan. ’s Avonds ging ik hem zelf afhalen en dan kon ik ook eens zien dat hij wel gewoon meespeelt. Da’s toch altijd leuk om te zien. Hij had zowaar nog een cadeautje voor mij… nog een opgeraapt blad! Stel u voor, straks kan ik een collectie beginnen! Hij had het kamp heel leuk gevonden, zei hij. Ze hadden met fruit geknutseld en het was de bedoeling dat ik dat ding mee naar huis nam. Laten we zeggen dat dat bordje platgeknepen banaan en verdorde ananas rechtstreeks de gft-bak is ingetuimeld… Annabelle had nog een afspraak staan bij de vrienden van Kind en Gezin. De echtgenoot ging met haar en liet al snel weten dat ze afklokte op 9kg810 en op 76,2cm. Ja hallo, die is dan ook aan een groeispurtje bezig! Gelukkig werd ze voor de rest ook goedgekeurd en konden ze anderhalf uur na afspraak eindelijk naar huis komen. Kasper was immers doodmoe, maar hij moest en zou wakker blijven tot hij papa had gezien.

Toen het lief thuiskwam, had hij nog een eh… prettig nieuwtje. ‘Naar waar gaat Annabelle maandag?’ Euh, naar de crèche? ‘Er hangt een blad op de deur dat ze dicht zijn en ik denk zelfs dat er stond dat ze de hele week gesloten zijn.’ Uhm?! Ik zocht meteen naar de mails met de verantwoordelijke en vond dat ze inderdaad had gezegd dat ze pas de 21ste zou sluiten en dus niet de 14e al. En nu?!

Donderdag bracht het lief Kasper naar zijn kamp. Het was daar pijamadag! Hoewel ik elke dag een gevecht moet voeren om hem in zijn kleren te krijgen, zag meneer het nu uiteraard weer niet zitten om in pijama te gaan. Zucht! Uiteindelijk vond hij het toch een grappig idee en kwam het in orde. Het afzetten verliep hetzelfde als bij mij: flink, maar duidelijk niet met volle goesting. ‘s Avonds was hij nochtans dolenthousiast. Het was héél leuk geweest. Ze hadden vanalles gedaan, hij had op de trampoline gesprongen met zijn twee vriendinnetjes (hij schijnt toch altijd wel wat kinderen – vooral meisjes – te vinden waar hij zich goed bij voelt) en ze hadden ook gedanst.

Het crècheverhaal was trouwens inderdaad correct gebleken. De verantwoordelijke was verbaasd dat wij dachten dat ze nog open zou zijn … maar ze bood wel meteen aan om de dochter dan bij haar thuis op te vangen. Ik zou dan de buggy en de maxi cosi moeten meegeven, want ze had wel vanalles te doen. Ik voelde me meteen niet zo geweldig bij die oplossing. Het was uiteraard lief van dat aan te bieden, maar in haar huis is ze gewoon niet op baby’tjes voorzien. Haar kinderen zijn al groot, dus waar moet dat prutske dan slapen, heeft ze daar speelgoed, moeten we sidderen en beven dat ons klimgraag en vernielzuchtig monster daar vanalles gaat vernielen … Bovendien is Annabelle altijd heel erg van slag als ze ergens alleen naartoe moet, waar ze normaal met anderen samen is. Bij mijn mama bijvoorbeeld is ze vaak niet zo blij, omdat ze daar meestal samen met Kasper is. Met zijn tweetjes is alles in orde, zij alleen … dat vraagt wat doorzettingsvermogen. Als mijn mama haar neemt, dan heeft die geen verplichtingen. Dan kan ze dus de hele dag met madammeke op haar schoot zitten als het moet (het enige dat ze dan goed vindt), maar aangezien de verantwoordelijke aangaf wel redelijk wat te moeten doen, zag ik dat echt niet goedkomen. Bovendien … hoe zou dat dan weer geregeld moeten worden? Als je maar 10 opvangdagen open bent en je moet er 14 aanrekenen? Ik had dus toch al maar eens gepolst bij de grootmoeders en we waren tot een noodoplossing kunnen komen. De crèche hield dus voor ons donderdag voor drie weken op. Pas op 5 september gaat ons krapuultje er terug naartoe.

Vrijdag begon al niet zo top; Annabelle deed om 3u30 haar licht aan en begon te tateren, wat natuurlijk snel overging in gehuil. Haar in ons bed nemen hielp ook niet en dus trok de echtgenoot – na eerst stevig gevloek en boos worden en dat soort gedoe uiteraard – met haar naar beneden. Ik kon dan wel nog verder slapen, maar na zo’n intermezzo duurt het toch altijd wel even voor ik de slaap kan vatten. Ik had mijn wekker ook niet gezet, aangezien ik ervan was uitgegaan dat mijn lief de zijne gezet had en dat hij dan wel met de dochter naar boven zou komen. Niet dus … en pas om 6u30 kreeg ik een berichtje van hem of ik nog sliep. Ik besloot om het douchen maar te skippen en nog eens een dagje thuis te werken. Gelukkig dat die optie bestaat! Ik trok naar beneden en daar lag de juffrouw natuurlijk nog vredig te knorren bovenop haar vader. Typisch! Ik maakte dan al maar vlug haar zak, graaide wat kleren voor haar samen en om kwart voor zeven konden we toch echt niet anders dan haar wakker maken. De echtgenoot ging zich boven klaarmaken en wekte meteen Kasper, die ook nog heeeeeeel ver weg was. Als dit scenario zich op een zaterdag had voorgedaan, we zouden de goden op onze blote knieën hebben gedankt. Helaas pindakaas … . Om zeven uur gingen vader en dochter ervandoor en ik probeerde Kasper zo ver te krijgen van te eten en – uiteraard met gevecht – zijn kleren aan te doen. Hij protesteerde dat hij geen zin had om naar het kamp te gaan, maar hij maakte er toch niet al te veel spel van.
Tot we dan uiteindelijk daar aankwamen … We hadden zijn zak en jas al weggehangen en hij greep naar mijn hand en stuurde me richting deur. ‘Waar ga jij naartoe?’, vroeg ik hem en hij zei: ‘Naar huis met jou.’ Uhm. Toen ik zei dat dat toch echt niet ging, begon hij hartverscheurend te huilen. ‘Ik wel gewoon thuis blijven, mama’, snikte hij. Ik veronderstel dat het de combinatie van nog te moe zijn was met het feit dat er weer eens geen kleintjes waren en dat ook de luidruchtige en wilde grote kinderen (die op dat moment in een micro stonden te brullen) niet echt hielpen. Hij bleef maar brullen en mij vasthouden zoals hij het doorgaans al lang niet meer wil. Ik probeerde te weten te komen wat zijn probleem was, maar hij ging het me echt niet vertellen. Er kwam al een moni aangelopen om te vragen of ze hem moest overpakken, dus ik zei hem dat ik hem nog één minuutje héél hard ging knuffelen en dat ik dan echt moest vertrekken om te gaan werken. Dat ik nu al te laat ging zijn, maar dat dat niet erg was, maar dat ik toch echt doorging. En dat opa hem ging komen halen ’s avonds en dat vindt hij toch ook altijd wel leuk. Het hielp allemaal niet. Ik liet hem dus brullend achter bij de moni, waarvan ik wel zag dat ze hem echt apart nam en bij hem bleef, ook toen ik vijf minuten later voorbij de poort gestapt kwam om naar mijn auto te gaan.
’s Avonds bleek hij het allemaal niet zo geweldig leuk te hebben gevonden, maar uit zijn verhalen waren er toch ook enthousiaste momenten te puren en toen we een filmpje doorgestuurd kregen van opa, waren we helemaal gerustgesteld. Hij sprong en huppelde en danste superenthousiast mee. Zijn commentaar was ook hilarisch. ‘Kijk! Ik had mijn hoofd op C. gelegd. Dat is mijn vriendinnetje, ze is héél lief!’ Ze was ook drie koppen groter en zwart, maar who cares.

Uit alles wat hij zei, merkte je wel dat hij nood had aan wat thuis zijn. Helaas konden we hem dat zaterdag nog niet bieden. Mijn nonkel was namelijk overleden en werd zaterdagochtend begraven. De kinderen kennen hem niet, bovendien is een uur in een propvolle kerk zitten met hen momenteel even meer dan we denken aan te kunnen, dus we stuurden ze naar Moeke. Het was alwéér groot drama: ‘Maar ik wil bij jullie blijven!” en gehuil toen we doorgingen. Nice. De begrafenis was heftig voor ons, maar het deed me wel deugd te zien hoe mijn tante zich wist staande te houden. Uit alles bleek dat ze niet volledig verdoofd rondliep of de dingen maar aan zich liet voorbijgaan. Ze kwam ook direct een babbeltje doen en ging de moeilijke dingen niet uit de weg, maar vertelde ook gewone dingen. Natuurlijk is het best mogelijk dat de grote klop nadien nog moest komen, nu alles afgehandeld zou zijn en begrafenisondernemers, pastoors en rouwende familieleden niet meer om de haverklap wel iets van haar zouden willen. Ik hoop dat ze een manier vindt om hiermee om te gaan en door te blijven gaan. Ze is zelf nog te jong om haar leven nu ook te zien ‘ophouden’.
Toen we nadien de kindjes gingen ophalen, wilde meneer Kasper natuurlijk niet meer mee naar huis. Spreek anders nog eens van een wispelturig geval! Hij had me ook al gevraagd om niet mee naar de winkel te moeten, maar zelfs daar konden we niet aan voldoen. Er moest nu eenmaal eten op de plank komen en we hadden gewoon even geen andere manier gezien.
Ik moet zeggen; na dit winkeldrama hebben we besloten dat we gaan vermijden vanaf nu om met die twee monsters te gaan. Wat. Was. Dat. Kasper stond helemaal wild en rende gillend en roepend van enthousiasme door de winkel. Annabelle wilde met hem mee, maar was natuurlijk duizend keer trager en ging dan maar haar eigen weg. Dat kind luistert voor geen meter en zit bovendien ook echt overal aan, in tegenstelling tot haar broer. Als die ervandoor holt, ben ik er nogal gerust op. De andere mensen zullen misschien eens verstoord opkijken, maar er gaat niks breken of hij zal niet verloren geraken. Bij dat ander mormeltje daarentegen … Omdat we hoopten Annabelle te temmen door Kasper wat in te tomen, werd de sfeer op den duur een pak minder vrolijk. Kasper woest omdat hij niet overal mocht rondlopen, Annabelle bleef haar eigen zin doen en als we ze oppakten om haar dan maar tegen te houden, zette ze het op een belachelijk luid brullen. Een sirene was er niks tegen. Als Kasper zag dat Annabelle gepakt werd, wilde hij dat natuurlijk ook. Dat is nogal onpraktisch als ook nog iemand de kar moet duren en dus begon hij ook maar heel luid te jengelen. De hel, ik zeg het u.

Zondag hielden we het rustig. Pijamadag voor de kindjes en voor ons gewoon wat zetelhangen. Kasper keek een overdosis Paw Patrol, de kindertjes gooiden al het speelgoed overhoop en wij hingen of lagen wat in de zetel. Opa kwam wel lunchen, wat ons dan meestal drie minuten ademruimte geeft, aangezien beide kinderen dan met hém willen spelen natuurlijk. Daarna deed Annabelle een dut en dan is Kasper meestal op zijn best. Ook nu dus. Hij kwebbelt wat, kijkt wat tv en scharrelt wat rond, maar wij kunnen wel eventjes alle voelsprieten uitzetten voor groot gevaar en alarmerende valpartijen. Nadien aten we met zijn allen fruit(pap) en dan kropen de kindjes met hun vader in bad. Daarna was bij allebei het vat af precies, dus keken ze nog wat meer tv en we aten behoorlijk vroeg.  Toen Kasper om kwart na zes al zijn melk vroeg en na de tweede Paw Patrol al zelf zei dat hij wilde gaan slapen, hebben we er dan ook maar aan toegegeven. Het was pas zeven uur toen ik zijn slaapkamerdeur al achter mij dichttrok. Annabelle zat om halfacht ook al met open ogen en zittend te slapen in de zetel, dus die hebben we dan ook maar wat vroeger dan anders in haar bed gezwierd. (Dat beklagen we ons morgenvroeg ongetwijfeld, maar slaapdeprivatie bij zo’n kleintjes, dat voelt toch ook niet echt ok.)

Morgenvroeg vertrekt Kasperito weer voor een weekje Center Parcs, met Opa en Ola deze keer. Ikzelf moet de hele week werken, maar aangezien Annabelle niet naar de crèche gaat, hoef ik me minder zorgen te maken over het tijdstip van ophalen. Alleen al dat zal wel wat meer rust brengen!

De zomer – week vier.

Kort: het was een week waarin Kasper nog heel slecht startte, maar dan plots een volledige ommezwaai maakte. Dinsdagmiddag sliep hij nog vier uur aan een stuk (hij doet al meer dan een jaar geen dutjes meer!) en toen hij daarvan wakker werd, at hij twee borden spinaziestomp met gehaktballetjes in tomatensaus. Woensdag en donderdag was hij bij oma en hij logeerde daar dan ook maar. De belangrijkste commentaar achteraf: ‘Die heeft werkelijk constant naar eten gevraagd.’ Oef! Meneer was anderhalve kilo kwijtgeraakt, maar intussen heeft hij die er al terug aangevreten. Door al dat eten groeide zijn energie ook beetje bij beetje en stilletjesaan konden we weer wat meer ‘gerust’ worden.

Intussen merkten we ook al dat er zeker iets is veranderd door de operatie. Naast zijn idioot hoog stemmetje en de ‘r’ die hij plots niet meer kan uitspreken (alle, onze megamondige kleine en we verstaan er geen lap meer van!) valt ons op dat hij totaal niet meer snurkt. Als we ’s avonds willen weten of hij nog leeft, moeten we echt tot naast hem gaan staan en kijken of hij beweegt. Tot nu toe konden we het al van beneden horen dat hij leefde … . Als hij wakker is, hoefde ik me ook niet meer af te vragen of hij nu in slaap gesukkeld was (wakker snurken ofzoiets). Hij kan ook eten met zijn mond dicht en toch blijven ademen. Ik denk dus wel dat we er toch goed aan hebben gedaan …

Zelfs de nachtelijke episodes zijn sinds enkele dagen weg of toch sterk verminderd. Eergisteren was er nog een rustige versie van een minuut of vijf en verder niets. Laat ons hopen dat het dus ook verdwenen is alleen maar doordat hij zich terug wat beter voelt. Vermoeidheid schijnt pavor nocturnus ook in de hand te werken en volgende week gaat hij op kamp. Een goeie test, me dunkt.

Annabelle ging gewoon vijf dagen naar de crèche en iedereen juichte over haar. Ze dartelt rond, ze eet goed, slaapt goed, je hoort ze eigenlijk niet (toch niet in negatieve zin) en ze speelt flink met de andere kindjes. Het enige nadeel is dat ze eh … acrobatische toeren uithaalt. Van zodra je je rug draait, is de juffrouw wel ergens bovenop aan het klimmen. Stoelen, tafels, kasten als het moet … . Ik heb ze daar maar al gezegd dat ik het hen niet kwalijk zou nemen als ze zich toch eens pijn doet. Uiteraard mag ik hopen dat het dan bij relatief onschuldige kwetsuren gaat, maar echt. Ook hier thuis zit dat kind continu overal waar ze niet mag en sorry, maar je moet nu eenmaal soms eens iets doen of je kunnen omdraaien, he.

Ik moest met de miss trouwens ook naar de kinderarts en daar werd ze dan toch goedgekeurd. Ze zit op haar curve (die wel ineens een stuk gezakt is, maar kijk) en haar longen klonken goed. Ze hoeft dus in de zomer geen cortisonepuffers meer, maar alleen nog een ander medicijn. Da’s weer wat strijd minder!

Wij moesten de hele week werken en dus was er verder weinig bijzonders te melden. In het weekend was de echtgenoot jarig, maar met dank aan de extreem tegendraadse zoon deden we niets speciaals. Frietjes eten van de frituur, dat wel, maar verder …

De week die nu komt, ben ik alleen met Kasper thuis overdag. Ik ben er nog niet helemaal uit of ik ernaar uitkijk. 😉

De zomer – week 3.

Dat het een kakweek was, ik zeg het u. Ik had natuurlijk niet verwacht dat het een heerlijk en verfrissend weekje verlof ging zijn voor mij, maar laten we zeggen dat het de verwachtingen toch overtrof. In negatieve zin. 

De operatie verliep vlot, Kasper was stoer en flink en gejuich en al. Alleen werd hij na de operatie nogal ruw gewekt door de anesthesist en dat heb ik geweten. Hij werd superslecht wakker en de rest van de dag was er een met veel gebrul en geroep en een kleine wereldoorlog voor elk ding dat ik van hem gedaan moest krijgen. Water drinken, waterijsjes eten, infuus ter plaatse laten, pijnstilling nemen, … . Normaal, zeiden ze, en dat ik het heel goed deed en of het nog wel ging met mij, want alleen is het zo toch wel zwaar. Bmijibaar komen veel mensen met twee, om wat af te kunnen wisselen en op tijd en stond eens buiten te kunnen gaan. Die avond at Kasper pudding en yoghurt en ijs en leek hij vrij levendig. Er was wel telkens geroep en getier over die pijnstillers en het kwam zo ver dat we consequent op suppo’s overgingen. Nondepitjes zeg. 

De ochtend nadien was ook alles nog ok, maar dan ging het bergaf. Hij wilde niet meer eten en later ook niet meer drinken en hij begon belachelijk veel te slapen. Op donderdag dronk of at hij niets en er lag een vodje in mijn zetel. Pijn had hij niet, zei hij, maar in orde was hij toch ook duidelijk niet. Ik wilde weten of het normaal was dat de toestand verslechterde in plaats van beter te worden en ook hoe lang dit mocht blijven duren. Het was namelijk weer eens een lang weekend en ik wilde me niet weer het hele weekend moeten zitten afvragen of we iets moesten ondernemen. En zo kwam het dus dat ik aan de vooravond van de feestdag met een slapend kind over mijn schouder en een peuter in de maxi cosi de dokterspraktijk binnenstrompelde. Het achteruitgaan was inderdaad vreemd, het niet eten nog niet zo een groot probleem, maar het drinken wel. Als hij de volgende ochtend niet goed zou drinken, moesten we ermee naar spoed voor een infuus. We moesten ook stoppen met pijnstilling, zodat we konden zien of hij koorts had om zo hopelijk een infectie uit te sluiten. Het dreigement van terug naar het ziekenhuis te moeten, werkte. Hij begon te drinken, maar meteen ook te braken. Die nacht was hels en bij het aanbreken van de ochtend was de echtgenoot ervan overtuigd dat hij op spoed zou belanden. Ik moest werken op de feestdag, dus ik moest afgaan op de berichten die ik kreeg van het thuisfront. Tot rond de middag waren die niet goed, maar vanaf dan kwam er schot in de zaak. Kasper begon te drinken, het bleef erin en er kwam terug een beetje leven in het manneke. Spoed leek dus afgewend, oef. 

Eten wilde hij echter niet en ook zaterdag bleef dat problematisch. Intussen zagen we ons vriendje steeds bleker en slapper worden. Het is niet dat hij reserves had… Uiteindelijk waagde hij zich aan wat yoghurt en later zelfs aan wat hapjes spaghetti met pompoen, maar het bleef moeizaam en vooral heel weinig. De echtgenoot was alweer in alle staten, ik bleef er nog rustig onder. Er was voorspeld dat hij ongeveer een week een hele vieze smaak in zijn mond zou kunnen hebben, logisch dat het dan moeite kost om te eten. 

Zondag was een moeilijke dag. Kasper voelde zich vermoedelijk maar slapjes, maar het kostte hem alle doorzettingsvermogen in zijn lijfje om een paar happen naar binnen te wurmen. Na elke hap een slok water om het doorgespoeld te krijgen, dat soort dingen. Van alle ijsjes en pakjes appelsap die ik had ingeslagen, heeft hij er nauwelijks aangeraakt. In de namiddag at hij dan toch 1 klein boterhammetje zonder korsten met siroop en nu weet hij alvast dat dat gaat. Ik maakte nog eens spaghetti en hij deed wederom zijn best. Wel kloeg hij regelmatig over hoofdpijn en buikpijn, in die mate dat hij zélf naar pijnstillers vroeg. 

Maandagochtend stond hij vrolijk op, nam zijn zus bij de hand en stapte met haar rond en plots greep hij naar zijn hoofd en begon heel hard te huilen. ‘Mijn hoofd doet pijn. Je moet medicijn geven.’ Waar komt dat nu weer vandaan? Van te weinig eten of iets anders? Is dit normaal? Pff.

Intussen deed er zich ook nog een nieuw fenomeen voor: pavor nocturnus. Al drie nachten op rij wordt Kasper hysterisch en panisch wakker, compleet bezweet, hevig stampend en bevend en er valt geen contact mee te krijgen. Hij is dan ook niet echt ‘wakker’, maar zijn ogen zijn wel open en hij praat. Hij weet niet wat hij wil, op de schoot, in bed, mama weg, jij moet bij mij blijven, … Hij wrijft intussen zijn ogen er bijna uit en slaat paniekerig om zich heen. De beperkte ervaring leert dat proberen hem wat water te laten drinken en vooral regelmatig opperen van verder te slapen het het snelst doorbreken. Dan legt hij zijn hoofd neer en slaapt meteen terug… om dan een of twee uur later opnieuw te beginnen. Afgelopen nacht gebeurde het vijf keer. Er is eigenlijk weinig dat je eraan kunt doen, behalve zelf rustig blijven en proberen te zorgen dat hij zich geen pijn kan doen. Hem niet te veel aanraken, tenzij hij zelf aangeeft dat te willen. En dus hem sturen naar het opnieuw gaan slapen, al heb ik niet de indruk dat hij echt hoort wat je zegt. Dit is duidelijk gelinkt aan de operatie en ik gok dat het allemaal toch meer indruk op hem heeft gemaakt dan eerst gedacht. Het is natuurlijk ook biet niks… Ik hoop, bid, smeek dus dat hij zich snel weer beter voelt en dat het dan wat kan slijten en dat dit dan snel overgaat. Want echt waar… dit hoefde er nu niet echt meer bij…