De zomer – week 6.

Nondepitjes seg, op de een of andere manier vliegt die vakantie hier toch voorbij! We zijn er uiteraard nog lang niet, maar in de planningen in mijn hoofd komt 1 september toch soms al voorbijgevlogen. Ik ben duidelijk niet de enige die dat zo aanvoelt, want de reclameboekjes en reclamemails staan vol met ‘terug naar school’ en op Facebook komen de vragen over boekentassen en ander schoolgerief vlotjes voorbijgevlogen.

Deze week was het nog volle bak vakantie. Kasper ging op kamp en Annabelle volgde dus haar normale opa-creche-moeke-programma. Maandagochtend liep Kasper niet over van enthousiasme, maar hij vermande zich stoer en stapte de speelplaats over en liet mij gaan. ‘S Avonds had hij het leuk gevonden en hij had er zelfs een vriendje van zijn vorig kampje teruggezien. Opa was meneertje ook gaan ophalen, zodat hij niet naar de nabewaking moest. Stel u voor, de horror seg. Opa heeft maar één autostoel, dus moest Kasper stappen. Haha. Dat hadt ge dus gedacht… De jongeman had een andere oplossing. Ik denk dat niemand er iets op tegen had, als ik deze foto zo bekijk:

Dinsdag was het enthousiasme ook weer niet overdreven groot, maar ik denk dat dat ook te maken heeft met het feit dat er altijd maar heel weinig kindjes zijn als ik hem afzet. Ik versta dat dus niet zo goed, he. Vanaf kwart voor 8 is er opvang, om 9u gaat het kamp echt van start. Om 16u loopt het kamp af en tot 18u is er ‘nabewaking’. Ik weet intussen al dat hij daar om kwart voor 8 helemaal alleen staat en dat wil ik hem niet aandoen. Die prutskes moeten dan wat op die speelplaats ronddwalen. Ik ben dan toch al te laat op mijn werk, dus ik wacht dan tot 8u om hem af te zetten. Van zijn leeftijd was er nooit iemand, alleen een bende wilde, grote kinderen van pakweg 4e leerjaar. Zelfs om 25 voor 9 was er nog maar 1 ander kindje van Kasper zijn leeftijd! Hoe doen die mensen dat dan? Ik veronderstel toch dat de meeste ouders hun kind naar zo’n kamp brengen om zelf te kunnen gaan werken? Ik werk nu nog op 10 minuutjes rijden van daar, maar de meesten zullen toch wel verder moeten. Hoe krijg je dat dan geregeld dat je om half10 of later aankomt en rond 16u je kind al oppikt? Ik snap er niks van. In ieder geval had Kasper het ook wel leuk gevonden dinsdag. Hij werd weer door opa opgehaald en zoals gebruikelijk wilde hij niet mee naar huis. Ik begin dat een beetje beu te worden. Als ik die kleine van de nabewaking afhaal, is er geen vuiltje aan de lucht. Hij stormt mij vrolijk tegemoet en is best te genieten. Als ik hem bij opa ga halen, wil hij niet mee naar huis, luistert hij voor geen meter en valt er de rest van de dag niks mee aan te vangen. De avond was dus vooral een gevecht en een poging om meneer zo vlug mogelijk in bed te krijgen. Annabelle moeten we daarentegen zo lang mogelijk wakker houden, in de hoop dat dat mormel niet midden in de nacht gaat besluiten dat het tijd is om op te staan…

Woensdag was Kasper plots wat toegankelijker naar mij en ik kreeg zowaar een cadeautje: een vers opgeraapt blaadje. Er hoorde een hele uitleg bij, dus ik durfde niet anders dan het in mijn auto leggen. Ook nu weer stroomde het enthousiasme er niet af, maar hij vermande zich en liet me flink gaan. ’s Avonds ging ik hem zelf afhalen en dan kon ik ook eens zien dat hij wel gewoon meespeelt. Da’s toch altijd leuk om te zien. Hij had zowaar nog een cadeautje voor mij… nog een opgeraapt blad! Stel u voor, straks kan ik een collectie beginnen! Hij had het kamp heel leuk gevonden, zei hij. Ze hadden met fruit geknutseld en het was de bedoeling dat ik dat ding mee naar huis nam. Laten we zeggen dat dat bordje platgeknepen banaan en verdorde ananas rechtstreeks de gft-bak is ingetuimeld… Annabelle had nog een afspraak staan bij de vrienden van Kind en Gezin. De echtgenoot ging met haar en liet al snel weten dat ze afklokte op 9kg810 en op 76,2cm. Ja hallo, die is dan ook aan een groeispurtje bezig! Gelukkig werd ze voor de rest ook goedgekeurd en konden ze anderhalf uur na afspraak eindelijk naar huis komen. Kasper was immers doodmoe, maar hij moest en zou wakker blijven tot hij papa had gezien.

Toen het lief thuiskwam, had hij nog een eh… prettig nieuwtje. ‘Naar waar gaat Annabelle maandag?’ Euh, naar de crèche? ‘Er hangt een blad op de deur dat ze dicht zijn en ik denk zelfs dat er stond dat ze de hele week gesloten zijn.’ Uhm?! Ik zocht meteen naar de mails met de verantwoordelijke en vond dat ze inderdaad had gezegd dat ze pas de 21ste zou sluiten en dus niet de 14e al. En nu?!

Donderdag bracht het lief Kasper naar zijn kamp. Het was daar pijamadag! Hoewel ik elke dag een gevecht moet voeren om hem in zijn kleren te krijgen, zag meneer het nu uiteraard weer niet zitten om in pijama te gaan. Zucht! Uiteindelijk vond hij het toch een grappig idee en kwam het in orde. Het afzetten verliep hetzelfde als bij mij: flink, maar duidelijk niet met volle goesting. ‘s Avonds was hij nochtans dolenthousiast. Het was héél leuk geweest. Ze hadden vanalles gedaan, hij had op de trampoline gesprongen met zijn twee vriendinnetjes (hij schijnt toch altijd wel wat kinderen – vooral meisjes – te vinden waar hij zich goed bij voelt) en ze hadden ook gedanst.

Het crècheverhaal was trouwens inderdaad correct gebleken. De verantwoordelijke was verbaasd dat wij dachten dat ze nog open zou zijn … maar ze bood wel meteen aan om de dochter dan bij haar thuis op te vangen. Ik zou dan de buggy en de maxi cosi moeten meegeven, want ze had wel vanalles te doen. Ik voelde me meteen niet zo geweldig bij die oplossing. Het was uiteraard lief van dat aan te bieden, maar in haar huis is ze gewoon niet op baby’tjes voorzien. Haar kinderen zijn al groot, dus waar moet dat prutske dan slapen, heeft ze daar speelgoed, moeten we sidderen en beven dat ons klimgraag en vernielzuchtig monster daar vanalles gaat vernielen … Bovendien is Annabelle altijd heel erg van slag als ze ergens alleen naartoe moet, waar ze normaal met anderen samen is. Bij mijn mama bijvoorbeeld is ze vaak niet zo blij, omdat ze daar meestal samen met Kasper is. Met zijn tweetjes is alles in orde, zij alleen … dat vraagt wat doorzettingsvermogen. Als mijn mama haar neemt, dan heeft die geen verplichtingen. Dan kan ze dus de hele dag met madammeke op haar schoot zitten als het moet (het enige dat ze dan goed vindt), maar aangezien de verantwoordelijke aangaf wel redelijk wat te moeten doen, zag ik dat echt niet goedkomen. Bovendien … hoe zou dat dan weer geregeld moeten worden? Als je maar 10 opvangdagen open bent en je moet er 14 aanrekenen? Ik had dus toch al maar eens gepolst bij de grootmoeders en we waren tot een noodoplossing kunnen komen. De crèche hield dus voor ons donderdag voor drie weken op. Pas op 5 september gaat ons krapuultje er terug naartoe.

Vrijdag begon al niet zo top; Annabelle deed om 3u30 haar licht aan en begon te tateren, wat natuurlijk snel overging in gehuil. Haar in ons bed nemen hielp ook niet en dus trok de echtgenoot – na eerst stevig gevloek en boos worden en dat soort gedoe uiteraard – met haar naar beneden. Ik kon dan wel nog verder slapen, maar na zo’n intermezzo duurt het toch altijd wel even voor ik de slaap kan vatten. Ik had mijn wekker ook niet gezet, aangezien ik ervan was uitgegaan dat mijn lief de zijne gezet had en dat hij dan wel met de dochter naar boven zou komen. Niet dus … en pas om 6u30 kreeg ik een berichtje van hem of ik nog sliep. Ik besloot om het douchen maar te skippen en nog eens een dagje thuis te werken. Gelukkig dat die optie bestaat! Ik trok naar beneden en daar lag de juffrouw natuurlijk nog vredig te knorren bovenop haar vader. Typisch! Ik maakte dan al maar vlug haar zak, graaide wat kleren voor haar samen en om kwart voor zeven konden we toch echt niet anders dan haar wakker maken. De echtgenoot ging zich boven klaarmaken en wekte meteen Kasper, die ook nog heeeeeeel ver weg was. Als dit scenario zich op een zaterdag had voorgedaan, we zouden de goden op onze blote knieën hebben gedankt. Helaas pindakaas … . Om zeven uur gingen vader en dochter ervandoor en ik probeerde Kasper zo ver te krijgen van te eten en – uiteraard met gevecht – zijn kleren aan te doen. Hij protesteerde dat hij geen zin had om naar het kamp te gaan, maar hij maakte er toch niet al te veel spel van.
Tot we dan uiteindelijk daar aankwamen … We hadden zijn zak en jas al weggehangen en hij greep naar mijn hand en stuurde me richting deur. ‘Waar ga jij naartoe?’, vroeg ik hem en hij zei: ‘Naar huis met jou.’ Uhm. Toen ik zei dat dat toch echt niet ging, begon hij hartverscheurend te huilen. ‘Ik wel gewoon thuis blijven, mama’, snikte hij. Ik veronderstel dat het de combinatie van nog te moe zijn was met het feit dat er weer eens geen kleintjes waren en dat ook de luidruchtige en wilde grote kinderen (die op dat moment in een micro stonden te brullen) niet echt hielpen. Hij bleef maar brullen en mij vasthouden zoals hij het doorgaans al lang niet meer wil. Ik probeerde te weten te komen wat zijn probleem was, maar hij ging het me echt niet vertellen. Er kwam al een moni aangelopen om te vragen of ze hem moest overpakken, dus ik zei hem dat ik hem nog één minuutje héél hard ging knuffelen en dat ik dan echt moest vertrekken om te gaan werken. Dat ik nu al te laat ging zijn, maar dat dat niet erg was, maar dat ik toch echt doorging. En dat opa hem ging komen halen ’s avonds en dat vindt hij toch ook altijd wel leuk. Het hielp allemaal niet. Ik liet hem dus brullend achter bij de moni, waarvan ik wel zag dat ze hem echt apart nam en bij hem bleef, ook toen ik vijf minuten later voorbij de poort gestapt kwam om naar mijn auto te gaan.
’s Avonds bleek hij het allemaal niet zo geweldig leuk te hebben gevonden, maar uit zijn verhalen waren er toch ook enthousiaste momenten te puren en toen we een filmpje doorgestuurd kregen van opa, waren we helemaal gerustgesteld. Hij sprong en huppelde en danste superenthousiast mee. Zijn commentaar was ook hilarisch. ‘Kijk! Ik had mijn hoofd op C. gelegd. Dat is mijn vriendinnetje, ze is héél lief!’ Ze was ook drie koppen groter en zwart, maar who cares.

Uit alles wat hij zei, merkte je wel dat hij nood had aan wat thuis zijn. Helaas konden we hem dat zaterdag nog niet bieden. Mijn nonkel was namelijk overleden en werd zaterdagochtend begraven. De kinderen kennen hem niet, bovendien is een uur in een propvolle kerk zitten met hen momenteel even meer dan we denken aan te kunnen, dus we stuurden ze naar Moeke. Het was alwéér groot drama: ‘Maar ik wil bij jullie blijven!” en gehuil toen we doorgingen. Nice. De begrafenis was heftig voor ons, maar het deed me wel deugd te zien hoe mijn tante zich wist staande te houden. Uit alles bleek dat ze niet volledig verdoofd rondliep of de dingen maar aan zich liet voorbijgaan. Ze kwam ook direct een babbeltje doen en ging de moeilijke dingen niet uit de weg, maar vertelde ook gewone dingen. Natuurlijk is het best mogelijk dat de grote klop nadien nog moest komen, nu alles afgehandeld zou zijn en begrafenisondernemers, pastoors en rouwende familieleden niet meer om de haverklap wel iets van haar zouden willen. Ik hoop dat ze een manier vindt om hiermee om te gaan en door te blijven gaan. Ze is zelf nog te jong om haar leven nu ook te zien ‘ophouden’.
Toen we nadien de kindjes gingen ophalen, wilde meneer Kasper natuurlijk niet meer mee naar huis. Spreek anders nog eens van een wispelturig geval! Hij had me ook al gevraagd om niet mee naar de winkel te moeten, maar zelfs daar konden we niet aan voldoen. Er moest nu eenmaal eten op de plank komen en we hadden gewoon even geen andere manier gezien.
Ik moet zeggen; na dit winkeldrama hebben we besloten dat we gaan vermijden vanaf nu om met die twee monsters te gaan. Wat. Was. Dat. Kasper stond helemaal wild en rende gillend en roepend van enthousiasme door de winkel. Annabelle wilde met hem mee, maar was natuurlijk duizend keer trager en ging dan maar haar eigen weg. Dat kind luistert voor geen meter en zit bovendien ook echt overal aan, in tegenstelling tot haar broer. Als die ervandoor holt, ben ik er nogal gerust op. De andere mensen zullen misschien eens verstoord opkijken, maar er gaat niks breken of hij zal niet verloren geraken. Bij dat ander mormeltje daarentegen … Omdat we hoopten Annabelle te temmen door Kasper wat in te tomen, werd de sfeer op den duur een pak minder vrolijk. Kasper woest omdat hij niet overal mocht rondlopen, Annabelle bleef haar eigen zin doen en als we ze oppakten om haar dan maar tegen te houden, zette ze het op een belachelijk luid brullen. Een sirene was er niks tegen. Als Kasper zag dat Annabelle gepakt werd, wilde hij dat natuurlijk ook. Dat is nogal onpraktisch als ook nog iemand de kar moet duren en dus begon hij ook maar heel luid te jengelen. De hel, ik zeg het u.

Zondag hielden we het rustig. Pijamadag voor de kindjes en voor ons gewoon wat zetelhangen. Kasper keek een overdosis Paw Patrol, de kindertjes gooiden al het speelgoed overhoop en wij hingen of lagen wat in de zetel. Opa kwam wel lunchen, wat ons dan meestal drie minuten ademruimte geeft, aangezien beide kinderen dan met hém willen spelen natuurlijk. Daarna deed Annabelle een dut en dan is Kasper meestal op zijn best. Ook nu dus. Hij kwebbelt wat, kijkt wat tv en scharrelt wat rond, maar wij kunnen wel eventjes alle voelsprieten uitzetten voor groot gevaar en alarmerende valpartijen. Nadien aten we met zijn allen fruit(pap) en dan kropen de kindjes met hun vader in bad. Daarna was bij allebei het vat af precies, dus keken ze nog wat meer tv en we aten behoorlijk vroeg.  Toen Kasper om kwart na zes al zijn melk vroeg en na de tweede Paw Patrol al zelf zei dat hij wilde gaan slapen, hebben we er dan ook maar aan toegegeven. Het was pas zeven uur toen ik zijn slaapkamerdeur al achter mij dichttrok. Annabelle zat om halfacht ook al met open ogen en zittend te slapen in de zetel, dus die hebben we dan ook maar wat vroeger dan anders in haar bed gezwierd. (Dat beklagen we ons morgenvroeg ongetwijfeld, maar slaapdeprivatie bij zo’n kleintjes, dat voelt toch ook niet echt ok.)

Morgenvroeg vertrekt Kasperito weer voor een weekje Center Parcs, met Opa en Ola deze keer. Ikzelf moet de hele week werken, maar aangezien Annabelle niet naar de crèche gaat, hoef ik me minder zorgen te maken over het tijdstip van ophalen. Alleen al dat zal wel wat meer rust brengen!

De zomer – week vier.

Kort: het was een week waarin Kasper nog heel slecht startte, maar dan plots een volledige ommezwaai maakte. Dinsdagmiddag sliep hij nog vier uur aan een stuk (hij doet al meer dan een jaar geen dutjes meer!) en toen hij daarvan wakker werd, at hij twee borden spinaziestomp met gehaktballetjes in tomatensaus. Woensdag en donderdag was hij bij oma en hij logeerde daar dan ook maar. De belangrijkste commentaar achteraf: ‘Die heeft werkelijk constant naar eten gevraagd.’ Oef! Meneer was anderhalve kilo kwijtgeraakt, maar intussen heeft hij die er al terug aangevreten. Door al dat eten groeide zijn energie ook beetje bij beetje en stilletjesaan konden we weer wat meer ‘gerust’ worden.

Intussen merkten we ook al dat er zeker iets is veranderd door de operatie. Naast zijn idioot hoog stemmetje en de ‘r’ die hij plots niet meer kan uitspreken (alle, onze megamondige kleine en we verstaan er geen lap meer van!) valt ons op dat hij totaal niet meer snurkt. Als we ’s avonds willen weten of hij nog leeft, moeten we echt tot naast hem gaan staan en kijken of hij beweegt. Tot nu toe konden we het al van beneden horen dat hij leefde … . Als hij wakker is, hoefde ik me ook niet meer af te vragen of hij nu in slaap gesukkeld was (wakker snurken ofzoiets). Hij kan ook eten met zijn mond dicht en toch blijven ademen. Ik denk dus wel dat we er toch goed aan hebben gedaan …

Zelfs de nachtelijke episodes zijn sinds enkele dagen weg of toch sterk verminderd. Eergisteren was er nog een rustige versie van een minuut of vijf en verder niets. Laat ons hopen dat het dus ook verdwenen is alleen maar doordat hij zich terug wat beter voelt. Vermoeidheid schijnt pavor nocturnus ook in de hand te werken en volgende week gaat hij op kamp. Een goeie test, me dunkt.

Annabelle ging gewoon vijf dagen naar de crèche en iedereen juichte over haar. Ze dartelt rond, ze eet goed, slaapt goed, je hoort ze eigenlijk niet (toch niet in negatieve zin) en ze speelt flink met de andere kindjes. Het enige nadeel is dat ze eh … acrobatische toeren uithaalt. Van zodra je je rug draait, is de juffrouw wel ergens bovenop aan het klimmen. Stoelen, tafels, kasten als het moet … . Ik heb ze daar maar al gezegd dat ik het hen niet kwalijk zou nemen als ze zich toch eens pijn doet. Uiteraard mag ik hopen dat het dan bij relatief onschuldige kwetsuren gaat, maar echt. Ook hier thuis zit dat kind continu overal waar ze niet mag en sorry, maar je moet nu eenmaal soms eens iets doen of je kunnen omdraaien, he.

Ik moest met de miss trouwens ook naar de kinderarts en daar werd ze dan toch goedgekeurd. Ze zit op haar curve (die wel ineens een stuk gezakt is, maar kijk) en haar longen klonken goed. Ze hoeft dus in de zomer geen cortisonepuffers meer, maar alleen nog een ander medicijn. Da’s weer wat strijd minder!

Wij moesten de hele week werken en dus was er verder weinig bijzonders te melden. In het weekend was de echtgenoot jarig, maar met dank aan de extreem tegendraadse zoon deden we niets speciaals. Frietjes eten van de frituur, dat wel, maar verder …

De week die nu komt, ben ik alleen met Kasper thuis overdag. Ik ben er nog niet helemaal uit of ik ernaar uitkijk. 😉

De zomer – week 3.

Dat het een kakweek was, ik zeg het u. Ik had natuurlijk niet verwacht dat het een heerlijk en verfrissend weekje verlof ging zijn voor mij, maar laten we zeggen dat het de verwachtingen toch overtrof. In negatieve zin. 

De operatie verliep vlot, Kasper was stoer en flink en gejuich en al. Alleen werd hij na de operatie nogal ruw gewekt door de anesthesist en dat heb ik geweten. Hij werd superslecht wakker en de rest van de dag was er een met veel gebrul en geroep en een kleine wereldoorlog voor elk ding dat ik van hem gedaan moest krijgen. Water drinken, waterijsjes eten, infuus ter plaatse laten, pijnstilling nemen, … . Normaal, zeiden ze, en dat ik het heel goed deed en of het nog wel ging met mij, want alleen is het zo toch wel zwaar. Bmijibaar komen veel mensen met twee, om wat af te kunnen wisselen en op tijd en stond eens buiten te kunnen gaan. Die avond at Kasper pudding en yoghurt en ijs en leek hij vrij levendig. Er was wel telkens geroep en getier over die pijnstillers en het kwam zo ver dat we consequent op suppo’s overgingen. Nondepitjes zeg. 

De ochtend nadien was ook alles nog ok, maar dan ging het bergaf. Hij wilde niet meer eten en later ook niet meer drinken en hij begon belachelijk veel te slapen. Op donderdag dronk of at hij niets en er lag een vodje in mijn zetel. Pijn had hij niet, zei hij, maar in orde was hij toch ook duidelijk niet. Ik wilde weten of het normaal was dat de toestand verslechterde in plaats van beter te worden en ook hoe lang dit mocht blijven duren. Het was namelijk weer eens een lang weekend en ik wilde me niet weer het hele weekend moeten zitten afvragen of we iets moesten ondernemen. En zo kwam het dus dat ik aan de vooravond van de feestdag met een slapend kind over mijn schouder en een peuter in de maxi cosi de dokterspraktijk binnenstrompelde. Het achteruitgaan was inderdaad vreemd, het niet eten nog niet zo een groot probleem, maar het drinken wel. Als hij de volgende ochtend niet goed zou drinken, moesten we ermee naar spoed voor een infuus. We moesten ook stoppen met pijnstilling, zodat we konden zien of hij koorts had om zo hopelijk een infectie uit te sluiten. Het dreigement van terug naar het ziekenhuis te moeten, werkte. Hij begon te drinken, maar meteen ook te braken. Die nacht was hels en bij het aanbreken van de ochtend was de echtgenoot ervan overtuigd dat hij op spoed zou belanden. Ik moest werken op de feestdag, dus ik moest afgaan op de berichten die ik kreeg van het thuisfront. Tot rond de middag waren die niet goed, maar vanaf dan kwam er schot in de zaak. Kasper begon te drinken, het bleef erin en er kwam terug een beetje leven in het manneke. Spoed leek dus afgewend, oef. 

Eten wilde hij echter niet en ook zaterdag bleef dat problematisch. Intussen zagen we ons vriendje steeds bleker en slapper worden. Het is niet dat hij reserves had… Uiteindelijk waagde hij zich aan wat yoghurt en later zelfs aan wat hapjes spaghetti met pompoen, maar het bleef moeizaam en vooral heel weinig. De echtgenoot was alweer in alle staten, ik bleef er nog rustig onder. Er was voorspeld dat hij ongeveer een week een hele vieze smaak in zijn mond zou kunnen hebben, logisch dat het dan moeite kost om te eten. 

Zondag was een moeilijke dag. Kasper voelde zich vermoedelijk maar slapjes, maar het kostte hem alle doorzettingsvermogen in zijn lijfje om een paar happen naar binnen te wurmen. Na elke hap een slok water om het doorgespoeld te krijgen, dat soort dingen. Van alle ijsjes en pakjes appelsap die ik had ingeslagen, heeft hij er nauwelijks aangeraakt. In de namiddag at hij dan toch 1 klein boterhammetje zonder korsten met siroop en nu weet hij alvast dat dat gaat. Ik maakte nog eens spaghetti en hij deed wederom zijn best. Wel kloeg hij regelmatig over hoofdpijn en buikpijn, in die mate dat hij zélf naar pijnstillers vroeg. 

Maandagochtend stond hij vrolijk op, nam zijn zus bij de hand en stapte met haar rond en plots greep hij naar zijn hoofd en begon heel hard te huilen. ‘Mijn hoofd doet pijn. Je moet medicijn geven.’ Waar komt dat nu weer vandaan? Van te weinig eten of iets anders? Is dit normaal? Pff.

Intussen deed er zich ook nog een nieuw fenomeen voor: pavor nocturnus. Al drie nachten op rij wordt Kasper hysterisch en panisch wakker, compleet bezweet, hevig stampend en bevend en er valt geen contact mee te krijgen. Hij is dan ook niet echt ‘wakker’, maar zijn ogen zijn wel open en hij praat. Hij weet niet wat hij wil, op de schoot, in bed, mama weg, jij moet bij mij blijven, … Hij wrijft intussen zijn ogen er bijna uit en slaat paniekerig om zich heen. De beperkte ervaring leert dat proberen hem wat water te laten drinken en vooral regelmatig opperen van verder te slapen het het snelst doorbreken. Dan legt hij zijn hoofd neer en slaapt meteen terug… om dan een of twee uur later opnieuw te beginnen. Afgelopen nacht gebeurde het vijf keer. Er is eigenlijk weinig dat je eraan kunt doen, behalve zelf rustig blijven en proberen te zorgen dat hij zich geen pijn kan doen. Hem niet te veel aanraken, tenzij hij zelf aangeeft dat te willen. En dus hem sturen naar het opnieuw gaan slapen, al heb ik niet de indruk dat hij echt hoort wat je zegt. Dit is duidelijk gelinkt aan de operatie en ik gok dat het allemaal toch meer indruk op hem heeft gemaakt dan eerst gedacht. Het is natuurlijk ook biet niks… Ik hoop, bid, smeek dus dat hij zich snel weer beter voelt en dat het dan wat kan slijten en dat dit dan snel overgaat. Want echt waar… dit hoefde er nu niet echt meer bij…

De zomer – week 2.

Maandag nam mijn lief verlof om Kasper ‘naar vakantie te brengen’. Hij zou met zijn moeke en een tante van mijn man een weekje in Center Parcs gaan doorbrengen. Vorig jaar was dat ook de bedoeling, maar toen viel meneer op dag twee echt heel ziek en zijn we hem uiteindelijk zelfs vroeger moeten gaan halen. Kasper was enorm moe, dus we hoopten dat hij tijdens de rit van anderhalf uur toch al wat zou bijslapen. Dat was wel wat mislukt, maar hij heeft de rit toch flink uitgezeten.

Op maandag stuurden we een sms over hoe het ging en we kregen telefoon om te zeggen dat hij flink was gaan slapen en dat ze zich al goed hadden geamuseerd.

Dinsdag vroeg ik ’s avonds of mijn liefste al iets had gehoord, dus hij stuurde weer een sms en kreeg weer telefoon terug. Het was weer allemaal schitterend geweest, maar seg, we gingen toch niet elke dag bellen, he. Neenee, dat was niet de bedoeling.

Woensdag beviel dan een nichtje van mijn man en aangezien we niet zeker wisten of ze dat wel te horen hadden gekregen daar in de verre Limburg, belde de echtgenoot nog maar eens. Ze hadden het al gehoord en en passant wisten ze te melden dat het alweer een heel leuke dag was geweest.

Donderdag moest mijn lief bij mijn schoonmoeder een paar vuilnizakken stelen, aangezien ik werkelijk waar iedere dag naar de supermarkt was gegaan alleen daarvoor, maar iedere keer weer was thuisgekomen met vanalles, maar dus geen vuilniszakken. Hij moest toch naar daar voor de post, maar vond dan toch wel dat hij eerst moest vragen of hij er een paar mocht meenemen. Hij kreeg de zoon aan de lijn, die wist te zeggen dat hij op een pony had gereden. Drie kwartier lang?! Zijn pony heette Chantal en het was echt héééééél leuk. Onze mond viel open. Onze angsthaas, die echt hysterisch wordt als er nog maar een geit te zien is, kruipt op een pony??

Vrijdag hoorden we niets, maar we gingen er wel vanuit dat het allemaal goed zou zijn.

Ik had voor Kasper een briefje gemaakt met gekleurde plakkertjes erop. Op school hebben de dagen kleuren (geel, groen, oranje, blauw, rood) en ik had dus voor elke dag de kleur geplakt. Hij moest dan ’s avonds de kleur van de dag eraf trekken en als alle kleuren op waren, dan gingen mama en papa en Annabelle de dag nadien ook komen. 

Op voorhand had ik eerst gedacht dat ik wel meer kans zou hebben om eten te koken als Kasper er niet was. Achteraf bedacht ik me dat het eigenlijk vooral Annabelle is die letterlijk aan mijn broek komt hangen en superhard begint te wenen. Vaak is Kasper dan nog mijn redding, omdat hij probeert haar wat af te leiden. Die bedenking bleek te kloppen; de juffrouw heeft elke kookbeurt op mijn arm doorgebracht en na dag twee gaf ik het al maar op van wat uitgebreider te koken dan anders.

We hadden op voorhand ook het plan opgevat om de dochter wat uit te putten. We zouden elke avond nog iets gaan doen, zodat haar slaapuur makkelijker gerekt kon worden en ze wie weet toch wel eens later dan tot vijf uur zou slapen. We gingen dus naar de bibliotheek, naar de winkel, gewoon eens wandelen … en ons Bellie lag er dus inderdaad vaak eerder om acht uur of zelfs pas halfnegen in. De eerste dag sliep ze tot zes uur, de tweede helaas al maar terug tot halfzes en de dag nadien was het terug kwart na vijf. Nondepitjes.

Ik merkte ook heel fel wie hier normaal bij de ochtendroutine de vertragende factor is. OK, ik hoefde natuurlijk geen boterhammen te smeren en dat maakt wel een verschil. Toch was het vooral vertrokken geraken dat zoveel makkelijk was nu. Om twintig na zeven zei ik: ‘kom, Annabelle’, ik pakte haar op, stak haar in de auto en was weg. Om één na halfacht ofzo stonden we aan de crèche en ik was dus iedere dag rond tien voor acht op mijn werk. Als Kasper erbij is, probeer ik ook om om twintig na zeven buiten te geraken, maar dat wordt meestal al eerder halfacht. Dan zeg ik ‘komaan, we zijn weg’ en meneertje begint tegen te stribbelen. Hij moet wel nog spelen, hij moet nog pipi doen of godbetert kaka, hij gaat echt niet zelf naar beneden stappen (maar met mijn laptop, drie zakken en Annabelle is mijn draagkracht wel op), zijn schoenen geen optie of gaat hij geen trui aandoen of geen boterhammen meenemen (en doet hij dus ook zijn brooddoos uit zijn zak). Ik ben nogal van het ‘dan doet hij geen trui aan en heeft hij maar pech als hij het koud heeft’, maar toch verzeilen we op de een of andere manier nogal gemakkelijk in een strijd. Negen van de tien keer eindigt het dan ook dat ik Annabelle al in de auto zet, de zakken in de koffer smijt en terug naar binnen storm, waar ik dan bij wijze van compromis zeg dat hij vijf treden naar beneden moet komen en dat ik hem dan zal pakken. Tegen dat we dan de deur écht uit zijn, is het al gemakkelijk twintig voor acht. Ik ben dan al volledig afgepeigerd en dan moet de dag nog beginnen!

Annabelle zelf leek haar broer die eerste dagen wel te missen. We zetten haar ’s morgens vaak op de grond en dan mag ze wat rondstappen. Dag één trippelde ze meteen naar de kamer van haar broer … die er dus niet was. ‘Dada! Dada!’, riep ze maar. Dat is wat ze tegen hem zegt, een beetje haar ‘naam’ voor hem. Toen ik haar bij de crèche afzette, gebeurde hetzelfde. Ze wees nadrukkelijk naar zijn stoel en zei ‘Dada! Dada!’. Maar prutske toch … Ik denk dat ik het kind nog nooit op haar eentje bij de crèche had afgezet sinds ze gaat. Je zag haar toch ook wel genoten van de aandacht die ze dezer dagen kreeg. Geen broer die haar speelgoed kwam pikken of die dringend een uitleg moest komen doen als zij eens iets grappigs deed, geen Kasper die toevallig moest laten zien dat hij ook kon wat zij kan, … .

Zaterdag trokken wij dan met zijn drietjes ook naar Erperheide. Annabelle viel na één minuutje in de auto in slaap en werd wakker toen we de parking daar opreden. Ideaal! Kasper was heel blij ons te zien, maar vooral zijn zus had hij duidelijk gemist. Hij grabbelde ze vast en liet ze de eerste vijf minuten niet meer los. Hij lachte naar haar, knuffelde haar opnieuw, aaide over haar haar … Hij vertelde meteen over zijn pony-avontuur en vroeg of hij met ons nog eens mocht gaan. We gingen informeren en er was nog één plaatsje vrij die dag. Meneer dus terug op een pony en dit keer gingen wij dan mee. We moesten zelf dat beest getemd houden, maar onze pony wilde ten eerste veel sneller dan de rest en ten tweede probeerde die altijd maar van de bomen en het gras te eten, wat dus niet mocht. Het lief deed zijn best, maar toegegeven; het lukte niet zo goed om hem onder controle te houden. Op een bepaald moment moesten alle dieren stoppen en onze pony ging al meteen dwars staan, om van de blaadjes te eten. We probeerden ze van gedachten te doen veranderen, maar toen plots kwam ze te dicht bij de pony voor haar, die stampte met zijn achterpoten in haar flank en zij stampte natuurlijk terug. De begeleiders leidden de twee beesten gelukkig meteen van elkaar weg en het hield hiermee op, maar de kinderen waren toch wel onder de indruk. Het deken waarop Kasper zat, was helemaal samengefrommeld vooraan, maar hij zat er zelf toch nog op op de een of andere manier. Hij zei dat hij nog wel wilde verdergaan, dus dat was dan ook wat we deden. Hij was wel niet meer zo ontspannen als in het begin, maar hij zei dat hij het toch nog leuk vond.

We trokken ook nog met zijn allen naar het zwembad, maar toen werd duidelijk dat het toch niet zo evident is voor zo’n pagadder om probleemloos van de ene ‘setting’ in de andere over te gaan. Eerst moest hij naar moeke en tante luisteren, nu kwamen moeder en vader daar ook ineens nog bij en die zijn dan natuurlijk een stuk strenger … De hele week had hij ook met niemand moeten rekening houden, want als hij iets wilde, dan gebeurde het gewoon. Als hij nog wat wou blijven, dan was dat allemaal geen probleem. Nu was er natuurlijk nog Annabelle, die moest eten en slapen op tijd en stond, wij die ook nog plannen hadden … Er werd dus wel wat geroepen en getierd en heel veel geweend door meneertje. Toch was het best gezellig in het zwembad en we zagen hoe hij zijn eigen grenzen probeerde te verleggen. Hij wilde wel met ons in het golfslagbad, hij durfde zelfs te proberen tussen mama en papa te ‘zwemmen’ met bandjes aan en hij ging af glijbanen die hij eerder deze week nog niet had gedurfd. OK, als hij dan hier en daar een slok water binnenkreeg, was het weer gedaan, maar goed …

’s Avonds gingen we in een ‘all you can eat’ eten en beseften we wat een hel dat is met kleine kinderen. Kasper wist zich nog wel te gedragen, maar Annabelle hing het echt uit. Huilen in haar stoel, huilen op je schoot, wenen als we ze eten gaven en ook gebrul als ze hetgeen op ons eigen bord lag dan toch niet kreeg. Zenuwslopend … Compleet afgepeigerd gingen we terug naar het huisje en nog voor tien uur ’s avonds lagen we allemaal in bed.

Zondag gingen we dan naar de binnenspeeltuin en trokken wij nog eens alleen met Kasper naar het zwembad, terwijl Annabelle sliep en moeke op haar paste. Kasper ging in zijn eerste wildwaterbaan (rond papa zijn nek hangend) en wilde dat meteen tien keer opnieuw doen. Er was zowaar een regengordijn en hij vond dat geen probleem! Dan moet je hier thuis eens proberen de sproeier aan te zetten … Toen we hem zeiden hoe stoer het was van hem en dat hij dan misschien toch ook wel in de douche van het zwembad zou durven, zag je hem denken … en toen wij daar dus onder stonden, kwam hij er gewoon mee onder staan! Met zijn hoofd in zijn handen en helemaal voorovergebogen, alsof hij een saldo schoten stond af te wachten, maar hij bleef er toch maar zomaar een paar minuten onder staan. Wat een overwinning op zichzelf!

In de namiddag kreeg Annabelle last van een tand en nondedju, wat een ellende is dat toch altijd. Perdolan kan er toch niet altijd voldoende tegenop.
’s Avonds gingen we nog eens eten en toen was het alweer gedaan. We moesten onze valiezen nog inpakken en kropen dit keer zelfs om negen uur al in bed. Gelukkig maar, want Annabelle had een lastige nacht en ze belandde al vanaf halftwaalf in ons bed.

Vandaag gingen we naar huis en ook nu liep de autorit voorspoedig. Oef …

Eens thuis kreeg ik meteen telefoon van het ziekenhuis. Kasper wilde weten wie er aan de telefoon was en waarom en voor wie … dus moest ik hem meteen vertellen dat het een mevrouw was die had gebeld dat we morgen al om zeven uur in het ziekenhuis moesten zijn. ‘Voor wie?’ Voor jou … ‘En waarom?’ Ik heb hem uitgelegd dat de dokter van de oren had gezegd dat hij natuurlijk wel kon horen (gegiechel van zijn kant), maar dat dat toch nog beter zou moeten gaan. En dat hij ook wel kan ademen, maar dat dat ook nog beter zou kunnen. En dat je dan beter kunt lopen en springen en dansen … En dat de dokter hem even in slaap gaat doen, zoals hij gisteren nog had gezien bij de pelikaan van Shaun het schaap, om te kijken wat ze konden doen. En dat hij daarna twee dagen geen koeken of bokes of corn flakes mag eten, maar wel heel veel ijsjes en pudding en yoghurt. Ik vrees dat hij vooral dat laatste heeft onthouden, maar kijk. Voorlopig kijkt hij er niet tegenop, hij vroeg zelfs of we al direct ernaartoe konden vertrekken! Ik kijk er wel iets minder naar uit … Hij moet buisjes en zijn poliepen en amandelen moeten eruit. Vooral van die amandelen kunnen ze toch wel een tijdje niet goed zijn, blijkbaar. Ik heb vier dagen verlof en dat is natuurlijk schitterend. Dan kan ik voor hem zorgen en hoef ik niet op mijn werk te zitten met in mijn achterhoofd mijn zielig venteke. We zullen wel zien wat het geeft …

 

De zomer – week 1.

Dit jaar moesten we voor het eerst een hele zomervakantie zien te overbruggen wat opvang betreft. Tot nu toe kon Kasper gewoon naar de crèche de meeste dagen en als die sloten, dan konden we dat wel met grootouders opvangen. Nu is het toch wel anders. Ik wil alvast iedere week kort beschrijven wat we hebben gedaan, al was het maar voor ons eigen geheugen …

Week 1 stond bij Kasper in het teken van ‘op kamp’. We schreven hem in voor ‘Bubbels en bellen’ van Ideekids, een dagkampje voor kindjes tussen 3 en 5. Ik hield stiekem mijn hart wel vast, want Kasper mag dan wel sociaal zijn en vlot vriendjes maken, hij heeft toch ook graag dat hij weet wat er hem te wachten te staat en bij mensen die hij kent. Op voorhand was meneertje alvast dolenthousiast, tot mijn grote verbazing. Toen hij dan ook zondagochtend de buikgriep van zijn zus bleek overgenomen te hebben, was hij heel verdrietig dat wij vonden dat hij zo (zelfs elk slokje water kwam eruit) echt niet op kamp kon gaan. Na de zoveelste braaksessie voelde hij zich een minuutje beter en hij zei meteen: “Ik ben genezen, hoor, dan kan ik morgen wel op kamp, he!” We durfden het die eerste dag toch echt nog niet aan en lieten hem een dagje bij opa blijven. Die liet weten dat hij ok leek, maar toch nog stilletjes was en nog maar weinig wilde eten. Ik denk dus dat het toch geen slecht plan was van hem nog een dagje ‘thuis’gehouden te hebben. ‘s Avonds kwam hij er wel weer door en toen we dus naar de dokter gingen voor het obligate doktersbriefje voor het kamp, gaf de arts meteen zijn fiat om de volgende dag wel gewoon naar het kamp te gaan. Kasper was superblij.

Die avond toonden we een filmpje dat we op voorhand doorgestuurd hadden gekregen. Daarin konden de kindjes al een idee krijgen van wat hen allemaal te wachten stond en ze maakten er ook kennis met Emiel, een pop die ook vier jaar zou zijn en die ook op kamp zou gaan. Het was gedaan met zijn goesting. ‘Ik ga niet meer op kamp, mama.’ Na veel gesleur en getrek bleek hij die pop toch maar eng te vinden. En hij wilde ook helemaal niet op springkastelen. Het duurde lang voor hij sliep en hij stond meteen al huilend op: ‘Ik moet toch niet naar het kamp, he … ‘

We vertelden hem dat hij echt niks moest doen dat hij echt niet wilde, dat hij ook geen chocola zou moeten eten (lust hij eeeeecht niet), want dat ik speciaal zijn eigen koekjes in zijn rugzak had gestopt en dat mama en papa hem toch nooit naar een kamp zouden sturen als we niet dachten dat dat heel leuk zou zijn … en hij kwam er terug door. Hij was wel enorm zenuwachtig en stuiterde dus door het huis, maar hij wilde wel weer gaan.

Toen we daar aankwamen, gingen we gewoon zijn rugzak wegzetten en toen vroeg hij of hij nu mocht gaan spelen. Natuurlijk, maar mocht ik misschien toch nog een knuffel? Die kreeg ik zeker en toen stormde hij weg naar de speelplaats. Aan het deurgat draaide hij zich nog eens om, zwaaide ‘daaaag mamaaaaa’ en daar ging hij dan. Dat had ik ook niet durven dromen! ‘s Avonds was het eerste dat hij zei ook meteen: ‘kamp was leuk, mama!’. Ik barstte bijna uit mekaar van trots. Zo stoer!

De volgende dagen waren niet allemaal een even groot succes, maar veel werd ook ingegeven door de enorme vermoeidheid die zich van hem meester maakte. Hij wás natuurlijk al moe van het schooljaar, dan nog eens een hele dag en nacht niks kunnen binnenhouden en dan zo’n uitputtend kamp … je zou voor minder ‘s avonds niet meer zo goed weten of je het nu wel of niet leuk had gevonden, of je nu wel of niet flink had meegespeeld en of je nu eigenlijk wel of niet met andere kindjes vriendschappen had gesloten. Gelukkig bleek meestal toch dat het allemaal best genuanceerd was en dat het dus ook best wel was meegevallen. Hij mopperde ook geen enkele dag dat hij niet meer wilde gaan, dus ik heb er wel vertrouwen allemaal.

Ik weet wel dat hij er heeft geschilderd en geknutseld, dat hij toch wel heel graag op de springkastelen heeft gesprongen, dat hij daar hééél veel heeft gelopen en dat er bellen zijn geblazen alsof hun leven ervan afhing. Ze moesten ook dansen, niet meteen zijn specialiteit (understatement van het jaar) en ook niet echt iets dat hij heel graag doet. Maar kijk, beelden bewijzen dat hij toch gewoon heeft meegedaan.

In augustus gaat hij normaal gezien nog eens, maar ik ben er intussen al heel wat geruster in dat dat allemaal wel los zal lopen. (Niet te veel doen, moeder, niet te veel doen. Als je denkt dat het goedkomt, dan valt het waarschijnlijk tegen!)

Dit weekend trokken we nog eens naar het shoppingcenter en mocht meneertje nog mee naar de Sinksefoor met zijn opa. Hij kwam drie uur te laat thuis (pas om halfnegen!) en had een hele zak ‘gewonnen’ speelgoed bij. Moeder zal wel proberen te ‘ontspullen’ en gerief buiten te smijten. Hij had zich ook heel erg geamuseerd en had zelfs zomaar frietjes mét mayonaise gekregen. Zijn dag kon niet meer stuk. Zondag gingen we naar grootvader en daar speelde hij met zijn neefje ook nog eens de sterren van de hemel.

Annabelle was de eerste dagen van de week zelf ook ziek en bracht dus een dagje bij moeke door en eentje bij oma. Vanaf woensdag ging ze naar de creche, waar ik van elke verzorgster apart te horen kreeg dat ze toch echt zo ‘gegroeid’ is. Ze speelt goed met de andere kindjes, doet stapjes alleen, je hoort haar eigenlijk zelden nog huilen en ze hebben er weinig last mee.

Aangezien zowel moeke als oma lieten weten dat ze ons miss haar buikgriep precies toch ook wel hadden overgekregen, vroeg ik aan de creche of ze misschien op vrijdag nog een extra dagje kon komen. Als de grootouders ziek zijn, heb ik liever niet dat ze daar een dag moet blijven … Moeder en vader hadden intussen ook al dezelfde buikgriep gehad, dus we vonden dat het toch wel even genoeg was geweest zo. Gelukkig zijn er veel kindjes op vakantie in deze periode en was het dus geen enkel probleem om haar een dagje extra te brengen. Toen ik haar ‘s avonds ophaalde, hadden ze blijkbaar kapsalon gespeeld. Ons ma’mselleke had voor het eerst in haar leven speldjes in en het stond haar supergoed! Plots hadden we een echt meisje bij … Ze liet ze ook goed zitten, dus ik kon haar kapsel ‘s avonds nog aan haar papa laten zien en hem superhard laten smelten.

In week 2 zal Kasper op vakantie gaan met zijn moeke en met een tante van de echtgenoot. Hij trekt naar Center Parcs. Annabelle gaat gewoon naar opa en naar de creche zoals altijd. Het zal varen, een hele week zonder ons vriendje … Ik denk stiekem dat ik nu pas echt zal merken hoe hard hij doorgaans Annabelle entertaint tijdens het koken en hoeveel meer zij nu nog aan mij gaat komen plakken in de ochtend- en avondspits (hoewel een mens soms denkt dat zoiets eigenlijk niet echt nog kan). Ik ga hem verdomd hard missen, maar ik hoop vooral dat hij zich superhard gaat amuseren en dat hij dit keer eens gezond gaat blijven. Vorig jaar was hij doodziek vanaf dag twee en zijn we hem uiteindelijk vroeger moeten gaan halen … Slechter als toen kan het dus alvast niet worden ;-).