Dingen waar ik blij van word.

Het is even heel hard nodig om de mooie dingen nog eens op te lijsten. Het werk helpt niet en het feit dat in mijn omgeving kinderen (meervoud!) en volwassenen zomaar kunnen doodvallen, maakt het er niet beter op.

Maar goed, de dingen waar ik blij van word dus:

  • Een waterijsje eten in de zetel, iedere dag opnieuw. Een soort zomers avondritueel.
  • In de zetel in slaap vallen en wakker worden van de eindtune van FC de kampioenen. Slaapdronken bedenken ‘hoe kan dat nu’ (wij haten dat en weten nooit zo snel de zapper te vinden als wanneer dat begint), naast u kijken en dus nog een slapende medemens zien.
  • Annabelle die plots echt kan stappen en het ook graag lijkt te doen.
  • Bikini’s passen van 2 jaar geleden (toen woog ik best wat kilo’s minder) en constateren dat dat best nog gaat.
  • Vijf dagen op rij (!) naar de winkel gaan voor witte vuilzakken en vijf dagen op rij zonder thuiskomen. Daar samen hartelijk om lachen in plaats van gemekker. (En er dan bij de schoonmoeder een meepikken als we de brievenbus gaan leegmaken.)
  • Annabelle met een vork in de weer zien en dan haar fier smoeleke als ze erin slaagt er iets op te prikken. Dat kind kan echt trots zijn op zichzelf.
  • Eens een avondje zonder tv. Die stilte en rust.. heerlijk.
  • Vroeg in bed kruipen en in een ruk doorslapen.
  • De aantrekkingskracht tussen onze twee kinderen. Hun geknuffel, hun achter elkaar geloop en hun gegiechel om niks. 
  • Het huidige weer. Niet schitterend, maar mooi genoeg. Nog eens wat regen op tijd en stond, normale temperaturen en toch de mogelijkheid om regelmatig buiten te komen.
  • De rust op de baan tijdens de vakantieperiode. Ik werk dan maar een kwartiertje, twintig minuten van huis, maar toch voel ook ik een enorm verschil. Hier kan ik wel aan gewoon worden.
  • Voor het eerst sinds een jaar ofzo steak eten. Om de een of andere reden is dat uit ons gamma gegaan sinds Kasper mee-eet. De man had hem perfect gebakken, een lekker pepersausje erbij en miljaar, wat heeft dat gesmaakt!

Over hoe alles te relativeren valt.

Het zijn geen gemakkelijke weken hier. De ziektes blijven elkaar opvolgen hier in huis, met als toppunt de echtgenoot die twee keer op vijf dagen tijd ’s nachts op de spoed belandde. Niet voor ernstige dingen, maar leuk is toch wel anders. De dochter besloot sinds haar ziekenhuisopname eind mei dat het wel lollig is om iedere dag tussen vier en vijf wakker te worden en ons te dwingen op te staan. Daarnaast brult ze regelmatig het kot bijeen tijdens de nacht. Ze heeft geen pijn of honger, want als we ermee naar beneden gaan, begint ze vrolijk te spelen. Wij zijn een wrak. Op het werk is het extreem druk, in die mate dat mensen beginnen te lachen als ik zeg hoeveel onafgehandelde mails er nog in mijn inbox zitten. (Vijfhonderd zo ongeveer, overigens.) Ik heb herhaaldelijk aan de alarmbel getrokken, maar er zouden geen oplossingen zijn. Fijn, maar dan kan ik er ook niet meer voor instaan als het helemaal scheefloopt. Het wordt zo natuurlijk alleen maar méér chaos en ik ben op een punt gekomen dat ik zelfs niet meer wéét wat ik nog moet doen, laat staan wat er dringend zou kunnen zijn. Dit weekend wilde ik graag eens proberen wat tot rust te komen … tot de dochter vrijdagavond op de rit naar huis haar hele fruitpap uitbraakte. En een beetje later ook haar hele fles melk. Tot ze zaterdag in het shoppingcenter (waar we even vlug iets moesten ophalen, wat we wel aandurfden omdat ze beter leek) haar hele maaginhoud over mij en haarzelf leegde … temidden van een volle lunchgarden. Nice. En tot zondagochtend de zoon dan ook maar begon met braken. Ieder. Klein. Slokje. Water.

Ik ben gewoon te moe, dus het huilen stond me al snel nader dan het lachen. En toen kreeg ik een mail binnen die alles in perspectief plaatste. De dirigent van ons koor liet ons weten dat zijn zoontje, een helft van een tweeling, plots in zijn bedje was overleden. Ik kende het schattige ventje niet, maar het kostte me meteen moeite om niet te huilen. Je beeldt je meteen in hoe je zoiets ontdekt en welke angst er door je heen gaat. Hoe je wanhopig naar een ziekenhuis gaat, maar dat ze daar dan toch niks meer voor je kunnen doen. De leegte, het onmetelijke verdriet … en hoe je toch moet blijven doorgaan voor dat ander manneke, dat wél nog vrolijk ronddartelt in je living.

‘Wat zouden zij graag gehad hebben dat ze twéé zieke kindjes tegelijkertijd konden hebben’, dacht ik. En ik ging maar weer door met platte pampers verversen, body’s uitspoelen en kotsbakjes aandragen. Op de een of andere manier toch met een ander gevoel.

Kasperpraat / Gesprekken met Kasper.

  • Een giraf is mijn liefste dier en geel is mijn liefste kleur. Dat klinkt toch eigenlijk wel überschattig?!
  • ‘Ik ga dat wrattenzwijn kiezen. En ook deze pandabeer.’ Vader reageert dat er duidelijk was afgesproken dat hij één knuffeldier mocht kiezen in de winkel. ‘Maar die pandabeer is wel voor Annabelle he!” Dedju, zo grappig dat vader toestemde.
  • Juf A heeft een liefbeestje voor mij gemaakt en dan moet ik de stippen daarop tellen.
  • Tante Tinne is dood, hé. Dan kan ik niet meer daarmee spelen. Als hij dat ooit op school zegt, denken ze dat er zich hier recent drama’s hebben voorgedaan. Terwijl dat al bijna dertien jaar geleden is en hij er dus van zijn leven niet mee heeft gespeeld. Toch herhaalt hij dat héél vaak.
  • Kasper slaapt zonder pamper sinds een tijdje en na de eerste nacht was hij heel trots op zichzelf. In de winkel ziet hij iets dat hij graag wilt. ‘Mama, dat is voor kindjes die zonder pamper slapen.’ Uhm ja, ik denk dat het ook mee naar huis is gegaan. Misschien zo.
  • ‘Moet ik vandaag naar de abewaking?’ Intussen zegt hij het correct, maar hoewel hij wist dat het nabewaking was en het ook prima kon zeggen, heeft hij dat heel lang zo genoemd.
  • Op de speelplaats vraagt Kasper of we naar ons nieuw huis gaan kijken. Euh? ‘Ja’, zegt de juf van de nabewaking, ‘hij heeft dat hier helemaal zitten vertellen. Dat jullie in een nieuw huisje gaan wonen en dat hij dan ook een nieuwe kamer krijgt en dat Annabelle naast hem in zijn kamer gaat slapen dan.’ Hahaha, we waren aan het overwegen of we een nieuwbouwwoning zouden kopen en waren eens gaan kijken waar die grond gelegen was. Al de rest heeft hij zelf verzonnen. Aan fantasie geen gebrek!
  • Die saus / dat medicijn / die groente is een beetje zuur, hé mama. Voor alles wat hij niet zo lekker vindt. Zuur is zeker een excuus om het niet te hoeven opeten.
  • Opa, ik wil een gaatje eten van jouw kaas.
  • Jij hebt precies een walvis vast! Een sandwich met een deuk in dus.
  • Er ligt precies een boom op jouw bord. Mijn risotto neemt blijkbaar vreemde vormen aan.
  • Ik ga alle boterhammen opeten en alle vleesjes van K3 en dan ga ik aaaaaaalle koeken van Annabelle opeten en jouw pudding. Hoor hem bezig, ons muizenetertje.
  • ‘Ik heb vandaag een geel cadeautje gemaakt. Maar ik mocht het van juf A niet vanbinnen verven.’ En wat zit er dan in dat cadeautje? ‘Niks, het is gewoon een cadeautje.’ Oh ok. En wat ga je daar dan mee doen? ‘Aan mijzelf geven.’ Presentjes voor uzelf, dat moet je al van jongsafaan leren.
  • K: Mamaaaa. Ik: Ja? K: Dat is wel niet tegen u, he! Ik ben wel tegen mama giraf aan het praten. OK dan.
  • K: Mama, wat eet de oryx? Ik: euh, dat weet ik niet zo goed, vent. K: Ga jij dan op je telefoon kijken? Google to the rescue, héél vaak.
  • Ik: Kijk, Kasper, Jeroen gaat een taart maken met citroen. Dat vind ik wel heel lekker! K: Kijk, Annabelle, Jeroen gaat een taart maken met citroen. Dat vindt mama wel heel lekker! Groot tegen klein in het kwadraat dan.
  • Kasper vraagt in de auto aan mij of ik een kraai een leuk dier vind. ‘Ik vind wel dat die een grappig geluid maakt, een kraai’, zeg ik. ‘Papa, paaapa. Mama vind dat een kraai een grappig geluid maakt!’ Die zit daar gewoon naast en heeft mijn antwoord dus ook wel gehoord, hé flippo.
  • Mama, ga jij aan mijn spierballen voelen of ik sterk ben? Ik knijp in zijn spierballen. Maar nee, hier! Wijst naar elleboog.
  • Mama, ik ben wel heel moe, ik moet in mijn bedje slapen. Niet geheel toevallig eindigt dat meestal zonder slapen, maar intussen heeft hij dan toch een paar minuutjes kunnen tutten.
  • Kasper mag soms een balletje draaien in de supermarkt, als hij flink is geweest. Meestal zit er een diertje in. ‘Hoe heet deze?’, vraagt de echtgenoot. ‘Kididi’, zegt die kleine bloedserieus. Intussen hebben we hier dus inderdaad een Kididi, die regelmatig ter sprake komt. De week nadien draait hij hetzelfde eendje, maar dan in het geel (Kididi is paars). ‘Hoe heet deze?’, vraag ik. ‘Spaghetti.’ Wij liggen al in een deuk. ‘Spaghetti met soep is die zijn naam.’
  • We zitten in de auto en plots: ‘Mamaa? Maaamaaaaa.’ Wat is er jongen? ‘Mama, ben jij mijn moeder?’ Ja. ‘En wie is papa dan?’
  • Mama, jij moet Annabelle misschien op de grond zetten. Hij wilt graag zelf met mij spelen …
  • Mama, Annabelle wil graag een koek. Een gevalletje van projectie!
  • De juf van de nabewaking vertelt dat Kasper op een bepaald moment niet zo goed had geluisterd. De juf had gevraagd: ‘Seg, waar zijn jouw oren?’ Meneertje had geantwoord: ‘Thuis. Mijn mama is die vergeten mee te geven!’
  • De mama van R is naar mijn school gekomen. Maar de mama van R heeft geen pomp, he mama? Cfr mijn insulinepomp dus.i
  • Dat heb jij lekker gemaakt! Bijna iedere dag. Bij voorkeur wel voor hij nog maar een hap heeft gedaan, achteraf zijn de meningen soms anders.
  • Juf A, wij gaan spaghetti eten, hoor! Euh? Wishfull thinking, makker.
  • Kasper, we gaan binnenkort je tutjes in de vuilbak gooien, he. ‘Ja ja, op de gele dag.’ Alles wat hij niet zo graag wilt, moet altijd op die gele dag gebeuren.
  • Maar mama, jij hebt lang haar! Ik wil dat niet! Jij moet een staart doen. Iedere. Dag. Opnieuw. Meneer wil niet dat ik mijn haar los doe. Op mijn vraag waarom: ik ben daar bang van.
  • Er was een kuikentje in onze klas, mama. Oh! Wat leuk! Een echt kuiken? Of een knuffel? Ma nee! Een echt! Het moest op de handdoeken blijven. Oh. En mochten jullie dat kuikentje aaien? Ja. Maar ik wou dat niet. Oh, was je een beetje bang? Maar wel veel, hoor! Ik heb dat niet geaaid. Maar M wel, hoor! Later bleek de hele klas dat dier geaaid te hebben, alleen meneertje brulde de boel bij mekaar.
  • Ga jij dat boekje voor mij voorlezen? Tegen een meisje van 4,5 dat dus duidelijk zelf nog niet kan lezen.

 

Vanalles en nog wat.

Het was hier veel te lang stil. Ik houd van schrijven, maar toch schiet het er altijd bij in. Er is de laatste tijd wel het een en ander gebeurd, dus stof was er genoeg. Gedaan daarmee. Vanaf nu schrijf ik weer. Snel, ongestructureerd, waarschijnlijk met fouten … dat doet er even niet toe. Dat is het maximale wat de huidige situatie toelaat. Daarmee zullen we het moeten doen. Het zij zo!

Dingen die je (misschien) niet van mij wist.

  • Mijn ouders zijn uit elkaar, maar officieel zijn ze nog altijd getrouwd. Ze hebben nog een gezamelijke auto en een gezamelijke bankrekening. Ze gaan nog altijd samen naar familiefeestjes en als mijn vader ‘uitnodigt’, draaft mijn moeder op om te koken. Zij doet zijn strijk en onderhoudt zijn tuin, hij helpt haar met de administratie en de financieën. Als er iets is, zal ze ook naar hem gaan om het te vertellen. Ze zijn nu zes jaar uit elkaar, dat was ook absoluut nodig, maar ik ben wél blij dat het zo gegaan is!
  • Als er iets geregeld moet worden (nieuwe auto kopen, op reis gaan, administratieve rompslomp oplossen, opvoedkundig gedoe…), zoek ik graag zo veel mogelijk op en bezorg mijn lief de gefilterde informatie. Hij wacht nog weken en weken en bekijkt dan waar ik mee over de brug ben gekomen. Hij doet dan nog wat extra opzoekingen en neemt de beslissing. In overleg uiteraard. Ik vind dat prima, want ik kan dat echt niet goed, knopen doorhakken.
  • Ik haat shoppen en doe dat dus zelden. Een keer per jaar, maximum twee. Voor de kindjes gebeurt het iets vaker, maar dikwijls online.
  • Kleren koop ik niet graag op internet, want mijn lijf heeft geen standaardmaten. Als het dan niet past, moet ik het terugsturen en dat vind ik teveel moeite.
  • Ik eet zelden brood. Ik lust dat enorm graag, maar twee boterhammen volstaan nooit. Met gewoon een bakje kerstomaten kom ik nochtans wel een halve dag toe.
  • Ik ga graag naar de kapper, maar ben ongeveer nooit tevreden met het resultaat. Dat ze zo bezig zijn met je haar, dat vind ik wél zalig.
  • Ik ben een lijstjesmens. Mijn warhoofd vergeet anders alles. 
  • Er zijn weinig dingen die ik zo heerlijk vind ruiken als verse koffie. Alleen jammer dat ik het walgelijk vind van smaak.
  • Ik word doodongelukkig van sporten. De endorfines die je een goed gevoel moeten geven, daar heb ik nog nooit iets van gemerkt. Functioneel sporten is het enige wat me dan ook lukt: ergens naartoe wandelen, mij met de fiets verplaatsen, … 
  • Ik ben beter in geschreven communicatie dan in praten. De eerste jaren van onze relatie bespraken mijn lief en ik de moeilijkere dingen dus altijd eerst per mail, om er dan later mondeling op verder te gaan. Bij mijn eerste therapeut deed ik dat ook en zelfs bij mijn opnames was ‘mijn dagboek’ vaak een manier om dingen duidelijk te maken. En weet je wat ik laatst deed? Ik stuurde de psycholoog een sms om te zeggen dat ik al maanden iets wou vragen en dat hij dat dus bij deze wist. 
  • ’s Nachts heb ik altijd honderdduizend ideeën en wil ik ook heel mijn huis reorganiseren. Overdag zwakt dat allemaal nogal af… 
  • Ik word helemaal krankjorum van eetgeluiden. Smakken, krakende chips, kauwen op een appel, ik vind het allemaal even afschuwelijk en krijg er letterlijk koude rillingen van. Als mijn lief zoiets eet, moet ik eerlijk waar mijn hand over het oor naast hem leggen. We hebben bijvoorbeeld een vriend die heel luidruchtig eet en ik probeer gezamelijke maaltijden altijd te vermijden. Dat heeft trouwens een naam: misofonie. Het zou vaak samen gaan met grote creativiteit en genialiteit. Vaak, he, niet altijd…
  • Ik sliep heel lang heel slecht om allerlei redenen. Als we echter met de auto reden, viel ik al in slaap nog voor we de autostrade bereikt hadden. Sinds ik zelf mijn rijbewijs heb, lukt me dat echter niet meer.
  • Op mijn twaalfde had ik alle boeken van de bibliotheek binnen mijn leeftijdscategorie uitgelezen. Ik wilde dan maar aan die voor de adolescenten (14+) beginnen, maar dat mocht niet. Tenzij het voor school gelezen moet worden, fluisterde de bibliothecaris mij toe. Plots moesten wij heeeeel veel lezen voor school!
  • Ik kan heel laat opblijven en vroeg uit de veren als dat moet, maar waag het niet mij tegen te houden als ik me eindelijk aan de slaap wilde overgeven. Dan word ik megaslechtgezind en begin soms zelfs te janken.. (Wie doet er nu zoiets? De dochter is daar nogal goed in…)
  • Ik slaag er nogal vaak in dwaasheden een paar keer op korte tijd te herhalen. Twee keer mijn huissleutel vergeten in dezelfde week, mijn handtas door vriendelijke mensen moeten laten vinden en een paar weken later de slager aan de deur krijgen met uw gevonden portefeuille… Het is nochtans niet dat ik dat normaal heel vaak voorheb allemaal.
  • Ik verdraag geen look in mijn eten. Het is best lekker en ik word er niet ziek van, maar een (paar) uur na datum valt dat als een blok op mijn maag en ik blijf er dan minimaal 24u mee worstelen. 
  • Ik kan ook absoluut geen uien snijden. Van zodra ik zo’n bol in tweeën doe, stromen de tranen uit mijn ogen. Ik zie geen steek meer en snijden wordt echt gevaarlijk. Na een paar lelijke snijwonden van zulke situaties koop ik nu dus voorgesneden uien of laat ik mijn lief dat doen.
  • Mijn kapsel moet er uiteraard ok uitzien, maar eigenlijk is mijn belangrijkste eis dat het geen werk vraagt. Ik was mijn haar, laat het gewoon drogen en ga er eens doorheen met een borstel en dat moet volstaan. Een haardroger ligt hier doelloos te wezen en er gaat geen enkel product in. Echt mannen, daar heb ik ’s morgens echt geen tijd voor, hoor! 
  • Als ik niet tevreden ben met mijn lijf, dan koop ik een massa goedkope kleren. Rommel dus. Dat gaat alvast niet helpen om een beter gevoel te krijgen, maar ik vind het dan zo niet waard om dure dingen te gaan kopen. (Ik loop dus al sinds de bevalling in kleren vqn de markt en de zeeman, ja.)
  • Ik drink geen alcohol. Vroeger misschien twee keer per jaar, sinds ik probeerde zwanger te worden van Kasper helemaal niet meer. Ik vind de meeste alcoholische dranken echt niet lekker en ik walg van dronken mensen. Die combinatie zorgt ervoor dat ik het vaak bij een light-frisdrank houd. Ik heb even veel plezier, hoor! 

Goud in een potteke #18.

  • Koekjes bakken met de zoon. Het gebeuren moest op minder dan 40min klaar zijn, want we waren tegelijkertijd aan het potjestrainen, dus we deden het met een kant-en-klare koekjesmix van de Hema. Keisimpel en al, maar Kasper voelde zich heel wat met zijn veel te grote koksschort en zijn deegklopper!
  • Fruitsla
  • Halsoverkop besluiten naar de speeltuin te wandelen en heerlijk genieten. Veel gelach, een flink stappende zoon, een zalig weertje…
  • Ik wandelde met een lichtjes overladen buggy naar huis en blijkbaar is mijn handtas ter hoogte van de wereldwinkel gevallen. Terwijl ik nietsvermoedend Kasper van de crèche haalde en naar huis stapte, reed een van de vrijwilligers naar mijn huis om mijn tas terug te brengen. Er zat best wel wat geld in, dus het mag een waar wonder heten. 
  • Aangezien ik nog niet thuis was, gaf ze alles bij de buren af. Die bedachten zich dat ik misschien wel in paniek kon zijn (ahja, alles zat daarin en ik kon dus zelfs niemand verwittigen) en besloten mij te gaan zoeken. Ik was intussen al bijna thuis en dus sprongen ze plots uit hun auto en zwaaiden met mijn handtas. Het duurde even voor ik begreep wat dat wilde zeggen, maar ik vond het echt superlief dat ze dat hadden willen doen.
  • Hun tienjarige dochter vroeg aan haar papa of ze met ons (allez, met Kasper eigenlijk) mocht meewandelen en het was hilarisch die twee bezig te zien. Hij wilde de hele tijd tegen haar tateren en zij tegen mij. En toen we moesten oversteken, wist Kasper dat hij een handje moest geven en als vanzelfsprekend stak hij zijn handje uit naar het meisje. Daarna speelden ze nog verstoppertje rond onze auto en schaterden het allebei uit.
  • Deze is een beetje gemeen, maar toch: zien dat mijn strengere aanpak toch meer resultaat heeft dan de omkooptoestanden van de schoonmoeder.

Ruim drie weken.

‘En vrijdag zijn we met zijn viertjes naar de zoo geweest’, hoor ik mezelf vertellen en ik realiseer me plots hoe veelzeggend dat is. Het geeft aan dat wij relaxter zijn met een tweede kind, maar vooral ook dat Annabelle zo ontzettend veel makkelijker is dan dat Kasper was op deze leeftijd. Niet alleen durfden we het aan om de uitstap te maken, maar hij was ook nog eens heerlijk. Annabelle sliep een eerste blok in haar mand, kreeg borstvoeding in het pizzarestaurant en knorde daarna nog wat in de draagdoek. Kasper genoot intussen met volle teugen van alle dieren, stapte flink en was het zaligste kind aller tijden. Mijn batterijen waren op slag ook weer opgeladen.

Het gaat dus gewoon goed hier. Ik ben steendood, want de juffrouw vindt de nacht het uitgelezen moment om wakker te blijven tussen twee voedingen. Mijn lijf doet overal pijn, deels van pure moeheid en deels van al dat gezeul met de dochter. Kasper is al voor de tweede keer op drie weken tijd behoorlijk ziek en vraagt veel verzorging. Hij slaapt op die momenten ook mee in ons bed en beneemt ons daarmee ook heel wat slaap. Annabelle heeft behoorlijk veel last met haar stoelgang en er is ook een vermoeden van (beginnende) reflux. En toch gaat het gewoon goed met ons. Het gaat zoveel beter dan we hadden kunnen dromen! De dame huilt als ze pijn heeft of als ze honger heeft en verder niet. Overdag slaapt ze soms behoorlijke blokken, wat mij de mogelijkheid geeft ook even een dutje te doen. (Kasper sliep nooit. Nooit! Wat een verschil…) De borstvoeding loopt vlotjes en Annabelle groeit als kool. Ik ben dus ook behoorlijk gerust in die hele borstvoeding en of ze wel genoeg binnenkrijgt.

Hetgeen nog het allerbest gaat, is hoe Kasper met zijn zus omgaat. Hij is er helemaal fan van en wil niets liever dan helpen haar te verzorgen. Als ik haar naar haar bed transporteer, wil hij haar poep dragen. Hij aait haar als ze huilt en accepteert het geblèr ook zonder problemen. Zelfs als ze hem halfdoof brult, zit hij gewoon vredig zijn melk te drinken en naar tv te kijken. Ook ’s nachts hebben we geen hysterische taferelen als zij huilt. Hij weet dat mama zusje dan eten moet geven en meer niet. Hij wil haar kusjes geven en zegt vaak: ‘ik wilt naar zusje kijken’. Dan zit hij op zijn knietjes naast haar draagmand en zit wat te bewonderen hoe ze beweegt. Ze krijgt knuffeldieren van hem (die hij dan bovenop haar hoofd legt ofzo) en hij accepteert zelfs verbazingwekkend vlot dat zij onze aaandacht ook vaak nodig heeft. Voor hem hoort zij er nu gewoon bij en hij zal ons er ook regelmatig aan herinneren dat zusje ook meemoet ergens naartoe. We hadden ons geen heerlijkere grote broer kunnen voorstellen.

Volgende week gaat de echtgenoot weer aan het werk en dat zal de hele situatie natuurlijk weer een nieuwe dimensie geven. De ochtend- en avondspits op mijn eentje rondkrijgen, de boel op orde houden en eten op tafel toveren, het zal een hele uitdaging zijn. Toch hebben de heerlijke afgelopen drie weken ervoor gezorgd dat ik daar nog voldoende moed voor heb.

De roze wolk, die is geloof ik helemaal niks voor mij. Toch is dit volgens mij hetgeen daar het dichtst mogelijk bij komt voor kapotrationaliserende twijfelende en onzekere medemensen zoals ik. Annabelle heeft alles weer overhoop gegooid én nu al verrijkt. Wauw!