Welkom 2018.

Het laatste kwartaal van 2017 lijkt het jaar af te sluiten in dezelfde sfeer als de rest van het jaar. Niet ideaal. 

De laatste tijd hadden we:

– 5 weken continu zieke kindjes, dan gingen ze allebei 1 week naar school en de creche en daar gingen we weer opnieuw met een rondje zieken.

– ik hoorde (!) dat het stevige gehoorverlies aan één kant niet verholpen kan worden. Ze weten niet hoe het komt en wat ze hebben geprobeerd, helpt niet. Jammer dan. Naar huis maar weer en als het erger wordt, terugkomen. Ik heb al altijd rekening gehouden met het feit dat ik op termijn misschien mijn zicht zal verliezen, maar dan heb ik dat gehoor echt wel nodig. Ik ben dus niet blij.

– we kregen bericht dat er dan toch een collectief ontslag komt. Daar hoef ik niet meteen een tekening bij te maken, zeker.

– terwijl ik met een bomvol hoofd naar het werk reed, knalde ik met mijn auto tegen een andere. Gelukkig is er alleen blikschade, maar mijn blauw karretje is wel serieus gehavend.

Het is zowat genoeg geweest nu. Het jaar mag al in kerstmodus gaan en 2018 mag dan een heel nieuw jaar worden op alle gebied. De man en de kinderen mogen blijven, de rest mag anders. Gezonder, uitgeruster, geschikter, rustiger. Amen.

Advertenties

Annabelle praat I.

Ruim zeventien maanden is onze jongedame en ze is duidelijk woorden aan het opslorpen en aan het proberen ze te reproduceren. Het begint te lukken, toch voldoende om te zorgen dat wij (mama en papa) en de mensen van de crèche haar over het algemeen weten te begrijpen. Haar duidelijke handgebaren en het ‘nee nee’ of ‘ja!’ als we fout of juist gokken, helpt daar natuurlijk ook bij. Als ze de woorden niet helemaal correct uitspreekt, komt het er vaak op neer dat ze het begin wél zegt en de laatste letters niet.

Wat kraamt die jongste van ons dan zoal uit de laatste tijd?

  • Mama / papa met momenten gebruikt ze ze wel door elkaar, maar meestal toch juist
  • Ka / Kaka      Kasper
  • Tut
  • Bal
  • Mooi
  • Koek
  • Daa              daar
  • Da                dat
  • Ja
  • Nee
  • Paa               paard (soms ook wel tegen een koe, oeps)
  • Papaai          papegaai
  • Wa waf        ja, da’s een hond dus he
  • Mauw          en een kat
  • Neu              neus
  • No                 nog
  • Bobo             boterham
  • Pepe             lepel
  • Bupa             Bumba
  • Doda            Dora
  • Opa
  • Ato               auto
  • Toet toe        ook een auto
  • Tuut tuu        Ga eens uit de weg!
  • Tik tak          een klok of horloge
  • Bavo!            Bravo! Met handgeklap erbij uiteraard.
  • Meuuh           koe
  • Mèèè             schaap
  • Appel            ook wel tegen pruimen, aardbeien, enfin, alle fruit dat er van ver een         beetje rond uitziet
  • Pape             pamper
  • Kaka             naast haar broer, kan ze er ook gewoon hetzelfde als wij mee bedoelen
  • Aanoe           aandoen (maar ook wel uitdoen, beetje lastig soms)
  • Toedoe          toedoen (en ook opendoen, even lastig)
  • Whaaaa         leeuw en dan vormt ze ook haar handjes tot miniklauwtjes erbij
  • Popo             kip (moet dus pok pok zijn)
  • Kikke            kikker (zegt opa toch dat ze dat zegt)
  • Boem            bloem
  • Au                en dan wijst ze naar waar het pijn doet (al dan niet imaginair)
  • Skye             alles wat ze ziet dat met Paw Patrol te maken heeft
  • Beeee bi        baby
  • Oe oe           aap
  • Hsssss           fles
  • Tink              drinken
  • Itte               zitten
  • Pop
  • Hoppakee
  • Pipin             pinguin

Voor de rest weet ze héél goed duidelijk te maken wat ze bedoelt, onze miss ik-weet-heel-goed-wat-ik-wil. Is ze niet tevreden? Dan huilt ze luid en gooit zich bij voorkeur languit op de grond. Zeventien maanden alstublieft, ik denk dat Kasper daar meer dan een jaar langer over deed. Dramaqueen in de dop. Heeft ze honger? Dan gaat ze zelf een lepel uit de kast halen, komt mij roepen en trekt dan naar de mand waarin we haar yoghurtjes/fruitpap/… bewaren. Wil ze drinken? Dan zoekt ze het halve huis af en komt dan met eender welke beker of fles die ze kan vinden (desnoods van een pop) aanzetten en doet teken dat we die moeten vullen. Oh, en het grappigste ooit (maar ook wel superlastig): als ze geen zin meer heeft om een handje te geven op straat, dan kruist ze haar armen en loopt met boze blik rond. ‘Gij denk nu toch niet dat ge mijn hand te pakken gaat krijgen, hé’, straalt ze dan uit.

Hoewel ik blij zal zijn als ze toch nog wat beter kan communiceren, vind ik dit toch ook wel een hele leuke en soms grappige fase. Haar horen oefenen met woorden, plots zesentwintigduizend keer hetzelfde woord horen na elkaar omdat ze er een nieuw ‘onder de knie’ heeft en ze dat gewoon wil uittesten, elke dag weer nieuwe woorden in haar vaste vocabulaire zien bijkomen, …

Note to de vriendinnen tegen wie ik vorige week nog zei dat ze niet zoveel woorden kon zeggen: sinds dat moment is haar woordenschat geëxplodeerd, maar echt! Ik heb niet gelogen!

De vloek van de Pizza Hut.

Eerder deze week. Hectische werkdag, hoofdpijn, moe, overal pijn eigenlijk, dus ik stribbel niet tegen als de echtgenoot voorstelt een pizza te bestellen. Ik ben nochtans niet zo van de pizza’s, maar gemak primeerde even op goesting of lekker vinden. Ik logde in bij zo’n bestelsite en tot mijn grote vreugde bleek Pizza Hut plots tussen de opties te staan. Dat was voorheen niet zo. Nu ben ik dus niet zo van de pizza’s, maar voor die van de Pizza Hut en van dr. Oetker maak ik een uitzondering. Daar liggen namelijk frisse groentjes op en niet alleen een massa vlees en kaas. 

Het is nu niet zo dat ik al 100x bij de Pizza Hut heb gegeten. Drie keer in mijn hele leven, denk ik. Iets met de lijn en ook met moeilijk te regelen suikers bij pizza. Van die drie keer at ik er twee een pizza met pepersaus. Héérlijk. Op deze gelukkige avond waarop we plots ook door hen konden laten leveren, bestelde ik dat dus ook. Voor het lief voegde ik een bolognaise toe en voor de kindjes kipsnacks. Ik rekende uit hoe laat ik thuis zou raken (18u) en vroeg dus een levering een kwartiertje later. Ik kreeg meteen een sms en een mail ter bevestiging. 

De kindjes waren helemaal blij met het vooruitzicht op de kipjes en het lief en ik hadden Honger. Met een grote H, ja. We wachten en wachten en wachten en toen was het 6u45 en begon Kasper harder te zeuren over het feit dat hij moe was dan dat hij honger had. Ik belde dus naar het nummer dat in de bevestigingsmail stond en daar wisten ze van niets. Ik zat zelfs niet bij het juiste filiaal, want alleen filiaal Wilrijk levert in onze gemeente. Ik begon er al een hard hoofd in te krijgen, maar zocht toch maar het telefoonnummer en belde hen ook op. Mijn voorgevoel klopte: ze hadden geen bestelling ontvangen en ze leveren zelfs helemaal niet in onze straat. Op mijn vraag hoe het dan kwam dat zij wel als optie naar voren kwamen op die bestelsite en waarom ik zelfs bevestigingen had gekregen, wist de man aan de lijn natuurlijk ook geen antwoord. (Noot: die mensen konden daar ook niks aan doen, he, en ze waren allemaal bijzonder vriendelijk.) Na wat drama bij Kasper om de gemankeerde kipjes staken we hem veel te laat in bed met wat corn flakes als avondeten. Mission failed.

Fast forward naar vrijdag. De echtgenoot en ik trokken een weekendje naar Rotterdam. Van zodra we de deur uitstapten, zagen we een restaurant van Pizza Hut. Ik dacht nog maar aan de pizza met pepersaus en de kwijl liep me al uit de mond. Ik wist mijn lief te overtuigen en we gingen er binnen. We kregen de kaart en… geen pepersaus te zien. Waaaat?! Als het dat niet was, kon het me al niet meer schelen wat er op mijn bord zou liggen. Ik koos dan maar chicken bbq, vooral omdat daar blijkbaar toch nog wel wat groenten inzaten. De bbq-saus zou ik er dan wel bijnemen.

Terwijl ik nog wat namijmerde over mijn gemiste pepersaus en zuchtte dat het universum er precies iets tegen heeft dat ik naar de Pizza Hut ga, kwamen ze onze bestelling brengen. ‘De bbq chicken, daar is helaas een foutje gebeurd’, zeiden ze echter, ‘en het is er eentje met tomatensaus. We hebben intussen al een nieuwe in de oven zitten, maar u kunt hier dan al een stukje van eten en dan brengen we zometeen de juiste. De overschot van deze mag u dan ook mee naar huis nemen.’

We lachten al dat de Pizza Hut en ik elkaar toch niet echt lagen. Ik at heeeel traag een stukje van de pizza met tomatensaus, zodat ik nog honger zou hebben voor de andere. Dat smaakte nochtans niet slecht, zo die versie. Verrassend snel stonden ze daar met de bbq-sauspizza en ze namen de andere mee. Ik sloeg het aanbod om hem mee te nemen af, aangezien ik geen zin had om met pizza te knoeien in de hotelkamer. 

En toen at ik van de pizza met bbqsaus en ik vond dat niet zo lekker. De tomatensaus had me veel meer bevallen. Na twee stukken was mijn zin over. De Pizza Hut en ik, zal dat ooit nog iets worden?

Ik heb met mijn lief afgesproken dat we naar onze eigen pizzahut gaan voor mijn pepersaus als we allebei 5kg zijn afgevallen. 

Ik gok op 2 mogelijke scenario’s: 1. het lukt me niet om 5kg kwijt te raken of 2. de pepersauspizza is tegen dan uit hun gamma. Zeg dat ik het gezegd heb!

(Extra noot: dit is niet bedoeld om te klagen over het personeel, he. Die waren ook supervriendelijk en hebben hun fout meteen toegegeven én rechtgezet. Petje af!)

De zomer – week negen.

Et voilà, nog voor je het doorhebt, is het dan toch zo ver: die lange zomervakantie is voorbij. Van die laatste dagen genoten wij nog wel met volle teugen.

Op maandag wilden we het nog rustig houden. We zouden ‘eventjes’ een nieuwe rugzak voor Kasper gaan zoeken. We gingen eerst langs de markt, dan haalden we in het kruidvat 4 dozen pampers op die ik er aan 50% hzd gekocht, dan haalden we vlug de nieuwe brillen voor de man op en dan eindelijk gingen we op weg naar Dreamland. Annabelle was onderweg al in slaap gedonderd, dus bleef het lief bij haar en ik ging met Kasper alleen naar binnen. Zijn ogen vielen bijna uit hun kassen en hij waande zich in de Paw Patrol-hemel. Gelukkig kon ik hem bij de rugzakken nog wat afleiden en richting de skip hop-zakken dirigeren, maar vanaf dan bestond de enige opdracht er voor hem in naar sdie honden te gaan zoeken. Een brooddoos, de 2 ontbrekende minipups voor zijn collectie en een boek later gaf hij toe dat het nu wel echt genoeg was en mocht ik gaan betalen. Terwijl ik mij op die taak richtte, ging meneer er zowaar voor het eerst in zijn leven vandoor! Hij vroeg of hij in een auto aan de kassa mocht spelen en toen ik opkeek, was hij nergens meer te bespeuren. Ik probeerde in te schatten waar hij naartoe zou kunnen zijn en ik dacht aan de echtgenoot in de auto op de parking. Niet meteen een geruststellende gedachte met al die auto’s… maar toen ik lichtelijk bezorgd buiten stapte, bleek meneer in de opgestelde speelhuisjes buiten te zitten. Jawadde. Nadien gingen we nog naar de Fun, alwaar de echtgenoot onze vriend ook nog vanalles gaf en waar Annabelle toch ook iets kreeg. Een gigantisch Bumbaboek, waarvan de kartonnen bladzijden zo groot zijn, dat ze zelf niet eens kan omdraaien. Dan togen we eindelijk naar huis en probeerden nog wat te relaxen. Nadien moest de echtgenoot nog even naar de chirurg om zijn op til staande operatie te plannen en dan kwam een spannend moment: we mochten naar school om te weten te komen bij welke juf Kasper zou gaan zitten. Zijn juf is al meteen in zwangerschapsverlof, maar hij kent de vervangster wel al een beetje van vorig jaar. Er is vanalles te zeggen over de klas, over het gebouw, over vanalles en nog wat, maar ik ga dat niet doen. Ik hoop gewoon dat het allemaal meevalt en dat hij zich er even goed zal voelen als vorig jaar. 

Dinsdag was dan ook bijzonder: we dropten Annabelle bij opa en gingen met Kasper naar Plopsaland. De anderhalf uur in de auto verliepen voorspoedig en pllts riep meneer: ‘we zijn er!’. Hij had een grote Plop gespot op een kruispunt en de juiste conclusie getrokken. Vanaf dan vobd hij alles super. Hij huppelde van enthousiasme bij elk figuur dat hij tegenkwam en hij wilde overal in. Soms was zijn lengte (93cm) wel nog een probleem, maar hij mocht toch wel al veel. Hij deed rollercoasters alsof het niks was en vond het allemaal even tof. Mijn maag zag een tweede ritje echter vaak niet zitten… Het viel eigenlijk ook geweldig goed mee qua aanschuiven: bij twee attracties (toevallig die met water; niet vreemd op een snikhete dag) duurde het lang, bij al de rest maximaal 1 of 2 beurten wachten en het was aan ons. Deze dag was alvast een absolute topper. Jammer dat het zo ver rijden is en vooral dat je er zo idioot veel voor betaalt. Wij kwamen er deze keer vanaf met 57 euro + 10 euro parking, maar als we teruggaan en Kasper is een meter groot (waarschijnlijk) en we vinden niet hier of daar een korting, dan wordt dat zomaar eventjes 108 euro + 10 euro parking. Hallo?! En als we nog een jaar of 2 wachten en Annabelle meenemen, dan mag er nog eens 36 euro bij. Dat is toch om niet goed van te worden… Oh, en we hadden Kasper beloofd dat we daar nog iets gingen eten. 51 euro kostte dat ons, voor een kinderspaghetti en 2 hoofdmenu’s, niet eens echt lekker en ook niet overdreven veel. In pakweg de lunchgarden eet je hetzelfde veel beter en in een grotere portie voor 20 euro minder! De terugreis was slopend, met temperaturen rond de 40° in de auto en file, file, file. Gelukkig sliep Kasper een groot deel van de reis… Aan het eind van de dag vroeg ik meneer nog wat hij nu het leukst had gevonden. ‘Dat ik op wc van de grote mensen was geweest en ik er net aan kon!’, was zijn antwoord. Een urinoir op kidnderhoogte dus, maar dat laatste had hij niet helemaal door. En fier dat hij was! 

Woensdag en donderdag moest ikzelf helaas al terug gaan werken. De echtgenoot bleef bij de kindjes zn bracht ze prompt telkens een halve dag naar zijn ouders. Daar amuseerden onze twee varkentjes zich elke keer rot.

En dan was het vrijdag 1 september. Wij hadden er alvast naar uitgekeken en hij wilde ook graag naar juf S., zei hij. Hij stond op en toen drong door dat het voor echt was. Plots wilde hij niet meer eten, kloeg hij dat hij moe was en lag met zijn oogjes dicht in de zetel. Hij gaf over. Ziek of zenuwen? Toen hij niet naar Paw patrol wilde kijken, vreesde ik voor het eerste. Nadien gaf hij ook nog eens over. Hij wilde de ene minuut wel naar de juf en de andere niet… dus wz besloten het er toch maar op te wagen. Het was een berekend risico. Door het offerfeest zouden er maar weinig kindjes zijn, dus in geval van nood zou de juf nog wel wat aandacht aan hem kunnen geven. Mijn lief was ook thuis, dus als het echt niet ging dan kon hij meteen gehaald worden en zelfs opgevangen worden zonder tien telefoons te moeten voeren. In de auto dacht ik echt dat we zelfs de school niet zouden zonder een extra keertje overgeven. Het stuk naar de school stapte ik met hem hangend in mijn armen. Ik gaf hem aan de juf en zei maar eerlijk hoe het zat en dat ze mochten bellen als het niet ging. Ik voelde me wel wat schuldig, maar als het dan toch van de zenuwen zou zijn, dan zouden we hem niet helpen door hem thuis te houden. Dan zou het maandag opnieuw van dat zijn. De hele dag hielden we onze gsm angstvallig in het oog en pas ruim na de lunch durfden we weer wat adem te halen. Toen we hem afhaalden, bleek dat er inderdaad geen enkel probleem meer was geweest. Hij had al zijn eten op en vroeg al meteen naar eten. ‘Het zullen toch zenuwen geweest zijn, zei de juf. Inderdaad. Drie jaar en meermaals overgeven vande zenuwen. Met die kleine gaan we onze peren nog zien, denk ik… Hij had het in ieder geval leuk gevonden, juf S was al meteen de liefste en de mooiste van zijn klas, dus dat schept hoop. Al doe ik nu vporal schietgebedjes dat nu zo meteen al een weekend hem dat niet zal doen vergeten…

De vakantie zit erop. Ik sxhrijf een dezer nog wel eens wat algemene overpeinzingen over die hele periode. Maar van de wekelijkse updates zijn jullie dan toch maar weer verlost!

De zomer – week zeven.

Er hoeft weinig gezegd te worden over adgelopen week. Kasper ging op vakantie met zijn opa en we hoorden weinig. Elke dag een foto en nietszeggende commentaar als ‘regen regen dus zwembad en binnenspeeltuin’. We gingen er dan maar vanuit dat alles onder controle was.

Annabelle ging naar haar grootmoeders en deed dat prima. Ze sprak nog wat nieuwe woorden (pop, t(r)ein en iets dat voor ‘allemaal op’ moet doorgaan) en was voor de rest supervrolijk.

Mijn halve trouwboek en ik werkten maar braaf, ikzelf ook op de feestdag. Dan bleef het lief maar met ons Bellue thuis en ze amuseerden zich samen wel. 

Vrijdag gingen de drie thuisblijvers dan ook naar Sunparks in De Haan. Annabelle sliep weer flink de hele rit en bij aankomst vlogen zij en haar broer elkaar in de armen. Kasper wilde haar altijd zien en dus moesten de twee buggy’s naast elkaar rijden, moest hij haar een handje geven als ze stapte en eiste hij van dragers dat ze de pas erinzetten of net vertraagden om te zorgen dat ze elkaar konden zien. 

We zwommen uren en uren en verbaasden ons over de enorme durf die Kasper plots gekweekt heeft. Hij is minstens 50x van de kant van het diepe gesprongen en het gaf niks dat hij volledig onder water ging. Hij ging onder een kletterende waterval en maakte er niks van als de golven in het golfslagbad in zijn gezicht stuksloegen. (Ikzelf verzoop bijna, want eens je daar op de grond zit, raak je bijna niet meer recht.)

Op zaterdagmiddag trokken we ook even naar zee. Laten we zeggen dat we een dag te vroeg waren… De zon was van de partij, maar een geweldig sterke wind ook. Het rondvliegende zand deed gemeen pijn. Annabelle wilde niet af ons tentzeil komen en vond het zelfs daar maar niks. Kasper begon nog enthousiast aan een zandkasteel, maar nadat hij kletsnat was geworden én volhing met zand, raakte hij zelfs wat in paniek. We trokken hem snel een short aan, wikkelden hem lekker warm in de trui van papa en parkerrden hem in de buggy terwijl wij opkraamden. Pas toen we uit de duinen en dus niet meer gepijnigd werden door dat rondvliegende zand, kwam het terug in orde.

Qua eten gingen we elke avond op restaurant. Kasper at er watermeloen en kip nuggets, Annabelle diezelfde nyggets en wortelchips. Allebei drie dagen op rij! Dan gingen onze bandieten op stap met opa en ze verschenen meestal pas lang na bedtijd terug. Het is vakantie voor iets, he… 

Maandag trokken we al terug naar huis. Deze week zal er een onder ons viettjes zijn. Ik ben erns benieuwd!

Dingen waar ik blij van word.

Het is even heel hard nodig om de mooie dingen nog eens op te lijsten. Het werk helpt niet en het feit dat in mijn omgeving kinderen (meervoud!) en volwassenen zomaar kunnen doodvallen, maakt het er niet beter op.

Maar goed, de dingen waar ik blij van word dus:

  • Een waterijsje eten in de zetel, iedere dag opnieuw. Een soort zomers avondritueel.
  • In de zetel in slaap vallen en wakker worden van de eindtune van FC de kampioenen. Slaapdronken bedenken ‘hoe kan dat nu’ (wij haten dat en weten nooit zo snel de zapper te vinden als wanneer dat begint), naast u kijken en dus nog een slapende medemens zien.
  • Annabelle die plots echt kan stappen en het ook graag lijkt te doen.
  • Bikini’s passen van 2 jaar geleden (toen woog ik best wat kilo’s minder) en constateren dat dat best nog gaat.
  • Vijf dagen op rij (!) naar de winkel gaan voor witte vuilzakken en vijf dagen op rij zonder thuiskomen. Daar samen hartelijk om lachen in plaats van gemekker. (En er dan bij de schoonmoeder een meepikken als we de brievenbus gaan leegmaken.)
  • Annabelle met een vork in de weer zien en dan haar fier smoeleke als ze erin slaagt er iets op te prikken. Dat kind kan echt trots zijn op zichzelf.
  • Eens een avondje zonder tv. Die stilte en rust.. heerlijk.
  • Vroeg in bed kruipen en in een ruk doorslapen.
  • De aantrekkingskracht tussen onze twee kinderen. Hun geknuffel, hun achter elkaar geloop en hun gegiechel om niks. 
  • Het huidige weer. Niet schitterend, maar mooi genoeg. Nog eens wat regen op tijd en stond, normale temperaturen en toch de mogelijkheid om regelmatig buiten te komen.
  • De rust op de baan tijdens de vakantieperiode. Ik werk dan maar een kwartiertje, twintig minuten van huis, maar toch voel ook ik een enorm verschil. Hier kan ik wel aan gewoon worden.
  • Voor het eerst sinds een jaar ofzo steak eten. Om de een of andere reden is dat uit ons gamma gegaan sinds Kasper mee-eet. De man had hem perfect gebakken, een lekker pepersausje erbij en miljaar, wat heeft dat gesmaakt!

Over hoe alles te relativeren valt.

Het zijn geen gemakkelijke weken hier. De ziektes blijven elkaar opvolgen hier in huis, met als toppunt de echtgenoot die twee keer op vijf dagen tijd ’s nachts op de spoed belandde. Niet voor ernstige dingen, maar leuk is toch wel anders. De dochter besloot sinds haar ziekenhuisopname eind mei dat het wel lollig is om iedere dag tussen vier en vijf wakker te worden en ons te dwingen op te staan. Daarnaast brult ze regelmatig het kot bijeen tijdens de nacht. Ze heeft geen pijn of honger, want als we ermee naar beneden gaan, begint ze vrolijk te spelen. Wij zijn een wrak. Op het werk is het extreem druk, in die mate dat mensen beginnen te lachen als ik zeg hoeveel onafgehandelde mails er nog in mijn inbox zitten. (Vijfhonderd zo ongeveer, overigens.) Ik heb herhaaldelijk aan de alarmbel getrokken, maar er zouden geen oplossingen zijn. Fijn, maar dan kan ik er ook niet meer voor instaan als het helemaal scheefloopt. Het wordt zo natuurlijk alleen maar méér chaos en ik ben op een punt gekomen dat ik zelfs niet meer wéét wat ik nog moet doen, laat staan wat er dringend zou kunnen zijn. Dit weekend wilde ik graag eens proberen wat tot rust te komen … tot de dochter vrijdagavond op de rit naar huis haar hele fruitpap uitbraakte. En een beetje later ook haar hele fles melk. Tot ze zaterdag in het shoppingcenter (waar we even vlug iets moesten ophalen, wat we wel aandurfden omdat ze beter leek) haar hele maaginhoud over mij en haarzelf leegde … temidden van een volle lunchgarden. Nice. En tot zondagochtend de zoon dan ook maar begon met braken. Ieder. Klein. Slokje. Water.

Ik ben gewoon te moe, dus het huilen stond me al snel nader dan het lachen. En toen kreeg ik een mail binnen die alles in perspectief plaatste. De dirigent van ons koor liet ons weten dat zijn zoontje, een helft van een tweeling, plots in zijn bedje was overleden. Ik kende het schattige ventje niet, maar het kostte me meteen moeite om niet te huilen. Je beeldt je meteen in hoe je zoiets ontdekt en welke angst er door je heen gaat. Hoe je wanhopig naar een ziekenhuis gaat, maar dat ze daar dan toch niks meer voor je kunnen doen. De leegte, het onmetelijke verdriet … en hoe je toch moet blijven doorgaan voor dat ander manneke, dat wél nog vrolijk ronddartelt in je living.

‘Wat zouden zij graag gehad hebben dat ze twéé zieke kindjes tegelijkertijd konden hebben’, dacht ik. En ik ging maar weer door met platte pampers verversen, body’s uitspoelen en kotsbakjes aandragen. Op de een of andere manier toch met een ander gevoel.