De zomer – week vier.

Kort: het was een week waarin Kasper nog heel slecht startte, maar dan plots een volledige ommezwaai maakte. Dinsdagmiddag sliep hij nog vier uur aan een stuk (hij doet al meer dan een jaar geen dutjes meer!) en toen hij daarvan wakker werd, at hij twee borden spinaziestomp met gehaktballetjes in tomatensaus. Woensdag en donderdag was hij bij oma en hij logeerde daar dan ook maar. De belangrijkste commentaar achteraf: ‘Die heeft werkelijk constant naar eten gevraagd.’ Oef! Meneer was anderhalve kilo kwijtgeraakt, maar intussen heeft hij die er al terug aangevreten. Door al dat eten groeide zijn energie ook beetje bij beetje en stilletjesaan konden we weer wat meer ‘gerust’ worden.

Intussen merkten we ook al dat er zeker iets is veranderd door de operatie. Naast zijn idioot hoog stemmetje en de ‘r’ die hij plots niet meer kan uitspreken (alle, onze megamondige kleine en we verstaan er geen lap meer van!) valt ons op dat hij totaal niet meer snurkt. Als we ’s avonds willen weten of hij nog leeft, moeten we echt tot naast hem gaan staan en kijken of hij beweegt. Tot nu toe konden we het al van beneden horen dat hij leefde … . Als hij wakker is, hoefde ik me ook niet meer af te vragen of hij nu in slaap gesukkeld was (wakker snurken ofzoiets). Hij kan ook eten met zijn mond dicht en toch blijven ademen. Ik denk dus wel dat we er toch goed aan hebben gedaan …

Zelfs de nachtelijke episodes zijn sinds enkele dagen weg of toch sterk verminderd. Eergisteren was er nog een rustige versie van een minuut of vijf en verder niets. Laat ons hopen dat het dus ook verdwenen is alleen maar doordat hij zich terug wat beter voelt. Vermoeidheid schijnt pavor nocturnus ook in de hand te werken en volgende week gaat hij op kamp. Een goeie test, me dunkt.

Annabelle ging gewoon vijf dagen naar de crèche en iedereen juichte over haar. Ze dartelt rond, ze eet goed, slaapt goed, je hoort ze eigenlijk niet (toch niet in negatieve zin) en ze speelt flink met de andere kindjes. Het enige nadeel is dat ze eh … acrobatische toeren uithaalt. Van zodra je je rug draait, is de juffrouw wel ergens bovenop aan het klimmen. Stoelen, tafels, kasten als het moet … . Ik heb ze daar maar al gezegd dat ik het hen niet kwalijk zou nemen als ze zich toch eens pijn doet. Uiteraard mag ik hopen dat het dan bij relatief onschuldige kwetsuren gaat, maar echt. Ook hier thuis zit dat kind continu overal waar ze niet mag en sorry, maar je moet nu eenmaal soms eens iets doen of je kunnen omdraaien, he.

Ik moest met de miss trouwens ook naar de kinderarts en daar werd ze dan toch goedgekeurd. Ze zit op haar curve (die wel ineens een stuk gezakt is, maar kijk) en haar longen klonken goed. Ze hoeft dus in de zomer geen cortisonepuffers meer, maar alleen nog een ander medicijn. Da’s weer wat strijd minder!

Wij moesten de hele week werken en dus was er verder weinig bijzonders te melden. In het weekend was de echtgenoot jarig, maar met dank aan de extreem tegendraadse zoon deden we niets speciaals. Frietjes eten van de frituur, dat wel, maar verder …

De week die nu komt, ben ik alleen met Kasper thuis overdag. Ik ben er nog niet helemaal uit of ik ernaar uitkijk. 😉

De zomer – week 3.

Dat het een kakweek was, ik zeg het u. Ik had natuurlijk niet verwacht dat het een heerlijk en verfrissend weekje verlof ging zijn voor mij, maar laten we zeggen dat het de verwachtingen toch overtrof. In negatieve zin. 

De operatie verliep vlot, Kasper was stoer en flink en gejuich en al. Alleen werd hij na de operatie nogal ruw gewekt door de anesthesist en dat heb ik geweten. Hij werd superslecht wakker en de rest van de dag was er een met veel gebrul en geroep en een kleine wereldoorlog voor elk ding dat ik van hem gedaan moest krijgen. Water drinken, waterijsjes eten, infuus ter plaatse laten, pijnstilling nemen, … . Normaal, zeiden ze, en dat ik het heel goed deed en of het nog wel ging met mij, want alleen is het zo toch wel zwaar. Bmijibaar komen veel mensen met twee, om wat af te kunnen wisselen en op tijd en stond eens buiten te kunnen gaan. Die avond at Kasper pudding en yoghurt en ijs en leek hij vrij levendig. Er was wel telkens geroep en getier over die pijnstillers en het kwam zo ver dat we consequent op suppo’s overgingen. Nondepitjes zeg. 

De ochtend nadien was ook alles nog ok, maar dan ging het bergaf. Hij wilde niet meer eten en later ook niet meer drinken en hij begon belachelijk veel te slapen. Op donderdag dronk of at hij niets en er lag een vodje in mijn zetel. Pijn had hij niet, zei hij, maar in orde was hij toch ook duidelijk niet. Ik wilde weten of het normaal was dat de toestand verslechterde in plaats van beter te worden en ook hoe lang dit mocht blijven duren. Het was namelijk weer eens een lang weekend en ik wilde me niet weer het hele weekend moeten zitten afvragen of we iets moesten ondernemen. En zo kwam het dus dat ik aan de vooravond van de feestdag met een slapend kind over mijn schouder en een peuter in de maxi cosi de dokterspraktijk binnenstrompelde. Het achteruitgaan was inderdaad vreemd, het niet eten nog niet zo een groot probleem, maar het drinken wel. Als hij de volgende ochtend niet goed zou drinken, moesten we ermee naar spoed voor een infuus. We moesten ook stoppen met pijnstilling, zodat we konden zien of hij koorts had om zo hopelijk een infectie uit te sluiten. Het dreigement van terug naar het ziekenhuis te moeten, werkte. Hij begon te drinken, maar meteen ook te braken. Die nacht was hels en bij het aanbreken van de ochtend was de echtgenoot ervan overtuigd dat hij op spoed zou belanden. Ik moest werken op de feestdag, dus ik moest afgaan op de berichten die ik kreeg van het thuisfront. Tot rond de middag waren die niet goed, maar vanaf dan kwam er schot in de zaak. Kasper begon te drinken, het bleef erin en er kwam terug een beetje leven in het manneke. Spoed leek dus afgewend, oef. 

Eten wilde hij echter niet en ook zaterdag bleef dat problematisch. Intussen zagen we ons vriendje steeds bleker en slapper worden. Het is niet dat hij reserves had… Uiteindelijk waagde hij zich aan wat yoghurt en later zelfs aan wat hapjes spaghetti met pompoen, maar het bleef moeizaam en vooral heel weinig. De echtgenoot was alweer in alle staten, ik bleef er nog rustig onder. Er was voorspeld dat hij ongeveer een week een hele vieze smaak in zijn mond zou kunnen hebben, logisch dat het dan moeite kost om te eten. 

Zondag was een moeilijke dag. Kasper voelde zich vermoedelijk maar slapjes, maar het kostte hem alle doorzettingsvermogen in zijn lijfje om een paar happen naar binnen te wurmen. Na elke hap een slok water om het doorgespoeld te krijgen, dat soort dingen. Van alle ijsjes en pakjes appelsap die ik had ingeslagen, heeft hij er nauwelijks aangeraakt. In de namiddag at hij dan toch 1 klein boterhammetje zonder korsten met siroop en nu weet hij alvast dat dat gaat. Ik maakte nog eens spaghetti en hij deed wederom zijn best. Wel kloeg hij regelmatig over hoofdpijn en buikpijn, in die mate dat hij zélf naar pijnstillers vroeg. 

Maandagochtend stond hij vrolijk op, nam zijn zus bij de hand en stapte met haar rond en plots greep hij naar zijn hoofd en begon heel hard te huilen. ‘Mijn hoofd doet pijn. Je moet medicijn geven.’ Waar komt dat nu weer vandaan? Van te weinig eten of iets anders? Is dit normaal? Pff.

Intussen deed er zich ook nog een nieuw fenomeen voor: pavor nocturnus. Al drie nachten op rij wordt Kasper hysterisch en panisch wakker, compleet bezweet, hevig stampend en bevend en er valt geen contact mee te krijgen. Hij is dan ook niet echt ‘wakker’, maar zijn ogen zijn wel open en hij praat. Hij weet niet wat hij wil, op de schoot, in bed, mama weg, jij moet bij mij blijven, … Hij wrijft intussen zijn ogen er bijna uit en slaat paniekerig om zich heen. De beperkte ervaring leert dat proberen hem wat water te laten drinken en vooral regelmatig opperen van verder te slapen het het snelst doorbreken. Dan legt hij zijn hoofd neer en slaapt meteen terug… om dan een of twee uur later opnieuw te beginnen. Afgelopen nacht gebeurde het vijf keer. Er is eigenlijk weinig dat je eraan kunt doen, behalve zelf rustig blijven en proberen te zorgen dat hij zich geen pijn kan doen. Hem niet te veel aanraken, tenzij hij zelf aangeeft dat te willen. En dus hem sturen naar het opnieuw gaan slapen, al heb ik niet de indruk dat hij echt hoort wat je zegt. Dit is duidelijk gelinkt aan de operatie en ik gok dat het allemaal toch meer indruk op hem heeft gemaakt dan eerst gedacht. Het is natuurlijk ook biet niks… Ik hoop, bid, smeek dus dat hij zich snel weer beter voelt en dat het dan wat kan slijten en dat dit dan snel overgaat. Want echt waar… dit hoefde er nu niet echt meer bij…

De zomer – week 2.

Maandag nam mijn lief verlof om Kasper ‘naar vakantie te brengen’. Hij zou met zijn moeke en een tante van mijn man een weekje in Center Parcs gaan doorbrengen. Vorig jaar was dat ook de bedoeling, maar toen viel meneer op dag twee echt heel ziek en zijn we hem uiteindelijk zelfs vroeger moeten gaan halen. Kasper was enorm moe, dus we hoopten dat hij tijdens de rit van anderhalf uur toch al wat zou bijslapen. Dat was wel wat mislukt, maar hij heeft de rit toch flink uitgezeten.

Op maandag stuurden we een sms over hoe het ging en we kregen telefoon om te zeggen dat hij flink was gaan slapen en dat ze zich al goed hadden geamuseerd.

Dinsdag vroeg ik ’s avonds of mijn liefste al iets had gehoord, dus hij stuurde weer een sms en kreeg weer telefoon terug. Het was weer allemaal schitterend geweest, maar seg, we gingen toch niet elke dag bellen, he. Neenee, dat was niet de bedoeling.

Woensdag beviel dan een nichtje van mijn man en aangezien we niet zeker wisten of ze dat wel te horen hadden gekregen daar in de verre Limburg, belde de echtgenoot nog maar eens. Ze hadden het al gehoord en en passant wisten ze te melden dat het alweer een heel leuke dag was geweest.

Donderdag moest mijn lief bij mijn schoonmoeder een paar vuilnizakken stelen, aangezien ik werkelijk waar iedere dag naar de supermarkt was gegaan alleen daarvoor, maar iedere keer weer was thuisgekomen met vanalles, maar dus geen vuilniszakken. Hij moest toch naar daar voor de post, maar vond dan toch wel dat hij eerst moest vragen of hij er een paar mocht meenemen. Hij kreeg de zoon aan de lijn, die wist te zeggen dat hij op een pony had gereden. Drie kwartier lang?! Zijn pony heette Chantal en het was echt héééééél leuk. Onze mond viel open. Onze angsthaas, die echt hysterisch wordt als er nog maar een geit te zien is, kruipt op een pony??

Vrijdag hoorden we niets, maar we gingen er wel vanuit dat het allemaal goed zou zijn.

Ik had voor Kasper een briefje gemaakt met gekleurde plakkertjes erop. Op school hebben de dagen kleuren (geel, groen, oranje, blauw, rood) en ik had dus voor elke dag de kleur geplakt. Hij moest dan ’s avonds de kleur van de dag eraf trekken en als alle kleuren op waren, dan gingen mama en papa en Annabelle de dag nadien ook komen. 

Op voorhand had ik eerst gedacht dat ik wel meer kans zou hebben om eten te koken als Kasper er niet was. Achteraf bedacht ik me dat het eigenlijk vooral Annabelle is die letterlijk aan mijn broek komt hangen en superhard begint te wenen. Vaak is Kasper dan nog mijn redding, omdat hij probeert haar wat af te leiden. Die bedenking bleek te kloppen; de juffrouw heeft elke kookbeurt op mijn arm doorgebracht en na dag twee gaf ik het al maar op van wat uitgebreider te koken dan anders.

We hadden op voorhand ook het plan opgevat om de dochter wat uit te putten. We zouden elke avond nog iets gaan doen, zodat haar slaapuur makkelijker gerekt kon worden en ze wie weet toch wel eens later dan tot vijf uur zou slapen. We gingen dus naar de bibliotheek, naar de winkel, gewoon eens wandelen … en ons Bellie lag er dus inderdaad vaak eerder om acht uur of zelfs pas halfnegen in. De eerste dag sliep ze tot zes uur, de tweede helaas al maar terug tot halfzes en de dag nadien was het terug kwart na vijf. Nondepitjes.

Ik merkte ook heel fel wie hier normaal bij de ochtendroutine de vertragende factor is. OK, ik hoefde natuurlijk geen boterhammen te smeren en dat maakt wel een verschil. Toch was het vooral vertrokken geraken dat zoveel makkelijk was nu. Om twintig na zeven zei ik: ‘kom, Annabelle’, ik pakte haar op, stak haar in de auto en was weg. Om één na halfacht ofzo stonden we aan de crèche en ik was dus iedere dag rond tien voor acht op mijn werk. Als Kasper erbij is, probeer ik ook om om twintig na zeven buiten te geraken, maar dat wordt meestal al eerder halfacht. Dan zeg ik ‘komaan, we zijn weg’ en meneertje begint tegen te stribbelen. Hij moet wel nog spelen, hij moet nog pipi doen of godbetert kaka, hij gaat echt niet zelf naar beneden stappen (maar met mijn laptop, drie zakken en Annabelle is mijn draagkracht wel op), zijn schoenen geen optie of gaat hij geen trui aandoen of geen boterhammen meenemen (en doet hij dus ook zijn brooddoos uit zijn zak). Ik ben nogal van het ‘dan doet hij geen trui aan en heeft hij maar pech als hij het koud heeft’, maar toch verzeilen we op de een of andere manier nogal gemakkelijk in een strijd. Negen van de tien keer eindigt het dan ook dat ik Annabelle al in de auto zet, de zakken in de koffer smijt en terug naar binnen storm, waar ik dan bij wijze van compromis zeg dat hij vijf treden naar beneden moet komen en dat ik hem dan zal pakken. Tegen dat we dan de deur écht uit zijn, is het al gemakkelijk twintig voor acht. Ik ben dan al volledig afgepeigerd en dan moet de dag nog beginnen!

Annabelle zelf leek haar broer die eerste dagen wel te missen. We zetten haar ’s morgens vaak op de grond en dan mag ze wat rondstappen. Dag één trippelde ze meteen naar de kamer van haar broer … die er dus niet was. ‘Dada! Dada!’, riep ze maar. Dat is wat ze tegen hem zegt, een beetje haar ‘naam’ voor hem. Toen ik haar bij de crèche afzette, gebeurde hetzelfde. Ze wees nadrukkelijk naar zijn stoel en zei ‘Dada! Dada!’. Maar prutske toch … Ik denk dat ik het kind nog nooit op haar eentje bij de crèche had afgezet sinds ze gaat. Je zag haar toch ook wel genoten van de aandacht die ze dezer dagen kreeg. Geen broer die haar speelgoed kwam pikken of die dringend een uitleg moest komen doen als zij eens iets grappigs deed, geen Kasper die toevallig moest laten zien dat hij ook kon wat zij kan, … .

Zaterdag trokken wij dan met zijn drietjes ook naar Erperheide. Annabelle viel na één minuutje in de auto in slaap en werd wakker toen we de parking daar opreden. Ideaal! Kasper was heel blij ons te zien, maar vooral zijn zus had hij duidelijk gemist. Hij grabbelde ze vast en liet ze de eerste vijf minuten niet meer los. Hij lachte naar haar, knuffelde haar opnieuw, aaide over haar haar … Hij vertelde meteen over zijn pony-avontuur en vroeg of hij met ons nog eens mocht gaan. We gingen informeren en er was nog één plaatsje vrij die dag. Meneer dus terug op een pony en dit keer gingen wij dan mee. We moesten zelf dat beest getemd houden, maar onze pony wilde ten eerste veel sneller dan de rest en ten tweede probeerde die altijd maar van de bomen en het gras te eten, wat dus niet mocht. Het lief deed zijn best, maar toegegeven; het lukte niet zo goed om hem onder controle te houden. Op een bepaald moment moesten alle dieren stoppen en onze pony ging al meteen dwars staan, om van de blaadjes te eten. We probeerden ze van gedachten te doen veranderen, maar toen plots kwam ze te dicht bij de pony voor haar, die stampte met zijn achterpoten in haar flank en zij stampte natuurlijk terug. De begeleiders leidden de twee beesten gelukkig meteen van elkaar weg en het hield hiermee op, maar de kinderen waren toch wel onder de indruk. Het deken waarop Kasper zat, was helemaal samengefrommeld vooraan, maar hij zat er zelf toch nog op op de een of andere manier. Hij zei dat hij nog wel wilde verdergaan, dus dat was dan ook wat we deden. Hij was wel niet meer zo ontspannen als in het begin, maar hij zei dat hij het toch nog leuk vond.

We trokken ook nog met zijn allen naar het zwembad, maar toen werd duidelijk dat het toch niet zo evident is voor zo’n pagadder om probleemloos van de ene ‘setting’ in de andere over te gaan. Eerst moest hij naar moeke en tante luisteren, nu kwamen moeder en vader daar ook ineens nog bij en die zijn dan natuurlijk een stuk strenger … De hele week had hij ook met niemand moeten rekening houden, want als hij iets wilde, dan gebeurde het gewoon. Als hij nog wat wou blijven, dan was dat allemaal geen probleem. Nu was er natuurlijk nog Annabelle, die moest eten en slapen op tijd en stond, wij die ook nog plannen hadden … Er werd dus wel wat geroepen en getierd en heel veel geweend door meneertje. Toch was het best gezellig in het zwembad en we zagen hoe hij zijn eigen grenzen probeerde te verleggen. Hij wilde wel met ons in het golfslagbad, hij durfde zelfs te proberen tussen mama en papa te ‘zwemmen’ met bandjes aan en hij ging af glijbanen die hij eerder deze week nog niet had gedurfd. OK, als hij dan hier en daar een slok water binnenkreeg, was het weer gedaan, maar goed …

’s Avonds gingen we in een ‘all you can eat’ eten en beseften we wat een hel dat is met kleine kinderen. Kasper wist zich nog wel te gedragen, maar Annabelle hing het echt uit. Huilen in haar stoel, huilen op je schoot, wenen als we ze eten gaven en ook gebrul als ze hetgeen op ons eigen bord lag dan toch niet kreeg. Zenuwslopend … Compleet afgepeigerd gingen we terug naar het huisje en nog voor tien uur ’s avonds lagen we allemaal in bed.

Zondag gingen we dan naar de binnenspeeltuin en trokken wij nog eens alleen met Kasper naar het zwembad, terwijl Annabelle sliep en moeke op haar paste. Kasper ging in zijn eerste wildwaterbaan (rond papa zijn nek hangend) en wilde dat meteen tien keer opnieuw doen. Er was zowaar een regengordijn en hij vond dat geen probleem! Dan moet je hier thuis eens proberen de sproeier aan te zetten … Toen we hem zeiden hoe stoer het was van hem en dat hij dan misschien toch ook wel in de douche van het zwembad zou durven, zag je hem denken … en toen wij daar dus onder stonden, kwam hij er gewoon mee onder staan! Met zijn hoofd in zijn handen en helemaal voorovergebogen, alsof hij een saldo schoten stond af te wachten, maar hij bleef er toch maar zomaar een paar minuten onder staan. Wat een overwinning op zichzelf!

In de namiddag kreeg Annabelle last van een tand en nondedju, wat een ellende is dat toch altijd. Perdolan kan er toch niet altijd voldoende tegenop.
’s Avonds gingen we nog eens eten en toen was het alweer gedaan. We moesten onze valiezen nog inpakken en kropen dit keer zelfs om negen uur al in bed. Gelukkig maar, want Annabelle had een lastige nacht en ze belandde al vanaf halftwaalf in ons bed.

Vandaag gingen we naar huis en ook nu liep de autorit voorspoedig. Oef …

Eens thuis kreeg ik meteen telefoon van het ziekenhuis. Kasper wilde weten wie er aan de telefoon was en waarom en voor wie … dus moest ik hem meteen vertellen dat het een mevrouw was die had gebeld dat we morgen al om zeven uur in het ziekenhuis moesten zijn. ‘Voor wie?’ Voor jou … ‘En waarom?’ Ik heb hem uitgelegd dat de dokter van de oren had gezegd dat hij natuurlijk wel kon horen (gegiechel van zijn kant), maar dat dat toch nog beter zou moeten gaan. En dat hij ook wel kan ademen, maar dat dat ook nog beter zou kunnen. En dat je dan beter kunt lopen en springen en dansen … En dat de dokter hem even in slaap gaat doen, zoals hij gisteren nog had gezien bij de pelikaan van Shaun het schaap, om te kijken wat ze konden doen. En dat hij daarna twee dagen geen koeken of bokes of corn flakes mag eten, maar wel heel veel ijsjes en pudding en yoghurt. Ik vrees dat hij vooral dat laatste heeft onthouden, maar kijk. Voorlopig kijkt hij er niet tegenop, hij vroeg zelfs of we al direct ernaartoe konden vertrekken! Ik kijk er wel iets minder naar uit … Hij moet buisjes en zijn poliepen en amandelen moeten eruit. Vooral van die amandelen kunnen ze toch wel een tijdje niet goed zijn, blijkbaar. Ik heb vier dagen verlof en dat is natuurlijk schitterend. Dan kan ik voor hem zorgen en hoef ik niet op mijn werk te zitten met in mijn achterhoofd mijn zielig venteke. We zullen wel zien wat het geeft …

 

De zomer – week 1.

Dit jaar moesten we voor het eerst een hele zomervakantie zien te overbruggen wat opvang betreft. Tot nu toe kon Kasper gewoon naar de crèche de meeste dagen en als die sloten, dan konden we dat wel met grootouders opvangen. Nu is het toch wel anders. Ik wil alvast iedere week kort beschrijven wat we hebben gedaan, al was het maar voor ons eigen geheugen …

Week 1 stond bij Kasper in het teken van ‘op kamp’. We schreven hem in voor ‘Bubbels en bellen’ van Ideekids, een dagkampje voor kindjes tussen 3 en 5. Ik hield stiekem mijn hart wel vast, want Kasper mag dan wel sociaal zijn en vlot vriendjes maken, hij heeft toch ook graag dat hij weet wat er hem te wachten te staat en bij mensen die hij kent. Op voorhand was meneertje alvast dolenthousiast, tot mijn grote verbazing. Toen hij dan ook zondagochtend de buikgriep van zijn zus bleek overgenomen te hebben, was hij heel verdrietig dat wij vonden dat hij zo (zelfs elk slokje water kwam eruit) echt niet op kamp kon gaan. Na de zoveelste braaksessie voelde hij zich een minuutje beter en hij zei meteen: “Ik ben genezen, hoor, dan kan ik morgen wel op kamp, he!” We durfden het die eerste dag toch echt nog niet aan en lieten hem een dagje bij opa blijven. Die liet weten dat hij ok leek, maar toch nog stilletjes was en nog maar weinig wilde eten. Ik denk dus dat het toch geen slecht plan was van hem nog een dagje ‘thuis’gehouden te hebben. ‘s Avonds kwam hij er wel weer door en toen we dus naar de dokter gingen voor het obligate doktersbriefje voor het kamp, gaf de arts meteen zijn fiat om de volgende dag wel gewoon naar het kamp te gaan. Kasper was superblij.

Die avond toonden we een filmpje dat we op voorhand doorgestuurd hadden gekregen. Daarin konden de kindjes al een idee krijgen van wat hen allemaal te wachten stond en ze maakten er ook kennis met Emiel, een pop die ook vier jaar zou zijn en die ook op kamp zou gaan. Het was gedaan met zijn goesting. ‘Ik ga niet meer op kamp, mama.’ Na veel gesleur en getrek bleek hij die pop toch maar eng te vinden. En hij wilde ook helemaal niet op springkastelen. Het duurde lang voor hij sliep en hij stond meteen al huilend op: ‘Ik moet toch niet naar het kamp, he … ‘

We vertelden hem dat hij echt niks moest doen dat hij echt niet wilde, dat hij ook geen chocola zou moeten eten (lust hij eeeeecht niet), want dat ik speciaal zijn eigen koekjes in zijn rugzak had gestopt en dat mama en papa hem toch nooit naar een kamp zouden sturen als we niet dachten dat dat heel leuk zou zijn … en hij kwam er terug door. Hij was wel enorm zenuwachtig en stuiterde dus door het huis, maar hij wilde wel weer gaan.

Toen we daar aankwamen, gingen we gewoon zijn rugzak wegzetten en toen vroeg hij of hij nu mocht gaan spelen. Natuurlijk, maar mocht ik misschien toch nog een knuffel? Die kreeg ik zeker en toen stormde hij weg naar de speelplaats. Aan het deurgat draaide hij zich nog eens om, zwaaide ‘daaaag mamaaaaa’ en daar ging hij dan. Dat had ik ook niet durven dromen! ‘s Avonds was het eerste dat hij zei ook meteen: ‘kamp was leuk, mama!’. Ik barstte bijna uit mekaar van trots. Zo stoer!

De volgende dagen waren niet allemaal een even groot succes, maar veel werd ook ingegeven door de enorme vermoeidheid die zich van hem meester maakte. Hij wás natuurlijk al moe van het schooljaar, dan nog eens een hele dag en nacht niks kunnen binnenhouden en dan zo’n uitputtend kamp … je zou voor minder ‘s avonds niet meer zo goed weten of je het nu wel of niet leuk had gevonden, of je nu wel of niet flink had meegespeeld en of je nu eigenlijk wel of niet met andere kindjes vriendschappen had gesloten. Gelukkig bleek meestal toch dat het allemaal best genuanceerd was en dat het dus ook best wel was meegevallen. Hij mopperde ook geen enkele dag dat hij niet meer wilde gaan, dus ik heb er wel vertrouwen allemaal.

Ik weet wel dat hij er heeft geschilderd en geknutseld, dat hij toch wel heel graag op de springkastelen heeft gesprongen, dat hij daar hééél veel heeft gelopen en dat er bellen zijn geblazen alsof hun leven ervan afhing. Ze moesten ook dansen, niet meteen zijn specialiteit (understatement van het jaar) en ook niet echt iets dat hij heel graag doet. Maar kijk, beelden bewijzen dat hij toch gewoon heeft meegedaan.

In augustus gaat hij normaal gezien nog eens, maar ik ben er intussen al heel wat geruster in dat dat allemaal wel los zal lopen. (Niet te veel doen, moeder, niet te veel doen. Als je denkt dat het goedkomt, dan valt het waarschijnlijk tegen!)

Dit weekend trokken we nog eens naar het shoppingcenter en mocht meneertje nog mee naar de Sinksefoor met zijn opa. Hij kwam drie uur te laat thuis (pas om halfnegen!) en had een hele zak ‘gewonnen’ speelgoed bij. Moeder zal wel proberen te ‘ontspullen’ en gerief buiten te smijten. Hij had zich ook heel erg geamuseerd en had zelfs zomaar frietjes mét mayonaise gekregen. Zijn dag kon niet meer stuk. Zondag gingen we naar grootvader en daar speelde hij met zijn neefje ook nog eens de sterren van de hemel.

Annabelle was de eerste dagen van de week zelf ook ziek en bracht dus een dagje bij moeke door en eentje bij oma. Vanaf woensdag ging ze naar de creche, waar ik van elke verzorgster apart te horen kreeg dat ze toch echt zo ‘gegroeid’ is. Ze speelt goed met de andere kindjes, doet stapjes alleen, je hoort haar eigenlijk zelden nog huilen en ze hebben er weinig last mee.

Aangezien zowel moeke als oma lieten weten dat ze ons miss haar buikgriep precies toch ook wel hadden overgekregen, vroeg ik aan de creche of ze misschien op vrijdag nog een extra dagje kon komen. Als de grootouders ziek zijn, heb ik liever niet dat ze daar een dag moet blijven … Moeder en vader hadden intussen ook al dezelfde buikgriep gehad, dus we vonden dat het toch wel even genoeg was geweest zo. Gelukkig zijn er veel kindjes op vakantie in deze periode en was het dus geen enkel probleem om haar een dagje extra te brengen. Toen ik haar ‘s avonds ophaalde, hadden ze blijkbaar kapsalon gespeeld. Ons ma’mselleke had voor het eerst in haar leven speldjes in en het stond haar supergoed! Plots hadden we een echt meisje bij … Ze liet ze ook goed zitten, dus ik kon haar kapsel ‘s avonds nog aan haar papa laten zien en hem superhard laten smelten.

In week 2 zal Kasper op vakantie gaan met zijn moeke en met een tante van de echtgenoot. Hij trekt naar Center Parcs. Annabelle gaat gewoon naar opa en naar de creche zoals altijd. Het zal varen, een hele week zonder ons vriendje … Ik denk stiekem dat ik nu pas echt zal merken hoe hard hij doorgaans Annabelle entertaint tijdens het koken en hoeveel meer zij nu nog aan mij gaat komen plakken in de ochtend- en avondspits (hoewel een mens soms denkt dat zoiets eigenlijk niet echt nog kan). Ik ga hem verdomd hard missen, maar ik hoop vooral dat hij zich superhard gaat amuseren en dat hij dit keer eens gezond gaat blijven. Vorig jaar was hij doodziek vanaf dag twee en zijn we hem uiteindelijk vroeger moeten gaan halen … Slechter als toen kan het dus alvast niet worden ;-).

As we speak.

  • zijn er hier veel gezondheidsperikelen en die bepalen zoveel. Een echtgenoot die zo vaak vanalles heeft, dat ik vaak stiekem bang ben dat er meer aan de hand is. Daardoor zijn de weekenden niet vaak momenten om eens ergens de schouders onder te zetten, maar meer eindeloze dagen waarin ik op mijn eentje probeer de kroost te temmen. Er waren twee kleine operatietjes voor mezelf, niks ergs en niet veel last, maar je bent toch niet direct terug volledig mobiel. Er is de dochter die terug begon te piepen en kraken van zodra we stopten met puffen. Opnieuw gestart dan maar, met pijn in het hart. Er is ook het vooruitzicht van een operatie bij Kasper. Heel routine allemaal, zijn poliepen en amandelen worden verwijderd en hij krijgt twee buisjes. Ze zouden daar toch 10 dagen last van kunnen hebben en ik weet niet zo goed hoe we dat uitgelegd moeten gaan krijgen. Voor mijn lief staat er ook nog een slaaponderzoek gepland. We spijzen de portemonnee van de dokters weer goed hier!
  • we houden ons ook bezig met het nieuwe huis. Momenteel is de moed me even in de schoenen gezonken. Doordat we verkeerde informatie kregen, moet alles nu anders en niet in goeie zin. Zelfs in die zin dat het anders misschien wel een ‘nee merci’ was geworden. We moeten voort, dus we maken er het beste van… maar het pikt toch even.
  • moet ik nog een doopfeest geregeld krijgen. De datum ligt vast, nu nog zorgen dat de genodigden ook iets te eten kunnen krijgen. Het zou wel al helpen als de zalen die je aanschrijft eens zouden willen antwoorden.
  • lopen de frustraties op werkvlak hoog op. Dit keer omwille van een IT-probleem dat al anderhalve maand speelt en grote impact heeft op onze manier van werken. Oplossingen schijnen zeer moeilijk te vinden, dus wij zoeken wanhopig naar manieren om toch iets afgerond te krijgen. Het helpt niet om de moed en de zin erin te houden.
  • loopt het schooljaar al ten einde en dat zal toch raar doen. Wat is ons patatje op dat jaar gegroeid! Fysiek, maar ook mentaal. Het is fijn om te zien dat hij toch wel een hoop vriendjes heeft (of ja eh, vooral vriendinnetjes), dat hij blijkbaar goed meedoet en dat hij het meestal geweldig tof vindt allemaal. Op motorisch vlak zien we ook veel vooruitgang. Hij durft te springen en klimmen, houdt heel erg van heeeel hard lopen, hij leerde dansen (ok, daar kan hij niks van) en fietsen op een driewieler. Hij knipte er voor het eerst en schilderde heel wat werkjes bij elkaar. Kasper maakte ook kennis met allerlei tradities (sinterklaas, kerstmis, schoolfeest, pannenkoekenfeest, nieuwjaarsbrief, verjaardagen vieren en moederdag), met sprookjes (de drie biggetjes) en met theater. Het zal moeilijk zijn om hem duidelijk te maken hoe lang het zal duren tot het weer school is, dat hij naar een andere juf gaat en dat het merendeel van zijn dikke vrienden niet meer in zijn klas zal zitten. De vakantieopvang is gelukkig min of meer geregeld, dus hopelijk houdt dat zijn hoofdje daar zo wat van weg.
  • doe ik momenteel niets meer van hobby. De zetel is mijn grote vriend en ik besluit steeds vaker gewoon goed op tijd in bed te kruipen. Ik schaam me er niet voor. Dat betert ooit wel weer.
  • netflix werd ook wel weer herontdekt. Ik keek het hele nieuwe seizoen van Orange is the new black en samen met de man zijn we aan House of cards begonnen. Ik ben er niet wild van, maar kijk. We rondden ook al The bridge af. 
  • zoeken we moedeloos naar een manier om Annabelle langer te laten slapen. De laatste weken is ze wakker voor vijf uur en dat is echt te vroeg. We moeten dan ook nog meteen opstaan, want anders wordt Kasper ook wakker en die kan zijn slaap echt wel gebruiken. Het zal allemaal wel wezen dat de ochtendstond goud in de mond heeft, maar zelfs om zes uur vind ik het moeilijk om dat zo te voelen.
  •   zoeken we even wanhopig naar een oplossing tegen vliegen. Ik probeerde al een zelfgemaakte val, lavendelkaarsen, een zelfgemaakt blad met omgekeerde plakband en deze nacht staken we een machientje in het stopcontact. Nog steeds vliegen hier een stuk of zeven van die rotmormels rond. Ik moet niet met iets van eten bezig zijn of ze staan er allemaal. En zelfs gewoon in de zetel zitten lukt niet zonder dat ze continu rond je hoofd brommen en op jou rondkruipen. Zot word ik daarvan! Dat een vlieg maar een dag of desnoods enkele dagen leeft, is trouwens een fabeltje. Tenzij we met nakomelingen te maken hebben, maar dat vind ik pas een héle enge gedachte…
  • deed ik zesentachtig pogingen om nog eens op dieet te gaan, maar het lukt niet echt. Ik kocht allerlei boeken ivm het DASH-dieet, omdat dat ook zou helpen tegen hoge bloeddruk. Aangezien die zelfs met verdubbelde medicatie te hoog blijft, wilde ik dat wel een kans geven. Alleen zou ik niet weten hoe ik dat allemaal geregeld krijg op drie minuten, bij wijze van spreken, dus voorlopig doen we niets. Ik probeerde toch al minder prefab-eten te kopen (microgolfmaaltijden ed) en hield dat mischien 3 dagen vol. Ik maakte plannen om de dag voordien al voorbereidselen te treffen voor het avondeten, maar aangezien ik niet weet wat daarbij het gerecht compleet om zeep helpt en wat prima kan, laat ik het ook maar. Zodra mijn hand terug volledig bruikbaar is (normaal gezien volgende week zondag), maak ik er toch nog eens werk van..
  • wachten we op het werk op ‘een grote aankondiging’ die er in juni zou komen. Met angst en beven, maar tegelijkertijd willen we stilletjesaan wel eens gaan weten hoe of wat. 
  • ben ik met ynab gestart en toch ook alweer gestopt. Ik vond het schitterend, maar in plaats van rust in mijn hoofd kreeg ik er vooral stress van. Het leek constant alsof we diep in het rood gingen, terwijl dat echt niet het geval was. Misschien deed ik iets fout, misschien lag het gewoon aan mij of aan het feit dat wij wel al redelijk bewust met ons geld omgingen, maar ik werd er echt ongemakkelijk van. Ik ga nu wel een excelsheet aanleggen om bij te houden wat we uitgeven en zo te zien waar we zouden kunnen besparen als het nodig wordt in de loop van het hele nieuwbouwverhaal. Dat zou niet nodig moeten zijn, maar een mens weet maar nooit… 
  • proberen we hier zo veel mogelijk te genieten van het mooie weer. We eten vaker buiten en trekken in het weekend vaak met de kroost naar de tuin. Annabelle is nog niet helemaal mee in het verhaal, maar Kasper vindt het geweldig!

 

Goeienacht.

Een oorontsteking houdt me wakker. De echtgenoot ziet me gsmmen en zegt dat ik zo niet ga kunnen slapen. Misschien zijn de zaken wel omgekeerd, mijn lief. Ik ben wat ziek, vermoedelijk een gevolg van de rampzalige nachten van de afgelopen tijd. Als kers op de taart was er een ziekenhuisnacht, op een krakkemikkige uittrekzetel naast het bedje van mijn dochter. Het is toch gek dat er op de materniteit topbedden zijn voor een eventueel blijvende vader (vooral bij een eerste, denk ik dan), maar op de pediatrie – waar een aanwezige ouder gewoon een must is – daar moet het zo. Als het buurkindje huilt, ben ik wakker. Als de nachtverpleging praat, idem. Als de dochter om de 4u gepuft moet worden… Gelukkig is de prutsemie terug thuis en is ademen niet meer zo’n gevecht voor haar. Ze bleef er wel altijd vrolijk onder en bleef proberen los te staan, hier en daar een stapje te zetten of – vooral – levensgevaarlijke toeren uit te halen door overal op te klimmen. Het is druk hier, en chaotisch. Toch gaat het goed met ons. Daar kunnen dreigende ontslagen, een constant geschuif op het werk en verdwenen collega’s niet tegenop. En nu beginnen de pijnstillers te werken en probeer ik dan maar eens te slapen. Goeienacht, lieve lezer, goeienacht.

De grote vraag.

Als je deze titel leest, verwacht je een verhaal over grote, zwaarwichtige vragen, niet? Hier zou nu op zijn minst iets moeten komen te staan over huwelijksaanzoeken en dergelijke. Alleen ben ik natuurlijk al lang en breed van ’t straat (deze week waren we zes jaar getrouwd!) en de schattige vraag ergens op een bankje in central parc ligt dus al een tijdje achter ons.

De vraag waar het wel om draaide, kreeg ook onbedoeld meer gewicht dan nodig. Toen ik een jaar geleden dan toch instortte en bij de psycholoog belandde, ging het duidelijk niet goed. Door een ongelooflijk toeval bleek ik tezelftertijd zwanger te zijn en dat veranderde veel. Op het werk hoefde ik na drie maanden afwezigheid namelijk niet meteen weer volledig mee te gaan draaien, omdat het weinig zin had om me weer in te werken en dan na een maand of vier weer alles opnieuw te moeten overdragen. Ik kreeg dus een alternatief takenpakketje en mocht me smijten op iets waar in normale omstandigheden geen tijd voor is: het uitbouwen van een sharepoint. Op die manier kon ik behoorlijk snel weer relatief ‘normaal’ aan het werk. Ik bleef toch maar naar de psycholoog gaan, want ik vermoedde dat een tweede kind wel eens een enorme aanslag op mijn energiereserves zou kunnen zijn en me dus sneller dan gehoopt weer bij af zou brengen. Intussen ging ik om de paar weken eens een babbeltje doen. Ik had zelf heel sterk het gevoel dat er wel wat punten waren waaraan gewerkt moest worden om een herhaling van het hele scenario te voorkomen. Niet persé volgende week of volgende maand of misschien zelfs volgend jaar, maar op termijn zie ik het echt helemaal weer scheeflopen als er toch niet het een en ander verandert. De therapiesessies gingen echter over vanalles en nog wat (vooral koetjes en kalfjes), maar alvast niet daarover.

Al rond Kerstmis vorig jaar rees bij mij de vraag: waar gaat dit toe leiden? Het is niet dat ik niet wil gaan of dat ik twijfel aan de beste man zijn capaciteiten, maar ik had toch niet echt het gevoel dat dit me nu zou gaan behoeden van allerlei onheil in de toekomst. Ik besloot dus dat ik eens moest ter sprake brengen hoe de psycholoog zelf het allemaal zag. Vond hij dat ik daar eigenlijk maar voor niks zat misschien? Vond hij wel dat er wat knelpunten waren, maar dat daar toch niks aan te doen valt en dat ik me er dus maar over moet zetten en dat is het dan? Of vond hij misschien dat er toch wel dingen waren waaraan gewerkt konden worden en zo ja, welke rol zag hij zichzelf daarin spelen? Wat was zijn plan van aanpak dan?

Nu is één van de dingen die ik niet zo geweldig goed kan … vragen wat ik echt wil weten. Ha! Lekker handig. Ik trok dus keer na keer na keer opnieuw naar de gespreksuurtjes en iedere keer oefende ik op de fiets al stiekem hoe ik het zou gaan vragen. Ie-de-re keer weer snoerde de beste man me eigenlijk al de mond door te vragen: ‘En hoe gaat het ermee?’ of ‘En hoe gaat het met de zwangerschap?’ of recent ‘En hoe loopt het met Annabelle?’. Uiteraard moet je zulke vragen beantwoorden, dus dat deed ik dan maar. Het gesprek kabbelde altijd maar verder en ik kreeg het niet voor mekaar om mijn vraag er ergens tussen te wurmen. Ze bleef ongesteld en ik raakte daar lichtelijk gefrustreerd over. Intussen zijn we wel meer dan een half jaar verder, hé!

Bij de juli-sessie wist ik het; ik zou zeggen dat ik zijn vraag naar hoe het ging best op een later moment wilde beantwoorden, maar dat ik eerst zelf even eens iets wilde vragen. Tenminste, dat was het plan. In werkelijkheid lukte het me weer totaal niet en beantwoordde ik de vraag gewoon braaf en antwoordde op elke vraag die me gesteld werd. Bij het naar huis gaan, was ik mezelf echt zat. Nog op mijn eigen oprit nam ik mijn gsm en smste de psycholoog om te zeggen dat ik al lang iets wilde vragen, maar er nooit in slaagde, en dat ik dat dus bij deze al gemeld wilde hebben, zodat hij al wist dat er ‘een vraag’ was. Hij zou het noteren en dan zouden we het zeker bespreken. Zo simpel kan het dus ook. Te idioot, ik weet het, maar kijk.

En jawel, afgelopen sessie spraken we er dan toch eens over. Ik stelde mijn vraag maar half, maar er kwam toch ook een half antwoord. Er werden ook dingen gezegd die ik niet helemaal had zien aankomen, maar waar ik me wel iets bij kon voorstellen. Wat nadenken achteraf deed nog extra vragen rijzen, dus wie weet stel ik ze volgende keer nog wel. Of ook niet. Het komt er in ieder geval op neer dat ik alvast nog even ga blijven gaan, minstens tot ik weer aan de slag ben. Al is het maar om wat dingen te ventileren, niks dramatisch of ernstigs. Het kan maar deugd doen. Als ik voor de rest er nog in slaag wat pijnpunten aan te pakken en samen te denken over bepaalde dingen, des te beter.