De zomer – week negen.

Et voilà, nog voor je het doorhebt, is het dan toch zo ver: die lange zomervakantie is voorbij. Van die laatste dagen genoten wij nog wel met volle teugen.

Op maandag wilden we het nog rustig houden. We zouden ‘eventjes’ een nieuwe rugzak voor Kasper gaan zoeken. We gingen eerst langs de markt, dan haalden we in het kruidvat 4 dozen pampers op die ik er aan 50% hzd gekocht, dan haalden we vlug de nieuwe brillen voor de man op en dan eindelijk gingen we op weg naar Dreamland. Annabelle was onderweg al in slaap gedonderd, dus bleef het lief bij haar en ik ging met Kasper alleen naar binnen. Zijn ogen vielen bijna uit hun kassen en hij waande zich in de Paw Patrol-hemel. Gelukkig kon ik hem bij de rugzakken nog wat afleiden en richting de skip hop-zakken dirigeren, maar vanaf dan bestond de enige opdracht er voor hem in naar sdie honden te gaan zoeken. Een brooddoos, de 2 ontbrekende minipups voor zijn collectie en een boek later gaf hij toe dat het nu wel echt genoeg was en mocht ik gaan betalen. Terwijl ik mij op die taak richtte, ging meneer er zowaar voor het eerst in zijn leven vandoor! Hij vroeg of hij in een auto aan de kassa mocht spelen en toen ik opkeek, was hij nergens meer te bespeuren. Ik probeerde in te schatten waar hij naartoe zou kunnen zijn en ik dacht aan de echtgenoot in de auto op de parking. Niet meteen een geruststellende gedachte met al die auto’s… maar toen ik lichtelijk bezorgd buiten stapte, bleek meneer in de opgestelde speelhuisjes buiten te zitten. Jawadde. Nadien gingen we nog naar de Fun, alwaar de echtgenoot onze vriend ook nog vanalles gaf en waar Annabelle toch ook iets kreeg. Een gigantisch Bumbaboek, waarvan de kartonnen bladzijden zo groot zijn, dat ze zelf niet eens kan omdraaien. Dan togen we eindelijk naar huis en probeerden nog wat te relaxen. Nadien moest de echtgenoot nog even naar de chirurg om zijn op til staande operatie te plannen en dan kwam een spannend moment: we mochten naar school om te weten te komen bij welke juf Kasper zou gaan zitten. Zijn juf is al meteen in zwangerschapsverlof, maar hij kent de vervangster wel al een beetje van vorig jaar. Er is vanalles te zeggen over de klas, over het gebouw, over vanalles en nog wat, maar ik ga dat niet doen. Ik hoop gewoon dat het allemaal meevalt en dat hij zich er even goed zal voelen als vorig jaar. 

Dinsdag was dan ook bijzonder: we dropten Annabelle bij opa en gingen met Kasper naar Plopsaland. De anderhalf uur in de auto verliepen voorspoedig en pllts riep meneer: ‘we zijn er!’. Hij had een grote Plop gespot op een kruispunt en de juiste conclusie getrokken. Vanaf dan vobd hij alles super. Hij huppelde van enthousiasme bij elk figuur dat hij tegenkwam en hij wilde overal in. Soms was zijn lengte (93cm) wel nog een probleem, maar hij mocht toch wel al veel. Hij deed rollercoasters alsof het niks was en vond het allemaal even tof. Mijn maag zag een tweede ritje echter vaak niet zitten… Het viel eigenlijk ook geweldig goed mee qua aanschuiven: bij twee attracties (toevallig die met water; niet vreemd op een snikhete dag) duurde het lang, bij al de rest maximaal 1 of 2 beurten wachten en het was aan ons. Deze dag was alvast een absolute topper. Jammer dat het zo ver rijden is en vooral dat je er zo idioot veel voor betaalt. Wij kwamen er deze keer vanaf met 57 euro + 10 euro parking, maar als we teruggaan en Kasper is een meter groot (waarschijnlijk) en we vinden niet hier of daar een korting, dan wordt dat zomaar eventjes 108 euro + 10 euro parking. Hallo?! En als we nog een jaar of 2 wachten en Annabelle meenemen, dan mag er nog eens 36 euro bij. Dat is toch om niet goed van te worden… Oh, en we hadden Kasper beloofd dat we daar nog iets gingen eten. 51 euro kostte dat ons, voor een kinderspaghetti en 2 hoofdmenu’s, niet eens echt lekker en ook niet overdreven veel. In pakweg de lunchgarden eet je hetzelfde veel beter en in een grotere portie voor 20 euro minder! De terugreis was slopend, met temperaturen rond de 40° in de auto en file, file, file. Gelukkig sliep Kasper een groot deel van de reis… Aan het eind van de dag vroeg ik meneer nog wat hij nu het leukst had gevonden. ‘Dat ik op wc van de grote mensen was geweest en ik er net aan kon!’, was zijn antwoord. Een urinoir op kidnderhoogte dus, maar dat laatste had hij niet helemaal door. En fier dat hij was! 

Woensdag en donderdag moest ikzelf helaas al terug gaan werken. De echtgenoot bleef bij de kindjes zn bracht ze prompt telkens een halve dag naar zijn ouders. Daar amuseerden onze twee varkentjes zich elke keer rot.

En dan was het vrijdag 1 september. Wij hadden er alvast naar uitgekeken en hij wilde ook graag naar juf S., zei hij. Hij stond op en toen drong door dat het voor echt was. Plots wilde hij niet meer eten, kloeg hij dat hij moe was en lag met zijn oogjes dicht in de zetel. Hij gaf over. Ziek of zenuwen? Toen hij niet naar Paw patrol wilde kijken, vreesde ik voor het eerste. Nadien gaf hij ook nog eens over. Hij wilde de ene minuut wel naar de juf en de andere niet… dus wz besloten het er toch maar op te wagen. Het was een berekend risico. Door het offerfeest zouden er maar weinig kindjes zijn, dus in geval van nood zou de juf nog wel wat aandacht aan hem kunnen geven. Mijn lief was ook thuis, dus als het echt niet ging dan kon hij meteen gehaald worden en zelfs opgevangen worden zonder tien telefoons te moeten voeren. In de auto dacht ik echt dat we zelfs de school niet zouden zonder een extra keertje overgeven. Het stuk naar de school stapte ik met hem hangend in mijn armen. Ik gaf hem aan de juf en zei maar eerlijk hoe het zat en dat ze mochten bellen als het niet ging. Ik voelde me wel wat schuldig, maar als het dan toch van de zenuwen zou zijn, dan zouden we hem niet helpen door hem thuis te houden. Dan zou het maandag opnieuw van dat zijn. De hele dag hielden we onze gsm angstvallig in het oog en pas ruim na de lunch durfden we weer wat adem te halen. Toen we hem afhaalden, bleek dat er inderdaad geen enkel probleem meer was geweest. Hij had al zijn eten op en vroeg al meteen naar eten. ‘Het zullen toch zenuwen geweest zijn, zei de juf. Inderdaad. Drie jaar en meermaals overgeven vande zenuwen. Met die kleine gaan we onze peren nog zien, denk ik… Hij had het in ieder geval leuk gevonden, juf S was al meteen de liefste en de mooiste van zijn klas, dus dat schept hoop. Al doe ik nu vporal schietgebedjes dat nu zo meteen al een weekend hem dat niet zal doen vergeten…

De vakantie zit erop. Ik sxhrijf een dezer nog wel eens wat algemene overpeinzingen over die hele periode. Maar van de wekelijkse updates zijn jullie dan toch maar weer verlost!

Advertenties

De zomer – week acht.

Naar deze week van de vakantie had ik het hardst uitgekeken; wij met zijn viertjes thuis. In de loop van de vakantie zwakte het enthousiasme soms wat af (recht evenredig met het aantal hysterische aanvallen van Kasper of de uren aan mijn broek getrek of doelloos gehuil van Annabelle en het aantal keren dat de echtgenoot uit zijn vel sprong om niets), maar toen het moment dan toch daar was, had ik er toch weer zin in. En terecht, is gelukkig gebleken …

Maandag kwamen we dus terug van Sunparks. We waren rond de middag thuis en begonnen zowaar meteen voorbeeldig te wassen en onze koffers uit te laden. Ok, ik dan … maar de echtgenoot entertainde wel de kinderen, dus ik kon ongestoord mijn gang gaan. Voor de rest deden we niets speciaals meer, behalve chinees bestellen.

Dinsdag moesten de kindjes al meteen een hele dag naar Oma. De echtgenoot en ik moesten immers twee aktes bij twee verschillende notarissen gaan ondertekenen. De ene afspraak stond behoorlijk vroeg en de andere behoorlijk laat, dus we besloten onze tijd voor een keertje ook eens nuttig te besteden. We gingen naar de winkel (yes, alweer een week erin geslaagd de kinderen niet te moeten meenemen!), we deden glas naar de glasbak van eh … vermoedelijk zo ongeveer een jaar en we sleepten nog het een en ander naar het containerpark. We hadden achteraf zelfs nog een dik uur over om eventjes ‘op ons lui gat te liggen’. We zetten enkele tientallen paraffen en een koppel handtekeningen en toen was het dan toch eindelijk zo ver; we hadden een lening en een grond. Hallelujah! De kindjes hadden een fijne dag gehad bij oma, al had Annabelle geweigerd te slapen. De avond was dus niet echt prettig. De echtgenoot wilde frietjes om de akten te vieren, maar laten we zeggen dat de sfeer aan tafel niet meteen tot vieren noopte. Ach ja.

Woensdag gingen we dan eindelijk eens naar Planckendael. Ons abonnement heeft dit jaar nog bijzonder weinig dienst gedaan en Annabelle is er met haar vijftien maanden zelfs nog nooit geraakt! Schandalig … We besloten eens dapper te zijn en daar ter plekke een bolderkar te huren. Eén buggy meenemen zorgt er steevast voor dat Kasper begint te zeuren dat hij er ook in wilt, twee buggy’s zijn gewoon onpraktisch en vind ik er persoonlijk ook wel wat over voor een 3,5-jarige. Als hij de kans heeft, laat hij zich dan immers de hele dag rondrijden en dat vind ik niet ok. De dag begon wel een beetje in mineur, want we kregen telefoon dat de fijne bank mij geen schuldsaldoverzekering wil geven. Diabetes, overgewicht en hoge bloeddruk, dan moet je toch wel een dezer eens gaan doodvallen, zullen ze hebben gedacht. Ik deed toch maar mijn best om het de dag niet te laten verknallen en dat is gelukkig behoorlijk goed gelukt. De kindjes vonden de bolderkar heerlijk en wij wisten het ding ook wel te appreciëren. Het weer was schitterend, de kindjes amuseerden zich allebei geweldig en we zagen toch heel wat dieren. We hadden ook eens een eigen picknick meegenomen (niet van onze gewoonte) en ik vond dat zeker voor herhaling vatbaar. Niet moeten opletten waar je op welk moment bent in het park, niet moeten zorgen dat je zeker op tijd in één van de restaurants bent om de grootste drukte voor te zijn … We zagen heel veel dieren, maar rond halftwee waren moeder en vader wel volledig knock-out. Annabelle trouwens ook, want in die bolderkar slapen, daar had ze geen zin in. We ging dus terug naar huis en hielden voor de rest een rustige namiddag met een overload aan Paw Patrol op de tv.

Donderdag besloten we het plaatselijke zwembad eens te gaan uittesten. Dat is al jaren geleden vernieuwd, maar sindsdien zijn we er niet meer binnen geweest. Aangezien Kasper plots een echte waterrat blijkt, konden we die kans niet laten liggen. Eerlijk; ik vond het niet zo leuk. Met Kasper is dat wel super, maar er moet altijd iemand bij Annabelle blijven en dat is nu niet direct spannend. Ach ja, het kind heeft zich ook wel geamuseerd met water in emmertjes doen en het er terug uitgieten, maar de jongedame accepteert ook niet echt een ‘nee’ en dus moesten er soms gevechten gevoerd worden om te voorkomen dat ze zich in diepe baden ging storten. Net toen we aan het overleggen waren wanneer we naar huis zouden gaan (na vijf minuutjes, was het plan), ging plots het brandalarm. Eerst moest iedereen uit het water en moesten we daar allemaal wat staan koekeloeren. De redders gingen eerst eens informeren of het echt was of een oefening, vooraleer ze tot verdere actie zouden overgaan. (Een beetje een vreemde beslissing, vond ik eerlijk gezegd.) We grabbelden al maar snel onze handdoeken bij elkaar, zodat onze prutskes daar geen kou moesten staan lijden. Daarna werden we allemaal naar de nooduitgang geleid. ‘Als we echt naar buiten moeten, dan brengt de brandweer wel handdoeken en dekens mee’, werd ons gezegd. Gelukkig is het zo ver niet moeten komen en het bleek maar een oefening. Na een dik kwartier mochten we dus gewoon verder zwemmen. Dat hebben we dan nog maar eventjes gedaan en toen begon de dolle pret van het omkleedritueel met twee kleine monsters. Miljaar! We wisten meteen weer waarom we niet zo fan zijn van gaan zwemmen. Kasper kreeg het ook behoorlijk lastig. Hij wilde nog zwemmen, hij wilde nat blijven, hij ging zijn kleren niet uitdoen, hij wilde niet naar huis gaan, hij wilde niet eten, … en oh, hij moest ook nog pipi gaan doen. Lichtelijk ontstemd (understatement van het jaar) sloeg ik een handdoek rond mezelf (mijn zwempak was al uit, maar ik had nog niks meer aan) en om hem (ook hij droeg niets op dat moment) en sleurde hem naar de wc – een verdieping hoger en dat via een trap. Wij naar de wc, hij ging er wel staan, maar er kwam niks. ‘Het was eigenlijk maar een grapje, mama!’, zei dat varken. Laten we zeggen dat het niet zijn beste grapje ever was … en dat ik er alvast niet mee kon lachen. De echtgenoot ook niet toen hij het hoorde. Toen we dan toch eindelijk aangekleed geraakt waren, besloten we dan maar in de cafetaria daar iets te eten en gelukkig gedroeg de kroost zich daar wel weer voorbeeldig. Daarna gingen we naar huis en hielden het rustig voor de rest van de dag. Knock-out van vooral de ouders.

Vrijdag gingen we dan naar de zoo. Ook daar was Annabelle nog niet geraakt. Dit keer gingen we wel voor de optie van één buggy. We gingen met de tram en toen bleek plots dat Annabelle dat blijkbaar niet zo prettig vindt. Laten we zeggen dat ze het eerste kwartier van de rit heeft gebruld, omdat ze niet op stap mocht gaan. Sorry medereizigers … Eens in de zoo stormden de twee kinderen er enthousiast vandoor. Die twee lopen daar dan hand in hand, echt een genot om te zien. We waren nog maar aan de pinguïns en daar ging Kasper al drie keer onderuit. De derde keer helaas met gevolgen; een hele grote schaafwonde, bloederig gedoe en natuurlijk toch wel wat pijn. Terwijl we probeerden zand en vuil uit de wonde te spoelen, ging ook Annabelle onderuit … ook zij heeft er dus een aantal schaafwonden bij. Ik dacht eerst nog dat het bij Kasper aan een misschien wat te gladde schoenzool lag en bij Annabelle aan het feit dat ze gewoon nog wat beter moet leren altijd haar evenwicht te houden als ze enthousiast rondloopt, maar ik zag nadien ook nog verschillende andere kinderen onderuit gaan. Misschien moeten de mensen van de zoo toch eens een andere ondergrond overwegen dan? Het lijkt me toch niet de bedoeling dat de jeugd constant valt en zich bezeert … Aangezien Kasper toch wel wat last behield van zijn knie, hingen we er helaas aan voor onze moeite om hem te laten stappen. Dragen, samen met Annabelle in de buggy, in de nek, een beetje stappen en alles weer van vooraf aan. Ook dit keer gingen we voor een meegebrachte picknick en we waren weer blij dat we voor die optie hadden gekozen. Kort na de middag probeerden we voor de eerste keer ooit of Annabelle in de buggy zou slapen en ze slaagde voor de test met vlag en wimpel. Ze sliep ruim twee uur en eerlijk is eerlijk, die waren heerlijk. Kasper genoot ook met volle teugen van het feit dat hij alles mocht bepalen en dat wij onze aandacht volledig aan hem konden geven. Ik ging zelfs met hem naar de zeeleeuwenshow en we zagen echt heel veel dieren. Als afsluiter aten we nog een ijsje en dan gingen we met de tram terug naar huis. Ook dit keer liet Annabelle weer van zich horen, maar we zijn er uiteindelijk wel geraakt. ’s Avonds ging ik nog even met de fiets naar de bakker en ik was er getuige van de brand aan de school in Hoboken. Dat is de onderafdeling van Kasper zijn school, het maakte toch wel indruk.

Zaterdag gingen we naar de bibliotheek en de markt. Op de markt koopt mijn lief vaak een broodje en ik een portie kibbeling. Van Kasper weet ik al dat hij dan bij mij komt bedelen, maar dit keer had ik twéé kleine smoeffelaars aan mijn been. Ik had preventief al iets meer gekocht, maar ik ben er zeker van dat ik uiteindelijk minder heb gegeten dan anders. Die twee pagadders bleven maar zeggen ‘nog!’ en ik bleef maar blazen (want da’s heet!) en in handjes of mondjes stoppen. Soit, ik ben blij dat ze graag vis lusten, dus ik laat ze maar doen. Toen we dan weer thuis waren geraakt, gaf Kasper aan niet meer weg te willen. Ik ging dus maar op mijn eentje naar de winkel en zij speelden nog wat en keken nog wat televisie. Het is me wel duidelijk dat we daar dringend mee gaan moeten minderen, maar deze paar vakantiedagen laten we het toch maar zoals het is.

Zondag hadden we dan afgesproken met mijn familie in een chinees restaurant ter ere van Moederdag – een klein beetje laat, maar het is niet evident iedereen samen te krijgen. Mijn zus met kindjes was er helaas niet en Kasper miste zijn leeftijdsgenootjes duidelijk. Laten we zeggen dat hij al flinker is geweest op restaurant … Annabelle was ook alleen tevreden als ze luidruchtig mocht rondlopen, maar zodra er andere mensen waren, vonden we dat uiteraard geen optie meer. Met luid gekeel als gevolg … Bij thuiskomst was het alweer tijd voor het bad, daarna voor eten en hups, alweer naar bed.

De week is gevlogen en ondanks veel geroep en getier en tegengewerk van eigenlijk allebei de kindjes, is de algemene balans in mijn ogen toch positief.

Vandaag deden we een paar winkels aan en kwamen in de Paw Patrol-hemel terecht, ging het lief naar een chirurg en gingen we ook naar school om te weten in welke klas Kasper zal zitten. To be continued …

As we speak.

  • zijn er hier veel gezondheidsperikelen en die bepalen zoveel. Een echtgenoot die zo vaak vanalles heeft, dat ik vaak stiekem bang ben dat er meer aan de hand is. Daardoor zijn de weekenden niet vaak momenten om eens ergens de schouders onder te zetten, maar meer eindeloze dagen waarin ik op mijn eentje probeer de kroost te temmen. Er waren twee kleine operatietjes voor mezelf, niks ergs en niet veel last, maar je bent toch niet direct terug volledig mobiel. Er is de dochter die terug begon te piepen en kraken van zodra we stopten met puffen. Opnieuw gestart dan maar, met pijn in het hart. Er is ook het vooruitzicht van een operatie bij Kasper. Heel routine allemaal, zijn poliepen en amandelen worden verwijderd en hij krijgt twee buisjes. Ze zouden daar toch 10 dagen last van kunnen hebben en ik weet niet zo goed hoe we dat uitgelegd moeten gaan krijgen. Voor mijn lief staat er ook nog een slaaponderzoek gepland. We spijzen de portemonnee van de dokters weer goed hier!
  • we houden ons ook bezig met het nieuwe huis. Momenteel is de moed me even in de schoenen gezonken. Doordat we verkeerde informatie kregen, moet alles nu anders en niet in goeie zin. Zelfs in die zin dat het anders misschien wel een ‘nee merci’ was geworden. We moeten voort, dus we maken er het beste van… maar het pikt toch even.
  • moet ik nog een doopfeest geregeld krijgen. De datum ligt vast, nu nog zorgen dat de genodigden ook iets te eten kunnen krijgen. Het zou wel al helpen als de zalen die je aanschrijft eens zouden willen antwoorden.
  • lopen de frustraties op werkvlak hoog op. Dit keer omwille van een IT-probleem dat al anderhalve maand speelt en grote impact heeft op onze manier van werken. Oplossingen schijnen zeer moeilijk te vinden, dus wij zoeken wanhopig naar manieren om toch iets afgerond te krijgen. Het helpt niet om de moed en de zin erin te houden.
  • loopt het schooljaar al ten einde en dat zal toch raar doen. Wat is ons patatje op dat jaar gegroeid! Fysiek, maar ook mentaal. Het is fijn om te zien dat hij toch wel een hoop vriendjes heeft (of ja eh, vooral vriendinnetjes), dat hij blijkbaar goed meedoet en dat hij het meestal geweldig tof vindt allemaal. Op motorisch vlak zien we ook veel vooruitgang. Hij durft te springen en klimmen, houdt heel erg van heeeel hard lopen, hij leerde dansen (ok, daar kan hij niks van) en fietsen op een driewieler. Hij knipte er voor het eerst en schilderde heel wat werkjes bij elkaar. Kasper maakte ook kennis met allerlei tradities (sinterklaas, kerstmis, schoolfeest, pannenkoekenfeest, nieuwjaarsbrief, verjaardagen vieren en moederdag), met sprookjes (de drie biggetjes) en met theater. Het zal moeilijk zijn om hem duidelijk te maken hoe lang het zal duren tot het weer school is, dat hij naar een andere juf gaat en dat het merendeel van zijn dikke vrienden niet meer in zijn klas zal zitten. De vakantieopvang is gelukkig min of meer geregeld, dus hopelijk houdt dat zijn hoofdje daar zo wat van weg.
  • doe ik momenteel niets meer van hobby. De zetel is mijn grote vriend en ik besluit steeds vaker gewoon goed op tijd in bed te kruipen. Ik schaam me er niet voor. Dat betert ooit wel weer.
  • netflix werd ook wel weer herontdekt. Ik keek het hele nieuwe seizoen van Orange is the new black en samen met de man zijn we aan House of cards begonnen. Ik ben er niet wild van, maar kijk. We rondden ook al The bridge af. 
  • zoeken we moedeloos naar een manier om Annabelle langer te laten slapen. De laatste weken is ze wakker voor vijf uur en dat is echt te vroeg. We moeten dan ook nog meteen opstaan, want anders wordt Kasper ook wakker en die kan zijn slaap echt wel gebruiken. Het zal allemaal wel wezen dat de ochtendstond goud in de mond heeft, maar zelfs om zes uur vind ik het moeilijk om dat zo te voelen.
  •   zoeken we even wanhopig naar een oplossing tegen vliegen. Ik probeerde al een zelfgemaakte val, lavendelkaarsen, een zelfgemaakt blad met omgekeerde plakband en deze nacht staken we een machientje in het stopcontact. Nog steeds vliegen hier een stuk of zeven van die rotmormels rond. Ik moet niet met iets van eten bezig zijn of ze staan er allemaal. En zelfs gewoon in de zetel zitten lukt niet zonder dat ze continu rond je hoofd brommen en op jou rondkruipen. Zot word ik daarvan! Dat een vlieg maar een dag of desnoods enkele dagen leeft, is trouwens een fabeltje. Tenzij we met nakomelingen te maken hebben, maar dat vind ik pas een héle enge gedachte…
  • deed ik zesentachtig pogingen om nog eens op dieet te gaan, maar het lukt niet echt. Ik kocht allerlei boeken ivm het DASH-dieet, omdat dat ook zou helpen tegen hoge bloeddruk. Aangezien die zelfs met verdubbelde medicatie te hoog blijft, wilde ik dat wel een kans geven. Alleen zou ik niet weten hoe ik dat allemaal geregeld krijg op drie minuten, bij wijze van spreken, dus voorlopig doen we niets. Ik probeerde toch al minder prefab-eten te kopen (microgolfmaaltijden ed) en hield dat mischien 3 dagen vol. Ik maakte plannen om de dag voordien al voorbereidselen te treffen voor het avondeten, maar aangezien ik niet weet wat daarbij het gerecht compleet om zeep helpt en wat prima kan, laat ik het ook maar. Zodra mijn hand terug volledig bruikbaar is (normaal gezien volgende week zondag), maak ik er toch nog eens werk van..
  • wachten we op het werk op ‘een grote aankondiging’ die er in juni zou komen. Met angst en beven, maar tegelijkertijd willen we stilletjesaan wel eens gaan weten hoe of wat. 
  • ben ik met ynab gestart en toch ook alweer gestopt. Ik vond het schitterend, maar in plaats van rust in mijn hoofd kreeg ik er vooral stress van. Het leek constant alsof we diep in het rood gingen, terwijl dat echt niet het geval was. Misschien deed ik iets fout, misschien lag het gewoon aan mij of aan het feit dat wij wel al redelijk bewust met ons geld omgingen, maar ik werd er echt ongemakkelijk van. Ik ga nu wel een excelsheet aanleggen om bij te houden wat we uitgeven en zo te zien waar we zouden kunnen besparen als het nodig wordt in de loop van het hele nieuwbouwverhaal. Dat zou niet nodig moeten zijn, maar een mens weet maar nooit… 
  • proberen we hier zo veel mogelijk te genieten van het mooie weer. We eten vaker buiten en trekken in het weekend vaak met de kroost naar de tuin. Annabelle is nog niet helemaal mee in het verhaal, maar Kasper vindt het geweldig!

 

Kasperpraat / Gesprekken met Kasper.

  • Een giraf is mijn liefste dier en geel is mijn liefste kleur. Dat klinkt toch eigenlijk wel überschattig?!
  • ‘Ik ga dat wrattenzwijn kiezen. En ook deze pandabeer.’ Vader reageert dat er duidelijk was afgesproken dat hij één knuffeldier mocht kiezen in de winkel. ‘Maar die pandabeer is wel voor Annabelle he!” Dedju, zo grappig dat vader toestemde.
  • Juf A heeft een liefbeestje voor mij gemaakt en dan moet ik de stippen daarop tellen.
  • Tante Tinne is dood, hé. Dan kan ik niet meer daarmee spelen. Als hij dat ooit op school zegt, denken ze dat er zich hier recent drama’s hebben voorgedaan. Terwijl dat al bijna dertien jaar geleden is en hij er dus van zijn leven niet mee heeft gespeeld. Toch herhaalt hij dat héél vaak.
  • Kasper slaapt zonder pamper sinds een tijdje en na de eerste nacht was hij heel trots op zichzelf. In de winkel ziet hij iets dat hij graag wilt. ‘Mama, dat is voor kindjes die zonder pamper slapen.’ Uhm ja, ik denk dat het ook mee naar huis is gegaan. Misschien zo.
  • ‘Moet ik vandaag naar de abewaking?’ Intussen zegt hij het correct, maar hoewel hij wist dat het nabewaking was en het ook prima kon zeggen, heeft hij dat heel lang zo genoemd.
  • Op de speelplaats vraagt Kasper of we naar ons nieuw huis gaan kijken. Euh? ‘Ja’, zegt de juf van de nabewaking, ‘hij heeft dat hier helemaal zitten vertellen. Dat jullie in een nieuw huisje gaan wonen en dat hij dan ook een nieuwe kamer krijgt en dat Annabelle naast hem in zijn kamer gaat slapen dan.’ Hahaha, we waren aan het overwegen of we een nieuwbouwwoning zouden kopen en waren eens gaan kijken waar die grond gelegen was. Al de rest heeft hij zelf verzonnen. Aan fantasie geen gebrek!
  • Die saus / dat medicijn / die groente is een beetje zuur, hé mama. Voor alles wat hij niet zo lekker vindt. Zuur is zeker een excuus om het niet te hoeven opeten.
  • Opa, ik wil een gaatje eten van jouw kaas.
  • Jij hebt precies een walvis vast! Een sandwich met een deuk in dus.
  • Er ligt precies een boom op jouw bord. Mijn risotto neemt blijkbaar vreemde vormen aan.
  • Ik ga alle boterhammen opeten en alle vleesjes van K3 en dan ga ik aaaaaaalle koeken van Annabelle opeten en jouw pudding. Hoor hem bezig, ons muizenetertje.
  • ‘Ik heb vandaag een geel cadeautje gemaakt. Maar ik mocht het van juf A niet vanbinnen verven.’ En wat zit er dan in dat cadeautje? ‘Niks, het is gewoon een cadeautje.’ Oh ok. En wat ga je daar dan mee doen? ‘Aan mijzelf geven.’ Presentjes voor uzelf, dat moet je al van jongsafaan leren.
  • K: Mamaaaa. Ik: Ja? K: Dat is wel niet tegen u, he! Ik ben wel tegen mama giraf aan het praten. OK dan.
  • K: Mama, wat eet de oryx? Ik: euh, dat weet ik niet zo goed, vent. K: Ga jij dan op je telefoon kijken? Google to the rescue, héél vaak.
  • Ik: Kijk, Kasper, Jeroen gaat een taart maken met citroen. Dat vind ik wel heel lekker! K: Kijk, Annabelle, Jeroen gaat een taart maken met citroen. Dat vindt mama wel heel lekker! Groot tegen klein in het kwadraat dan.
  • Kasper vraagt in de auto aan mij of ik een kraai een leuk dier vind. ‘Ik vind wel dat die een grappig geluid maakt, een kraai’, zeg ik. ‘Papa, paaapa. Mama vind dat een kraai een grappig geluid maakt!’ Die zit daar gewoon naast en heeft mijn antwoord dus ook wel gehoord, hé flippo.
  • Mama, ga jij aan mijn spierballen voelen of ik sterk ben? Ik knijp in zijn spierballen. Maar nee, hier! Wijst naar elleboog.
  • Mama, ik ben wel heel moe, ik moet in mijn bedje slapen. Niet geheel toevallig eindigt dat meestal zonder slapen, maar intussen heeft hij dan toch een paar minuutjes kunnen tutten.
  • Kasper mag soms een balletje draaien in de supermarkt, als hij flink is geweest. Meestal zit er een diertje in. ‘Hoe heet deze?’, vraagt de echtgenoot. ‘Kididi’, zegt die kleine bloedserieus. Intussen hebben we hier dus inderdaad een Kididi, die regelmatig ter sprake komt. De week nadien draait hij hetzelfde eendje, maar dan in het geel (Kididi is paars). ‘Hoe heet deze?’, vraag ik. ‘Spaghetti.’ Wij liggen al in een deuk. ‘Spaghetti met soep is die zijn naam.’
  • We zitten in de auto en plots: ‘Mamaa? Maaamaaaaa.’ Wat is er jongen? ‘Mama, ben jij mijn moeder?’ Ja. ‘En wie is papa dan?’
  • Mama, jij moet Annabelle misschien op de grond zetten. Hij wilt graag zelf met mij spelen …
  • Mama, Annabelle wil graag een koek. Een gevalletje van projectie!
  • De juf van de nabewaking vertelt dat Kasper op een bepaald moment niet zo goed had geluisterd. De juf had gevraagd: ‘Seg, waar zijn jouw oren?’ Meneertje had geantwoord: ‘Thuis. Mijn mama is die vergeten mee te geven!’
  • De mama van R is naar mijn school gekomen. Maar de mama van R heeft geen pomp, he mama? Cfr mijn insulinepomp dus.i
  • Dat heb jij lekker gemaakt! Bijna iedere dag. Bij voorkeur wel voor hij nog maar een hap heeft gedaan, achteraf zijn de meningen soms anders.
  • Juf A, wij gaan spaghetti eten, hoor! Euh? Wishfull thinking, makker.
  • Kasper, we gaan binnenkort je tutjes in de vuilbak gooien, he. ‘Ja ja, op de gele dag.’ Alles wat hij niet zo graag wilt, moet altijd op die gele dag gebeuren.
  • Maar mama, jij hebt lang haar! Ik wil dat niet! Jij moet een staart doen. Iedere. Dag. Opnieuw. Meneer wil niet dat ik mijn haar los doe. Op mijn vraag waarom: ik ben daar bang van.
  • Er was een kuikentje in onze klas, mama. Oh! Wat leuk! Een echt kuiken? Of een knuffel? Ma nee! Een echt! Het moest op de handdoeken blijven. Oh. En mochten jullie dat kuikentje aaien? Ja. Maar ik wou dat niet. Oh, was je een beetje bang? Maar wel veel, hoor! Ik heb dat niet geaaid. Maar M wel, hoor! Later bleek de hele klas dat dier geaaid te hebben, alleen meneertje brulde de boel bij mekaar.
  • Ga jij dat boekje voor mij voorlezen? Tegen een meisje van 4,5 dat dus duidelijk zelf nog niet kan lezen.

 

Losse flarden.

  • Ik kocht dus een auto. De zoon duidt hem aan als ‘de blauwe auto’ en ik vind dat accuraat gezegd. Metallic blue, heet de kleur. Voor zij die meer details willen: een toyota yaris, vijfdeurs, automaat. Geen hybride, die ze ons probeerden aan te smeren, want als je alleen rond de kerktoren rijdt, verdien je dat niet terug.
  • Er staan na een kleine maand toch al 547km op de teller. De echtgenoot reed er al twee keer mee naar Brussel, maar al de rest deed ik toch zelf. Vele tripjes naar school, een paar keer zelfs naar Antwerpen, naar mijn mama en naar de verschillende dokters, … . Ik doe het niet graag, ik sta doodsangsten uit en ik mis mijn fietske, maar die automaat maakt wel het verschil tussen doodgaan van de schrik en niét rijden en tussen behoorlijk wat stress en angst, maar toch achter het stuur kruipen. 
  • Ik merk trouwens dat ik beter rijd met een gezel om mee te praten. Ikzelf en de radio, dat laat mijn gedachten meteen afdwalen en dat is eh… niet zo goed.
  • Die school waar ik iedere dag naartoe rijd, die is ook wel een extra puntje waard. De eerste twee dagen deed de zoon het daar prima, alleen de grote speelpaats vond hij niet zo leuk. Na het eerste weekend liep het echter helemaal mis: hij vergrootte die speelplaats uit en plots was alles stom, iedereen stom en wilde hij nooit meer naar school. Dinsdagochtend gaf hij van pure stress zijn fles melk over, ocharm, maar aangezien hij voor de rest ok leek, bracht ik hem toch naar school. Hij had de hele dag nergens meer last van, dus het bleek de juiste keuze. Toen ik hem dinsdag afhaalde en hij werkelijk de héle avond zei dat hij niet meer wilde gaan, brak mijn hart. Hij huilde er soms bij, vroeg altijd knuffels, probeerde mij echt te overtuigen dat school stom was en dat ik dus goed gek zou zijn van hem te sturen… Die avond bij jet slapengaan riep hij mij 4x terug en snikte dat hij niet meer naar school wilde gaan. Ik toonde begrip, ik probeerde hem te overtuigen van de leuke dingen, ik zei dat wij ook soms dingen eng vinden maar het dan toch doen… De vierde keer verhief ik mijn stem, zei dat ik nu niet meer naar boven ging komen en hij ging dus maar slapen… om dan de hele nacht in zijn slaap op ons te roepen en te snikken. Mijn hart! Hij stond ’s ochtends al meteen op ‘mama, ik wil thuisblijven’ en met weer de nodige huilbuien. Het moment van afzetten was afschuwelijk. De dagen nadien werd het gelukkig wel beter: er werd met water gespeeld owv de hitte, altijd een winner. Er was een discospeeltijd met dansen, wederom een hit. Er was een offerfeestdag waarop ze maar met vijf kindjes in de klas waren, dus kregen ze veel exclusieve aandacht en gingen ze zelfs met de juf naar de winkel om fruit te kopen. Alweer een succes in dat Kasperhoofdje. Iedere dag blijft het bang afwachten welke pet hij opheeft (het was leuk vs. ik ga nooit meer terug), maar ik durf er wel terug van uitgaan dat het goed gaat komen.
  • Kasper is trouwens altijd een heel voorzichtige geweest, tot op het belachelijke af. Daardoor had hij opvallend weinig blutsen en builen. Op 31 augustus gingen we nog zven de nieuwe fietsersbrug aan park spoor noord bewonderen en in zijn enthousiasme viel meneer echt hard. Voor de eerste keer in zijn 2,5-jarige leven had hij bloedende knieën. Serieuze schaafwonden, maar na een half minuutje verbeet hij stoer de pijn en zei dat hij wou verderwandelen. Begin deze week stuikte hij op school af een rups op de speelplaats, met als resultaat een volledig geschallodderd gezichtje. Zijn neus volledig bebloed, zijn wang, zijn lip, een dikke buil, … . De dag nadien had hij weer plots een vele kring rond zijn oog. Ergens tegen gelopen? Hij lijkt plots te willen inhalen wat andere kindjes op hun hele leventje al gehad hebben. Dat belooft voor de komende weken :p. (Ik ben stiekem wel blij dat hij wat minder voorzichtig is, hoor, al klinkt dat misschien gek…)
  • We zijn ijverig aan het werk om de boekenkamer in een grote kamer voor Kasper om te toveren. Dat betekent wel dat we een slordige 700 boeken en minstens zoveel cd’s door onze handen moeten laten gaan en besluiten of we ze bij gaan houden. Ik ben best marie-kondoïaans te werk gegaan en heb dus heel veel buitenggesmeten. Het is te zeggen: op de stapel ‘weg’ gezet. Intussen zitten alle boeken in dozen en kunnen we bekijken of er mensen in geïnteresseerd zijn. Indien niet, zal het toch de ruilcontainer op het containerpark worden, want wij kunnen ze gewoon niet houden. 
  • De dochter startte in de crèche en doet dat goed blijkbaar. Flinke meid! 
  • Ze drinkt wel bijzonder slecht en daarom moeten we van verschillende kinderartsen met papjes beginnen. Zucht. Uiteraard zat dat moment eraan te komen, maar ik zie er vreselijk tegenop. Het wordt zo’n gedoe en het zal ons ook sterk in onze vrijheid beperken. Nu gaan wij op zaterdagochtend bijvoorbeeld al eens graag naar de bibliotheek, gaan dan naar de markt en eten dan onderweg kibbeling en/of een hamburger. Voor de juffrouw namen we dan een flesje mee en aangezien dat niet opgewarmd hoeft te worden voor haar, konden we dat dan overal geven. Dat zal wel een heel ander verhaal zijn met die groentepap …
  • Ons Kaspertje heeft sinds de start van het schooljaar al drie kotsepisodes gekend. Eens eenmalig, eens een halve zondag en afgelopen weekend was hij het hele weekend knock-out. Het braken stopte wel zaterdagochtend, maar hij bleef een vodje tot maandag. Ik maak me steeds meer zorgen over de frequentie van dit soort toestanden bij hem, maar hij speelt het altijd klaar om dat voor te hebben op momenten dat we er niet mee naar een kinderarts kunnen.
  • Ik heb vandaag voor het eerst sinds maanden een paar uur voor mijzelf. Allez ja, euh… Het is de bedoeling dat ik probeer iets te doen aan de staat van ons huis, want het is hier een waar stort, al wekenlang. Tot nu toe deed ik een dutje. Oeps. Sorry, liefste, maar nachten en nachten op rij een paar uur wakker zijn met de baby, dat hakt er behoorlijk in. Ik ga er NU dus invliegen.
  • Kasper is geweldig aanhankelijk dezer dagen. ‘Mamatje, ik vind jou lief…’ ‘Waar is mijn pappie nu? Ik wilt papa knuffelen.’ ‘Bellieeeee! Aai, Bellie. Ik hebt ze gemist, mama!’ Of op een moment dat hij eventjes in ons bed lag, een kwartier voor de wekker: ‘mama, jij moet aan mij komen’, waarop ik mijn hand op zijn rug legde. ‘Nee, aan mijn (ge)zicht aaien!’. Ok dan :D. Dat is allemaal sinds de start van de school, dus ik vermoed dat hij toch wat extra veiligheid zoekt.
  • Ben ik de enige die na twee weken school al geen inspiratie meer heeft voor de brood-/fruit-/koekendozen? Ze mogen niks meenemen dat een lepel of vork behoeft, ik ga geen uren in de keuken staan en het moet liefst ook nog iets zijn dat hij lekker vindt, uiteraard. En als het eventjes kan, wil ik ook nog dat hij vitaminen en voedzame dingen binnenkrijgt, aangezien er nu geen back-up is van de crèchedagen waarop hij sowieso zijn porties groenten en fruit binnenkreeg. Enfin, wij overleefden ook op bokes met kaas of hesp en een koek tijdens de speeltijd, zeker?

Brieven aan Kasper: een eind en een nieuw begin.

Mijn lieve, lieve, lieve Kasper

Voel je aan de aanspreking al dat dit misschien sentimenteel gaat worden en dat ikzelf er toch wat emotioneel van word? Het is me ook wat, he… Morgen begint jouw schoolcarrière. Vier jaar kleuter, zes jaar lager en hopelijk zes jaar middelbaar liggen voor je. Een hele lange periode, iets dat we geen van allen nu kunnen overzien.

De laatste dag in de crèche is al een tijdje gepasseerd en het was heel duidelijk dat ze je daar wel gaan missen. Je liep de hele dag achter de verzorgsters om met hen te babbelen en dat waren ze niet gewoon. Ze genoten van je gekwebbel en je deugenieterij. Je zult de dames nog wel te zien krijgen als we je zus gaan brengen of halen, want zij zal over enkele weken jouw plekje innemen.

Of je klaar bent voor school, vragen veel mensen. Ik denk het wel. Je bent niet zindelijk, maar daar maakte je juf gelukkig geen probleem van. Je motoriek is niet je sterkste kant en je perfectionisme (Echt! Op twee jaar…) maakt dat je dingen ook niet wilt proberen als je niet zeker bent dat je het kunt. Daardoor bestaat dus de kans dat je je brooddozen en koekjesdozen niet zelf zult opendoen, ook al zou je dat met wat oefenen best kunnen. 

Wat je motorisch niet hebt, compenseer je verbaal wel ruimschoots. Je kwebbel staat geen drie seconden stil en je becommentarieert alles en iedereen. In de crèche kon je de baas spelen, gewoon omdat jij het best kon zeggen wat er gespeeld moest worden of hoe de regels zijn. Ja, een kleine klikspaan ben je wel… Op school veronderstel ik dat je minder het overwicht zult hebben, vooral omdat je in een graadklas terechtkomt. 

Je blijft een klein pagaddertje en mijn hart lag bij het kennismakingsmoment wel even in duizend stukjes. Er was een hele tafel met auto’s en een wegenparcours, maar jij kon daar gewoon niet aan. Je zou met een auto op de rand kunnen rijden, zonder enig idee wat je vriendjes op dat bovenblad doen! Je mocht ook eens naar de wc gaan kijken en het bestaat gewoon niet dat jij daar van zijn leven zelf opgeraakt. Slik. 

Je was wel verlegen op het kennismakingsmoment, maar je wilde ook al meteen beginnen spelen. In die mate zelfs dat je hysterisch begon te brullen als we naar huis gingen… Als je al een enigszins goeie indruk had nagelaten, heb je die daarmee echt wel verknald, makker.

Laat dat nu net mijn grote angst zijn, Kaspie. Dat ze daar niet gaan zien wat voor heerlijk mannetje jij bent. Dat je tofheid verzuipt in de overweldigende indruk die alle wijzigingen gaan nalaten. Ik verwacht namelijk dat je toch wel zwaar onder de indruk gaat zijn en dat het een paar weken gaat duren voor je je draai hebt gevonden. Ik ga er wel vanuit dat je het allemaal leuk gaat vinden. Op termijn dan toch.

Deze vakantie met jou was heerlijk, mijn grote vriend. Je blijkt enorm zorgzaam te zijn voor je zus, zelfs voor mij als ik eens een traantje pleng, je wilt me bij alles helpen, … . Je speelt flink alleen, maar je bent ook geweldig knuffelig en legt zo vaak vol vertrouwen je handje in de onze als er weer eens een van jouw fantasierijke plannen uitgevoerd moet worden.

Kaspiewaspie, ik zie je graag en ik ben enorm trots op jou. Omdat je in bad met de letters speelt en dan zegt: ‘deze is van Annabelle en Arthur en Amber en deze van tante Dana en deze van Fatima en deze is een slangetje, die is van Sieger en Souffian’. Omdat je vandaag voor het eerst zo hard viel dat er bloed aan te pas kwam en je maar een half minuutje heel hard huilde en dan stoer verder stapte. Omdat je met mij naar een natuurdocumentaire wilt kijken en daar heel erg van geniet. Omdat je zoveel dingen plots kunt en je langzaam maar zeker echt een grote kerel bent. Omdat je tegelijkertijd soms zo klein bent nog en dat dan toch probeert te overwinnen. Omdat je iedereen helemaal inpakt bij eender welk contact: de dokter, de crèche, voorbijgangers op de markt of in de winkel, … . 

Kasper, ik hoop heel erg dat je school leuk gaat vinden. Geef het wat tijd en dan komt het wel goed. Iedere avond mag je in de zetel komen crashen en dicht tegen ons aankruipen als je het toch allemaal wat veel vindt, ok? Je gaat het kunnen. Veel succes!

Je fiere mama

Losse flarden.

* We weten naar welke school Kasper mag. Of moet, want we zijn toch echt teleurgesteld. ‘Dan had je die school niet op de lijst moeten zetten, he’, reageerde een collega. Toch wel, want anders liepen we het risico gewoon géén plaats te hebben. Het is nu zo en we zullen er maar het beste van maken. We moeten het op zijn minst een kans geven.

* Het is toch niet te geloven hoe je al van voor Kerstmis iets wilt vragen of bespreken in therapie, maar er nog altijd niet in geslaagd kunt zijn. Intussen worden er gesprekken gevoerd, het ene al zinlozer dan het andere, en ik kan het alleen mezelf verwijten. ZUCHT.

* Het is wederom megadruk op het werk en ik zit de meeste avonden nog wat te knoeften aan mijn laptopje. Kwart voor twaalf was het gisterenavond. Lomp, goed zot, ik weet het. Nog vier weken werken en het zal deugd doen als dat wegvalt.

* Intussen hebben we al een week geen warm water meer. Gelukkig werkt de verwarming nog, maar het is toch wreed ongemakkelijk. Ik douche normaald elke dag en dat is heus niet alleen omdat ik dat prettig vind. Mijn haar wordt idioot snel vet en ik moet toch onder de mensen durven te komen, he. Eens vlug douchen bij de schoonmoeder, langs mijn mama rijden voor een snelle douche en verder nog wat thuiswerkdagen (zodat ik geen kat moest zien) en zo zijn we die welek doorgeraakt. Morgen gaan ze het probleem komen oplossen of dat hopen we dan toch.

* We zouden voig weekend naar de zoo gaan, maar een buikgriep bij de zoon strooide roet in het eten. Maandag trotseerden we dan letterlijk weer en wind en gingen wandelen op de vesten in Lier. Kasper wandelde superflink, mijn buik en lijf werkten prima mee en op een bepaald moment begon het weer zelfs op te klaren. Al bij al was het dus een fijne dag!