As we speak.

  • zijn er hier veel gezondheidsperikelen en die bepalen zoveel. Een echtgenoot die zo vaak vanalles heeft, dat ik vaak stiekem bang ben dat er meer aan de hand is. Daardoor zijn de weekenden niet vaak momenten om eens ergens de schouders onder te zetten, maar meer eindeloze dagen waarin ik op mijn eentje probeer de kroost te temmen. Er waren twee kleine operatietjes voor mezelf, niks ergs en niet veel last, maar je bent toch niet direct terug volledig mobiel. Er is de dochter die terug begon te piepen en kraken van zodra we stopten met puffen. Opnieuw gestart dan maar, met pijn in het hart. Er is ook het vooruitzicht van een operatie bij Kasper. Heel routine allemaal, zijn poliepen en amandelen worden verwijderd en hij krijgt twee buisjes. Ze zouden daar toch 10 dagen last van kunnen hebben en ik weet niet zo goed hoe we dat uitgelegd moeten gaan krijgen. Voor mijn lief staat er ook nog een slaaponderzoek gepland. We spijzen de portemonnee van de dokters weer goed hier!
  • we houden ons ook bezig met het nieuwe huis. Momenteel is de moed me even in de schoenen gezonken. Doordat we verkeerde informatie kregen, moet alles nu anders en niet in goeie zin. Zelfs in die zin dat het anders misschien wel een ‘nee merci’ was geworden. We moeten voort, dus we maken er het beste van… maar het pikt toch even.
  • moet ik nog een doopfeest geregeld krijgen. De datum ligt vast, nu nog zorgen dat de genodigden ook iets te eten kunnen krijgen. Het zou wel al helpen als de zalen die je aanschrijft eens zouden willen antwoorden.
  • lopen de frustraties op werkvlak hoog op. Dit keer omwille van een IT-probleem dat al anderhalve maand speelt en grote impact heeft op onze manier van werken. Oplossingen schijnen zeer moeilijk te vinden, dus wij zoeken wanhopig naar manieren om toch iets afgerond te krijgen. Het helpt niet om de moed en de zin erin te houden.
  • loopt het schooljaar al ten einde en dat zal toch raar doen. Wat is ons patatje op dat jaar gegroeid! Fysiek, maar ook mentaal. Het is fijn om te zien dat hij toch wel een hoop vriendjes heeft (of ja eh, vooral vriendinnetjes), dat hij blijkbaar goed meedoet en dat hij het meestal geweldig tof vindt allemaal. Op motorisch vlak zien we ook veel vooruitgang. Hij durft te springen en klimmen, houdt heel erg van heeeel hard lopen, hij leerde dansen (ok, daar kan hij niks van) en fietsen op een driewieler. Hij knipte er voor het eerst en schilderde heel wat werkjes bij elkaar. Kasper maakte ook kennis met allerlei tradities (sinterklaas, kerstmis, schoolfeest, pannenkoekenfeest, nieuwjaarsbrief, verjaardagen vieren en moederdag), met sprookjes (de drie biggetjes) en met theater. Het zal moeilijk zijn om hem duidelijk te maken hoe lang het zal duren tot het weer school is, dat hij naar een andere juf gaat en dat het merendeel van zijn dikke vrienden niet meer in zijn klas zal zitten. De vakantieopvang is gelukkig min of meer geregeld, dus hopelijk houdt dat zijn hoofdje daar zo wat van weg.
  • doe ik momenteel niets meer van hobby. De zetel is mijn grote vriend en ik besluit steeds vaker gewoon goed op tijd in bed te kruipen. Ik schaam me er niet voor. Dat betert ooit wel weer.
  • netflix werd ook wel weer herontdekt. Ik keek het hele nieuwe seizoen van Orange is the new black en samen met de man zijn we aan House of cards begonnen. Ik ben er niet wild van, maar kijk. We rondden ook al The bridge af. 
  • zoeken we moedeloos naar een manier om Annabelle langer te laten slapen. De laatste weken is ze wakker voor vijf uur en dat is echt te vroeg. We moeten dan ook nog meteen opstaan, want anders wordt Kasper ook wakker en die kan zijn slaap echt wel gebruiken. Het zal allemaal wel wezen dat de ochtendstond goud in de mond heeft, maar zelfs om zes uur vind ik het moeilijk om dat zo te voelen.
  •   zoeken we even wanhopig naar een oplossing tegen vliegen. Ik probeerde al een zelfgemaakte val, lavendelkaarsen, een zelfgemaakt blad met omgekeerde plakband en deze nacht staken we een machientje in het stopcontact. Nog steeds vliegen hier een stuk of zeven van die rotmormels rond. Ik moet niet met iets van eten bezig zijn of ze staan er allemaal. En zelfs gewoon in de zetel zitten lukt niet zonder dat ze continu rond je hoofd brommen en op jou rondkruipen. Zot word ik daarvan! Dat een vlieg maar een dag of desnoods enkele dagen leeft, is trouwens een fabeltje. Tenzij we met nakomelingen te maken hebben, maar dat vind ik pas een héle enge gedachte…
  • deed ik zesentachtig pogingen om nog eens op dieet te gaan, maar het lukt niet echt. Ik kocht allerlei boeken ivm het DASH-dieet, omdat dat ook zou helpen tegen hoge bloeddruk. Aangezien die zelfs met verdubbelde medicatie te hoog blijft, wilde ik dat wel een kans geven. Alleen zou ik niet weten hoe ik dat allemaal geregeld krijg op drie minuten, bij wijze van spreken, dus voorlopig doen we niets. Ik probeerde toch al minder prefab-eten te kopen (microgolfmaaltijden ed) en hield dat mischien 3 dagen vol. Ik maakte plannen om de dag voordien al voorbereidselen te treffen voor het avondeten, maar aangezien ik niet weet wat daarbij het gerecht compleet om zeep helpt en wat prima kan, laat ik het ook maar. Zodra mijn hand terug volledig bruikbaar is (normaal gezien volgende week zondag), maak ik er toch nog eens werk van..
  • wachten we op het werk op ‘een grote aankondiging’ die er in juni zou komen. Met angst en beven, maar tegelijkertijd willen we stilletjesaan wel eens gaan weten hoe of wat. 
  • ben ik met ynab gestart en toch ook alweer gestopt. Ik vond het schitterend, maar in plaats van rust in mijn hoofd kreeg ik er vooral stress van. Het leek constant alsof we diep in het rood gingen, terwijl dat echt niet het geval was. Misschien deed ik iets fout, misschien lag het gewoon aan mij of aan het feit dat wij wel al redelijk bewust met ons geld omgingen, maar ik werd er echt ongemakkelijk van. Ik ga nu wel een excelsheet aanleggen om bij te houden wat we uitgeven en zo te zien waar we zouden kunnen besparen als het nodig wordt in de loop van het hele nieuwbouwverhaal. Dat zou niet nodig moeten zijn, maar een mens weet maar nooit… 
  • proberen we hier zo veel mogelijk te genieten van het mooie weer. We eten vaker buiten en trekken in het weekend vaak met de kroost naar de tuin. Annabelle is nog niet helemaal mee in het verhaal, maar Kasper vindt het geweldig!

 

Kasperpraat / Gesprekken met Kasper.

  • Een giraf is mijn liefste dier en geel is mijn liefste kleur. Dat klinkt toch eigenlijk wel überschattig?!
  • ‘Ik ga dat wrattenzwijn kiezen. En ook deze pandabeer.’ Vader reageert dat er duidelijk was afgesproken dat hij één knuffeldier mocht kiezen in de winkel. ‘Maar die pandabeer is wel voor Annabelle he!” Dedju, zo grappig dat vader toestemde.
  • Juf A heeft een liefbeestje voor mij gemaakt en dan moet ik de stippen daarop tellen.
  • Tante Tinne is dood, hé. Dan kan ik niet meer daarmee spelen. Als hij dat ooit op school zegt, denken ze dat er zich hier recent drama’s hebben voorgedaan. Terwijl dat al bijna dertien jaar geleden is en hij er dus van zijn leven niet mee heeft gespeeld. Toch herhaalt hij dat héél vaak.
  • Kasper slaapt zonder pamper sinds een tijdje en na de eerste nacht was hij heel trots op zichzelf. In de winkel ziet hij iets dat hij graag wilt. ‘Mama, dat is voor kindjes die zonder pamper slapen.’ Uhm ja, ik denk dat het ook mee naar huis is gegaan. Misschien zo.
  • ‘Moet ik vandaag naar de abewaking?’ Intussen zegt hij het correct, maar hoewel hij wist dat het nabewaking was en het ook prima kon zeggen, heeft hij dat heel lang zo genoemd.
  • Op de speelplaats vraagt Kasper of we naar ons nieuw huis gaan kijken. Euh? ‘Ja’, zegt de juf van de nabewaking, ‘hij heeft dat hier helemaal zitten vertellen. Dat jullie in een nieuw huisje gaan wonen en dat hij dan ook een nieuwe kamer krijgt en dat Annabelle naast hem in zijn kamer gaat slapen dan.’ Hahaha, we waren aan het overwegen of we een nieuwbouwwoning zouden kopen en waren eens gaan kijken waar die grond gelegen was. Al de rest heeft hij zelf verzonnen. Aan fantasie geen gebrek!
  • Die saus / dat medicijn / die groente is een beetje zuur, hé mama. Voor alles wat hij niet zo lekker vindt. Zuur is zeker een excuus om het niet te hoeven opeten.
  • Opa, ik wil een gaatje eten van jouw kaas.
  • Jij hebt precies een walvis vast! Een sandwich met een deuk in dus.
  • Er ligt precies een boom op jouw bord. Mijn risotto neemt blijkbaar vreemde vormen aan.
  • Ik ga alle boterhammen opeten en alle vleesjes van K3 en dan ga ik aaaaaaalle koeken van Annabelle opeten en jouw pudding. Hoor hem bezig, ons muizenetertje.
  • ‘Ik heb vandaag een geel cadeautje gemaakt. Maar ik mocht het van juf A niet vanbinnen verven.’ En wat zit er dan in dat cadeautje? ‘Niks, het is gewoon een cadeautje.’ Oh ok. En wat ga je daar dan mee doen? ‘Aan mijzelf geven.’ Presentjes voor uzelf, dat moet je al van jongsafaan leren.
  • K: Mamaaaa. Ik: Ja? K: Dat is wel niet tegen u, he! Ik ben wel tegen mama giraf aan het praten. OK dan.
  • K: Mama, wat eet de oryx? Ik: euh, dat weet ik niet zo goed, vent. K: Ga jij dan op je telefoon kijken? Google to the rescue, héél vaak.
  • Ik: Kijk, Kasper, Jeroen gaat een taart maken met citroen. Dat vind ik wel heel lekker! K: Kijk, Annabelle, Jeroen gaat een taart maken met citroen. Dat vindt mama wel heel lekker! Groot tegen klein in het kwadraat dan.
  • Kasper vraagt in de auto aan mij of ik een kraai een leuk dier vind. ‘Ik vind wel dat die een grappig geluid maakt, een kraai’, zeg ik. ‘Papa, paaapa. Mama vind dat een kraai een grappig geluid maakt!’ Die zit daar gewoon naast en heeft mijn antwoord dus ook wel gehoord, hé flippo.
  • Mama, ga jij aan mijn spierballen voelen of ik sterk ben? Ik knijp in zijn spierballen. Maar nee, hier! Wijst naar elleboog.
  • Mama, ik ben wel heel moe, ik moet in mijn bedje slapen. Niet geheel toevallig eindigt dat meestal zonder slapen, maar intussen heeft hij dan toch een paar minuutjes kunnen tutten.
  • Kasper mag soms een balletje draaien in de supermarkt, als hij flink is geweest. Meestal zit er een diertje in. ‘Hoe heet deze?’, vraagt de echtgenoot. ‘Kididi’, zegt die kleine bloedserieus. Intussen hebben we hier dus inderdaad een Kididi, die regelmatig ter sprake komt. De week nadien draait hij hetzelfde eendje, maar dan in het geel (Kididi is paars). ‘Hoe heet deze?’, vraag ik. ‘Spaghetti.’ Wij liggen al in een deuk. ‘Spaghetti met soep is die zijn naam.’
  • We zitten in de auto en plots: ‘Mamaa? Maaamaaaaa.’ Wat is er jongen? ‘Mama, ben jij mijn moeder?’ Ja. ‘En wie is papa dan?’
  • Mama, jij moet Annabelle misschien op de grond zetten. Hij wilt graag zelf met mij spelen …
  • Mama, Annabelle wil graag een koek. Een gevalletje van projectie!
  • De juf van de nabewaking vertelt dat Kasper op een bepaald moment niet zo goed had geluisterd. De juf had gevraagd: ‘Seg, waar zijn jouw oren?’ Meneertje had geantwoord: ‘Thuis. Mijn mama is die vergeten mee te geven!’
  • De mama van R is naar mijn school gekomen. Maar de mama van R heeft geen pomp, he mama? Cfr mijn insulinepomp dus.i
  • Dat heb jij lekker gemaakt! Bijna iedere dag. Bij voorkeur wel voor hij nog maar een hap heeft gedaan, achteraf zijn de meningen soms anders.
  • Juf A, wij gaan spaghetti eten, hoor! Euh? Wishfull thinking, makker.
  • Kasper, we gaan binnenkort je tutjes in de vuilbak gooien, he. ‘Ja ja, op de gele dag.’ Alles wat hij niet zo graag wilt, moet altijd op die gele dag gebeuren.
  • Maar mama, jij hebt lang haar! Ik wil dat niet! Jij moet een staart doen. Iedere. Dag. Opnieuw. Meneer wil niet dat ik mijn haar los doe. Op mijn vraag waarom: ik ben daar bang van.
  • Er was een kuikentje in onze klas, mama. Oh! Wat leuk! Een echt kuiken? Of een knuffel? Ma nee! Een echt! Het moest op de handdoeken blijven. Oh. En mochten jullie dat kuikentje aaien? Ja. Maar ik wou dat niet. Oh, was je een beetje bang? Maar wel veel, hoor! Ik heb dat niet geaaid. Maar M wel, hoor! Later bleek de hele klas dat dier geaaid te hebben, alleen meneertje brulde de boel bij mekaar.
  • Ga jij dat boekje voor mij voorlezen? Tegen een meisje van 4,5 dat dus duidelijk zelf nog niet kan lezen.

 

Losse flarden.

  • Ik kocht dus een auto. De zoon duidt hem aan als ‘de blauwe auto’ en ik vind dat accuraat gezegd. Metallic blue, heet de kleur. Voor zij die meer details willen: een toyota yaris, vijfdeurs, automaat. Geen hybride, die ze ons probeerden aan te smeren, want als je alleen rond de kerktoren rijdt, verdien je dat niet terug.
  • Er staan na een kleine maand toch al 547km op de teller. De echtgenoot reed er al twee keer mee naar Brussel, maar al de rest deed ik toch zelf. Vele tripjes naar school, een paar keer zelfs naar Antwerpen, naar mijn mama en naar de verschillende dokters, … . Ik doe het niet graag, ik sta doodsangsten uit en ik mis mijn fietske, maar die automaat maakt wel het verschil tussen doodgaan van de schrik en niét rijden en tussen behoorlijk wat stress en angst, maar toch achter het stuur kruipen. 
  • Ik merk trouwens dat ik beter rijd met een gezel om mee te praten. Ikzelf en de radio, dat laat mijn gedachten meteen afdwalen en dat is eh… niet zo goed.
  • Die school waar ik iedere dag naartoe rijd, die is ook wel een extra puntje waard. De eerste twee dagen deed de zoon het daar prima, alleen de grote speelpaats vond hij niet zo leuk. Na het eerste weekend liep het echter helemaal mis: hij vergrootte die speelplaats uit en plots was alles stom, iedereen stom en wilde hij nooit meer naar school. Dinsdagochtend gaf hij van pure stress zijn fles melk over, ocharm, maar aangezien hij voor de rest ok leek, bracht ik hem toch naar school. Hij had de hele dag nergens meer last van, dus het bleek de juiste keuze. Toen ik hem dinsdag afhaalde en hij werkelijk de héle avond zei dat hij niet meer wilde gaan, brak mijn hart. Hij huilde er soms bij, vroeg altijd knuffels, probeerde mij echt te overtuigen dat school stom was en dat ik dus goed gek zou zijn van hem te sturen… Die avond bij jet slapengaan riep hij mij 4x terug en snikte dat hij niet meer naar school wilde gaan. Ik toonde begrip, ik probeerde hem te overtuigen van de leuke dingen, ik zei dat wij ook soms dingen eng vinden maar het dan toch doen… De vierde keer verhief ik mijn stem, zei dat ik nu niet meer naar boven ging komen en hij ging dus maar slapen… om dan de hele nacht in zijn slaap op ons te roepen en te snikken. Mijn hart! Hij stond ’s ochtends al meteen op ‘mama, ik wil thuisblijven’ en met weer de nodige huilbuien. Het moment van afzetten was afschuwelijk. De dagen nadien werd het gelukkig wel beter: er werd met water gespeeld owv de hitte, altijd een winner. Er was een discospeeltijd met dansen, wederom een hit. Er was een offerfeestdag waarop ze maar met vijf kindjes in de klas waren, dus kregen ze veel exclusieve aandacht en gingen ze zelfs met de juf naar de winkel om fruit te kopen. Alweer een succes in dat Kasperhoofdje. Iedere dag blijft het bang afwachten welke pet hij opheeft (het was leuk vs. ik ga nooit meer terug), maar ik durf er wel terug van uitgaan dat het goed gaat komen.
  • Kasper is trouwens altijd een heel voorzichtige geweest, tot op het belachelijke af. Daardoor had hij opvallend weinig blutsen en builen. Op 31 augustus gingen we nog zven de nieuwe fietsersbrug aan park spoor noord bewonderen en in zijn enthousiasme viel meneer echt hard. Voor de eerste keer in zijn 2,5-jarige leven had hij bloedende knieën. Serieuze schaafwonden, maar na een half minuutje verbeet hij stoer de pijn en zei dat hij wou verderwandelen. Begin deze week stuikte hij op school af een rups op de speelplaats, met als resultaat een volledig geschallodderd gezichtje. Zijn neus volledig bebloed, zijn wang, zijn lip, een dikke buil, … . De dag nadien had hij weer plots een vele kring rond zijn oog. Ergens tegen gelopen? Hij lijkt plots te willen inhalen wat andere kindjes op hun hele leventje al gehad hebben. Dat belooft voor de komende weken :p. (Ik ben stiekem wel blij dat hij wat minder voorzichtig is, hoor, al klinkt dat misschien gek…)
  • We zijn ijverig aan het werk om de boekenkamer in een grote kamer voor Kasper om te toveren. Dat betekent wel dat we een slordige 700 boeken en minstens zoveel cd’s door onze handen moeten laten gaan en besluiten of we ze bij gaan houden. Ik ben best marie-kondoïaans te werk gegaan en heb dus heel veel buitenggesmeten. Het is te zeggen: op de stapel ‘weg’ gezet. Intussen zitten alle boeken in dozen en kunnen we bekijken of er mensen in geïnteresseerd zijn. Indien niet, zal het toch de ruilcontainer op het containerpark worden, want wij kunnen ze gewoon niet houden. 
  • De dochter startte in de crèche en doet dat goed blijkbaar. Flinke meid! 
  • Ze drinkt wel bijzonder slecht en daarom moeten we van verschillende kinderartsen met papjes beginnen. Zucht. Uiteraard zat dat moment eraan te komen, maar ik zie er vreselijk tegenop. Het wordt zo’n gedoe en het zal ons ook sterk in onze vrijheid beperken. Nu gaan wij op zaterdagochtend bijvoorbeeld al eens graag naar de bibliotheek, gaan dan naar de markt en eten dan onderweg kibbeling en/of een hamburger. Voor de juffrouw namen we dan een flesje mee en aangezien dat niet opgewarmd hoeft te worden voor haar, konden we dat dan overal geven. Dat zal wel een heel ander verhaal zijn met die groentepap …
  • Ons Kaspertje heeft sinds de start van het schooljaar al drie kotsepisodes gekend. Eens eenmalig, eens een halve zondag en afgelopen weekend was hij het hele weekend knock-out. Het braken stopte wel zaterdagochtend, maar hij bleef een vodje tot maandag. Ik maak me steeds meer zorgen over de frequentie van dit soort toestanden bij hem, maar hij speelt het altijd klaar om dat voor te hebben op momenten dat we er niet mee naar een kinderarts kunnen.
  • Ik heb vandaag voor het eerst sinds maanden een paar uur voor mijzelf. Allez ja, euh… Het is de bedoeling dat ik probeer iets te doen aan de staat van ons huis, want het is hier een waar stort, al wekenlang. Tot nu toe deed ik een dutje. Oeps. Sorry, liefste, maar nachten en nachten op rij een paar uur wakker zijn met de baby, dat hakt er behoorlijk in. Ik ga er NU dus invliegen.
  • Kasper is geweldig aanhankelijk dezer dagen. ‘Mamatje, ik vind jou lief…’ ‘Waar is mijn pappie nu? Ik wilt papa knuffelen.’ ‘Bellieeeee! Aai, Bellie. Ik hebt ze gemist, mama!’ Of op een moment dat hij eventjes in ons bed lag, een kwartier voor de wekker: ‘mama, jij moet aan mij komen’, waarop ik mijn hand op zijn rug legde. ‘Nee, aan mijn (ge)zicht aaien!’. Ok dan :D. Dat is allemaal sinds de start van de school, dus ik vermoed dat hij toch wat extra veiligheid zoekt.
  • Ben ik de enige die na twee weken school al geen inspiratie meer heeft voor de brood-/fruit-/koekendozen? Ze mogen niks meenemen dat een lepel of vork behoeft, ik ga geen uren in de keuken staan en het moet liefst ook nog iets zijn dat hij lekker vindt, uiteraard. En als het eventjes kan, wil ik ook nog dat hij vitaminen en voedzame dingen binnenkrijgt, aangezien er nu geen back-up is van de crèchedagen waarop hij sowieso zijn porties groenten en fruit binnenkreeg. Enfin, wij overleefden ook op bokes met kaas of hesp en een koek tijdens de speeltijd, zeker?

Brieven aan Kasper: een eind en een nieuw begin.

Mijn lieve, lieve, lieve Kasper

Voel je aan de aanspreking al dat dit misschien sentimenteel gaat worden en dat ikzelf er toch wat emotioneel van word? Het is me ook wat, he… Morgen begint jouw schoolcarrière. Vier jaar kleuter, zes jaar lager en hopelijk zes jaar middelbaar liggen voor je. Een hele lange periode, iets dat we geen van allen nu kunnen overzien.

De laatste dag in de crèche is al een tijdje gepasseerd en het was heel duidelijk dat ze je daar wel gaan missen. Je liep de hele dag achter de verzorgsters om met hen te babbelen en dat waren ze niet gewoon. Ze genoten van je gekwebbel en je deugenieterij. Je zult de dames nog wel te zien krijgen als we je zus gaan brengen of halen, want zij zal over enkele weken jouw plekje innemen.

Of je klaar bent voor school, vragen veel mensen. Ik denk het wel. Je bent niet zindelijk, maar daar maakte je juf gelukkig geen probleem van. Je motoriek is niet je sterkste kant en je perfectionisme (Echt! Op twee jaar…) maakt dat je dingen ook niet wilt proberen als je niet zeker bent dat je het kunt. Daardoor bestaat dus de kans dat je je brooddozen en koekjesdozen niet zelf zult opendoen, ook al zou je dat met wat oefenen best kunnen. 

Wat je motorisch niet hebt, compenseer je verbaal wel ruimschoots. Je kwebbel staat geen drie seconden stil en je becommentarieert alles en iedereen. In de crèche kon je de baas spelen, gewoon omdat jij het best kon zeggen wat er gespeeld moest worden of hoe de regels zijn. Ja, een kleine klikspaan ben je wel… Op school veronderstel ik dat je minder het overwicht zult hebben, vooral omdat je in een graadklas terechtkomt. 

Je blijft een klein pagaddertje en mijn hart lag bij het kennismakingsmoment wel even in duizend stukjes. Er was een hele tafel met auto’s en een wegenparcours, maar jij kon daar gewoon niet aan. Je zou met een auto op de rand kunnen rijden, zonder enig idee wat je vriendjes op dat bovenblad doen! Je mocht ook eens naar de wc gaan kijken en het bestaat gewoon niet dat jij daar van zijn leven zelf opgeraakt. Slik. 

Je was wel verlegen op het kennismakingsmoment, maar je wilde ook al meteen beginnen spelen. In die mate zelfs dat je hysterisch begon te brullen als we naar huis gingen… Als je al een enigszins goeie indruk had nagelaten, heb je die daarmee echt wel verknald, makker.

Laat dat nu net mijn grote angst zijn, Kaspie. Dat ze daar niet gaan zien wat voor heerlijk mannetje jij bent. Dat je tofheid verzuipt in de overweldigende indruk die alle wijzigingen gaan nalaten. Ik verwacht namelijk dat je toch wel zwaar onder de indruk gaat zijn en dat het een paar weken gaat duren voor je je draai hebt gevonden. Ik ga er wel vanuit dat je het allemaal leuk gaat vinden. Op termijn dan toch.

Deze vakantie met jou was heerlijk, mijn grote vriend. Je blijkt enorm zorgzaam te zijn voor je zus, zelfs voor mij als ik eens een traantje pleng, je wilt me bij alles helpen, … . Je speelt flink alleen, maar je bent ook geweldig knuffelig en legt zo vaak vol vertrouwen je handje in de onze als er weer eens een van jouw fantasierijke plannen uitgevoerd moet worden.

Kaspiewaspie, ik zie je graag en ik ben enorm trots op jou. Omdat je in bad met de letters speelt en dan zegt: ‘deze is van Annabelle en Arthur en Amber en deze van tante Dana en deze van Fatima en deze is een slangetje, die is van Sieger en Souffian’. Omdat je vandaag voor het eerst zo hard viel dat er bloed aan te pas kwam en je maar een half minuutje heel hard huilde en dan stoer verder stapte. Omdat je met mij naar een natuurdocumentaire wilt kijken en daar heel erg van geniet. Omdat je zoveel dingen plots kunt en je langzaam maar zeker echt een grote kerel bent. Omdat je tegelijkertijd soms zo klein bent nog en dat dan toch probeert te overwinnen. Omdat je iedereen helemaal inpakt bij eender welk contact: de dokter, de crèche, voorbijgangers op de markt of in de winkel, … . 

Kasper, ik hoop heel erg dat je school leuk gaat vinden. Geef het wat tijd en dan komt het wel goed. Iedere avond mag je in de zetel komen crashen en dicht tegen ons aankruipen als je het toch allemaal wat veel vindt, ok? Je gaat het kunnen. Veel succes!

Je fiere mama

Losse flarden.

* We weten naar welke school Kasper mag. Of moet, want we zijn toch echt teleurgesteld. ‘Dan had je die school niet op de lijst moeten zetten, he’, reageerde een collega. Toch wel, want anders liepen we het risico gewoon géén plaats te hebben. Het is nu zo en we zullen er maar het beste van maken. We moeten het op zijn minst een kans geven.

* Het is toch niet te geloven hoe je al van voor Kerstmis iets wilt vragen of bespreken in therapie, maar er nog altijd niet in geslaagd kunt zijn. Intussen worden er gesprekken gevoerd, het ene al zinlozer dan het andere, en ik kan het alleen mezelf verwijten. ZUCHT.

* Het is wederom megadruk op het werk en ik zit de meeste avonden nog wat te knoeften aan mijn laptopje. Kwart voor twaalf was het gisterenavond. Lomp, goed zot, ik weet het. Nog vier weken werken en het zal deugd doen als dat wegvalt.

* Intussen hebben we al een week geen warm water meer. Gelukkig werkt de verwarming nog, maar het is toch wreed ongemakkelijk. Ik douche normaald elke dag en dat is heus niet alleen omdat ik dat prettig vind. Mijn haar wordt idioot snel vet en ik moet toch onder de mensen durven te komen, he. Eens vlug douchen bij de schoonmoeder, langs mijn mama rijden voor een snelle douche en verder nog wat thuiswerkdagen (zodat ik geen kat moest zien) en zo zijn we die welek doorgeraakt. Morgen gaan ze het probleem komen oplossen of dat hopen we dan toch.

* We zouden voig weekend naar de zoo gaan, maar een buikgriep bij de zoon strooide roet in het eten. Maandag trotseerden we dan letterlijk weer en wind en gingen wandelen op de vesten in Lier. Kasper wandelde superflink, mijn buik en lijf werkten prima mee en op een bepaald moment begon het weer zelfs op te klaren. Al bij al was het dus een fijne dag!

Twee jaar.

Mijn lief, klein varkentje,

Oh, oh, oh … Twéé jaar ben je vandaag geworden. Het is nauwelijks te bevatten hoe wij twee jaar geleden nog vol verwachting uitkeken naar je komst, totaal niet beseffend hoe erg je ons leven zou overhoop gooien. Waar je eerste jaar toch niet echt een walk in the park was, was je tweede levensjaar dat eigenlijk wel. Je was vrolijk, je bouwde een duidelijke band met ons op, we konden met jou overal komen, je begon te stappen en je praatte zowat het hele jaar lang de oren van ons hoofd. De laatste weken of zelfs maanden ben je het heerlijkste kind ooit. Soms heb je wel eens van die kolerieke aanvallen (terrible two, anyone), maar voorlopig blijft dat binnen de perken. Je weet de wereld om je heen goed te commanderen, maar zo lang je geen onredelijke eisen stelt, gaan wij daar graag in mee. Toch hoop ik dat je dat in de komende tijd wat gaat afzwakken, want het is wel de bedoeling dat je veel vriendjes blijft behouden. 😉

In de crèche hoorden we al dat je geen kindje bent om alleen te blijven. Je bent door het dolle heen als je samen mag spelen. Ook op familiefeestjes hebben we dat al gemerkt; waar veel kleintjes van jouw leeftijd in het begin vaak nog wat terughoudend zijn, ben jij meteen degene die op de ander afstormt en enthousiast wilt beginnen spelen. Wel, lieve vriend, we hebben goed nieuws; je krijgt er over enkele maanden een zusje bij. Een minimensje om héél veel samen mee te spelen. Je zult nog wat geduld moeten hebben (baby’s kunnen nog niet zo heel erg veel, weet je wel), maar jullie tijd komt wel. Dat hoop ik in ieder geval vanuit de grond van mijn hart. Als ik zie hoe je omgaat met de babietjes in de crèche, denk ik wel dat het goedkomt. Je begint ook te beseffen dat er een baby in mama’s buik zit. Als je je elleboog recht in mijn buik plant, dan zeg ik ‘hela, niet op de baby duwen, he’ en dan begin jij daar voorzichtig over te aaien. Als je ergens iets over een baby opvangt, zegt je ‘zusje’. En als we zeggen dat grote jongens geen tutjes nodig hebben tijdens het spelen / overdag / … , dan zeg jij ‘Tutje bedje, tutje auto. Nee tutje nodig. Baby wel.’ (We hebben je dan wel goed gedrild, maar de werkelijkheid loopt helaas vaak anders.)

Je bent lang heel enthousiast geweest als je naar de crèche mocht, maar de laatste weken is dat iets minder het geval. Als ik zeg dat je met de andere kindjes mag gaan spelen, zeg je steevast: ‘Nee ander kindjes spelen. Kapper hier blijven. Kapper auto/blokken/boe(rd)erij spelen.’ Enkele weken geleden zijn twee van je grote vriendjes naar school getrokken en ik veronderstel dat dat er wel wat mee te maken heeft. Vandaag bleken ook je laatste twee grote vriendinnetjes aan dat grote avontuur te gaan beginnen. Mijn hart brak in duizend stukjes, jongen. Ik weet dat dat nu eenmaal de gang des levens is en die dames waren er ook gewoon helemaal klaar voor, maar nu wordt het voor jou toch wel heel erg wennen. Dat waren de enige kindjes waarover jij thuis kwam vertellen en nu plots zijn die allemaal weg. Je zegt dat dan ook zo: ‘Alicia weg, chool’. Krak, doet mijn hart dan iedere keer. Toch hoop ik dat je je draai weer gaat weten te vinden, want het zal toch nog een goeie zeven maanden duren voor ook jij de grote overstap naar school mag maken.

Volgens de dames van de opvang hoeven we ons over die grote sprong alvast geen zorgen te maken. Je zou er zelfs nu al klaar voor zijn, zeggen ze. Ikzelf denk dat je misschien best toch eerst nog wat beter leert luisteren, meneertje. Het is niet dat je het niet kunt, maar als je met iets bezig bent … dan mogen we het vergeten. Dan lijk je oostindisch doof. Als we erin slagen je aandacht te vangen, dan doe je flink wat we vragen en vaak nog enthousiast ook. Als we je echter uit je spel proberen te halen, dan gebeurt er helemaal niks. Daarnaast hoop ik ook nog je droog te krijgen tegen dan. Het is niet verplicht, maar het lijkt me toch wel handig. Voor de juf, voor jezelf, voor ons … . Je doet al een paar keer per dag een plasje op het potje (hier thuis alvast), maar ook daar weer is je aandacht vaak te veel op je spel gericht om eraan te denken. Als je echter zégt dat je pipi moet doen, is het negen van de tien ook echt waar. Als we het vragen en je zegt ja, dan blijkt dat meestal ook te kloppen. Goed zo, grote man!

Eigenlijk kan je al zo veel, maar je bent niet altijd vragende partij om nieuwe dingen te leren of te doen. Veel kindjes hebben op jouw leeftijd iets van ‘zelf doen’ of ‘ikke doen’, dat heb jij helemaal niet. Als ik je vraag of je zelf je schoenen wilt aandoen (er zelf instappen dan, hé, ik verwacht heus niet dat je veters gaat strikken!), dan zeg je nee. Pas als ik je eerst heb laten zien dat je dat heus wel zelf kunt als ik de schoentjes klaarzet, vind je het plots de max. Je vraagt standaard om te helpen met eten, maar als ik dan zeg dat je dat heus wel zelf kunt, doe je het plots toch. Bij alles waarbij ik zeg: ‘doe dat maar zelf’, zeg je eerst heel hard ‘neeeee’. Tot ik je voldoende stimuleer en je laat zién dat je het wel best zelf kunt en dan kan je eigenlijk alles wat ik van je vraag. Een beetje vertrouwen in jezelf, ventje, dat mag wel.

Ik vind je ook bijzonder opmerkzaam en zelfs zorgzaam. Als je de plakker van mijn sensor ziet, zeg je ‘mama pijn?’. Als ik zeg dat ik je niet de trap op kan dragen, omdat mijn knie pijn doet, dan vraag je uren na datum nog eens ‘mama knie pijn?’. Als ik in de zetel zit en plots een kramp in mijn tenen krijg en dus ‘au!’ roep, kom je naar me toe en aait over mijn voet. En als ik per ongeluk in de zetel in slaap donder, dan laat je me eerst een beetje knorren en dan kom je heel zachtjes over mijn arm aaien en zegt stilletjes: ‘mama?’. De laatste keer schonk je me zelfs je tutje! En als ik mij aan het klaarmaken ben, dan vraag je ‘Kapper mama schoenen halen?’. Ja hoor, vriend, ga ze maar voor me halen. Da’s weer een keertje minder bukken voor mij. Je deelt ook makkelijk met anderen. Uiteraard is je eerste reactie om heel hard nee te roepen als iemand iets wilt dat jij als jouw eigendom beschouwt en natuurlijk ben je soms iets te voortvarend als je een leuk speelgoedje in de handjes van een ander kindje ziet. Dat is normaal op jouw leeftijd. Als wij echter zeggen: ‘Nee, Kasper, geef die auto/die pop/dat boekje aan dat ander kindje’, dan doe je dat flink. Als we zeggen: ‘geef je neefje ook maar een druifje’, dan begin je op slag je halve bakje uit te delen. We hebben al verschillende mama’s verbaasd horen zeggen dat hun kleintje dat echt niet zou doen, zo braaf alles afgeven als ze dat bevel krijgen. Houden zo!

Lieve jongen, ik hoop dat het komende jaar met jou even heerlijk wordt als het vorige. Iedere dag weer valt mijn mond open om wat jij allemaal bijleert (nieuwe woorden, zinsconstructies, plotseling ken je blijkbaar een aantal kleuren, je herkent het getal 1 en 2, je zegt plots de tekst van allerlei liedjes, je voetbalt als de besten, … ) en ik hoop dat te mogen blijven bewonderen van op de zijlijn. Ik hoop ook uit de grond van mijn hart dat jij altijd zult blijven onthouden dat mama en papa jou heel graag zien, ook al komt er een nieuw zusje en zal het dus misschien soms een beetje wennen zijn. Ik duim ook dat je de stap naar de school goed zult verteren en dat je ergens terecht mag komen waar er voldoende ruimte is om én nog klein te zijn (en te slapen, bijvoorbeeld), maar ook om te groeien binnen jouw eigen mogelijkheden. Mama en papa zullen hun best doen om zo’n school voor je te vinden, maar we hebben er zelf bijzonder weinig aan te beslissen. Ik wens dat je zo vrolijk in het leven zult blijven staan als nu, zo aanhankelijk ook, zo schattig en zo zorgend.

Vandaag kreeg je op de crèche al een kroon en een ballon. Bij thuiskomst bleek oma je een keukentje te hebben gegeven, zodat je samen met mama kunt koken. Morgen krijg je van moeke een pop, waarvan ik gok dat je ze heel leuk gaat vinden. Als ik al zie hoe je omgaat met je knuffels en hoe die ook pampers moeten krijgen, dekentjes over hen heen moeten en hoe je ze ook tutjes geeft, veronderstel ik dat dat met een pop alleen maar meer gaat worden. Zaterdag is het dan feest voor je verjaardag en dan zal je helemaal overstelpt worden met cadeaus en aandacht. Ik veronderstel dat het wat veel van het goede zal zijn, maar geniet er toch maar van. Je verdient het namelijk allemaal, want je bent onze eigen superzoon. Je bent meer dan we ons hadden kunnen dromen. Een héérlijk ventje.

Gelukkige verjaardag, cutiepie!

 

 

Op zoek naar een school.

Eind deze maand wordt onze allerliefste zoon twee. Dat betekent dus dat hij in september volgend jaar naar school mag. Tegen dan veronderstel ik dat het hoog tijd zal zijn voor hem. In de crèche zeggen ze nu namelijk al dat hij er eigenlijk klaar voor is en al zijn grotere vriendjes zijn na de kerstvakantie naar school getrokken of zullen dat in februari doen. Hij zal blijkbaar zeven maanden lang de oudste zijn.

Als je niet in een stad woont, kies je hoogstwaarschijnlijk naar welke school je je kind wilt sturen. Degene die het dichtst bij is, die een onderwijsprincipe aanhangt dat je wel bevalt, waar de kindjes van je vrienden gaan, … de redenen kunnen heel divers zijn. Zo niet in Antwerpen. Wij hebben een brief aangekregen en een lijst met alle mogelijkheden. Er staan data naast van wanneer je eens mag gaan kijken. Je wordt dan geacht een keuze te maken en een voorkeurslijstje op te geven. Dat moet je dan via een website doorgeven en ‘de stad’ gaat dan bepalen naar welke school je kindje mag. Als je geluk hebt, is dat er eentje van je lijst. Als je pech hebt … niet. Ze raden aan om toch een redelijk aantal scholen op te geven, zo vergroot je je kansen. Concreet wilt dat dus zeggen dat je alles moet opschrijven waar je geen absoluut ‘nee!-gevoel’ bij hebt.

Over twee weken hebben wij zowaar drie dagen (!) vakantie om wat scholen te gaan bezoeken. We zijn niet meteen bekend met het gamma hier, dus als we niet ‘blind’ willen kiezen dan kunnen we niet anders. En dan maar heel heel heel hard hopen dat ze met onze keuze rekening houden, want ik zie het niet meteen zitten om eerst twintig minuten uit de richting te fietsen, de zoon af te zetten, die twintig minuten terug te rijden en dan pas richting werk te vertrekken. Mij in zesentachtig bochten plooien zal sowieso al moeten met twee kindjes op verschillende locaties, maar dat zou bijvoorbeeld wel vergemakkelijkt worden als de school een zijstraat verder is dan de crèche in plaats van aan de andere kant van het district. Of als de school geen al té grote ouderparticipatie vraagt, want wij willen graag meehelpen maar kunnen niet om de vijf voet voorleesouder, zwemmama of breipapa komen spelen.

Ik zal blij zijn als het hele gedoe achter de rug is, want hier krijg ik dus echt stress van. Het is niet het feit dat je een keuze moet maken, waar ik het moeilijk mee heb. Net met het feit dat die keuze er eigenlijk ook niét is, want dat een ander gaat bepalen waar jouw kind naartoe moet … wel.