De zomer – week vijf.

Op voorhand was ik niet meteen overdreven enthousiast bij het vooruitzicht aan een hele week thuis met Kasper. Dat klinkt waarschijnlijk slecht en schandalig, maar eerlijk gezegd … so be it. Kasper had het de laatste weken nogal lastig met mij en verkoos dus altijd zijn vader boven mij. Als ik probeerde iets van hem gedaan te krijgen, was het antwoord standaard koppig ‘nee’. Hij wilde niks, hij werd om de drie seconden woest en de sfeer zakte meestal dus vrij snel als een pudding in mekaar. Ik gok ergens dat het feit dat ik hem bij zijn operatie ‘naar de slachtbank heb geleid’ en dat ik nadien ook degene was die vanalles van hem moest vragen terwijl hij alleen maar ellendig in een hoekje wilde liggen, deze toestand mee heeft uitgelokt. Ik neem hem dat ook niet kwalijk, maar leuk is toch anders.

Naast Kasper bezighouden, wilde ik toch ook graag het een en ander gedaan krijgen in huis. Onze voorraadkast eens uitmesten (hoogdringend nodig!), de kleerkasten van de kinderen van te klein gerief ontdoen, Annabelle haar kleertjes van beneden verhuizen naar haar kast (wat dus ook betekent dat we ze vanaf nu boven moeten aankleden ipv beneden), de speelgoedbakken eens volledig uitmesten en de box leegmaken en verpatsen. Daarnaast hoopte ik ook nog mijn keuken eens onder handen te kunnen nemen en ‘de administratie’ gedaan te krijgen. Daarnaast hoopte ik toch ook hier en daar wat rust te krijgen, want die had ik wel eventjes heel hard nodig …

Maandag had ik Kasper al uitgeleend aan zijn oma. Die had ook zijn neefje A. uitgenodigd, want die twee pagadders samen, dat is meestal dolle pret. Het plan was om met die mannekes naar de binnenspeeltuin te gaan, maar toen ze daar dan aankwamen, bleek die gesloten. Ik smste nog wat over en weer met mijn moeder om andere suggesties te doen, maar uiteindelijk besloot ze het binnenspeeltuinplan maar te laten varen. Ze gingen naar de gewone speeltuin en in de namiddag trokken ze ook nog naar ‘het bos’, een stuk grond van een vriend van mijn moeder. Daar mochten ze met een kruiwagen rijden en met de bal spelen en appels rapen, meer hadden ze niet nodig. Ze kregen zelfs een ijsje!

Annabelle ging een extra dagje naar de crèche en ikzelf was thuis. Oh, heerlijk, rust! Uhm … Ik begon ‘s morgens al meteen op te ruimen, vanalles overhoop te zetten, de voorraadkast onder handen te nemen, hier en daar al een kleerkast uit te mesten … In de namiddag kwam mijn schoonmoeder langs om te strijken en dan voelde ik me nu toch ook niet voldoende op mijn gemak om zelf even in mijn zetel te liggen of een dutje te doen. Ik maakte dus een broodpudding en een provençaalse gehaktschotel dan maar. De voorbereidingen gebeurden wel terwijl ik met een half oog nog wat afleveringen van Call the midwife bekeek. Toen ik daarmee klaar was, was het alweer tijd om beide kindertjes te gaan ophalen. Ze hadden het allebei prima naar hun zin gehad, ik had toch veel werk verzet, dus dit was al bij al een goeie dag. Intussen had ik ook de box te koop gezet én verkocht gekregen. Hoera!

Dinsdag had ik afgesproken met een vriendin om met haar vier kinderen samen naar de zoo te gaan. Ik wilde dat sowieso al eens doen, want op dinsdag komt mijn schoonmoeder poetsen en dan lopen we in de weg. Zij wilde nog eens afspreken, dus waren dat meteen twee vliegen in één klap. In de voormiddag ruimde ik nog wat op, Kasper keek nog naar zijn geliefde Paw Patrol en liep Moeke wat voor de voeten, eh, hielp Moeke bij het poetsen. Hij deed zelf zijn boekjes en zijn knuffels en dartelde voor de rest wat rond met de plumeau. Om een uur of elf trokken wij tweetjes met de bus naar de stad. De bus is toch altijd nog een belevenis voor de kleine vent, hij vindt dat helemaal super. Ik had al besloten dat we samen eerst in de Quick gingen eten. Kasper smikkelde er vlijtig frietjes met véél mayonaise en kipfingers, ik at een hamburger en wat frietjes en we waren weer voldaan. Zo twee keer op een jaar kan dat me toch wel smaken. Toen was het tijd om naar de zoo te gaan. Kasper had geluk, want hij mocht kiezen naar waar we gingen, zei ons gezelschap. Hij was namelijk een man met een missie … Hij moest en zou mij de slurfhondjes laten zien. Die zaten altijd in het apengebouw en hij keek eigenlijk naar niks of niemand, maar wilde meteen naar hun hok stormen. Ik hield hem nog wat tegen en uiteindelijk kwamen we dan aan hun hok … maar ze waren verhuisd! Grote teleurstelling … Gelukkig kwamen ze later toch nog tegen in het mensapengebouw. Dan wilde Kasper graag naar de koala’s. Helaas was er recent eentje overleden en daarom had de andere rust nodig en die kon je dus niet bezichtigen. Bummer twee. Gelukkig hebben we wel de giraffen gezien en de olifanten, waren de nijlpaarden paraat en konden ze veel pinguins zien. Er waren vogeltjes die in hun hokje bleven zonder glas, omdat de gang donker was. We zagen de beren en de doodskopaapjes en belandden uiteindelijk nog in de zeeleeuwenshow. Toen Kasper die de eerste paar keren zag, sprong hij regelmatig recht van enthousiasme. Dat was er nu toch wel wat af, al zei hij wel dat hij het leuk had gevonden. We bezochten nog wat vogeltjes, zagen de zebra’s nog en toen was het tijd om naar huis te gaan. We moesten immers Annabelle nog gaan ophalen en de betrouwbaarheid van de bussen laat ook soms wat te wensen over … Ik wilde dus zeker op tijd vertrekken. De bedoeling was dat we in het winkeltje nog een dier gingen kopen (hij koos een doodskopaapje – zo een aapje als Pippi Langkous, mama!) en daar ook nog even naar de wc zouden gaan … alleen bleek die wc daar helemaal niet te zijn. De dichtsbijzijnde was … helemaal terug in de zoo. Wij dus terug naar binnen, naar die wc gestormd en dan via een kleine shortcut terug naar de uitgang. Dan zijn we naar de bus gestormd, die gelukkig vrij snel kwam en waar we ook gewoon konden zitten. Kasper was helemaal uitgeteld, maar dat kon ik nu nog wel begrijpen. Hij wil de laatste tijd niet meer stappen en ik had dit keer geen buggy mee … Van het stuk 12u30 tot 16u heeft hij het merendeel gestapt, al betekent dat natuurlijk wel dat ik hem toch nog ongeveer een uur in totaal heb gedragen of in mijn nek heb gezet. Ik was dus ook een beetje gesloopt … We waren ruimschoots op tijd thuis, we haalden Annabelle weer af van de creche en trokken naar huis. Toen we daar aankwamen, was de echtgenoot er al en konden we dus gelukkig snel eten.

Woensdag moesten we in de namiddag op controle bij de NKO-arts. In de voormiddag speelde Kasper voor het eerst een paar keer op zijn eentje boven of beneden, terwijl ik op een andere verdieping vanalles aan het doen was. Mijn werkzaamheden konden zo weer wat vorderen. Ik kreeg wel ook een hoop telefoontjes van de echtgenoot, want er liep voor de verandering weer eens vanalles mis met de regelingen voor het nieuwe huis. Daar zal ik misschien nog wel eens een apart topicje aan wijden … Laten we het erop houden dat het er op een bepaald moment begon op te lijken dat het allemaal niet meer door zou kunnen gaan. Kort voor de middag gingen we samen naar het ziekenhuis, waar we in de cafetaria nog iets aten. Ik lachte me een breuk met die kleine … Het is toch heerlijk om de wereld door hun ogen te zien. Toen belde de echtgenoot met een volgende update en het lachen verging me wel. Er zou een oplossing gevonden zijn, maar die zou dan wel inhouden dat we met het huidige voorstel van de bank akkoord moesten gaan – niet omdat dat perse moest maar omdat er geen tijd meer was om wijzigingen aan te vragen – en dat we daardoor ipv enkele maanden helemaal op het eind van de rit plots bijna twee jaar een dubbele afbetaling zouden moeten doen. Dat was dus hetgeen ik nooit had gewild en wat ik wel tienduizend keer had gevraagd of en hoe we dat konden vermijden …

Gelukkig was bij de NKO-arts wel alles in orde. Kasperito hoort duidelijk beter, zijn keel/amandelen zagen er prima uit en ook in zijn neusje was duidelijk veel meer ruimte om te ademen. Dat hadden we ook al wel gemerkt, dat daar een gigantisch verschil op zat. Alle ellende was dus niet voor niets geweest. Het enige waar ik niet mee kon lachen, was dat ze nu plots zeiden dat hij wel nog een paar weken zijn oren droog moet houden. Ik heb vanaf het begin gezegd dat hij volgende week naar center parcs zou gaan en dat we wel graag zouden hebben dat hij dan gewoon kon gaan zwemmen. ‘Geen probleem, mevrouw, vanaf dat u op controle bent geweest en dat we hebben gezien dat de buisjes goed open staan, mag hij gaan zwemmen zoals alle andere kindjes.’ En nu dan weer dit … Na veel vijven en zessen zou het dan toch mogen, maar liefst met een badmuts en anders mag hij zeker niet een meter onder water gaan zwemmen ofzo. Uhm, ik denk nu niet dat de gemiddelde driejarige dat doet, wel? Vooral bij het haren wassen is het toch echt wel belangrijk dat er geen schuim in zijn oortjes terechtkomt en dus moet hij met twee bekers erop zitten als we het haar afspoelen. Ok dan … Omdat Kasper best weer flink en stoer was geweest, kreeg hij van mij een ballon van Paw Patrol uit het winkeltje van het ziekenhuis. Daar heeft hij dan zo ongeveer de rest van de middag mee zitten spelen, terwijl hij ook ronsprong in de zetel. Ik ruimde nog wat op en bereidde het avondeten al wat voor. Ik was weer helemaal enthousiast; zulke dagen vind ik wel prima!

De bedoeling was dat ik donderdag me dan eens écht met hem ging bezighouden. Weet ik veel, samen koekjes bakken, eens gaan fietsen, boekjes lezen, een spelletje spelen, eventueel schilderen (de horror!), … Alleen was er dan uit de hele toestand rond het huis van woensdag uitgekomen dat we op donderdag sito presto bij de immotheker onze lening moesten gaan ondertekenen, zodat we hopelijk alles nog tijdig rond zouden krijgen. Annabelle besloot om 3u30 dat het wel een goed moment was om op te staan en dus zat ik ongeveer tien minuutjes later met madame beneden. Uiteindelijk sliep ze af en toe nog wel wat bovenop mij, maar ik deed geen oog meer dicht. Ik was dus geradbraakt. Kasper keek nog wat tv en zoals te denken was, viel ik in slaap. Ik had hem al gewaarschuwd dat ik vijf minuutjes wilde slapen en dat hij mij mocht wakker maken als er echt iets was. Na drie kwartier waren zijn afleveringen Paw Patrol gedaan en vroeg hij of ik er nog eentje wilde opzetten … wat ik deed en daarna viel ik prompt weer in slaap. Nog eens een half uur later werd ik pas echt wakker. Arm manneke! Hij zei wel dat hij het niet zo leuk vond, maar hij had me toch maar laten liggen slapen. Hij had dan wel een heel pak cent wafers opgegeten én de kruimeltjes over mijn zetel uitgestrooid, maar daar kon ik natuurlijk niet echt boos om zijn. Dan had ik maar wakker moeten blijven … Uiteindelijk was het enige dat we nog samen konden doen, op de fiets springen en broodjes gaan halen voor ‘s middags. Hij kreeg dat van hem uiteraard niet meer op, want hij had dus al die koeken al opgesmoeffeld. Toen het lief thuiskwam, at die ook nog vlug vlug zijn broodje en toen brachten we Kasper naar zijn opa. Die was net terug van vakantie en kon hem dus wel eventjes bijhouden. Hem zo 2,5u stilhouden daar bij die immotheker, dat was toch wel wat veel gevraagd geweest, denk ik. Gelukkig verliep alles bij de immotheker goed, het bleek ook niet te kloppen dat we metéén moeten dubbel betalen (wel na 1 jaar) en als we nu nog geregeld krijgen dat alles ivm de schulsaldoverzekering op tijd in orde geraakt (ik moet extra vragenlijsten laten invullen owv diabetes, dus het zal er nog om spannen), dan zou het zomaar toch nog allemaal goedkomen. Nadien haalden we Kasper op bij opa, gingen we samen Annabelle van de crèche halen en om te vieren dat we eindelijk eens het contract hadden ondertekend, aten we pizza’s van dr. Oetker. Ik vond het wel heel erg jammer dat ik nu zo weinig tijd met Kasper had doorgebracht. Het ventje had zich zo flink alleen beziggehouden, maar dat was nu ook weer niet helemaal de bedoeling geweest … ‘s Avonds werd de box dan opgehaald en we hadden plots terug heel wat meer ruimte in onze woonkamer. Het einde van een tijdperk toch een beetje!

Vrijdag ging Kasper dan een hele dag naar Moeke en Annabelle ging weer naar de crèche. Deze dag wilde ik eigenlijk alle werkjes afmaken, maar het lief beval me uit te rusten. Het probleem bij mij is; eens ik daarmee begin, geraak ik niet meer in gang. Ik had me dus eventjes in de zetel gezet en een aflevering van Call the midwife gezien (gebleit dat ik al heb met die reeks!) en toen plots eh … was het tijd om de kindjes te gaan halen. Oeps. Ik had zelfs geen tijd gehad om een dutje te doen! Ik heb me wel in de voormiddag beziggehouden met het opzetten van een YNAB-account. Dat had ik afgedongen van de echtgenoot; ik wil alles doen voor die lening, maar dan mag ik met die YNAB proberen mezelf wat gerust te stellen. Ik zal niet van elke euro komen vragen wat je ermee hebt aangevangen, maar ik mag wel ook jouw accounts bestuderen en aan mijn programma’tje toevoegen. Ik had het al eens een maand gratis uitgeprobeerd, maar ik moest toch weer wat zoeken hoe ik het het best kon aanpakken en eens je ergens iets mispeuterd hebt, is het moelijk dat recht te trekken. Bij poging drie denk ik dat ik een overzichtelijke status had … nu is het natuurlijk wel nog zaak van het allemaal up-to-date te blijven houden. In ieder geval deed ik voor de rest dus bijzonder weinig …

Zaterdag besloot ik er dan toch nog maar eens in te vliegen. Ik stond om zes uur op met de kindjes en begon in de keuken te rommelen, ik rondde het project voorraadkast af en ruimde speelgoed uit. Ik sorteerde schoentjes en gooide er een hoop weg. De kindjes hielden elkaar bezig, dus toen de echtgenoot opstond, had ik al heel veel kunnen doen. ‘Wow, die keukentafel gaat hier nog eens leeg geraken of wat?!’, riep hij verbaasd uit. Ja, het was al zo erg geworden intussen … Ik ging douchen en deed nadien nog even verder met de kindjes hun kleerkasten. Daarna gingen we naar de dreambaby voor wat kleine rommel en vooral ook voor een Trip Trap. Annabelle klimt nu altijd maar op die van Kasper, maar die is eigenlijk net te groot voor haar. Als ze daar dus af wilt, dan doet ze halsbrekende toeren en soms knalt ze ook tegen de grond. Wij roepen heelder dagen dat ze dat niet mag, dat ze eraf moet, maar het werkt niet echt … Dan kunnen we er dus maar beter ook eentje voor haar kopen en die trapjes net iets meer op haar lengte afstemmen. In de namiddag gingen we nog even op babybezoek bij mijn zus en reden meteen door naar de winkel voor een paar kleine dingen. Dan was het alweer late middag, speelden de kindjes nog wat en keken nog wat tv, ik rommelde nog wat op en toen was het etenstijd. De dag was alweer voorbij, maar hij was wel weer erg vruchtbaar geweest. Het project voorraadkast was klaar, de kinderkleerkasten waren klaar en er lag al een zak speelgoed om weg te gooien of te verkopen.

Zondagochtend mocht ik dan uitslapen (om 9u gewassen en gestreken beneden zijn, betekent dat) en daarna gingen we naar de Albert Heijn. Ik vind dat toch hoe langer hoe meer een zalige winkel, alleen hebben ze te weinig ‘light’ puddinkjes en yoghutjes. Er was wel weer héél veel ruzie met Kasper, zodat we zelfs al voor die winkel hadden gezegd dat hij zeker tot na hun bad geen Paw Patrol meer mocht kijken. Voor de lunch kwam opa eten en toen moesten we die straf al verlengen tot ‘vandaag geen Paw Patrol meer’, aangezien meneer het interessant vond om zijn vader meermaals te slaan, ondanks herhaaldelijke verwittingen. Toen Annabelle sliep, speelde Kasper dan wel flink met vanalles en nog wat. Hij haalde nog eens wat gezelschapsspelletjes nodig en koos gelukkig zijn papa als slachtoffer om die mee te spelen. Uiteindelijk kon ik zelfs nog een klein dutje doen en toen werd de juffrouw ook wakker en was het gedaan met de rust. De kindjes gingen nog met het lief in bad, ze speelden daarna nog bijna een uur in Kasper zijn kamer, eerst waren ze ‘kapotmakers’ en dan ‘werkmannen’. Ik hoefde alleen maar wat in de zetel te hangen en aanwezig te zijn, verder niks. Die twee patatjes holden elkaar achterna, Annabelle zag haar broer vanalles doen en probeerde hem dan na te apen en ze giedern het allebei uit. Zo werd een extreem vermoeiende dag (vooral mentaal dan) uiteindelijk toch mooi afgerond.

Deze week gaat Kasper nog eens op kamp, het thema is ‘curieuzeneuzen’. Dat vonden wij nu eens helemaal op zijn lijf geschreven, maar hij is er zelf precies wat minder van overtuigd. We zullen wel zien wat het geeft … Ik hoop alvast dat hij zich super zal amuseren. Voor mijzelf komt er nu tien dagen back-up aan op het werk, nu niet meteen iets waar ik naar uitkijk. Maar kijk, het moet gebeuren … Daarna heb ik dan zelf weer eventjes vrij, he.

 

 

De zomer – week 3.

Dat het een kakweek was, ik zeg het u. Ik had natuurlijk niet verwacht dat het een heerlijk en verfrissend weekje verlof ging zijn voor mij, maar laten we zeggen dat het de verwachtingen toch overtrof. In negatieve zin. 

De operatie verliep vlot, Kasper was stoer en flink en gejuich en al. Alleen werd hij na de operatie nogal ruw gewekt door de anesthesist en dat heb ik geweten. Hij werd superslecht wakker en de rest van de dag was er een met veel gebrul en geroep en een kleine wereldoorlog voor elk ding dat ik van hem gedaan moest krijgen. Water drinken, waterijsjes eten, infuus ter plaatse laten, pijnstilling nemen, … . Normaal, zeiden ze, en dat ik het heel goed deed en of het nog wel ging met mij, want alleen is het zo toch wel zwaar. Bmijibaar komen veel mensen met twee, om wat af te kunnen wisselen en op tijd en stond eens buiten te kunnen gaan. Die avond at Kasper pudding en yoghurt en ijs en leek hij vrij levendig. Er was wel telkens geroep en getier over die pijnstillers en het kwam zo ver dat we consequent op suppo’s overgingen. Nondepitjes zeg. 

De ochtend nadien was ook alles nog ok, maar dan ging het bergaf. Hij wilde niet meer eten en later ook niet meer drinken en hij begon belachelijk veel te slapen. Op donderdag dronk of at hij niets en er lag een vodje in mijn zetel. Pijn had hij niet, zei hij, maar in orde was hij toch ook duidelijk niet. Ik wilde weten of het normaal was dat de toestand verslechterde in plaats van beter te worden en ook hoe lang dit mocht blijven duren. Het was namelijk weer eens een lang weekend en ik wilde me niet weer het hele weekend moeten zitten afvragen of we iets moesten ondernemen. En zo kwam het dus dat ik aan de vooravond van de feestdag met een slapend kind over mijn schouder en een peuter in de maxi cosi de dokterspraktijk binnenstrompelde. Het achteruitgaan was inderdaad vreemd, het niet eten nog niet zo een groot probleem, maar het drinken wel. Als hij de volgende ochtend niet goed zou drinken, moesten we ermee naar spoed voor een infuus. We moesten ook stoppen met pijnstilling, zodat we konden zien of hij koorts had om zo hopelijk een infectie uit te sluiten. Het dreigement van terug naar het ziekenhuis te moeten, werkte. Hij begon te drinken, maar meteen ook te braken. Die nacht was hels en bij het aanbreken van de ochtend was de echtgenoot ervan overtuigd dat hij op spoed zou belanden. Ik moest werken op de feestdag, dus ik moest afgaan op de berichten die ik kreeg van het thuisfront. Tot rond de middag waren die niet goed, maar vanaf dan kwam er schot in de zaak. Kasper begon te drinken, het bleef erin en er kwam terug een beetje leven in het manneke. Spoed leek dus afgewend, oef. 

Eten wilde hij echter niet en ook zaterdag bleef dat problematisch. Intussen zagen we ons vriendje steeds bleker en slapper worden. Het is niet dat hij reserves had… Uiteindelijk waagde hij zich aan wat yoghurt en later zelfs aan wat hapjes spaghetti met pompoen, maar het bleef moeizaam en vooral heel weinig. De echtgenoot was alweer in alle staten, ik bleef er nog rustig onder. Er was voorspeld dat hij ongeveer een week een hele vieze smaak in zijn mond zou kunnen hebben, logisch dat het dan moeite kost om te eten. 

Zondag was een moeilijke dag. Kasper voelde zich vermoedelijk maar slapjes, maar het kostte hem alle doorzettingsvermogen in zijn lijfje om een paar happen naar binnen te wurmen. Na elke hap een slok water om het doorgespoeld te krijgen, dat soort dingen. Van alle ijsjes en pakjes appelsap die ik had ingeslagen, heeft hij er nauwelijks aangeraakt. In de namiddag at hij dan toch 1 klein boterhammetje zonder korsten met siroop en nu weet hij alvast dat dat gaat. Ik maakte nog eens spaghetti en hij deed wederom zijn best. Wel kloeg hij regelmatig over hoofdpijn en buikpijn, in die mate dat hij zélf naar pijnstillers vroeg. 

Maandagochtend stond hij vrolijk op, nam zijn zus bij de hand en stapte met haar rond en plots greep hij naar zijn hoofd en begon heel hard te huilen. ‘Mijn hoofd doet pijn. Je moet medicijn geven.’ Waar komt dat nu weer vandaan? Van te weinig eten of iets anders? Is dit normaal? Pff.

Intussen deed er zich ook nog een nieuw fenomeen voor: pavor nocturnus. Al drie nachten op rij wordt Kasper hysterisch en panisch wakker, compleet bezweet, hevig stampend en bevend en er valt geen contact mee te krijgen. Hij is dan ook niet echt ‘wakker’, maar zijn ogen zijn wel open en hij praat. Hij weet niet wat hij wil, op de schoot, in bed, mama weg, jij moet bij mij blijven, … Hij wrijft intussen zijn ogen er bijna uit en slaat paniekerig om zich heen. De beperkte ervaring leert dat proberen hem wat water te laten drinken en vooral regelmatig opperen van verder te slapen het het snelst doorbreken. Dan legt hij zijn hoofd neer en slaapt meteen terug… om dan een of twee uur later opnieuw te beginnen. Afgelopen nacht gebeurde het vijf keer. Er is eigenlijk weinig dat je eraan kunt doen, behalve zelf rustig blijven en proberen te zorgen dat hij zich geen pijn kan doen. Hem niet te veel aanraken, tenzij hij zelf aangeeft dat te willen. En dus hem sturen naar het opnieuw gaan slapen, al heb ik niet de indruk dat hij echt hoort wat je zegt. Dit is duidelijk gelinkt aan de operatie en ik gok dat het allemaal toch meer indruk op hem heeft gemaakt dan eerst gedacht. Het is natuurlijk ook biet niks… Ik hoop, bid, smeek dus dat hij zich snel weer beter voelt en dat het dan wat kan slijten en dat dit dan snel overgaat. Want echt waar… dit hoefde er nu niet echt meer bij…

De zomer – week 2.

Maandag nam mijn lief verlof om Kasper ‘naar vakantie te brengen’. Hij zou met zijn moeke en een tante van mijn man een weekje in Center Parcs gaan doorbrengen. Vorig jaar was dat ook de bedoeling, maar toen viel meneer op dag twee echt heel ziek en zijn we hem uiteindelijk zelfs vroeger moeten gaan halen. Kasper was enorm moe, dus we hoopten dat hij tijdens de rit van anderhalf uur toch al wat zou bijslapen. Dat was wel wat mislukt, maar hij heeft de rit toch flink uitgezeten.

Op maandag stuurden we een sms over hoe het ging en we kregen telefoon om te zeggen dat hij flink was gaan slapen en dat ze zich al goed hadden geamuseerd.

Dinsdag vroeg ik ’s avonds of mijn liefste al iets had gehoord, dus hij stuurde weer een sms en kreeg weer telefoon terug. Het was weer allemaal schitterend geweest, maar seg, we gingen toch niet elke dag bellen, he. Neenee, dat was niet de bedoeling.

Woensdag beviel dan een nichtje van mijn man en aangezien we niet zeker wisten of ze dat wel te horen hadden gekregen daar in de verre Limburg, belde de echtgenoot nog maar eens. Ze hadden het al gehoord en en passant wisten ze te melden dat het alweer een heel leuke dag was geweest.

Donderdag moest mijn lief bij mijn schoonmoeder een paar vuilnizakken stelen, aangezien ik werkelijk waar iedere dag naar de supermarkt was gegaan alleen daarvoor, maar iedere keer weer was thuisgekomen met vanalles, maar dus geen vuilniszakken. Hij moest toch naar daar voor de post, maar vond dan toch wel dat hij eerst moest vragen of hij er een paar mocht meenemen. Hij kreeg de zoon aan de lijn, die wist te zeggen dat hij op een pony had gereden. Drie kwartier lang?! Zijn pony heette Chantal en het was echt héééééél leuk. Onze mond viel open. Onze angsthaas, die echt hysterisch wordt als er nog maar een geit te zien is, kruipt op een pony??

Vrijdag hoorden we niets, maar we gingen er wel vanuit dat het allemaal goed zou zijn.

Ik had voor Kasper een briefje gemaakt met gekleurde plakkertjes erop. Op school hebben de dagen kleuren (geel, groen, oranje, blauw, rood) en ik had dus voor elke dag de kleur geplakt. Hij moest dan ’s avonds de kleur van de dag eraf trekken en als alle kleuren op waren, dan gingen mama en papa en Annabelle de dag nadien ook komen. 

Op voorhand had ik eerst gedacht dat ik wel meer kans zou hebben om eten te koken als Kasper er niet was. Achteraf bedacht ik me dat het eigenlijk vooral Annabelle is die letterlijk aan mijn broek komt hangen en superhard begint te wenen. Vaak is Kasper dan nog mijn redding, omdat hij probeert haar wat af te leiden. Die bedenking bleek te kloppen; de juffrouw heeft elke kookbeurt op mijn arm doorgebracht en na dag twee gaf ik het al maar op van wat uitgebreider te koken dan anders.

We hadden op voorhand ook het plan opgevat om de dochter wat uit te putten. We zouden elke avond nog iets gaan doen, zodat haar slaapuur makkelijker gerekt kon worden en ze wie weet toch wel eens later dan tot vijf uur zou slapen. We gingen dus naar de bibliotheek, naar de winkel, gewoon eens wandelen … en ons Bellie lag er dus inderdaad vaak eerder om acht uur of zelfs pas halfnegen in. De eerste dag sliep ze tot zes uur, de tweede helaas al maar terug tot halfzes en de dag nadien was het terug kwart na vijf. Nondepitjes.

Ik merkte ook heel fel wie hier normaal bij de ochtendroutine de vertragende factor is. OK, ik hoefde natuurlijk geen boterhammen te smeren en dat maakt wel een verschil. Toch was het vooral vertrokken geraken dat zoveel makkelijk was nu. Om twintig na zeven zei ik: ‘kom, Annabelle’, ik pakte haar op, stak haar in de auto en was weg. Om één na halfacht ofzo stonden we aan de crèche en ik was dus iedere dag rond tien voor acht op mijn werk. Als Kasper erbij is, probeer ik ook om om twintig na zeven buiten te geraken, maar dat wordt meestal al eerder halfacht. Dan zeg ik ‘komaan, we zijn weg’ en meneertje begint tegen te stribbelen. Hij moet wel nog spelen, hij moet nog pipi doen of godbetert kaka, hij gaat echt niet zelf naar beneden stappen (maar met mijn laptop, drie zakken en Annabelle is mijn draagkracht wel op), zijn schoenen geen optie of gaat hij geen trui aandoen of geen boterhammen meenemen (en doet hij dus ook zijn brooddoos uit zijn zak). Ik ben nogal van het ‘dan doet hij geen trui aan en heeft hij maar pech als hij het koud heeft’, maar toch verzeilen we op de een of andere manier nogal gemakkelijk in een strijd. Negen van de tien keer eindigt het dan ook dat ik Annabelle al in de auto zet, de zakken in de koffer smijt en terug naar binnen storm, waar ik dan bij wijze van compromis zeg dat hij vijf treden naar beneden moet komen en dat ik hem dan zal pakken. Tegen dat we dan de deur écht uit zijn, is het al gemakkelijk twintig voor acht. Ik ben dan al volledig afgepeigerd en dan moet de dag nog beginnen!

Annabelle zelf leek haar broer die eerste dagen wel te missen. We zetten haar ’s morgens vaak op de grond en dan mag ze wat rondstappen. Dag één trippelde ze meteen naar de kamer van haar broer … die er dus niet was. ‘Dada! Dada!’, riep ze maar. Dat is wat ze tegen hem zegt, een beetje haar ‘naam’ voor hem. Toen ik haar bij de crèche afzette, gebeurde hetzelfde. Ze wees nadrukkelijk naar zijn stoel en zei ‘Dada! Dada!’. Maar prutske toch … Ik denk dat ik het kind nog nooit op haar eentje bij de crèche had afgezet sinds ze gaat. Je zag haar toch ook wel genoten van de aandacht die ze dezer dagen kreeg. Geen broer die haar speelgoed kwam pikken of die dringend een uitleg moest komen doen als zij eens iets grappigs deed, geen Kasper die toevallig moest laten zien dat hij ook kon wat zij kan, … .

Zaterdag trokken wij dan met zijn drietjes ook naar Erperheide. Annabelle viel na één minuutje in de auto in slaap en werd wakker toen we de parking daar opreden. Ideaal! Kasper was heel blij ons te zien, maar vooral zijn zus had hij duidelijk gemist. Hij grabbelde ze vast en liet ze de eerste vijf minuten niet meer los. Hij lachte naar haar, knuffelde haar opnieuw, aaide over haar haar … Hij vertelde meteen over zijn pony-avontuur en vroeg of hij met ons nog eens mocht gaan. We gingen informeren en er was nog één plaatsje vrij die dag. Meneer dus terug op een pony en dit keer gingen wij dan mee. We moesten zelf dat beest getemd houden, maar onze pony wilde ten eerste veel sneller dan de rest en ten tweede probeerde die altijd maar van de bomen en het gras te eten, wat dus niet mocht. Het lief deed zijn best, maar toegegeven; het lukte niet zo goed om hem onder controle te houden. Op een bepaald moment moesten alle dieren stoppen en onze pony ging al meteen dwars staan, om van de blaadjes te eten. We probeerden ze van gedachten te doen veranderen, maar toen plots kwam ze te dicht bij de pony voor haar, die stampte met zijn achterpoten in haar flank en zij stampte natuurlijk terug. De begeleiders leidden de twee beesten gelukkig meteen van elkaar weg en het hield hiermee op, maar de kinderen waren toch wel onder de indruk. Het deken waarop Kasper zat, was helemaal samengefrommeld vooraan, maar hij zat er zelf toch nog op op de een of andere manier. Hij zei dat hij nog wel wilde verdergaan, dus dat was dan ook wat we deden. Hij was wel niet meer zo ontspannen als in het begin, maar hij zei dat hij het toch nog leuk vond.

We trokken ook nog met zijn allen naar het zwembad, maar toen werd duidelijk dat het toch niet zo evident is voor zo’n pagadder om probleemloos van de ene ‘setting’ in de andere over te gaan. Eerst moest hij naar moeke en tante luisteren, nu kwamen moeder en vader daar ook ineens nog bij en die zijn dan natuurlijk een stuk strenger … De hele week had hij ook met niemand moeten rekening houden, want als hij iets wilde, dan gebeurde het gewoon. Als hij nog wat wou blijven, dan was dat allemaal geen probleem. Nu was er natuurlijk nog Annabelle, die moest eten en slapen op tijd en stond, wij die ook nog plannen hadden … Er werd dus wel wat geroepen en getierd en heel veel geweend door meneertje. Toch was het best gezellig in het zwembad en we zagen hoe hij zijn eigen grenzen probeerde te verleggen. Hij wilde wel met ons in het golfslagbad, hij durfde zelfs te proberen tussen mama en papa te ‘zwemmen’ met bandjes aan en hij ging af glijbanen die hij eerder deze week nog niet had gedurfd. OK, als hij dan hier en daar een slok water binnenkreeg, was het weer gedaan, maar goed …

’s Avonds gingen we in een ‘all you can eat’ eten en beseften we wat een hel dat is met kleine kinderen. Kasper wist zich nog wel te gedragen, maar Annabelle hing het echt uit. Huilen in haar stoel, huilen op je schoot, wenen als we ze eten gaven en ook gebrul als ze hetgeen op ons eigen bord lag dan toch niet kreeg. Zenuwslopend … Compleet afgepeigerd gingen we terug naar het huisje en nog voor tien uur ’s avonds lagen we allemaal in bed.

Zondag gingen we dan naar de binnenspeeltuin en trokken wij nog eens alleen met Kasper naar het zwembad, terwijl Annabelle sliep en moeke op haar paste. Kasper ging in zijn eerste wildwaterbaan (rond papa zijn nek hangend) en wilde dat meteen tien keer opnieuw doen. Er was zowaar een regengordijn en hij vond dat geen probleem! Dan moet je hier thuis eens proberen de sproeier aan te zetten … Toen we hem zeiden hoe stoer het was van hem en dat hij dan misschien toch ook wel in de douche van het zwembad zou durven, zag je hem denken … en toen wij daar dus onder stonden, kwam hij er gewoon mee onder staan! Met zijn hoofd in zijn handen en helemaal voorovergebogen, alsof hij een saldo schoten stond af te wachten, maar hij bleef er toch maar zomaar een paar minuten onder staan. Wat een overwinning op zichzelf!

In de namiddag kreeg Annabelle last van een tand en nondedju, wat een ellende is dat toch altijd. Perdolan kan er toch niet altijd voldoende tegenop.
’s Avonds gingen we nog eens eten en toen was het alweer gedaan. We moesten onze valiezen nog inpakken en kropen dit keer zelfs om negen uur al in bed. Gelukkig maar, want Annabelle had een lastige nacht en ze belandde al vanaf halftwaalf in ons bed.

Vandaag gingen we naar huis en ook nu liep de autorit voorspoedig. Oef …

Eens thuis kreeg ik meteen telefoon van het ziekenhuis. Kasper wilde weten wie er aan de telefoon was en waarom en voor wie … dus moest ik hem meteen vertellen dat het een mevrouw was die had gebeld dat we morgen al om zeven uur in het ziekenhuis moesten zijn. ‘Voor wie?’ Voor jou … ‘En waarom?’ Ik heb hem uitgelegd dat de dokter van de oren had gezegd dat hij natuurlijk wel kon horen (gegiechel van zijn kant), maar dat dat toch nog beter zou moeten gaan. En dat hij ook wel kan ademen, maar dat dat ook nog beter zou kunnen. En dat je dan beter kunt lopen en springen en dansen … En dat de dokter hem even in slaap gaat doen, zoals hij gisteren nog had gezien bij de pelikaan van Shaun het schaap, om te kijken wat ze konden doen. En dat hij daarna twee dagen geen koeken of bokes of corn flakes mag eten, maar wel heel veel ijsjes en pudding en yoghurt. Ik vrees dat hij vooral dat laatste heeft onthouden, maar kijk. Voorlopig kijkt hij er niet tegenop, hij vroeg zelfs of we al direct ernaartoe konden vertrekken! Ik kijk er wel iets minder naar uit … Hij moet buisjes en zijn poliepen en amandelen moeten eruit. Vooral van die amandelen kunnen ze toch wel een tijdje niet goed zijn, blijkbaar. Ik heb vier dagen verlof en dat is natuurlijk schitterend. Dan kan ik voor hem zorgen en hoef ik niet op mijn werk te zitten met in mijn achterhoofd mijn zielig venteke. We zullen wel zien wat het geeft …

 

De warmte.

Een mens kan erover zagen en toegegeven, dat doe ik soms ook. Ik kan immers niet goed tegen de warmte en word er helemaal ongemakkelijk van. De kindjes slapen moeilijker in, wijzelf liggen te puffen in ons bed… Geef mij maar gewoon lenteweer. Dat een jas niet meer hoeft, maar verder niet te heet.

Maar vanochtend, he, zag ik dat het binnen 25° was. Ik zette wat ramen open en momenteel zit ik te werken naast een open schuifraam met een fris briesje. Wat. Een. Genot! Waarschijnlijk zal het over een uurtje al helemaal anders zijn, maar wat is dit zalig!

As we speak.

  • zijn er hier veel gezondheidsperikelen en die bepalen zoveel. Een echtgenoot die zo vaak vanalles heeft, dat ik vaak stiekem bang ben dat er meer aan de hand is. Daardoor zijn de weekenden niet vaak momenten om eens ergens de schouders onder te zetten, maar meer eindeloze dagen waarin ik op mijn eentje probeer de kroost te temmen. Er waren twee kleine operatietjes voor mezelf, niks ergs en niet veel last, maar je bent toch niet direct terug volledig mobiel. Er is de dochter die terug begon te piepen en kraken van zodra we stopten met puffen. Opnieuw gestart dan maar, met pijn in het hart. Er is ook het vooruitzicht van een operatie bij Kasper. Heel routine allemaal, zijn poliepen en amandelen worden verwijderd en hij krijgt twee buisjes. Ze zouden daar toch 10 dagen last van kunnen hebben en ik weet niet zo goed hoe we dat uitgelegd moeten gaan krijgen. Voor mijn lief staat er ook nog een slaaponderzoek gepland. We spijzen de portemonnee van de dokters weer goed hier!
  • we houden ons ook bezig met het nieuwe huis. Momenteel is de moed me even in de schoenen gezonken. Doordat we verkeerde informatie kregen, moet alles nu anders en niet in goeie zin. Zelfs in die zin dat het anders misschien wel een ‘nee merci’ was geworden. We moeten voort, dus we maken er het beste van… maar het pikt toch even.
  • moet ik nog een doopfeest geregeld krijgen. De datum ligt vast, nu nog zorgen dat de genodigden ook iets te eten kunnen krijgen. Het zou wel al helpen als de zalen die je aanschrijft eens zouden willen antwoorden.
  • lopen de frustraties op werkvlak hoog op. Dit keer omwille van een IT-probleem dat al anderhalve maand speelt en grote impact heeft op onze manier van werken. Oplossingen schijnen zeer moeilijk te vinden, dus wij zoeken wanhopig naar manieren om toch iets afgerond te krijgen. Het helpt niet om de moed en de zin erin te houden.
  • loopt het schooljaar al ten einde en dat zal toch raar doen. Wat is ons patatje op dat jaar gegroeid! Fysiek, maar ook mentaal. Het is fijn om te zien dat hij toch wel een hoop vriendjes heeft (of ja eh, vooral vriendinnetjes), dat hij blijkbaar goed meedoet en dat hij het meestal geweldig tof vindt allemaal. Op motorisch vlak zien we ook veel vooruitgang. Hij durft te springen en klimmen, houdt heel erg van heeeel hard lopen, hij leerde dansen (ok, daar kan hij niks van) en fietsen op een driewieler. Hij knipte er voor het eerst en schilderde heel wat werkjes bij elkaar. Kasper maakte ook kennis met allerlei tradities (sinterklaas, kerstmis, schoolfeest, pannenkoekenfeest, nieuwjaarsbrief, verjaardagen vieren en moederdag), met sprookjes (de drie biggetjes) en met theater. Het zal moeilijk zijn om hem duidelijk te maken hoe lang het zal duren tot het weer school is, dat hij naar een andere juf gaat en dat het merendeel van zijn dikke vrienden niet meer in zijn klas zal zitten. De vakantieopvang is gelukkig min of meer geregeld, dus hopelijk houdt dat zijn hoofdje daar zo wat van weg.
  • doe ik momenteel niets meer van hobby. De zetel is mijn grote vriend en ik besluit steeds vaker gewoon goed op tijd in bed te kruipen. Ik schaam me er niet voor. Dat betert ooit wel weer.
  • netflix werd ook wel weer herontdekt. Ik keek het hele nieuwe seizoen van Orange is the new black en samen met de man zijn we aan House of cards begonnen. Ik ben er niet wild van, maar kijk. We rondden ook al The bridge af. 
  • zoeken we moedeloos naar een manier om Annabelle langer te laten slapen. De laatste weken is ze wakker voor vijf uur en dat is echt te vroeg. We moeten dan ook nog meteen opstaan, want anders wordt Kasper ook wakker en die kan zijn slaap echt wel gebruiken. Het zal allemaal wel wezen dat de ochtendstond goud in de mond heeft, maar zelfs om zes uur vind ik het moeilijk om dat zo te voelen.
  •   zoeken we even wanhopig naar een oplossing tegen vliegen. Ik probeerde al een zelfgemaakte val, lavendelkaarsen, een zelfgemaakt blad met omgekeerde plakband en deze nacht staken we een machientje in het stopcontact. Nog steeds vliegen hier een stuk of zeven van die rotmormels rond. Ik moet niet met iets van eten bezig zijn of ze staan er allemaal. En zelfs gewoon in de zetel zitten lukt niet zonder dat ze continu rond je hoofd brommen en op jou rondkruipen. Zot word ik daarvan! Dat een vlieg maar een dag of desnoods enkele dagen leeft, is trouwens een fabeltje. Tenzij we met nakomelingen te maken hebben, maar dat vind ik pas een héle enge gedachte…
  • deed ik zesentachtig pogingen om nog eens op dieet te gaan, maar het lukt niet echt. Ik kocht allerlei boeken ivm het DASH-dieet, omdat dat ook zou helpen tegen hoge bloeddruk. Aangezien die zelfs met verdubbelde medicatie te hoog blijft, wilde ik dat wel een kans geven. Alleen zou ik niet weten hoe ik dat allemaal geregeld krijg op drie minuten, bij wijze van spreken, dus voorlopig doen we niets. Ik probeerde toch al minder prefab-eten te kopen (microgolfmaaltijden ed) en hield dat mischien 3 dagen vol. Ik maakte plannen om de dag voordien al voorbereidselen te treffen voor het avondeten, maar aangezien ik niet weet wat daarbij het gerecht compleet om zeep helpt en wat prima kan, laat ik het ook maar. Zodra mijn hand terug volledig bruikbaar is (normaal gezien volgende week zondag), maak ik er toch nog eens werk van..
  • wachten we op het werk op ‘een grote aankondiging’ die er in juni zou komen. Met angst en beven, maar tegelijkertijd willen we stilletjesaan wel eens gaan weten hoe of wat. 
  • ben ik met ynab gestart en toch ook alweer gestopt. Ik vond het schitterend, maar in plaats van rust in mijn hoofd kreeg ik er vooral stress van. Het leek constant alsof we diep in het rood gingen, terwijl dat echt niet het geval was. Misschien deed ik iets fout, misschien lag het gewoon aan mij of aan het feit dat wij wel al redelijk bewust met ons geld omgingen, maar ik werd er echt ongemakkelijk van. Ik ga nu wel een excelsheet aanleggen om bij te houden wat we uitgeven en zo te zien waar we zouden kunnen besparen als het nodig wordt in de loop van het hele nieuwbouwverhaal. Dat zou niet nodig moeten zijn, maar een mens weet maar nooit… 
  • proberen we hier zo veel mogelijk te genieten van het mooie weer. We eten vaker buiten en trekken in het weekend vaak met de kroost naar de tuin. Annabelle is nog niet helemaal mee in het verhaal, maar Kasper vindt het geweldig!

 

Goeienacht.

Een oorontsteking houdt me wakker. De echtgenoot ziet me gsmmen en zegt dat ik zo niet ga kunnen slapen. Misschien zijn de zaken wel omgekeerd, mijn lief. Ik ben wat ziek, vermoedelijk een gevolg van de rampzalige nachten van de afgelopen tijd. Als kers op de taart was er een ziekenhuisnacht, op een krakkemikkige uittrekzetel naast het bedje van mijn dochter. Het is toch gek dat er op de materniteit topbedden zijn voor een eventueel blijvende vader (vooral bij een eerste, denk ik dan), maar op de pediatrie – waar een aanwezige ouder gewoon een must is – daar moet het zo. Als het buurkindje huilt, ben ik wakker. Als de nachtverpleging praat, idem. Als de dochter om de 4u gepuft moet worden… Gelukkig is de prutsemie terug thuis en is ademen niet meer zo’n gevecht voor haar. Ze bleef er wel altijd vrolijk onder en bleef proberen los te staan, hier en daar een stapje te zetten of – vooral – levensgevaarlijke toeren uit te halen door overal op te klimmen. Het is druk hier, en chaotisch. Toch gaat het goed met ons. Daar kunnen dreigende ontslagen, een constant geschuif op het werk en verdwenen collega’s niet tegenop. En nu beginnen de pijnstillers te werken en probeer ik dan maar eens te slapen. Goeienacht, lieve lezer, goeienacht.

De ekster.

K: Mama, kijk, een ekster in de tuin.

Ik: Euh, ja, dat zou wel kunnen kloppen, maar ik weet het niet zeker.

K: Papa, dat is een ekster in de tuin, he?

P: Dat weet ik niet, jongen.

K: Moeke, dat is een ekster, he?

M: Ik weet dat niet, vent, ik ken eigenlijk niet veel vogels.

Google to the rescue dus. Ekster en afbeeldingen en … hij had gelijk.

Waar leert zo’n driejarige dat in vredesnaam? Héérlijk.