#40dagenbloggen #dag1

Het is van 31 december geleden dat ik nog blogde en dat is natuurlijk belachelijk lang. Ik vind dat jammer, er vlogen ook al een hoop concepten in de prullenmand, dus daar moest iets aan gedaan worden. Toevallig zag ik dat er weer een 40 dagen bloggen challenge aankwam (gedurende de vastenperiode, hoe grappig!) en ik schreef me dus in. We weten natuurlijk allemaal dat dat me nooit gaat lukken, maar dat schijnt ook niet te hoeven. Het is allemaal niet verplicht en het moet leuk blijven, blabla. Hoe dan ook, ik doe dus mee. Vandaag is dag 1.

Misschien moet ik jullie dan vlug even bijpraten.

Hoe het met de kindjes gaat? Goed, goed. Kasper werd 4 en is daar behoorlijk trots op. Er zijn wel wat bezorgdheden om zijn gedrag op school en af en toe fluistert er ergens een stemmetje dat er vroeg of laat wel eens meer aan de hand zou kunnen blijken te zijn. Gelukkig doet hij het over het algemeen wel goed en is het een fijn venteke. Hij is lief en communicatief en hij leert bij alsof het niks is. Daarstraks bleek plots dat hij rekensommen kan tot minstens zes en dat hij het aantal ogen op een dobbelsteen in één oogopslag kan benoemen. Eerste kleuterklas, hallo.

Annabelle kwebbelt intussen de oren van ons hoofd. Ze zit in het stadium van de driewoordzinnen en ik zou er niet van schrikken als ze een dezer werkwoorden gaat beginnen proberen te vervoegen. Er zijn veel woorden die ze op haar eigen manier uitspreekt (oei, boke lelallen (gevallen), daar olat! (olifant), Bellie cocola eten (corn flakes)), maar haar omgeving begrijpt haar heel goed en ook buitenstaanders beginnen daar steeds beter in te slagen. Ze luistert voor geen meter en heeft een stevig eigen willetje, maar is gelukkig ook wel meestal vrolijk. Ze weigert ook in de buggy te zitten of gepakt te worden als we op pad zijn, dus ze stapt heel wat af. Heel Planckendael, bijvoorbeeld.

Hoe het met mij gaat, dat weet ik niet zo goed. Het ene moment denk ik dat de totale crash nabij is, na de derde huilbui op een dag om een kleinigheid. Als de moed me in het naar huis rijden al in de schoenen zakt en we dus al voor de vierde dag op rij fastfood of iets van de traiteur eten, ook. Als ik op mijn werk alleen maar naar het scherm kan staren en niet tot actie kan komen, denk ik dat het nooit meer goed gaat komen. Op andere dagen ruim ik dan weer heel mijn kleerkast leeg, schater ik het uit met de kindjes of heb ik zin in vanalles en nog wat en dan denk ik dat het allemaal wel meevalt. We ploeteren alvast maar wat verder en nemen de dagen zoals ze komen.

Voor het nieuwe huis hebben we een keuken gekozen en een badkamer, de bouwaanvraag is binnen en normaal gezien beginnen ze in april met bouwen. Spannende affaire! Over dat hele huisgedoe zal ik vermoedelijk in deze 40 dagen ook nog wel eens iets schrijven.

Voilà, de kop is eraf. Dag 1 heb ik geblogd. Tsjakkaa!

Advertenties

Voornemens en wensen.

Een nieuw jaar, nieuwe voornemens. We beginnen eraan op 2 januari, want de eerste plannen we de overschot van de brol van oudjaar op te eten en voor de rest wat in onze zetel te hangen. Nog vlug een nieuwjaarsbrief gaan lezen en meer hoef je van ons niet te verwachten. 

Vanaf 2 januari hebben we echter wel plannen. Met stip op 1 staat terug een gezondere levensstijl aannemen en proberen af te vallen. De moed en energie ontbrak ons in het afgelopen jaar vaak en dat is er helaas aan te zien. 

Verder wil ik ervoor blijven gaan om overbodige spullen linea recta buiten te gooien. Er is daar nog véél ruimte voor verbetering, maar de klik in mijn hoofd is toch al een hele tijd gemaakt. Het gezin is nog niet helemaal mee, maar we geven niet op.

Net als andere jaren ga ik er ook voor blijven gaan om minder eten te verspillen. Dat blijft een grote uitdaging, maar ik geef niet op. 

Tot slot neem ik me ook voor om vanalles uit te proberen. In de stressvolle afgelopen jaren ben ik mezelf een beetje (veel) kwijtgeraakt, waardoor ik zelfs niet meer goed kan zeggen waar ik van hou, wat ik leuk vind of wat me deugd doet. Als ik niet om de zoveel maanden kopje onder wil gaan, moet het echter anders. Daarom wil ik dus uitproberen en herontdekken. Ik gaf me op voor een 21-daagse beginnerscursus yoga godbetert en we zullen wel zien wat dat geeft. Ik schreef me in op een schrijfforum, gewoon om eens uitgedaagd te worden en opdrachtjes uit te werken. Uit de comfortzone komen en wat meer experimenteren met taal, dat lijkt me wel wat. Ik ben er zeker van dat ik zo nog wel dingen kan bedenken. 

Tot slot gaan we dit jaar proberen wat meer als gezin te ondernemen. Schoenen of laarzen aan en gaan wandelen, zoiets. In de auto springen en eens een stad gaan bezoeken. Ons abonnement van de zoo en Planckendael nog wat meer benutten. We gaan al in januari een weekend met zijn viertjes naar een vakantiepark, we trekken ook in het eerste kwartaal nog een keer op weekend met vrienden en nog een keer met mijn familie. In de grote vakantie gaan we al minstens een weekendje naar center parcs. Niet slecht, toch?

En als allerlaatste voornemen heb ik ‘me niet gek laten maken’. Het wordt sowieso een heftig jaar met de bouw van het nieuwe huis en met het ontslag en het zoeken naar nieuw werk, maar ik wil proberen het op me af te laten komen en er niet te veel slaap voor te laten. Dat zal zeker niet altijd lukken, maar een voornemen is het alvast wel!

Ik wens jullie allemaal een fijn 2018. Eentje met verandering als dat nodig is, met rust als het afgelopen jaar wat heftig was, maar vooral met een goeie gezondheid en een gezonde dosis geluk. 

Over een broer en een zus.

“Gaan we naar Dora kijken? Ja?”, vraagt hij heel enthousiast met een extreem hoog stemmetje en zij antwoordt even vrolijk: “Ja!”. Hij weet al dat lachen helpt om haar ook vrolijk te houden en schijnt ook te denken dat dat hoge stemmetje zal helpen om haar te overtuigen. 

Zij stormt naar hem toe en roept: “Pakken!”, terwijl ze haar armen uitstrekt. Hij schatert het uit, slaat zijn armen om haar heen en doet wat verwacht kan worden van iemand die niet eens 4kg meer weegt dan zijn kleine zus: hij sleept haar wat voort en ploft haar een halve meter verder weer neer. Zij vindt het duidelijk heerlijk, want ze lacht zich te pletter en blijft het vragen, keer op keer.

Hij zit in de zetel, zij klimt er ook in en placeert zich op zijn schoot. Hij slaat zijn armen om haar heen en is zichtbaar trots dat ze bij hem zit. 

We zitten in mijn auto en plots hoor ik haar zeggen: “handje”. Ik hoor wat gegiechel en zie die twee hand in hand zitten, dwars over kinderstoelen en de plaats in het midden heen. “Mama, ik houd zusje vast, ze had dat gevraagd”, zegt de oudste.

We komen thuis van school en plots ontstaat er luid gehuil op de achterbank. Ik vraag verbaasd wat er is en het blijkt dat meneer zijn zus wil gaan afhalen. Dat doet papa op vrijdag, repliceer ik, maar dat is dit keer niet ok. ” Ik. Wil. Zusje. NU!” 

Het sneeuwt en de zoon wordt daar een klein beetje hyper van. Hij klimt op de zetel om door het raam te kijken en maant zijn zus aan hetzelfde te doen. Dat vind ik dan weer minder, dus ik vraag naar het grote raam achteraan te gaan. Vanaf dan holt hij continu van het ene naar het andere raam, schaterend en genietend van elke sneeuwvlok. Voortdurend roept hij de dochter, die telkens braaf aangehold komt. Net als ze dan in de zetel wil klimmen, stormt hij er alweer vandoor en moet ze dus op haar stappen terugkeren. Ze gieren het uit van het lachen en het leukste vinden ze dat ze hier zo samen rondcrossen.

Zij vraagt “koekje” als we in de auto stappen. “Mama, ik heb nog wel koekjes in mijn rugzak, hoor, ik ga er eentje aan haar geven, ok?” De hele rit lang delen ze zijn letterkoekjes. 

Uiteraard maken ze ook ruzie. Soms steelt hij al haar speelgoed of slaat zij met een auto op zijn hoofd. Het gebeurt dat hij heel hard roept dat ze met niks van hem mag spelen of dat ze tegen elkaar brullen “(in de) hoek!”. 

Meestal zien die twee elkaar gewoon heel graag en is het een waar genot om ze bezig te zien en te horen. Dat tweede kind, de beslissing om dat ‘te maken’, het was wat. De dingen waar we bang voor waren, kwamen wel een beetje hard uit. Wat we echter volledig hadden onderschat, was hoeveel die twee van elkaar zouden houden en hoeveel deugd ze elkaar zouden doen. Hoe dat ons hart zou warmen, elke keer opnieuw. Heerlijk… !

Welkom 2018.

Het laatste kwartaal van 2017 lijkt het jaar af te sluiten in dezelfde sfeer als de rest van het jaar. Niet ideaal. 

De laatste tijd hadden we:

– 5 weken continu zieke kindjes, dan gingen ze allebei 1 week naar school en de creche en daar gingen we weer opnieuw met een rondje zieken.

– ik hoorde (!) dat het stevige gehoorverlies aan één kant niet verholpen kan worden. Ze weten niet hoe het komt en wat ze hebben geprobeerd, helpt niet. Jammer dan. Naar huis maar weer en als het erger wordt, terugkomen. Ik heb al altijd rekening gehouden met het feit dat ik op termijn misschien mijn zicht zal verliezen, maar dan heb ik dat gehoor echt wel nodig. Ik ben dus niet blij.

– we kregen bericht dat er dan toch een collectief ontslag komt. Daar hoef ik niet meteen een tekening bij te maken, zeker.

– terwijl ik met een bomvol hoofd naar het werk reed, knalde ik met mijn auto tegen een andere. Gelukkig is er alleen blikschade, maar mijn blauw karretje is wel serieus gehavend.

Het is zowat genoeg geweest nu. Het jaar mag al in kerstmodus gaan en 2018 mag dan een heel nieuw jaar worden op alle gebied. De man en de kinderen mogen blijven, de rest mag anders. Gezonder, uitgeruster, geschikter, rustiger. Amen.

Annabelle praat I.

Ruim zeventien maanden is onze jongedame en ze is duidelijk woorden aan het opslorpen en aan het proberen ze te reproduceren. Het begint te lukken, toch voldoende om te zorgen dat wij (mama en papa) en de mensen van de crèche haar over het algemeen weten te begrijpen. Haar duidelijke handgebaren en het ‘nee nee’ of ‘ja!’ als we fout of juist gokken, helpt daar natuurlijk ook bij. Als ze de woorden niet helemaal correct uitspreekt, komt het er vaak op neer dat ze het begin wél zegt en de laatste letters niet.

Wat kraamt die jongste van ons dan zoal uit de laatste tijd?

  • Mama / papa met momenten gebruikt ze ze wel door elkaar, maar meestal toch juist
  • Ka / Kaka      Kasper
  • Tut
  • Bal
  • Mooi
  • Koek
  • Daa              daar
  • Da                dat
  • Ja
  • Nee
  • Paa               paard (soms ook wel tegen een koe, oeps)
  • Papaai          papegaai
  • Wa waf        ja, da’s een hond dus he
  • Mauw          en een kat
  • Neu              neus
  • No                 nog
  • Bobo             boterham
  • Pepe             lepel
  • Bupa             Bumba
  • Doda            Dora
  • Opa
  • Ato               auto
  • Toet toe        ook een auto
  • Tuut tuu        Ga eens uit de weg!
  • Tik tak          een klok of horloge
  • Bavo!            Bravo! Met handgeklap erbij uiteraard.
  • Meuuh           koe
  • Mèèè             schaap
  • Appel            ook wel tegen pruimen, aardbeien, enfin, alle fruit dat er van ver een         beetje rond uitziet
  • Pape             pamper
  • Kaka             naast haar broer, kan ze er ook gewoon hetzelfde als wij mee bedoelen
  • Aanoe           aandoen (maar ook wel uitdoen, beetje lastig soms)
  • Toedoe          toedoen (en ook opendoen, even lastig)
  • Whaaaa         leeuw en dan vormt ze ook haar handjes tot miniklauwtjes erbij
  • Popo             kip (moet dus pok pok zijn)
  • Kikke            kikker (zegt opa toch dat ze dat zegt)
  • Boem            bloem
  • Au                en dan wijst ze naar waar het pijn doet (al dan niet imaginair)
  • Skye             alles wat ze ziet dat met Paw Patrol te maken heeft
  • Beeee bi        baby
  • Oe oe           aap
  • Hsssss           fles
  • Tink              drinken
  • Itte               zitten
  • Pop
  • Hoppakee
  • Pipin             pinguin

Voor de rest weet ze héél goed duidelijk te maken wat ze bedoelt, onze miss ik-weet-heel-goed-wat-ik-wil. Is ze niet tevreden? Dan huilt ze luid en gooit zich bij voorkeur languit op de grond. Zeventien maanden alstublieft, ik denk dat Kasper daar meer dan een jaar langer over deed. Dramaqueen in de dop. Heeft ze honger? Dan gaat ze zelf een lepel uit de kast halen, komt mij roepen en trekt dan naar de mand waarin we haar yoghurtjes/fruitpap/… bewaren. Wil ze drinken? Dan zoekt ze het halve huis af en komt dan met eender welke beker of fles die ze kan vinden (desnoods van een pop) aanzetten en doet teken dat we die moeten vullen. Oh, en het grappigste ooit (maar ook wel superlastig): als ze geen zin meer heeft om een handje te geven op straat, dan kruist ze haar armen en loopt met boze blik rond. ‘Gij denk nu toch niet dat ge mijn hand te pakken gaat krijgen, hé’, straalt ze dan uit.

Hoewel ik blij zal zijn als ze toch nog wat beter kan communiceren, vind ik dit toch ook wel een hele leuke en soms grappige fase. Haar horen oefenen met woorden, plots zesentwintigduizend keer hetzelfde woord horen na elkaar omdat ze er een nieuw ‘onder de knie’ heeft en ze dat gewoon wil uittesten, elke dag weer nieuwe woorden in haar vaste vocabulaire zien bijkomen, …

Note to de vriendinnen tegen wie ik vorige week nog zei dat ze niet zoveel woorden kon zeggen: sinds dat moment is haar woordenschat geëxplodeerd, maar echt! Ik heb niet gelogen!

Losse flarden ft. as we speak.

  • Ik schrapte recent elke vorm van hobby, want het zoeken naar gaatjes in de agenda en het goochelen met oppassers maakte het allemaal veel te stresserend. Ik deed het met pijn in het hart, maar ik kreeg toch het gevoel dat het genot van de hobby niet meer opwoog tegen al het gedoe errond.
  • Ik startte een heuse opruimslag en twee ritten met een propvolle wagen verder richting containerpark zorgden er dan toch voor dat er hier en daar toch al eens een plekje leeg is op een rek of in een kast. Nog te doen: vooral de kleerkasten drastisch uitmesten en de keuken zo te zien reorganiseren dat het aanrecht niet continu propvol hoeft te staan. 
  • Ik was toch zo tevreden van de my shopi-app, aangezien ik daar onder andere een lijst kon aanleggen van onze voorraden, met vervaldatum en al. Ik scande alles ijverig in en de echtgenoot was zowaar bereid mee te scannen elke keer er boodschappen waren gedaan. En toen wou ik een item verwijderen en drukte ik per ongeluk op ‘delete all’. Geen mogelijkheid tot terugdraaien van die actie, zo bleek. Ik heb nog niet de moed gehad om er opnieuw aan te beginnen…
  • De tijd die ik hoopte te winnen door hobby’s te schrappen, werd meteen zesdubbel ingepalmd door bezoekjes aan de kine. Al sinds november had ik met regelmaat van de klok veel last van mijn nek en schouder. Een osteopate bracht dan wel wat soelaas, maar de pijn kwam steeds sneller terug en aangezien zo’n osteopaat toch alles behalve gratis is (58 euro per keer, niets terugbetaald), trok ik nog maar eens naar de huisdokter. ‘Dat zit hier allemaal muurvast, mevrouw’, zei hij en schreef me prompt 18 beurten kine voor. Hij zei dat een kinesist  dat ging losmasseren en ik zag dat wel zitten. Alleen… losmasseren, het zal wel zijn. De kinesist blijkt vooral met dry needling te werken en steekt dus naalden in de pijnlijke spier en kotert er dan wat op los. Ontspannend is het in geen geval, want het doet echt pijn. Het is te verdragen, maar je bent toch voortdurend op je hoede voor de volgende ‘steek’. Nadien heb je twee dagen megaveel spierpijn, maar ik moet wel toegeven dat ik denk te voelen dat bepaalde spieren toch al wat losser zijn. ‘Het is echt heel erg  nodig’, zei hij en als opdracht gaf hij me wat oefeningen mee en daarnaast zei hij: ‘en ontspannen he’. Oei. Hij ging me daar in de toekomst, als hij dus eerst die spieren terug wat meer beweeglijkheid heeft gegeven, mee helpen, zei hij. Ik ben benieuwd. Nu moet ik dus twee keer per week mij in bochten wringen en vroeger van mijn werk vertrekken om mij daar wat te kunnen gaan laten martelen. 
  • De kindjes zijn plots allebei bezeten van boekjes lezen. Vooral bij Annabelle is dat echt non-stop. Je hebt je laatste bladzijde nog niet gelezen of ze springt uit de zetel om met een nieuw boekje te komen aandraven. Kasper heeft dan weer als favoriete onderwerp de Sint. Tsja… 
  • De echtgenoot en ik trokken naar Rotterdam en waren compleet verzopen. Toch genoten we er wel van. Alleen al eens kunnen eten en babbelen zonder zeventwintig keer van uw stoel te moeten of zonder kind dat plots allerlei ‘interessante dingen’ moet vertellen als we eens langer dan drie seconden tegen elkaar bezig zijn, was goddelijk. De ononderbroken nachten en gewoon kunnen slapen tot 10u deden de rest. 
  • Mijn lijf schreeuwt weer langs alle kanten dat het te veel wordt. De vervangende huisarts waarbij ik daarover iets liet vallen, ging wat drastisch te werk en trok ook overhaaste conclusies. Met een voorschrift voor medicatie en een veel te voorbarige diagnose stond ik daarna wat verbijsterd terug buiten. Over een goeie week moet ik terug, naar mijn eigen HA deze keer, en dan ga ik het toch nog eens opnieuw bespreken. Wish me luck dat hij mijn redenering en argumentering volgt… 
  • Het is hier 6u ’s morgens en ik hoor beneden allerlei dierengeluiden. Een leeuwenbrul, een paard, een poes, een hondje, … Ons Bellie heeft de dieren ontdekt en wordt er helemaal wild van. Waarom is dat eigenlijk dat die kinders eerst die geluiden kunnen en dan pas het woord? 
  • Kasper vertelde me gisteren iets vreemds. Ik vroeg naar een meisje uit zijn klas en zijn antwoord: ‘Maar ik vind die niet leuk, want die is zwart.’ Unk?! Gelukkig kwam er dan nog achter dat J. ook zwart is en dat die wel zijn liefste vriend is. Ik moest dus op 3 jaar al beginnen preken dat het toch niet uitmaakt welke kleur mensen hebben en dat hij S. mss niet zo leuk vindt, maar dat de oorzaak daarvan daarom niet haar huidskleur is. Ik was toch wel lichtelijk verbijsterd. Wat doorvragen later wist ik dan ook dat hij niét schijnt te zien welke kindjes er geel zijn en welke bruin en welke andere wit. (De andere zijn allemaal zoals mij, zei hij.) Bovendien zag hij niét dat A., een halfbloed van een andere klas, ook best zwart is. Ik begin dus ergens te vermoeden dat iemand het specifiek over de zwarte kindjes in zijn klas gehad moet hebben en daar toch wat vreemde uitspraken over moet gedaan hebben. Pfff. Ik had toch gehoopt dat dit soort dingen wat langer zouden uitblijven, tot we er wat zinnigere gesprekken over konden voeren. 
  • Laatst mocht ik trouwens ook gaan uitleggen hoe de kindjes er komen. Eh… 
  • Kasper ontdekte dan toch eindelijk zijn loopfiets. Hij oefende eens een middag met oma en vond het de max. Sindsdien moet die fiets te pas en te onpas bovengehaald worden. We hebben helaas niet zo vaak de mogelijkheid om daar echt mee op pad te gaan, dus ligt er nu standaard een loopfiets op mijn passagierszetel. In mijn koffer past hij niet namelijk. Op deze manier kan hij de korte afstanden van de parking naar school of van school naar de winkel fietsend afleggen. 
  • Er is trouwens een heuse ‘incentive’ aan verbonden. Als hij goed met zujn loopfiets overweg kan, krijgt hij de felbegeerde fiets met trappers op zijn vierde verjaardag. Hij heeft besloten dat het er eentje van Paw patrol gaat worden trouwens. Hmm. We zullen zien…

De vloek van de Pizza Hut.

Eerder deze week. Hectische werkdag, hoofdpijn, moe, overal pijn eigenlijk, dus ik stribbel niet tegen als de echtgenoot voorstelt een pizza te bestellen. Ik ben nochtans niet zo van de pizza’s, maar gemak primeerde even op goesting of lekker vinden. Ik logde in bij zo’n bestelsite en tot mijn grote vreugde bleek Pizza Hut plots tussen de opties te staan. Dat was voorheen niet zo. Nu ben ik dus niet zo van de pizza’s, maar voor die van de Pizza Hut en van dr. Oetker maak ik een uitzondering. Daar liggen namelijk frisse groentjes op en niet alleen een massa vlees en kaas. 

Het is nu niet zo dat ik al 100x bij de Pizza Hut heb gegeten. Drie keer in mijn hele leven, denk ik. Iets met de lijn en ook met moeilijk te regelen suikers bij pizza. Van die drie keer at ik er twee een pizza met pepersaus. Héérlijk. Op deze gelukkige avond waarop we plots ook door hen konden laten leveren, bestelde ik dat dus ook. Voor het lief voegde ik een bolognaise toe en voor de kindjes kipsnacks. Ik rekende uit hoe laat ik thuis zou raken (18u) en vroeg dus een levering een kwartiertje later. Ik kreeg meteen een sms en een mail ter bevestiging. 

De kindjes waren helemaal blij met het vooruitzicht op de kipjes en het lief en ik hadden Honger. Met een grote H, ja. We wachten en wachten en wachten en toen was het 6u45 en begon Kasper harder te zeuren over het feit dat hij moe was dan dat hij honger had. Ik belde dus naar het nummer dat in de bevestigingsmail stond en daar wisten ze van niets. Ik zat zelfs niet bij het juiste filiaal, want alleen filiaal Wilrijk levert in onze gemeente. Ik begon er al een hard hoofd in te krijgen, maar zocht toch maar het telefoonnummer en belde hen ook op. Mijn voorgevoel klopte: ze hadden geen bestelling ontvangen en ze leveren zelfs helemaal niet in onze straat. Op mijn vraag hoe het dan kwam dat zij wel als optie naar voren kwamen op die bestelsite en waarom ik zelfs bevestigingen had gekregen, wist de man aan de lijn natuurlijk ook geen antwoord. (Noot: die mensen konden daar ook niks aan doen, he, en ze waren allemaal bijzonder vriendelijk.) Na wat drama bij Kasper om de gemankeerde kipjes staken we hem veel te laat in bed met wat corn flakes als avondeten. Mission failed.

Fast forward naar vrijdag. De echtgenoot en ik trokken een weekendje naar Rotterdam. Van zodra we de deur uitstapten, zagen we een restaurant van Pizza Hut. Ik dacht nog maar aan de pizza met pepersaus en de kwijl liep me al uit de mond. Ik wist mijn lief te overtuigen en we gingen er binnen. We kregen de kaart en… geen pepersaus te zien. Waaaat?! Als het dat niet was, kon het me al niet meer schelen wat er op mijn bord zou liggen. Ik koos dan maar chicken bbq, vooral omdat daar blijkbaar toch nog wel wat groenten inzaten. De bbq-saus zou ik er dan wel bijnemen.

Terwijl ik nog wat namijmerde over mijn gemiste pepersaus en zuchtte dat het universum er precies iets tegen heeft dat ik naar de Pizza Hut ga, kwamen ze onze bestelling brengen. ‘De bbq chicken, daar is helaas een foutje gebeurd’, zeiden ze echter, ‘en het is er eentje met tomatensaus. We hebben intussen al een nieuwe in de oven zitten, maar u kunt hier dan al een stukje van eten en dan brengen we zometeen de juiste. De overschot van deze mag u dan ook mee naar huis nemen.’

We lachten al dat de Pizza Hut en ik elkaar toch niet echt lagen. Ik at heeeel traag een stukje van de pizza met tomatensaus, zodat ik nog honger zou hebben voor de andere. Dat smaakte nochtans niet slecht, zo die versie. Verrassend snel stonden ze daar met de bbq-sauspizza en ze namen de andere mee. Ik sloeg het aanbod om hem mee te nemen af, aangezien ik geen zin had om met pizza te knoeien in de hotelkamer. 

En toen at ik van de pizza met bbqsaus en ik vond dat niet zo lekker. De tomatensaus had me veel meer bevallen. Na twee stukken was mijn zin over. De Pizza Hut en ik, zal dat ooit nog iets worden?

Ik heb met mijn lief afgesproken dat we naar onze eigen pizzahut gaan voor mijn pepersaus als we allebei 5kg zijn afgevallen. 

Ik gok op 2 mogelijke scenario’s: 1. het lukt me niet om 5kg kwijt te raken of 2. de pepersauspizza is tegen dan uit hun gamma. Zeg dat ik het gezegd heb!

(Extra noot: dit is niet bedoeld om te klagen over het personeel, he. Die waren ook supervriendelijk en hebben hun fout meteen toegegeven én rechtgezet. Petje af!)